Canto
1
Hoofdstuk 18: Mahârâja Parîkchit Vervloekt door een Brahmaanse Jongen
(1) Sûta zei: "Hij [Parîkchit] die in de schoot van zijn moeder werd geschroeid door het wapen van de zoon van Drona, stierf niet dankzij de genade van de Allerhoogste Heer S'rî Krishna wiens daden wonderbaarlijk zijn. (2) Door een brahmaan vervloekt te zullen sterven als gevolg van een slangenvogel, was hij nooit overmand door de grote angst voor de dood omdat hij zich welbewust aan de Allerhoogste Heer had overgegeven. (3) Nadat hij al degenen die hem nabij stonden had achter gelaten en hij de eigenlijke positie van de Onoverwinnelijke had begrepen, gaf hij als een discipel van de zoon van Vyâsa [S'ukadeva Gosvâmî] zijn lichaam op aan de oever van de Ganges. (4) Zij die met Zijn voeten in gedachten zich bezighouden met Zijn lofzangen en waardering hebben voor de nectargelijke verhalen waarin Hij wordt verheerlijkt, zullen zelfs niet in hun stervensuur in verwarring verkeren. (5) De persoon van Kali, hoewel overal aanwezig, kan niet gedijen zolang het de machtige heerser, de zoon van Abhimanyu is die feitelijk de dienst uitmaakt. (6) Vanaf het ogenblik dat de Allerhoogste Heer deze aarde verliet verscheen Kali, hij die de goddeloosheid bevordert, in deze wereld. (7) De keizer die een realist was die op de essentie afging was nooit afgunstig op de persoon van Kali. Net als een bij die recht op de nectar afgaat wist hij dat gunstige zaken tot een onmiddellijk succes leiden, terwijl men zich inspannend voor het ongunstige nooit iets bereikt. (8) Kali die in de ogen van de zwakken een grote macht lijkt te zijn is voor de zelfbeheersten iemand om voor op je hoede te zijn, en zo was Parîkchit als een tijger onder de mensen degene die onder de zorgelozen de zorgzame was. (9) Op uw verzoek heb ik u vrijwel al de verhalen verteld die er over de vrome Parîkchit in samenhang met Vâsudeva te vertellen zijn. (10) Zij die zich willen ontwikkelen en waarmaken doen er goed aan kennis te nemen van alles wat ik heb besproken aangaande de Allerhoogste Heer Zijn wonderen, bovenzinnelijke kwaliteiten en ongewone daden."
(11) De wijzen zeiden: "O Sûta, moge u een lang, gelukkig en in het bijzonder eeuwig roemrijk leven beschoren zijn, omdat u met uw zo fraaie spreken over Heer Krishna ons stervelingen voorzeker de nectar der eeuwigheid vergunt. (12) Met het brengen van dit offer waarvan de afloop onzeker is zien we zwart van de rook, maar met het door uw goede zelf behagen van Govinda's voeten genieten we de nectar van een lotusbloem. (13) Het bereiken van hogere leefwerelden of bevrijding uit de stof, om nog maar te zwijgen van de wereldse zegeningen van hen die onvermijdelijk op hun dood afstevenen, is niet te vergelijken met het enkel maar voor een ogenblik volmaakt in evenwicht verkeren in de omgang met een toegewijde van de Heer. (14) Als men er eenmaal de smaak van te pakken heeft zal men nooit genoeg krijgen te genieten van de nectar van de vertellingen over de grootste en enige toevlucht onder de levende wezens, Hem wiens bovenzinnelijke kwaliteiten nimmer konden worden gepeild door zelfs de grootste meesters in de vereniging als Heer Brahmâ en Heer S'iva. (15) Wees, o geleerde, zo aardig om voor ons die er zo naar verlangen erover te vernemen een beschrijving te geven van Zijn onpartijdige, bovenzinnelijke activiteiten. Want voor uwe goedheid, u die onze belangrijkste persoon bent in relatie tot de Allerhoogste Heer, vormt Hij de enige echte toevlucht, is Hij de grootste onder de groten. (16) Duidelijk is dat Parîkchit, die een eersteklas toegewijde was, de lotusvoeten bereikte van Hem die Garuda in Zijn vaandel voert, nadat hij zijn intelligentie had gesterkt met de kennis zoals die werd verwoord door de zoon van Vyâsa met het doel hem in te wijden inzake het pad der bevrijding. (17) Vertel ons daarom over het allerhoogste en zuiverende dat zo wonderbaarlijk in de bhakti [de toewijding] is vervat. Beschrijf voor ons, op de manier zoals het Parîkchit werd verteld, de handelingen van de Onbegrensde die de zuivere toegewijden zo bijzonder dierbaar zijn."
