Canto 1 |
|
Hoofdstuk 9: Het Heengaan van Bhîshmadeva in de Aanwezigheid van Heer Krishna
(1) Sûta zei: "Yudhishthhira die in angst verkeerde vanwege het feit dat hij mensen gedood had ging daarna, vanuit zijn volle besef van de religieuze plicht, naar het slagveld waar hij de stervende Bhîshma op de grond liggend aantrof. (2) Getrokken door de beste paarden opgesierd met gouden ornamenten volgden alle broers hem derwaarts, begeleid door Vyâsa, Dhaumya [de priester van de Pândava's] en andere rishi's. (3) Ook de Allerhoogste Heer kwam mee met Arjuna op de strijdwagen, o wijzen onder de geschoolden, en op die manier heel aristocratisch overkomend was hij [de Koning] als Kuvera [de schatbewaarder van de halfgoden] samen met zijn begeleiders. (4) Toen Yudhishthhira Bhîshma als een uit de hemel gevallen halfgod op de grond zag liggen, maakte hij tezamen met zijn broers en de Heer met de werpschijf, Krishna, een buiging voor hem. (5) Aldaar waren al de wijzen onder de brahmanen, de goddelijken en de adel aanwezig, enkel om de leider te zien van de afstammelingen van Koning Bharata [de gemeenschappelijke voorouder]. (6-7) Parvata Muni, Nârada, Dhaumya, Heer Vyâsa, Brihadas'va, Bharadvâja en Paras'urâma waren er daar met hun discipelen en ook Vasishthha, Indrapramada, Trita, Gritsamada, Asita, Kakshîvân, Gautama, Atri, Kaus'ika en Sudars'ana waren gekomen. (8) O hooggeleerden, ook vele andere wijzen als S'ukadeva, het werktuig van God, en andere zuivere zielen als Kas'yapa en Ângirasa arriveerden daar vergezeld van hun discipelen.
(9) Bhîshmadeva, de beste onder de Vasu's die heel goed wist hoe hij zich naar tijd en omstandigheden volgens het dharma diende te gedragen, verwelkomde al de groten en machtigen die zich daar hadden verzameld. (10) Op de hoogte van Krishna's heerlijkheid verwelkomde hij ook in aanbidding Hem, de Heer van het Universum die, zich bevindend in het hart, Zijn gedaante openbaart middels Zijn innerlijk vermogen. (11) Toen hij de zoons van Pându in stilte aan zijn zijde zag zitten, feliciteerde Bhîshma hen hartelijk. Met tranen in zijn ogen was hij in staat van vervoering overmand door gevoelens van liefde over de samenkomst. (12) Hij zei: 'O hoe pijnlijk en onrechtvaardig is het geweest voor jullie goede zielen, zonen der rechtschapenheid, om zo'n leven vol van leed te hebben gehad dat jullie echt niet verdienden onder de bescherming van de geschoolden, de religie en de Onfeilbare. (13) Na de dood van de grote veldheer Pându had Kuntî, mijn schoondochter, toen haar kinderen nog jong waren, veel te lijden wegens jullie, en dat was ook zo toen jullie jongens waren opgegroeid. (14) Al het onaangename dat voorviel kan je denk ik aan de Tijd toeschrijven; jullie, evenzogoed als de ganse wereld met zijn heersende goden, staan onder die controle zo goed als de wolken door de wind worden meegevoerd. (15) Waarom zou dat ongeluk er anders zijn met de aanwezigheid van Yudhishthhira, de zoon van de heerser der religie, Bhîma met zijn machtige strijdknots, Arjuna met de Gândîva in zijn hand en onze weldoener Heer Krishna? (16) Niemand kan Gods plan doorgronden o Koning; het verbijstert zelfs de grote filosofen die verwikkeld zijn in uitputtende onderzoekingen. (17) Derhalve, verzeker ik u, o besten van de afstammelingen van Bharata, dat dit allemaal toe te schrijven is aan de wil van God's voorzienigheid; o heerser, ontfermt u zich toch vooral over de hulpeloze onderdanen, o meester. (18) Hij [Krishna] die zich op ondoorgrondelijke wijze beweegt onder de Vrishni's, is niemand anders dan de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke oergenieter Nârâyana die een ieder verbijstert door Zijn energieën. (19) O Koning, Heer S'iva, Nârada de wijze onder de goden en de grote Heer Kapila zijn degenen die rechtstreeks kennis hebben van de meest vertrouwelijke heerlijkheden van Zijn goddelijkheid. (20) Hij is dezelfde persoon die u beschouwt als de neef van uw moeders kant, uw meest dierbare vriend, ijverige weldoener, raadgever, boodschapper, begunstiger en wagenmenner. (21) Hij die in ieders hart aanwezig is, die iedereen gelijkgezind is en die van het Absolute zijnde zich nimmer valselijk vereenzelvigt, is in Zijn bewustzijn van met alles wat Hij doet op ieder moment een verschil maken, vrij van welke voorkeur ook. (22) Niettemin, hoe onpartijdig Hij ook is met Zijn toegewijden, zie, o Koning, hoe Krishna meteen, in mijn stervensuur, zich erom bekommert aan mijn zijde aanwezig te zijn. (23) Die yogatoegewijden die met Hem in hun geest vroom mediteren op Zijn heilige naam en met hun mond Zijn heerlijkheden bezingen, zullen, op het afzweren van de materiële levensopvatting, bevrijding vinden van het verlangen dat eigen is aan hun materieel gemotiveerde handelingen. (24) Moge Hij die in mijn meditaties verschijnt als de vierarmige God der Goden, de Allerhoogste Heer, met Zijn bemoedigende glimlach, Zijn ogen rood als de ochtendzon en Zijn opgesierde lotusgezicht mij opwachten op het moment dat ik dit materiële lichaam verlaat.' " (25) Sûta zei: "Yudhishthhira, die dit van hem die neerlag op een bed van pijlen hoorde, vroeg hem, terwijl de rishi's toehoorden, naar de verschillende religieuze verplichtingen. (26) Bhîshma beschreef hem de verschillende levensstadia en de roepingen zoals bepaald door de kwaliteiten van de persoon, naast de manier hoe men systematisch moet omgaan met de symptomen van zowel de gehechtheid als de onthechting. (27) Hij gaf uitleg over de plichten der liefdadigheid, het leiderschap en de bevrijding door hun indelingen te geven en gaf een algemeen idee van de plichten van de vrouw en de toegewijde dienst. (28) Bekend met de waarheid beschreef hij, o wijzen, de [vier fundamentele burgerdeugden van de] religieuze plichtsbetrachting, de economie, de bevrediging van verlangens en de bevrijding, en gaf daarbij voorbeelden uit de bekende geschiedenissen. (29) Gedurende de tijd dat Bhîshma een beschrijving gaf van de plichten, bewoog de zon zich over het noordelijk halfrond, hetgeen precies de gewenste tijd is waar de wijzen de voorkeur aan geven als ze deze wereld willen verlaten [zie B.G. 8: 24]. (30) Bhîshmadeva, de beschermheer van duizenden wetenschappen en kunsten, verviel toen in stilte en met zijn denken bevrijd van alle gebondenheid vestigde hij zijn ogen wijd open gesperd op de Oorspronkelijke Persoon Heer Krishna, de Vierhandige die voor hem stond in gele kledij. (31) Eenvoudigweg naar Hem, de Vernietiger van het Ongunstige kijkend, zuiverde zich zijn meditatie en verdween in een oogwenk de pijn die hij had van de pijlen. En terwijl hij zijn gebeden deed voor het materiële tabernakel stopte al de activiteit van zijn zinnen en vertrok hij naar de Heerser over Alle Levende Wezens. (32) S'rî Bhîshmadeva zei: 'Laat me bevrijd van verlangens mijn geest instellen op de Allerhoogste Heer, de Leider der Toegewijden, de Grote In Zichzelf Tevredene die in de realisatie van Zijn bovenzinnelijke vreugde bij tijden [in de gedaante van een avatâra] er genoegen in schept deze materiële wereld met haar schepping en vernietiging te aanvaarden. (33) Hij is de meest begeerlijke persoon van de hogere, lagere en tussenwerelden. Grijsblauw als een tamâlaboom draagt Hij kleding die straalt als de gouden gloed van de zon. Hij heeft een lichaam opgesierd met sandelhoutpasta en een gezicht als een lotus. Moge mijn liefde zonder materiële bijbedoelingen berusten in de vriend van Arjuna. (34) Laat het denken gericht zijn op S'rî Krishna die op het slagveld met zijn wuivende haar dat askleurig was door het stof van de hoeven, met Zijn gezicht gesierd met transpiratie en Zijn huid doorboord door mijn scherpe pijlen, met het dragen van Zijn beschermende wapenrok genoegen in dit alles schiep. (35) Na het horen van het bevel van Zijn vriend manoeuvreerde Hij Zijn strijdwagen tussen de tegenover elkaar opgestelde strijdkrachten en in die positie bekortte Hij de levensduur van de vijand door slechts naar hen te kijken. Moge er mijn liefde zijn voor die vriend van Arjuna. (36) Terwijl de troepen op afstand toekeken, vaagde Hij met Zijn bovenzinnelijke kennis de onwetendheid weg van hem die, vanwege een onzuivere intelligentie, weifelde om zijn soortgenoten te doden. Laat er de transcendentie zijn van mijn aantrekking voor Zijn voeten.
(37) Terwille van mijn taakvervulling om er feitelijk meer werk van te maken en tegen Zijn gezworen principe in [zich buiten de strijd te houden] kwam Hij van Zijn strijdwagen af en nam Hij het wiel ervan op om - terwijl Hij Zijn bovenkleed liet vallen - op me af te stormen als een leeuw die van plan is een olifant te doden. (38) Gewond door de scherpe pijlen en zonder Zijn schild, bewoog Hij zich besmeurd met bloed in de woedende stemming van de grote agressor in mijn richting om me te doden. Moge die Allerhoogste Heer die bevrijding schenkt mijn bestemming worden. (39) Laat me in dit stervensuur van liefde zijn voor de Persoonlijkheid van God die de paarden mennend met een zweep in Zijn rechter en de teugels in Zijn linker hand zo elegant om te zien alles in het werk stelde om de strijdwagen van Arjuna te beschermen. Het was door naar Hem te kijken dat zij die op deze plek stierven hun eigenlijke gedaante realiseerden. (40) Kijkende naar de aantrekkelijke bewegingen van Zijn hooggestemde, fascinerende handelingen en zoete glimlachen, vonden de gopî's van Vrajadhâma [het dorp van Krishna's jeugd] die in extase Hem nadeden, hun oorspronkelijke natuur. (41) Toen koning Yudhishthhira het [Râjasûya] grote koningsoffer bracht waarbij de grote wijzen en koningen waren verzameld, ontving Hij het respectvolle eerbetoon van de ganse elite. Ik daar aanwezig herkende Hem toen [en herinner me Hem nu nog steeds] als de geestelijke ziel, als het voorwerp van verering. (42) Na de verzonkenheid ervaren te hebben van het bevrijd zijn van de misvattingen der dualiteit, weet ik [sedertdien] dat Hij, hier nu aanwezig voor me, de Ongeborene is in het hart van de geconditioneerde ziel. Het is Hij die in Zijn positie in het hart van allen die door Hem zijn geschapen, net als de ene zon, vanuit vele gezichtshoeken verschillend wordt bekeken.' "
(43) Sûta zei: "Met zijn denken, spreken, zien en doen aldus op Krishna alleen gefixeerd viel hij toen stil en stopte hij met ademhalen nadat hij was overgegaan in het levende wezen van de Superziel. (44) Na dit alles van Bhîshmadeva gehoord te hebben toen hij overging in het Allerhoogste Absolute, vervielen allen in stilte zoals vogels aan het einde van de dag. (45) Daarna klonken van overal trommels geslagen door goden en mensen, met oprechte lofprijzingen van de kant van de godvruchtige, koninklijke orde en bloemenregens die uit de hemel neerdaalden. (46) O afstammeling van Bhrigu [S'aunaka], nadat Yudhishthhira de begrafenisriten voor het stoffelijk overschot volbracht had was hij een ogenblik aangedaan. (47) De wijzen die tevreden en gelukkig waren over [de ontboezeming van] het vertrouwelijke geheim van de heerlijkheden van Heer Krishna, keerden toen met Hem in hun hart gesloten terug naar hun hermitages. (48) Koning Yudhishthhira ging samen met Heer Krishna naar Hastinâpura om zijn oom [Dhritarâshthra] en ascetische tante Ghândhârî te troosten. (49) Met de goedkeuring van zijn oom en de instemming van Heer Vâsudeva voldeed hij, getrouw de grootheid van zijn voorvaderen, daarna toen aan zijn koninklijke verplichtingen."
Derde herziene editie, geladen 12 januari 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Sûta zei: "Yudhishthhira die in angst verkeerde vanwege het feit dat hij mensen gedood had ging daarna, vanuit zijn volle besef van de religieuze plicht, naar het slagveld waar hij de stervende Bhîshma op de grond liggend aantrof.Sûta zei: "In angst vanwege het feit dat hij gedood had, ging Yudhishthhira daarna, ter wille van het volledig besef van de religieuze plicht, naar het slagveld, waar hij de stervende Bhîshma neerliggend aantrof. (Vedabase)
Getrokken door de beste paarden opgesierd met gouden ornamenten volgden alle broers hem derwaarts, begeleid door Vyâsa, Dhaumya [de priester van de Pândava's] en andere rishi's.
Alle broers volgden hem daar, getrokken door de beste paarden opgesierd met gouden ornamenten, begeleid door Vyâsa, Dhaumya [de priester van de Pândava's] en andere rishi's. (Vedabase)
Ook de Allerhoogste Heer kwam mee met Arjuna op de strijdwagen, o wijzen onder de geschoolden, en op die manier heel aristocratisch overkomend was hij [de Koning] als Kuvera [de schatbewaarder van de halfgoden] samen met zijn begeleiders.
De Allerhoogste Heer volgde hem ook met Arjuna op de strijdwagen, O wijzen onder de geschoolden, en op die manier heel aristocratisch voorkomend was hij als Kuvera [de schatbewaarder van de halfgoden] en zijn begeleiders. (Vedabase)
Toen Yudhishthhira Bhîshma als een uit de hemel gevallen halfgod op de grond zag liggen, maakte hij tezamen met zijn broers en de Heer met de werpschijf, Krishna, een buiging voor hem.
Toen hij Bhîshma als een uit de hemel gevallen halfgod op de grond liggend aantrof, bogen Yudhishthhira tezamen met zijn broers en Heer Krishna, zich voor hem neer. (Vedabase)
Aldaar waren al de wijzen onder de brahmanen, de goddelijken en de adel aanwezig, enkel om de leider te zien van de afstammelingen van Koning Bharata [de gemeenschappelijke voorouder].
Daar waren de wijzen der goedheid onder de geschoolden, de goddelijken en de koningen aanwezig, enkel om de leider van de afstammelingen van Koning Bharata [de gemeenschappelijke voorouder] te zien. (Vedabase)
Parvata Muni, Nârada, Dhaumya, Heer Vyâsa, Brihadas'va, Bharadvâja en Paras'urâma waren er daar met hun discipelen en ook Vasishthha, Indrapramada, Trita, Gritsamada, Asita, Kakshîvân, Gautama, Atri, Kaus'ika en Sudars'ana waren gekomen.
Parvata Muni, Nârada, Dhaumya, Heer Vyâsa, Brihadas'va, Bharadvâja en Paras'urâma waren daar met hun discipelen als ook Vasishthha, Indrapramada, Trita, Gritsamada, Asita, Kakshîvân, Gautama, Atri en Kaus'ika zowel als Sudars'ana. (Vedabase)
O hooggeleerden, ook vele andere wijzen als S'ukadeva, het werktuig van God, en andere zuivere zielen als Kas'yapa en Ângirasa arriveerden daar vergezeld van hun discipelen.
O hooggeleerden, ook vele andere wijzen als S'ukadeva en andere zuivere zielen als Kas'yapa en Ângirasa arriveerden daar begeleid door hun discipelen. (Vedabase)
Bhîshmadeva, de beste onder de Vasu's die heel goed wist hoe hij zich naar tijd en omstandigheden volgens het dharma diende te gedragen, verwelkomde al de groten en machtigen die zich daar hadden verzameld.
Bhîshmadeva, de beste onder de Vâsu's, goed wetende hoe zich religieus te gedragen naar tijd en omstandigheden, verwelkomde al de groten en machtigen die hij daar had ontvangen. (Vedabase)
Op de hoogte van Krishna's heerlijkheid verwelkomde hij ook in aanbidding Hem, de Heer van het Universum die, zich bevindend in het hart, Zijn gedaante openbaart middels Zijn innerlijk vermogen.
Van Zijn heerlijkheid wetend verwelkomde hij ook in aanbidding Heer Krishna, de Heer van het Universum gezeten in ieders hart die Zijn vorm manifesteert door Zijn innerlijk vermogen. (Vedabase)
Toen hij de zoons van Pându in stilte aan zijn zijde zag zitten, feliciteerde Bhîshma hen hartelijk. In staat van vervoering overmand door gevoelens van liefde over de samenkomst stonden hem daarbij de tranen in de ogen.
Toen hij de zoons van Pându in stilte nabij zag zitten, feliciteerde Bhîshma, meegevoerd door gevoelens van liefde over de samenkomst, hen hartelijk, overmand door tranen van extase. (Vedabase)
Hij zei: 'O hoe pijnlijk en onrechtvaardig is het geweest voor jullie goede zielen, zonen der rechtschapenheid, om zo'n leven vol van leed te hebben gehad dat jullie echt niet verdienden onder de bescherming van de geschoolden, de religie en de Onfeilbare.
Hij zei: 'O wat een verschrikkelijk lijden en onrecht is jullie, die in leven blijven met dat lijden, onder de bescherming van de geschoolden, de deugdzamen en de Onfeilbare, aangedaan. (Vedabase)
Na de dood van de grote veldheer Pându had Kuntî, mijn schoondochter, toen haar kinderen nog jong waren, veel te lijden wegens jullie, en dat was ook zo toen jullie jongens waren opgegroeid.
Na de dood van de grote veldheer Pându, had Kuntî, mijn schoondochter, die jonge kinderen had, veel te lijden en dat zette zich voort, ondanks dat de jongens waren opgegroeid, voor jullie rekening. (Vedabase)
Al het onaangename dat voorviel kan je denk ik aan de Tijd toeschrijven; jullie, evenzogoed als de ganse wereld met zijn heersende goden, staan onder die controle zo goed als de wolken door de wind worden meegevoerd.
Dit alles, denk ik, is het resultaat van de werking van de tijd, daar ook met jullie, hoe verwerpelijk de heersers ook mogen zijn, de tijd als overal de dienst uitmaakt - zoals de wind een wolkenpartij meevoert. (Vedabase)
Waarom zou dat ongeluk er anders zijn met de aanwezigheid van Yudhishthhira, de zoon van de heerser der religie, Bhîma met zijn machtige strijdknots, Arjuna met de Gândîva in zijn hand en onze weldoener Heer Krishna?
En waar Yudhishthhira, de zoon van de heerser der religie, Bhîma met zijn machtige strijdknots, Arjuna met de Gândiva in zijn hand en onze weldoener Heer Krishna zijn, houdt het effect van de tijd een ommekeer in. (Vedabase)
Niemand kan Gods plan doorgronden o Koning; het verbijstert zelfs de grote filosofen die verwikkeld zijn in uitputtende onderzoekingen.
Van dit plan weet niemand, 0 Koning; zelfs grote filosofen verwikkeld in uitputtende onderzoekingen zijn voorzeker verbijsterd. (Vedabase)
Derhalve, verzeker ik u, o besten van de afstammelingen van Bharata, dat dit allemaal toe te schrijven is aan de wil van God's voorzienigheid; o heerser, ontfermt u zich toch vooral over de hulpeloze onderdanen, o meester.
Derhalve, verzeker ik u, o besten van de afstammelingen van Bharata, dat dit enkel de bekoring van Zijn Voorzienigheid was, Zijn verlangen, 0 heerser - ontfermt u zich toch vooral over de hulpeloze onderdanen, 0 meester. (Vedabase)
Hij [Krishna] die zich op ondoorgrondelijke wijze beweegt onder de Vrishni's, is niemand anders dan de Allerhoogste Heer, de oorspronkelijke oergenieter Nârâyana die een ieder verbijstert door Zijn energieën.
Deze Allerhoogste Heer Krishna is niemand anders dan de Oorspronkelijke oer-genieter Nârâyana die een ieder verbijstert door Zijn energieën en zich op ondoorgrondelijke wijze beweegt onder de Vrishni's. (Vedabase)
O Koning, Heer S'iva, Nârada de wijze onder de goden en de grote Heer Kapila zijn degenen die rechtstreeks kennis hebben van de meest vertrouwelijke heerlijkheden van Zijn goddelijkheid.
Van Hem, 0 Koning, hebben we de rechtstreekse vertrouwelijke kennis van de goddelijke glorie van Heer S'iva, de rishi Nârada en Kapila. (Vedabase)
Hij is dezelfde persoon die u beschouwt als de neef van uw moeders kant, uw meest dierbare vriend, ijverige weldoener, raadgever, boodschapper, begunstiger en wagenmenner.
Hij is één en dezelfde persoon die u beschouwt als de neef van uw moeders kant, meest dierbare vriend, ijverige weldoener, raadgever, boodschapper, begunstiger en wagenmenner. (Vedabase)
Hij die in ieders hart aanwezig is, die iedereen gelijkgezind is en die van het Absolute zijnde zich nimmer valselijk vereenzelvigt, is in Zijn bewustzijn van met alles wat Hij doet op ieder moment een verschil maken, vrij van welke voorkeur ook.
Hij, aanwezig in ieders hart en voor allen gelijk, handelt vanuit het Absolute ongeïdentificeerd in het bewustzijn der differentiatie en is nimmer gehecht in welk stadium ook. (Vedabase)
Niettemin, hoe onpartijdig Hij ook is met Zijn toegewijden, zie, o Koning, hoe Krishna meteen, in mijn stervensuur, zich erom bekommert aan mijn zijde aanwezig te zijn.
Niettemin, standvastig zijnde met de toegewijden, zie, o koning, hoe meteen bij het einde van mijn leven, Krishna Zijn opwachting bij mij heeft gemaakt. (Vedabase)
Die yogatoegewijden die met Hem in hun geest vroom mediteren op Zijn heilige naam en met hun mond Zijn heerlijkheden bezingen, zullen, op het afzweren van de materiële levensopvatting, bevrijding vinden van het verlangen dat eigen is aan hun materieel gemotiveerde handelingen.
Die yoga-toegewijden die in hun woorden vroom mediteren op Zijn heilige naam onder het bezingen van Zijn heerlijkheden, zullen, op het afzweren van de materiële levensopvatting, bevrijding vinden van het verlangen van hun materieel gemotiveerde handelingen. (Vedabase)
Moge Hij die in mijn meditaties verschijnt als de vierarmige God der Goden, de Allerhoogste Heer, met Zijn bemoedigende glimlach, Zijn ogen rood als de ochtendzon en Zijn opgesierde lotusgezicht mij opwachten op het moment dat ik dit materiële lichaam verlaat.' "
Moge Hij, de God der Goden, de Allerhoogste Heer, in de lijn van mijn meditatie op de vierhandige [Vishnu], mij ontvangen met Zijn bemoedigende glimlach, Zijn ogen rood als de ochtendzon en Zijn opgesierde lotusgezicht, zo gauw ik dit materiële lichaam verlaat'." (Vedabase)
Sûta zei: "Yudhishthhira, die dit van hem die neerlag op een bed van pijlen hoorde, vroeg hem, terwijl de rishi's toehoorden, naar de verschillende religieuze verplichtingen.
Sûta zei: "Yudhishthhira die dit van hem, die neerlag op een bed van pijlen, hoorde, vroeg hem, terwijl de rishi's toehoorden, over de verschillende religieuze verplichtingen. (Vedabase)
Bhîshma beschreef hem de verschillende levensstadia en de roepingen zoals bepaald door de kwaliteiten van de persoon, naast de manier hoe men systematisch moet omgaan met de symptomen van zowel de gehechtheid als de onthechting.
Bhîshma beschreef hem de verschillende levensstadia en de roepingen zoals voorgeschreven door de kwaliteiten van de persoon, naast de manier hoe systematisch om te gaan met de symptomen van zowel gehechtheid als onthechting. (Vedabase)
Hij gaf uitleg over de plichten der liefdadigheid, het leiderschap en de bevrijding door hun indelingen te geven en gaf een algemeen idee van de plichten van de vrouw en de toegewijde dienst.
Hij gaf uitleg wat betreft de plichten der liefdadigheid, het leiderschap en de bevrijding door het geven van hun indelingen en gaf het algemene idee van de plichten van de vrouw en de toegewijde dienst. (Vedabase)
Bekend met de waarheid beschreef hij, o wijzen, de [vier fundamentele burgerdeugden van de] religieuze plichtsbetrachting, de economie, de bevrediging van verlangens en de bevrijding, en gaf daarbij voorbeelden uit de bekende geschiedenissen.
De waarheid kennend, beschreef hij, o wijzen, de religie, de economie, de vervulling van wensen en de verlichting, daarbij citerend uit de bekende geschiedenissen. (Vedabase)
Gedurende de tijd dat Bhîshma een beschrijving gaf van de plichten, bewoog de zon zich over het noordelijk halfrond, hetgeen precies de gewenste tijd is waar de wijzen de voorkeur aan geven als ze deze wereld willen verlaten [zie B.G. 8: 24].
Ten tijde van het door Bhîshma beschrijven van de plichten, bewoog de zon zich over het noordelijk halfrond hetgeen volgens de mystici de precieze tijd is die verlangd wordt voor het verlaten van deze wereld [zie B.G. 8: 24]. (Vedabase)
Bhîshmadeva, de beschermheer van duizenden wetenschappen en kunsten, verviel toen in stilte en met zijn denken bevrijd van alle gebondenheid vestigde hij zijn ogen wijd open gesperd op de Oorspronkelijke Persoon Heer Krishna, de Vierhandige die voor hem stond in gele kledij.
Toen verviel Bhîshmadeva, de beschermheer van duizenden wetenschappen en kunsten, in stilte en met zijn denken bevrijd van alle gebondenheid fixeerde hij zijn blik op de Oorspronkelijke Persoon Heer Krishna, de vierhandige die voor hem stond in gele kledij. (Vedabase)
Eenvoudigweg naar Hem, de Vernietiger van het Ongunstige kijkend, zuiverde zich zijn meditatie en verdween in een oogwenk de pijn die hij had van de pijlen. En terwijl hij zijn gebeden deed voor het materiële tabernakel stopte al de activiteit van zijn zinnen en vertrok hij naar de Heerser over Alle Levende Wezens.
Eenvoudigweg naar Hem, de vernietiger van het ongunstige, kijkend, zuiverde zich zijn meditatie en verdween in een oogwenk zijn pijn door de pijlen - en terwijl hij zijn gebeden deed voor het materiële tabernakel stopten alle activiteiten van zijn zinnen toen hij vertrok naar de Heerser over Alle Levende Wezens. (Vedabase)
S'rî Bhîshmadeva zei: 'Laat me bevrijd van verlangens mijn geest instellen op de Allerhoogste Heer, de Leider der Toegewijden, de Grote In Zichzelf Tevredene die in de realisatie van Zijn bovenzinnelijke vreugde bij tijden [in de gedaante van een avatâra] er genoegen in schept deze materiële wereld met haar schepping en vernietiging te aanvaarden.
S'rî Bhîshmadeva zei: 'Laat mij, bevrijd van verlangens, mijn gedachten, gevoelens en willen richten naar de Allerhoogste Heer, de leider der toegewijden, de grote in zichzelf tevredene, die in de realisatie van Zijn bovenzinnelijke vreugde bij tijden genoegen schept in het aanvaarden van deze materiële wereld met zijn schepping en vernietiging. (Vedabase)
Hij is de meest begeerlijke persoon van de hogere, lagere en tussenwerelden. Grijsblauw als een tamâlaboom draagt Hij kleding die straalt als de gouden gloed van de zon. Hij heeft een lichaam opgesierd met sandelhoutpasta en een gezicht als een lotus. Moge mijn liefde zonder materiële bijbedoelingen berusten in de vriend van Arjuna.
De meest begeerlijke van de hoge, lage en tussenwerelden, grijsblauw als een Tamalâ-boom, Zijn kledij dragend die straalt als de gouden stralen van de zon, met Zijn Lichaam gesierd met sandelhoutpasta en Zijn gezicht als een lotus - moge de aantrekking zonder materiële bijbedoelingen rusten op de vriend van Arjuna. (Vedabase)
Laat het denken gericht zijn op S'rî Krishna die op het slagveld met zijn wuivende haar dat askleurig was door het stof van de hoeven, met Zijn gezicht gesierd met transpiratie en Zijn huid doorboord door mijn scherpe pijlen, met het dragen van Zijn beschermende wapenrok genoegen in dit alles schiep.
Laat het denken gericht zijn op S'rî Krishna die, met het wuivende haar op het slagveld askleurig door het stof van de hoeven, Zijn gezicht gesierd met transpiratie en Zijn huid doorboord door mijn scherpe pijlen, met Zijn beschermende wapenrok genoegen in dit alles schiep. (Vedabase)
Na het horen van het bevel van Zijn vriend manoeuvreerde Hij Zijn strijdwagen tussen de tegenover elkaar opgestelde strijdkrachten en in die positie bekortte Hij de levensduur van de vijand door slechts naar hen te kijken. Moge er mijn liefde zijn voor die vriend van Arjuna.
Na het horen van het bevel van Zijn vriend manoeuvreerde Hij de strijdwagen tussen de tegenover elkaar opgestelde strijdmachten en terwijl hij daar verbleef, bekortte Hij de levensduur van de vijand door slechts Zijn blik erover te laten glijden - laat er een intieme betrekking met die vriend van Arjuna zijn. (Vedabase)
Terwijl de troepen op afstand toekeken, vaagde Hij met Zijn bovenzinnelijke kennis de onwetendheid weg van hem die, vanwege een onzuivere intelligentie, weifelde om zijn soortgenoten te doden. Laat er de transcendentie zijn van mijn aantrekking voor Zijn voeten.
Met de soldaten toeziend op8 een afstand, vaagde Hij middels bovenzinnelijke kennis het gebrek aan kennis weg van diegene die, door een onzuivere intelligentie, weifelachtig was zijn soortgenoten te doden - laat er de transcendentie zijn van mijn aantrekking voor Zijn voeten. (Vedabase)
Terwille van mijn taakvervulling om er feitelijk meer werk van te maken en tegen Zijn gezworen principe in [zich buiten de strijd te houden] kwam Hij van Zijn strijdwagen af en nam Hij het wiel ervan op om - terwijl Hij Zijn bovenkleed liet vallen - op me af te stormen als een leeuw die van plan is een olifant te doden.
Tegen Zijn eigen waarheid in naar mijn eigen belofte het werkelijk te doen, nam Hij, van zijn strijdwagen komend, het wiel ervan op, op me af stormend als een leeuw die van plan is een olifant te doden, onderwijl Zijn bovenkleed vallen latend. (Vedabase)
Gewond door de scherpe pijlen en zonder Zijn schild, bewoog Hij zich besmeurd met bloed in de woedende stemming van de grote agressor in mijn richting om me te doden. Moge die Allerhoogste Heer die bevrijding schenkt mijn bestemming worden.
Gewond door de scherpe pijlen en zonder Zijn schild, begaf Hij, besmeurd met bloed, in de woedende stemming van de grote agressor, zich in mijn richting met de bedoeling me te doden - moge die Allerhoogste Heer die bevrijding schenkt mijn bestemming worden. (Vedabase)
Laat me in dit stervensuur van liefde zijn voor de Persoonlijkheid van God die de paarden mennend met een zweep in Zijn rechter en de teugels in Zijn linker hand zo elegant om te zien alles in het werk stelde om de strijdwagen van Arjuna te beschermen. Het was door naar Hem te kijken dat zij die op deze plek stierven hun eigenlijke gedaante realiseerden.
Laat me, in dit stervensuur, aangetrokken zijn tot het aangezicht van de Persoonlijkheid van God die, de paarden mennend met een zweep in Zijn rechter en de teugels in Zijn linker hand, in Zijn fiere houding alleszins de strijdwagen van Arjuna beschermde; het was door naar Hem te kijken dat zij die in deze wereld stierven hun oorspronkelijke gedaante vonden. (Vedabase)
Kijkende naar de aantrekkelijke bewegingen van Zijn hooggestemde, fascinerende handelingen en zoete glimlachen, vonden de gopî's van Vrajadhâma [het dorp van Krishna's jeugd] die in extase Hem nadeden, hun oorspronkelijke natuur.
Kijkende naar de aantrekkelijke bewegingen van Zijn hooggestemde fascinerende handelingen en zoete glimlachen, ondergingen de gopî's van Vrajadhâma [het dorp van Krishna's jeugd] de kenmerken van waanzin, na in extase Hem nagedaan te hebben. (Vedabase)
Toen koning Yudhishthhira het [Râjasûya] grote koningsoffer bracht waarbij de grote wijzen en koningen waren verzameld, ontving Hij het respectvolle eerbetoon van de ganse elite. Ik daar aanwezig herkende Hem toen [en herinner me Hem nu nog steeds] als de geestelijke ziel, als het voorwerp van verering.
In het uitvoeren van een koninklijke offerande van Koning Yudhishthhira, waarbij de grote wijzen en koningen waren verzameld, ontving Hij het respektvolle eerbetoon van de hele elite, met mij aanwezig Hem herkennend als mijn object van aantrekking. (Vedabase)
Na de verzonkenheid ervaren te hebben van het bevrijd zijn van de misvattingen der dualiteit, weet ik [sedertdien] dat Hij, hier nu aanwezig voor me, de Ongeborene is in het hart van de geconditioneerde ziel. Het is Hij die in Zijn positie in het hart van allen die door Hem zijn geschapen, net als de ene zon, vanuit vele gezichtshoeken verschillend wordt bekeken.' "
Hij, die nu hier voor mij aanwezig is, ken ik, na de verzonkenheid ervaren te hebben van het bevrijd zijn van de misvattingen der dualiteit, als de Ongeborene van het geconditioneerde lichaam gezeten in het hart van alle speculeerders als de Superziel, die, net als de zon die er vanuit iedere hoek verschillend uitziet, voor mij Eén is." (Vedabase)
Sûta zei: "Met zijn denken, spreken, zien en doen aldus op Krishna alleen gefixeerd viel hij toen stil en stopte hij met ademhalen nadat hij was overgegaan in het levende wezen van de Superziel.
Sûta zei: "Met zijn denken, spreken, zien en activiteiten aldus gefixeerd op Krishna alleen, viel hij stil en stopte hij met ademhalen, overgegaan in het levende wezen van de Superziel. (Vedabase)
Na dit alles van Bhîshmadeva gehoord te hebben toen hij overging in het Allerhoogste Absolute, vervielen allen in stilte zoals vogels aan het einde van de dag.
Na dit alles van Bhîshmadeva gehoord te hebben toen hij overging in het Allerhoogste Absolute, vervielen allen in stilte zoals vogels aan het einde van de dag. (Vedabase)
Daarna klonken van overal trommels geslagen door goden en mensen, met oprechte lofprijzingen van de kant van de godvruchtige, koninklijke orde en bloemenregens die uit de hemel neerdaalden.
Daarna klonken van overal trommels geslagen door goden en mensen, met lofprijzingen van de oprechte koninklijke orde en bloemenregens die uit de hemel neerkwamen. (Vedabase)
O afstammeling van Bhrigu [S'aunaka], nadat Yudhishthhira de begrafenisriten voor het stoffelijk overschot volbracht had was hij een ogenblik aangedaan.
O afstammelingen van Bhrigu [S'aunaka], na de begrafenisriten voor het stoffelijk overschot volbracht te hebben, werd Yudhishthhira voor een ogenblik bedroefd. (Vedabase)
De wijzen die tevreden en gelukkig waren over [de ontboezeming van] het vertrouwelijke geheim van de heerlijkheden van Heer Krishna, keerden toen met Hem in hun hart gesloten terug naar hun hermitages.
Toen gingen de wijzen, tevreden en gelukkig door de vertrouwelijkheid van de heerlijkheden van Heer Krishna, met Hem in hun harten terug naar hun toevluchtsoorden. (Vedabase)
Koning Yudhishthhira ging samen met Heer Krishna naar Hastinâpura om zijn oom [Dhritarâshthra] en ascetische tante Ghândhârî te troosten.
Koning Yudhishthhira ging tezamen met Heer Krishna naar Hastinâpura om zijn oom [Dhritarâshthra] en ascetische tante Ghândhârî te troosten. (Vedabase)
Met de goedkeuring van zijn oom en de instemming van Heer Vâsudeva voldeed hij, getrouw de grootheid van zijn voorvaderen, daarna toen aan zijn koninklijke verplichtingen."
Met de goedkeuring van zijn oom volbracht hij zijn koninklijke verplichtingen, zoals was bevestigd door Heer Vâsudeva, naar de grootheid van zijn voorvaderen." (Vedabase)
![]()

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
Het copyright van de afbeeldingen verschilt afhankelijk van de
bron.
De afbeelding van Krishna die naast Bhîshma staat die op het
pijlenbed ligt is van B.K. Mitra.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties