|Dit Hoofdstuk: luister naar de tekst hier beneden geboden (compl.).

|Andere Hoofdstukken:

1|2a|2b|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14|15|16|17|18a|18b

De links in de tekst verwijzen naar het Sanskriet woord voor woord.
Download
het tekstbestand van de complete Bhagavad Gîtâ van Orde.

English version

Meer lezen over het leven van Krishna en Zijn toegewijden: zie het S'rîmad Bhâgavatam

N.B: om techtnische redenen kunnen Mac-users problemen hebben met het stromen van RA-files;
om dit probleem op te lossen verander de ram-extensie van de URL in rm en download dan het bestand naar uw harde schijf.


 

 Krishna Muziek   

 

HOOFDSTUK 4: DE YOGA VAN DE KENNIS

Over offers brengen en het belang van kennis

(1) De Allerhoogste Heer zei: 'In deze onvergankelijke yoga instrueerde Ik de zonnegod [Vivasvân] en die vertelde het aan de vader van de mensheid [Vaivasvata Manu] die het op zijn beurt Ikshvâku zei [de grondlegger van de dynastie waar Râma in nederdaalde]. (2) Op die manier ontvingen de één na de ander, de heilige koningen deze wetenschap, het op die manier begrijpend, maar in de loop van de tijd raakte deze grootse manier zichzelf te verbinden verstrooid in deze wereld, o onderwerper van de vijanden. (3) Deze zelfde zeer oude wetenschap van de yoga wordt vandaag door Mij voor jouw gesproken daar je Mijn toegewijde bent alsook Mijn vriend en zodoende, feitelijk, [kan je komen tot het begrip van] het mysterie van deze transcendentie.'

(4) Arjuna zei: 'Je geboorte kwam na die van Vivasvân ervoor. Hoe moet ik zo Je instrueren in het begin begrijpen?'

(5) De Allerhoogste Heer zei: 'Vele geboorten van Mij alsook van jou hebben zich voorgedaan, o Arjuna, Ik ken ze alle maar jij niet, o onderwerper van de vijand. (6) Ondanks dat Ik ongeboren van aard ben, de onvergankelijke ziel en de Heer van alle levende wezens, incarneer Ik, hoewel Ik Me in het bovenzinnelijke bevindt, uit Mijzelf als de [begoochelende] overdekking van Mijn eigen Zelf. (7) Waar en wanneer ook het zeker is dat men verslapt in de rechtszin en een overwegen van wanorde zich manifesteert, o afstammeling van Bharata, te dien tijde manifesteer Ik Mijzelf. (8) Om de zoekers naar de waarheid te bevrijden, de macht weg te nemen van de doortrapten en om de weg der menselijke principes opnieuw te vestigen, verschijn Ik tijdperk na tijdperk. (9) Een ieder die als zodanig weet van Mijn goddelijke geboorte(n) en activiteiten zal, na het verlaten van dit lichaam, nooit weer geboorte nemen, maar Mij bereiken, o Arjuna.

(10) Bevrijd van gehechtheid, vrees en woede in het volle bewustzijn van Mij, hebben velen, die werden gezuiverd in de kennis der boete, Mijn bovenzinnelijke liefde bereikt. (11) Allen die zich aan Mij overgeven beloon Ik zeker met Mijn pad [van glorie] dat door alle mensen in alle opzichten gevolgd wordt, o zoon van Prithâ. (12) Het volmaakte van het profijt verlangend aanbidden ze hier de goden en zeker zal in de wereldse samenleving die baatzucht snel succes hebben. (13) Van de vier roepingen [van loonarbeid, handel, bestuur en begeleiding] door Mij gerealiseerd overeenkomstig de kwaliteiten [van goedheid, hartstocht en traagheid] en de arbeidsverdelingen [overeenkomstig de status van jongeren, gehuwden, teruggetrokkenen en onthechte mensen en hun nivo van overstijging] ben Ik de Vader, hoewel je Me kan kennen als Hij die niet handelt en onveranderlijk is. (14) Het doen van werk heeft geen invloed op Mij daar ik niet uitzie naar de vruchten ervan. Derhalve zal iemand die Me kent, door arbeid, nooit verstrikt raken. (15) Dit wetend wisten zij van oudsher die de bevrijding bereikten zich voorzeker aan hun plicht te houden en daarom zou je moeten handelen op de manier zoals je voorgangers dat in het verleden deden.

(16) Wat is handelen en wat is niet-handelen? Zelfs de intelligenten verkeren in illusie over deze aangelegenheid. Dat zal Ik je nu uiteenzetten en dat wetend zal je bevrijd worden van tegenslagen. (17) Werken in het verlangen naar de vruchten [karma], ongewenste arbeid [vikarma] en werk als offer [akarma] moet ieder voor zich op intelligente wijze worden beschouwd daar het moeilijk is te begrijpen wat het doel van karma is. (18) Iemand die werken voor het profijt als inactiviteit ziet en die werk als offer gedaan als arbeid ziet is intelligent in menselijke aangelegenheden; hij, hoewel bezig met allerlei handelingen is van het transcendentale. (19) Het karma van hem die vastbesloten met alles zijn best doet zonder te begeren, wordt verbrand door het vuur van de kennis, verklaren de geleerden die hier vanaf weten. (20) Hij die het heeft opgegeven te werken voor de gehechtheid aan de vruchten, is altijd tevreden en vrij van het zich vastklampen aan zijn thuis. Hij doet, hoewel volledig actief, niet werkelijk iets. (21) Niet begerend, beheerst in zijn bewuste zelf en alle claims op eigendom opgevend houdt hij zichzelf enkel door het doen van arbeid bij elkaar, zonder ooit op de terugslagen van zonde uit te komen. (22) Tevreden met winst die uit zichzelf komt, vrij van de dualiteit en afgunst en stabiel in succes en mislukking, raakt hij, hoewel actief, nooit verstrikt. (23) Met de gehechtheid verdwenen, bevrijd en met het denken gericht op het transcendente in de wijsheid van handelen in opoffering, lost het karma volledig op.

(24) Het offer zelf, datgene wat geofferd wordt in het vuur van het offer en hij die van het offeren is, zijn van dezelfde spirituele aard; hij die volledig opgaat in het werken voor het spirituele zal voorzeker de geest van het Absolute [Brahman] bereiken. (25) Sommigen aanbidden de goddelijken in dezen terwijl andere volgelingen van het pad der yoga volmaakt in opoffering offeren in het vuur van het spirituele zelve. (26) Sommigen offeren bij het proces van het luisteren naar de zintuigen de contemplatie van geluidsvibraties [zoals mantra's] in het vuur, terwijl anderen hun zinsbevrediging in relatie tot materiële objecten [zoals voedsel] in het vuur offeren. (27) Weer anderen die ook op zelfverwerkelijking uit zijn, offeren in het offervuur van alle functies van de zintuigen, hun ongereguleerde ademhaling op in de zelfbeperking van de yoga. (28) Sommigen offeren aldus hun bezittingen op, in soberheid en yoga, terwijl anderen zelfs als asceten zich aan strikte geloften houdend, hun kennis offeren in de bestudering van ook de Veda's. (29) Het inademen opofferend in de uitgaande adem en de uitgaande adem offerend in de ingaande doen ook anderen er moeite voor tot beëindiging te komen door [enkel] de ingaande en uitgaande lucht te volgen, terwijl nog anderen de uitgaande adem in zichzelf offeren in het beheersen van hun eetgewoonten. (30) Hoewel verschillend, worden allen die van offeren weten gezuiverd van de terugslagen van hun duisternis en de nectar geproefd hebbend als resultaat van die offers, bereiken ze de geest der eeuwigheid. (31) Als deze wereld er niet is voor degene zonder opoffering, wat dan [te verwachten] van de volgende, o beste van de Kuru's? (32) Zo worden de verschillende manieren van offeren verdedigd bij monde van de Veda's. Je moet ze alle zien als het gevolg van karma en dit wetende zal je bevrijding vinden.

(33) Groter dan het offer van materiële dingen is het offer van de kennis, o bestraffer van de vijand; al dit karma bijeen, o zoon van Prithâ, vindt zijn einde in de kennis. (34) Probeer dat te begrijpen door respect te oefenen, onderworpen navraag te doen en dienst te verlenen aan diegenen die weten, daar zij je zullen inwijden in de waarheid der zieners. (35) Dit zo wetend zal je nooit meer het slachtoffer worden van illusie daar hiervan, o zoon van Prithâ, je voor de visie van de ziel van alle levende wezens zult gaan, die in Mij is. (36) Zelfs al ben je de grootste van alle zondaars dan zal je, met deze boot van bovenzinnelijke kennis, de oceaan van al deze misère oversteken. (37) Zoals brandhout laaiend van vuur in as verandert, o Arjuna, zo verandert het vuur van de kennis al je karma in as. (38) Zeker bestaat er niets van kennis in deze wereld wat met deze zuivering te vergelijken is en hij die rijp is in zijn eigen yoga zal dat na een zeker verloop van tijd in zichzelf genieten. (39) Een gelovig man kan zover komen door dicht bij de kennis te blijven in de beheersing van zijn zinnen, daar door de realisatie van het transcendentale met die kennis hij zeer spoedig de vrede zal bereiken. (40) Maar niet wetend en ook zonder te geloven heeft een persoon van twijfels er geen gevoel voor; nooit zal er in deze wereld of in het voorbije geluk zijn voor zo'n twijfelende ziel. (41) Iemand die door yoga materieel gemotiveerd werk verzaakt en met behulp van de kennis brak met de twijfel, bevindt zich in de ziel en zal nooit door zijn werk gebonden raken, o overwinnaar der rijkdom. (42) Daarom moet deze twijfel die uit onwetendheid in je hart werd geboren met het wapen van de kennis van de ziel worden gebroken; wees verankerd in die yoga en sta op om te vechten, o afstammeling van Bharata!'

 

Ontleend aan de Bhagavad Gîtâ van Orde gesproken door Anand Aadhar Prabhu