(18) Sûta zei: "Zie hoe wij, die door deze manier van converseren zijn verbonden met de groten, ondanks dat we van een verschillende komaf zijn, er duidelijk toe zijn bevorderd vandaag [een hogere] geboorte [in de geest des Heren] te nemen. Als men hen van dienst is die in de kennis gevorderd zijn, raakt men spoedig bevrijd van het lijden dat het gevolg is van het in een lagere [materiële] zin geboren worden. (19) En, wederom, hoeveel temeer geldt dat niet voor hen die enkel hun heil zoeken bij de grote toegewijden en daarbij de heilige naam zingen van Hem die Ananta wordt genoemd vanwege het feit dat Hij onbegrensd is in Zijn vermogen en onmetelijk groot is in Zijn hoedanigheden? (20) Om een beschrijving te geven van Hem die onmetelijk is in Zijn hoedanigheden en Zijns gelijke niet kent, volstaat het erop te wijzen dat de godin van het geluk, met het afwijzen van anderen die er haar om vroegen, het wenste te dienen in het stof van Zijn voeten terwijl Hij er Zelf niet om vroeg. (21) Wie anders zou de positie waard zijn van het dragen van de naam van Allerhoogste Heer dan Mukunda [Heer Krishna als degene die bevrijding schenkt] uit wiens teennagels het water [van de Ganges] verzameld door Brahmâjî voortkwam dat via Heer S'iva het hele universum zuivert? (22) Zij die hecht verankerd zijn in Hem zijn ertoe in staat van het ene moment op het andere al de gehechtheden van het grofstoffelijk lichaam en de subtiele geest achter zich te laten en te vertrekken om hun toevlucht te nemen tot de hoogste staat van volmaaktheid [sannyâsa], het levensstadium waarin geweldloosheid en verzaking wordt gevonden. (23) Omdat u die zo sterk als de zon bent er mij om vroeg kan ik een beschrijving geven van de kennis die ik heb verworven; in dezen is het als met de vogels die vliegen zover ze maar kunnen: ik kan u op de hoogte stellen van Vishnu voor zover mijn realisatie dat toestaat.
(24-25) Eens toen Parîkchit op herten jaagde met pijl en boog, raakte hij zeer vermoeid, hongerig en dorstig. Op zoek naar een drinkplaats ging hij de kluizenaarshut van de beroemde rishi S'amîka binnen alwaar hij de wijze in stilte zag zitten met zijn ogen dicht. (26) Na zijn zinnen, ademhaling, denken en intelligentie te hebben ingeperkt, had hij, in kwaliteit gelijk aan het Allerhoogste Absolute, alle activiteit beëindigd terwijl hij onaangedaan in trance verkeerde verheven boven de drie vormen van bewustzijn [waken, dromen en droomloze slaap]. (27) Hij was bedekt door zijn lange, samengeklitte haar zowel als door een hertenvel. De koning, wiens verhemelte droog was, vroeg om water. (28) Omdat hij niet naar behoren werd ontvangen met een zitplaats, water en gepaste woorden, voelde hij zich verwaarloosd en werd hij zodoende kwaad. (29) O brahmanen, gegeven de omstandigheid dat hij door zijn honger en dorst was aangeslagen, was zijn woede en vijandigheid jegens de brahmaan ongekend. (30) Zijn respect verloren hebbende raapte hij met de punt van zijn boog kwaad een levenloze slang van de grond op en legde die op zijn weg naar buiten over de schouder van de wijze om vervolgens terug te keren naar zijn paleis. (31) Daar vroeg hij zich af of de meditatieve staat van de wijze van het zich met gesloten ogen terugtrekken van de zinnen, geen vals voorgewende trance was om een ontmoeting uit de weg te gaan met een lagere bestuurder.
(32) Toen de zoon van de wijze, die een zeer machtige persoonlijkheid was, hoorde van het verdriet dat de koning zijn vader had bezorgd terwijl hij met wat jochies aan het spelen was, zei hij dit: (33) 'Kijk nu eens hoe goddeloos de heersende klasse is! Zich verrijkend als de kraaien gaan ze recht in tegen wat is vastgesteld voor dienaren, terwijl ze niet meer zijn dan waakhonden bij de deur! (34) De zonen van de heersende klasse hebben over de geleerden te waken als waakhonden - op basis waarvan verdient hij die verondersteld wordt voor de deur te liggen van het huis van zijn meester, het om naar binnen te gaan en van hetzelfde bord te eten? (35) Aangezien Krishna onze beschermer, de Allerhoogste Heer en heerser over al die parvenu's, vertrokken is, zal ik ze nu zelf bestraffen, zie maar eens hoe machtig ik ben!' (36) Aldus met zijn ogen roodgloeiend van de woede zijn speelkameraadjes toesprekend, beroerde de zoon van de wijze het water van de Kaus'ika rivier en ontketende hij de volgende donderslag van woorden: (37) 'Voorwaar, vanwege het breken met de etiquette zal een slangenvogel over zeven dagen de snoodaard van de dynastie bijten die mijn vader heeft beledigd.' (38) Daarna, toen de jongen was teruggekeerd naar de hermitage, zag hij de slang op de schouder van zijn vader en huilde hij hardop vanwege die deerlijke toestand.
(39) O S'aunaka, toen de rishi zijn zoon hoorde huilen van verdriet, opende hij die was geboren in de familie van Angirâ langzaam zijn ogen en zag de dode slang op zijn schouder. (40) Die terzijde werpend vroeg hij: 'Mijn beste zoon, waar huil je over? Heeft iemand je kwaad gedaan?' Aldus ertoe verzocht, vertelde de jongen hem alles. (41) Nadat hij vernam over de vloek die was uitgesproken tegen de koning die nimmer mocht worden veroordeeld omdat hij de beste onder de mensen is, complimenteerde hij zijn zoon niet, maar jammerde hij in plaats daarvan: 'Helaas! Welk een grote zonde heb je vandaag zelf begaan in het toemeten van zo'n zware straf voor een dermate onbetekenende overtreding! (42) In feite mag niemand ooit een bovenzinnelijke persoon van God op gelijke voet plaatsen met de gewone man - jouw idee van intelligentie is nog onvolgroeid... door zijn onvergelijkelijke bekwaamheid genieten zijn onderdanen volkomen beschermd de welvaart. (43) O mijn jongen, de Heer die het wiel van de strijdwagen draagt wordt vertegenwoordigd door deze monarch, als men hem de rug toekeert zal deze wereld vol van dieven zijn die er meteen toe zullen overgaan de onbeschermden te pakken te nemen alsof ze lammeren zijn. (44) Omdat we de monarch de rug toe hebben gekeerd, zal vanaf heden de terugslag van deze zonde zijn beslag krijgen en grote maatschappelijke wanorde veroorzaken - dieven zullen zich meester maken van de welvaart en onderling zal men elkaar naar het leven staan en schade toebrengen en zal men ook verkeerd omgaan met de vrouwen en de dieren. (45) De rechtschapen samenleving van mensen die zich overeenkomstig de Vedische voorschriften ontwikkelen in hun roepingen en levensstadia zal dan systematisch teniet worden gedaan, en met het economisch handelen dat dan in dienst zal staan van het zingenot zal dat resulteren in een ongewenste bevolking op het niveau van apen en honden. (46) De beschermer van de religie, de koning, is een alom gewaardeerd keizer, een directe, eersteklas toegewijde van de Heer en een heilige van adel; een groot brenger van paardoffers - en als hij hongerig en dorstig is getroffen door vermoeidheid verdient hij het nooit op deze manier door ons te worden vervloekt.'
(47) Daarop wendde de wijze zich tot de Allerhoogste, Alomtegenwoordige Heer om zich te verontschuldigen voor de grote zonde die door het qua intelligentie onvolgroeide kind werd begaan jegens een zondeloze en waardige onderworpen ziel. (48) [Hij bad:] 'Ook al worden ze door het slijk gehaald, bedrogen, vervloekt, verstoord, verwaarloosd of zelfs als een van hen wordt gedood, zullen de verdraagzame toegewijden van de Heer zich nooit wreken voor deze dingen.' (49) Op die wijze betuigde de wijze zijn spijt over de zonde van zijn zoon, terwijl hij persoonlijk niet vond dat het beledigen van de kant van de koning iets zondigs was. (50) Over het algemeen tonen de heiligen in deze wereld zich niet verdrietig of gelukkig als ze door toedoen van anderen betrokken raken bij de dualiteit van de wereld, ze bevinden zich immers in de bovenzinnelijkheid van de ziel."
Derde herziene editie, geladen 17 februari 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Sûta zei: "Hij [Parîkchit] die in de schoot van zijn moeder werd geschroeid door het wapen van de zoon van Drona, stierf niet dankzij de genade van de Allerhoogste Heer S'rî Krishna wiens daden wonderbaarlijk zijn.Sûta zei: "Hij die er zeker van kon zijn dat hij niet verbrand was door het wapen van de zoon van Drona in de baarmoeder van zijn moeder, vond de dood door de genade van de Allerhoogste Heer S'rî Krishna wiens daden wonderbaarlijk zijn. (Vedabase)
Door een brahmaan vervloekt te zullen sterven als gevolg van een slangenvogel, was hij nooit overmand door de grote angst voor de dood omdat hij zich welbewust aan de Allerhoogste Heer had overgegeven.
Vervloekt door een brahmaan te sterven door een slangenvogel, was hij nooit overmand door de grote angst voor de dood omdat hij zich bewust aan de Allerhoogste Heer had overgegeven. (Vedabase)
Nadat hij al degenen die hem nabij stonden had achter gelaten en hij de eigenlijke positie van de Onoverwinnelijke had begrepen, gaf hij als een discipel van de zoon van Vyâsa [S'ukadeva Gosvâmî] zijn lichaam op aan de oever van de Ganges.
Na al diegenen die hem nabij stonden achter te hebben gelaten, begreep hij de eigenlijke positie van de Onoverwinnelijke, zijn lichaam opgevend aan de oever van de Ganges als een discipel van de zoon van Vyâsa [S'ukadeva Gosvâmî ]. (Vedabase)
Zij die met Zijn voeten in gedachten zich bezighouden met Zijn lofzangen en waardering hebben voor de nectargelijke verhalen waarin Hij wordt verheerlijkt, zullen zelfs niet in hun stervensuur in verwarring verkeren.
Nooit zullen diegenen die voortbestaan en dienst verlenen aan Hem die door de hymnen wordt verheerlijkt, lijden onder wanbegrip aan het eind van hun eigen leven, als ze dan zich eveneens Zijn voeten herinneren. (Vedabase)
De persoon van Kali, hoewel overal aanwezig, kan niet gedijen zolang het de machtige heerser, de zoon van Abhimanyu is die feitelijk de dienst uitmaakt.
Alhoewel overal aanwezig, kan de persoon van Kali niet gedijen zolang de grote machtige Heer, de zoon van Abhimanyu, de feitelijke keizer is. (Vedabase)
Vanaf het ogenblik dat de Allerhoogste Heer deze aarde verliet verscheen Kali, hij die de goddeloosheid bevordert, in deze wereld.
Vanaf het ogenblik dat de Allerhoogste Heer deze aarde achter zich liet, vanaf dat moment, trad hij, Kali, de goddeloosheid bevorderend, op in deze wereld. (Vedabase)
De keizer die een realist was die op de essentie afging was nooit afgunstig op de persoon van Kali. Net als een bij die recht op de nectar afgaat wist hij dat gunstige zaken tot een onmiddellijk succes leiden, terwijl men zich inspannend voor het ongunstige nooit iets bereikt.
Nooit afgunstig op de persoon van Kali, was de keizer een realist die op de essentie afging, zoals een bij dat doet met de nectar, wetende dat gunstige zaken tot een onmiddellijk succes leiden terwijl men zich voor het ongunstige moet inspannen zonder ooit iets te bereiken. (Vedabase)
Kali die in de ogen van de zwakken een grote macht lijkt te zijn is voor de zelfbeheersten iemand om voor op je hoede te zijn, en zo was Parîkchit als een tijger onder de mensen degene die onder de zorgelozen de zorgzame was.
Wat voor de zwakken een machtige Kali moge zijn was voor degene die bestond als een tijger onder de mensen, een uitdaging van zelfbeheersing in het aangezicht van het beangstigende en een missie van zorgdragen tegenoverstaande het zorgeloze. (Vedabase)
Op uw verzoek heb ik u vrijwel al de verhalen verteld die er over de vrome Parîkchit in samenhang met Vâsudeva te vertellen zijn.
Daar u me vroeg wat er door mij kon worden gezegd in samenhang met de vertellingen over Vâsudeva betreffende de zedige Parîkchit, heb ik u nu vrijwel alles hierover beschreven. (Vedabase)
Zij die zich willen ontwikkelen en waarmaken doen er goed aan kennis te nemen van alles wat ik heb besproken aangaande de Allerhoogste Heer Zijn wonderen, bovenzinnelijke kwaliteiten en ongewone daden."
Zij die hun eigen welzijn nastreven zouden over alle onderwerpen moeten vernemen waar ik over gesproken heb, waar ze ook over handelen, daar ze de Allerhoogste Heer Zijn wonderen, bovenzinnelijke kwaliteiten en ongewone daden betreffen." (Vedabase)
De wijzen zeiden: "O Sûta, moge u een lang, gelukkig en in het bijzonder eeuwig roemrijk leven beschoren zijn, omdat u met uw zo fraaie spreken over Heer Krishna ons stervelingen voorzeker de nectar der eeuwigheid vergunt.
De wijzen zeiden: "O Sûta, moge u een lang leven, in ernst en in het bijzonder eeuwig roemrijk, beschoren zijn, omdat met het zo welluidend spreken over Heer Krishna u ons stervelingen voorzeker onze nectar van de eeuwigheid vergunt. (Vedabase)
Met het brengen van dit offer waarvan de afloop onzeker is zien we zwart van de rook, maar met het door uw goede zelf behagen van Govinda's voeten genieten we de nectar van een lotusbloem.
In het brengen van dit offer waarvan de afloop onzeker is, zien onze lichamen en geesten zwart van de rook, maar het behagen door uw goede zelf van Govinda's voeten, is als de honing van een lotusbloem. (Vedabase)
Het bereiken van hogere leefwerelden of bevrijding uit de stof, om nog maar te zwijgen van de wereldse zegeningen van hen die onvermijdelijk op hun dood afstevenen, is niet te vergelijken met het enkel maar voor een ogenblik volmaakt in evenwicht verkeren in de omgang met een toegewijde van de Heer.
Als men slechts maar voor een moment zijn evenwicht vindt in de associatie van een toegewijde van de Heer is dat nooit te vergelijken met het bereiken van hogere leefwerelden of de bevrijding uit de stof, om nog maar te zwijgen van de wereldse zegeningen van hen die op hun dood afstevenen. (Vedabase)
Als men er eenmaal de smaak van te pakken heeft zal men nooit genoeg krijgen te genieten van de nectar van de vertellingen over de grootste en enige toevlucht onder de levende wezens, Hem wiens bovenzinnelijke kwaliteiten nimmer konden worden gepeild door zelfs de grootste meesters in de vereniging als Heer Brahmâ en Heer S'iva.
Wie is hij, die in het bijzonder de nectar geniet, die altijd volledig voldaan zal zijn, hoewel hij het uitsluitend zoekt in de vertellingen over de grootste onder de levende wezens wiens einde van bovenzinnelijke hoedanigheden nooit kon worden vastgesteld door welke mystieke yogi ook in respekt voor de voeten die hem leiden? (Vedabase)
Wees, o geleerde, zo aardig om voor ons die er zo naar verlangen erover te vernemen een beschrijving te geven van Zijn onpartijdige, bovenzinnelijke activiteiten. Want voor uwe goedheid, u die onze belangrijkste persoon bent in relatie tot de Allerhoogste Heer, vormt Hij de enige echte toevlucht, is Hij de grootste onder de groten.
Beschrijf ons, die er zo naar uitzien erover te vernemen, derhalve Zijn onpartijdige bovenzinnelijke activiteiten, daar u in uw goede zelf u zich zeker tot de Heer als zijnde de grootste onder de groten verhoudt. (Vedabase)
Duidelijk is dat Parîkchit, die een eersteklas toegewijde was, de lotusvoeten bereikte van Hem die Garuda in Zijn vaandel voert, nadat hij zijn intelligentie had gesterkt met de kennis zoals die werd verwoord door de zoon van Vyâsa met het doel hem in te wijden inzake het pad der bevrijding.
Voorzeker had Parîkchit, die een eersteklas toegewijde was, zijn intelligentie gevestigd op bevrijding middels de kennis die werd gesproken door de zoon van Vyâsa, na zijn toevlucht te hebben genomen tot de voeten die de schuilplaats zijn voor de koning der vogels, Garuda [de vogel waarmee Vishnu reist]. (Vedabase)
Vertel ons daarom over het allerhoogste en zuiverende dat zo wonderbaarlijk in de bhakti [de toewijding] is vervat. Beschrijf voor ons, op de manier zoals het Parîkchit werd verteld, de handelingen van de Onbegrensde die de zuivere toegewijden zo bijzonder dierbaar zijn."
Vertel ons om die reden over het allerhoogste en zuiverende dat zo wonderbaarlijk in de bhakti [toewijding] is vervat en beschrijf ons de activiteiten van de Onbegrensde die de zuivere toegewijden zo bijzonder dierbaar is, op de manier zoals het Parîkchit verteld werd." (Vedabase)
Sûta zei: "Zie hoe wij, die door deze manier van converseren zijn verbonden met de groten, ondanks dat we van een verschillende komaf zijn, er duidelijk toe zijn bevorderd vandaag [een hogere] geboorte [in de geest des Heren] te nemen. Als men hen van dienst is die in de kennis gevorderd zijn, raakt men spoedig bevrijd van het lijden dat het gevolg is van het in een lagere [materiële] zin geboren worden.
Sûta zei: "Zie hoe wij, door conversatie verbonden met de groten, duidelijk ertoe zijn bevorderd, hoewel we van verschillende komaf zijn, vandaag geboorte te nemen, om middels het dienen van diegenen die in de kennis gevorderd zijn, spoedig gezuiverd te raken van het lijden als gevolg van een geboorte die je buiten spel zet. (Vedabase)
En, wederom, hoeveel temeer geldt dat niet voor hen die enkel hun heil zoeken bij de grote toegewijden en daarbij de heilige naam zingen van Hem die Ananta wordt genoemd vanwege het feit dat Hij onbegrensd is in Zijn vermogen en onmetelijk groot is in Zijn hoedanigheden?
En, wederom, wat te zeggen van diegenen die uitsluitend hun toevlucht zoeken bij de grote toegewijden met het zingen van de heilige naam van Hem die Ananta wordt genoemd omdat Hij onbeperkt is in Zijn vermogen en onmetelijk groot is door Zijn hoedanigheden. (Vedabase)
Om een beschrijving te geven van Hem die onmetelijk is in Zijn hoedanigheden en Zijns gelijke niet kent, volstaat het erop te wijzen dat de godin van het geluk, met het afwijzen van anderen die er haar om vroegen, het wenste te dienen in het stof van Zijn voeten terwijl Hij er Zelf niet om vroeg.
Het staat nu vast dat het geen beschrijving behoeft dat door de onmetelijkheid van Zijn hoedanigheden er niemand is die gelijk is aan Hem en dat anderen buiten beschouwing latend die vragen om de gunst van de Godin van het Geluk die zelf het stof van de voeten van Hem dienstbaar is die Zelf niet vraagt om die dienst. (Vedabase)
Wie anders zou de positie waard zijn van het dragen van de naam van Allerhoogste Heer dan Mukunda [Heer Krishna als degene die bevrijding schenkt] uit wiens teennagels het water [van de Ganges] verzameld door Brahmâjî voortkwam dat via Heer S'iva het hele universum zuivert?
Wie anders zou de positie waard zijn van het dragen van de naam van Allerhoogste Heer dan Mukunda [Heer Krishna als degene die bevrijding schenkt] van wiens teennagels het water [van de Ganges] verzameld door Brahmâjî voortkwam dat via Heer S'iva het hele universum zuivert. (Vedabase)
Zij die hecht verankerd zijn in Hem zijn ertoe in staat van het ene moment op het andere al de gehechtheden van het grofstoffelijk lichaam en de subtiele geest achter zich te laten en te vertrekken om hun toevlucht te nemen tot de hoogste staat van volmaaktheid [sannyâsa], het levensstadium waarin geweldloosheid en verzaking wordt gevonden.
Zij die hecht verankerd zijn in Hem kunnen voorzeker in één keer al de gehechtheden van het grofstoffelijk lichaam en de subtiele geest achter zich laten en vertrekken om hun toevlucht te nemen tot de hoogste staat van volmaaktheid [sannyâsa] in de aard waarvan geweldloosheid en verzaking wordt gevonden. (Vedabase)
Omdat u die zo sterk als de zon bent er mij om vroeg kan ik een beschrijving geven van de kennis die ik heb verworven; in dezen is het als met de vogels die vliegen zover ze maar kunnen: ik kan u op de hoogte stellen van Vishnu voor zover mijn realisatie dat toestaat.
Aan u, die zo krachtig bent als de zon, mag ik, daar u het mijn bescheiden persoon vroeg, de kennis van de geleerden van Vishnu beschrijven - voor zover mijn kennis hierin dat toestaat op de manier zoals vogels in de lucht doorvliegen zover als ze kunnen. (Vedabase)
Eens toen Parîkchit op herten jaagde met pijl en boog, raakte hij zeer vermoeid, hongerig en dorstig. Op zoek naar een drinkplaats ging hij de kluizenaarshut van de beroemde rishi S'amîka binnen alwaar hij de wijze in stilte zag zitten met zijn ogen dicht.
Eens toen Parîkchit op de hertenjacht was met boog en pijlen, raakte hij zeer vermoeid, hongerig en dorstig. Uitziende naar een drinkplaats ging hij de nederzetting van de beroemde rishi S'amîka binnen waar hij de wijze in stilte zag zitten met zijn ogen dicht. (Vedabase)
Na zijn zinnen, ademhaling, denken en intelligentie te hebben ingeperkt, had hij, in kwaliteit gelijk aan het Allerhoogste Absolute, alle activiteit beëindigd terwijl hij onaangedaan in trance verkeerde verheven boven de drie vormen van bewustzijn [waken, dromen en droomloze slaap].
Na zijn zinnen, ademhaling, denken en intelligentie te hebben ingeperkt, had hij, in kwaliteit gelijk aan het Allerhoogste Absolute, alle aktiviteit beëindigd, onaangedaan verwijlend in transcendentie boven de drie vormen van bewustzijn [waken, dromen en droomloze slaap]. (Vedabase)
Hij was bedekt door zijn lange, samengeklitte haar zowel als door een hertenvel. De koning, wiens verhemelte droog was, vroeg om water.
Hij was bedekt met zijn lange samengeklitte haar zowel als door een hertenvel. De koning, wiens verhemelte droog was, vroeg om water. (Vedabase)
Omdat hij niet naar behoren werd ontvangen met een zitplaats, water en gepaste woorden, voelde hij zich verwaarloosd en werd hij zodoende kwaad.
Omdat hij niet werd ontvangen met een zitplaats, water en gepaste woorden, voelde hij zich verwaarloosd en werd hij zodoende kwaad. (Vedabase)
O brahmanen, gegeven de omstandigheid dat hij door zijn honger en dorst was aangeslagen, was zijn woede en vijandigheid jegens de brahmaan ongekend.
Hoewel hij ontdaan was vanwege de omstandigheid van zijn honger en dorst, waren zijn woede en afgunst jegens de brahmaan ongekend, o hoog geleerden. (Vedabase)
Zijn respect verloren hebbende raapte hij met de punt van zijn boog kwaad een levenloze slang van de grond op en legde die op zijn weg naar buiten over de schouder van de wijze om vervolgens terug te keren naar zijn paleis.
Zijn respekt verloren hebbende raapte hij een levenloze slang van de grond op met de punt van zijn boog en plaatste hij die in woede op de schouder van wijze terwijl hij vertrok om terug te keren naar zijn paleis. (Vedabase)
Daar vroeg hij zich af of de meditatieve staat van de wijze van het zich met gesloten ogen terugtrekken van de zinnen, geen vals voorgewende trance was om een ontmoeting uit de weg te gaan met een lagere bestuurder.
Daar vroeg hij zich af of de meditatieve staat van het zich met gesloten ogen terugtrekken van de zinnen door de wijze, een vals voorgewende trance was om te kunnen blijven bij het afzien van het ontmoeten van een lagere bestuurder. (Vedabase)
Toen de zoon van de wijze, die een zeer machtige persoonlijkheid was, hoorde van het verdriet dat de koning zijn vader had bezorgd terwijl hij met wat jochies aan het spelen was, zei hij dit:
Toen de zoon van de wijze, die een zeer machtige persoonlijkheid was, hoorde van het leed dat de koning zijn vader had berokkend terwijl hij met kinderlijke jongens aan het spelen was, zei hij dit: (Vedabase)
'Kijk nu eens hoe goddeloos de heersende klasse is! Zich verrijkend als de kraaien gaan ze recht in tegen wat is vastgesteld voor dienaren, terwijl ze niet meer zijn dan waakhonden bij de deur!
'Zie eens hoe de goddeloosheid van de heersers, met iemand die werd groot gebracht om zich als een kraai en een waakhond jegens zijn meester te gedragen, heeft geleid tot wat een zonde is voor dienaren. (Vedabase)
De zonen van de heersende klasse hebben over de geleerden te waken als waakhonden - op basis waarvan verdient hij die verondersteld wordt voor de deur te liggen van het huis van zijn meester, het om naar binnen te gaan en van hetzelfde bord te eten?
Voor de geleerden zijn de zonen van de heersende klasse waarlijk waakhonden - op welke gronden kan hij die verondersteld wordt bij de deur te blijven wachten denken dat hij het verdient het huis van de meester binnen te gaan en uit dezelfde pot te eten? (Vedabase)
Aangezien Krishna onze beschermer, de Allerhoogste Heer en heerser over al die parvenu's, vertrokken is, zal ik ze nu zelf bestraffen, zie maar eens hoe machtig ik ben!'
Krishna, de Allerhoogste Heer en heerser over al die parvenu's vertrok als onze beschermer - vandaag zal ik ze zelf bestraffen, zie maar hoe machtig ik ben.' (Vedabase)
Aldus met zijn ogen roodgloeiend van de woede zijn speelkameraadjes toesprekend, beroerde de zoon van de wijze het water van de Kaus'ika rivier en ontketende hij de volgende donderslag van woorden:
Aldus zijn speelkameraadjes toesprekend met roodgloeiende ogen, beroerde de zoon van de wijze het water van de Kaus'ika rivier en ontketende de volgende donderslag van woorden: (Vedabase)
'Voorwaar, vanwege het breken met de etiquette zal een slangenvogel over zeven dagen de snoodaard van de dynastie bijten die mijn vader heeft beledigd.'
'Vanwege het breken van de etiquette, zal een slangenvogel, op de zevende dag, voorzeker de slechterik van de dynastie bijten die mijn vader heeft beledigd.' (Vedabase)
Daarna, toen de jongen was teruggekeerd naar de hermitage, zag hij de slang op de schouder van zijn vader en huilde hij hardop vanwege die deerlijke toestand.
Daarna, toen de jongen was teruggekeerd naar de hermitage, zag hij de slang op de schouder van zijn vader en huilde hij hardop vanwege die deerlijke toestand. (Vedabase)
O S'aunaka, toen de rishi zijn zoon hoorde huilen van verdriet, opende hij die was geboren in de familie van Angirâ langzaam zijn ogen en zag de dode slang op zijn schouder.
O S'aunaka, toen hij zijn zoon hoorde huilen van verdriet, opende de rishi die was geboren in de familie van Angirâ, langzaam zijn ogen en zag ook hij de dode slang op zijn schouder. (Vedabase)
Die terzijde werpend vroeg hij: 'Mijn beste zoon, waar huil je over? Heeft iemand je kwaad gedaan?' Aldus ertoe verzocht, vertelde de jongen hem alles.
Die terzijde werpend, vroeg hij'Mijn beste zoon, waar huil je over? Heeft iemand iets verkeerd gedaan?'. Aldus verzocht, vertelde de jongen hem alles. (Vedabase)
Nadat hij vernam over de vloek die was uitgesproken tegen de koning die nimmer mocht worden veroordeeld omdat hij de beste onder de mensen is, complimenteerde hij zijn zoon niet, maar jammerde hij in plaats daarvan: 'Helaas! Welk een grote zonde heb je vandaag zelf begaan in het toemeten van zo'n zware straf voor een dermate onbetekenende overtreding!
Nadat hij hoorde van de vervloeking van de koning die nooit veroordeeld had mogen worden daar hij de beste onder de mensen was, complimenteerde hij zijn zoon niet, maar weeklaagde hij in plaats daarvan: 'Helaas! Welk een grote zonde heb je vandaag zelf begaan in het toemeten van zo'n zware straf voor een dergelijk onbetekenende overtreding. (Vedabase)
In feite mag niemand ooit een bovenzinnelijke persoon van God op gelijke voet plaatsen met de gewone man - jouw idee van intelligentie is nog onvolgroeid... door zijn onvergelijkelijke bekwaamheid genieten zijn onderdanen volkomen beschermd de welvaart.
In feite mag niemand ooit een bovenzinnelijk man van God op gelijke voet plaatsen met de gewone man - jouw idee van intelligentie is nog onvolgroeid... door zijn onvergelijkelijke bekwaamheid genieten zijn onderdanen volkomen beschermd de welvaart. (Vedabase)
O mijn jongen, de Heer die het wiel van de strijdwagen draagt wordt vertegenwoordigd door deze monarch, als men hem de rug toekeert zal deze wereld vol van dieven zijn die er meteen toe zullen overgaan de onbeschermden te pakken te nemen alsof ze lammeren zijn.
O mijn jongen, als eenmaal deze koninklijke vertegenwoordiger van de Heer die het wiel van de strijdwagen draagt is uitgebannen, zal deze wereld vol van dieven zijn die meteen de onbeschermden pakken alsof ze lammeren zijn. (Vedabase)
Omdat we de monarch de rug toe hebben gekeerd, zal vanaf heden de terugslag van deze zonde zijn beslag krijgen en grote maatschappelijke wanorde veroorzaken - dieven zullen zich meester maken van de welvaart en onderling zal men elkaar naar het leven staan en schade toebrengen en zal men ook verkeerd omgaan met de vrouwen en de dieren.
Vanwege het uitbannen van de monarch, zal vanaf deze dag de terugslag van deze zonde op ons neerkomen en grote maatschappelijke verstoringen veroorzaken - de weelde zal worden geplunderd door dieven en onderling zal men elkaar doden en verwonden en zal men zich onrechtmatig de vrouwen en de dieren toeëigenen. (Vedabase)
De rechtschapen samenleving van mensen die zich overeenkomstig de Vedische voorschriften ontwikkelen in hun roepingen en levensstadia zal dan systematisch teniet worden gedaan, en met het economisch handelen dat dan in dienst zal staan van het zingenot zal dat resulteren in een ongewenste bevolking op het niveau van apen en honden.
Op dat moment zal de rechtgeaarde beschaving van menselijke vooruitgang in de roepingen en stadia van het leven naar het respekt van de vedische voorschriften, systematisch worden teniet gedaan, waarna economische ontwikkeling terwille van het zingenot zal resulteren in een ongewenste bevolking op het nivo van honden en apen. (Vedabase)
De beschermer van de religie, de koning, is een alom gewaardeerd keizer, een directe, eersteklas toegewijde van de Heer en een heilige van adel; een groot brenger van paardoffers - en als hij hongerig en dorstig is getroffen door vermoeidheid verdient hij het nooit op deze manier door ons te worden vervloekt.'
De beschermer van de religie, de koning, is een hoogst gevierde keizer, een rechtstreekse toegewijde eerste klas van de Heer en een heilige van de koninklijke orde; een groot brenger van paardenoffers - en als hij door honger en dorst is getroffen door vermoeidheid verdient hij het nooit op deze manier door ons te worden vervloekt'. (Vedabase)
Daarop wendde de wijze zich tot de Allerhoogste, Alomtegenwoordige Heer om zich te verontschuldigen voor de grote zonde die door het qua intelligentie onvolgroeide kind werd begaan jegens een zondeloze en waardige onderworpen ziel.
Om zich te verontschuldigen voor de grote zonde begaan door het qua intelligentie onvolgroeide kind jegens een zondenloze en waardige onderworpene, wendde hij zich toen tot de Allerhoogste Al-doordringende Heer: (Vedabase)
[Hij bad:] 'Ook al worden ze door het slijk gehaald, bedrogen, vervloekt, verstoord, verwaarloosd of zelfs als een van hen wordt gedood, zullen de verdraagzame toegewijden van de Heer zich nooit wreken voor deze dingen.'
'Of ze nu door het slijk gehaald, bedrogen, vervloekt, verstoord door verwaarlozing, of zelfs gedood zijn, voorzeker zullen nooit vanwege dit alles de verdraagzame toegewijden van de Heer zich wreken.' (Vedabase)
Op die wijze betuigde de wijze zijn spijt over de zonde van zijn zoon, terwijl hij persoonlijk niet vond dat het beledigen van de kant van de koning iets zondigs was.
Op die wijze betuigde de wijze zijn spijt over de zonde van zijn zoon, terwijl hij persoonlijk het door de koning beledigen van hemzelf niet beschouwde als een zonde. (Vedabase)
Over het algemeen tonen de heiligen in deze wereld zich niet verdrietig of gelukkig als ze door toedoen van anderen betrokken raken bij de dualiteit van de wereld, ze bevinden zich immers in de bovenzinnelijkheid van de ziel."
Over het algemeen verkeren de heiligen in deze wereld niet in verdriet als ze door anderen betrokken zijn bij de dualiteit, noch scheppen ze er genoegen in omdat ze zich bevinden in de bovenzinnelijkheid van de ziel." (Vedabase)
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding is
getiteld: "A Prince and His Retinue Hunting
Waterfowl."
Mughal (Murshidabad), 1750-75
Bron: Virginia
Museum
of
Fine
Art.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties