S'rî
S'uka zei: 'Toen werd Indra die zich realiseerde dat de
aanbidding van zijn persoon was afgewezen, o Koning, kwaad op
de gopa's aangevoerd door Nanda die Krishna hadden
aanvaard als hun Heer.
S'ukadeva
Gosvâmî said: My dear King Parîkshit, when
Indra understood that his sacrifice had been put aside, he
became furious with Nanda Mahârâja and the other
cowherd men, who were accepting Krishna as their Lord.
(Vedabase)
Tekst
2
Wolken die de
naam Sâmvartaka droegen om een eind aan dat alles te
maken werden er door Indra op uit gestuurd die zichzelf daarbij
valselijk ziend als de allerhoogste beheerser vertoornd de
woorden uitsprak:
Angry
Indra sent forth the clouds of universal destruction, known
as Sâmvartaka. Imagining himself the supreme
controller, he spoke as follows. (Vedabase)
Tekst
3
'Kijk nu eens
hoe buitengewoon groot de verbijstering is van deze in het bos
wonende koeherders wat betreft hun rijkdom; zij, met het zich
verlaten op een sterveling als Krishna, hebben een overtreding
begaan jegens de goden!
[Indra
said:] Just see how these cowherd men living in the
forest have become so greatly intoxicated by their
prosperity! They have surrendered to an ordinary human
being, Krishna, and thus they have offended the gods.
(Vedabase)
Tekst
4
Met het
afzweren van de geestelijke kennis proberen ze de oceaan van
het materieel bestaan over te steken enkel in naam van rituele
offerplechtigheden gericht op het profijt, offers die
ontoereikend zijn om ze als boten op die oceaan te
dienen.
Their
taking shelter of Krishna is just like the foolish attempt
of men who abandon transcendental knowledge of the self and
instead try to cross over the great ocean of material
existence in the false boats of fruitive, ritual sacrifices.
(Vedabase)
Tekst
5
Hun toevlucht
nemend tot Krishna, dit kwebbelende, ingebeelde kind dat
onwetend denkt dat Hij de wijsheid in pacht heeft, hebben de
gopa's gehandeld in afkeer jegens mij.
These
cowherd men have acted inimically toward me by taking
shelter of this ordinary human being, Krishna, who thinks
Himself very wise but who is simply a foolish, arrogant,
overtalkative child. (Vedabase)
Tekst
6
Breng de
vernietiging over hen en hun dieren wiens harten, vergrendeld
door Krishna, zijn vergiftigd door hun welvaart en moge de
valse trots van hen die gek zijn geworden door hun rijkdom, het
veld ruimen.
[To
the clouds of destruction King Indra said:] The
prosperity of these people has made them mad with pride, and
their arrogance is backed up by Krishna. Now go and remove
their pride and bring their animals to destruction.
(Vedabase)
Tekst
7
Ik zal
eveneens, rijdend op mijn olifant Airâvata, meekomen naar
Vraja onder de begeleiding van de windgoden, me daar met grote
macht naar toe begevend met de bedoeling Nanda's
koeiengemeenschap weg te vagen [zie o.a. ook:
6.11
& 12].'
I
will follow you to Vraja, riding on my elephant
Airâvata and taking with me the swift and powerful
wind-gods to decimate the cowherd village of Nanda
Mahârâja. (Vedabase)
Tekst
8
S'rî
S'uka zei: 'De wolken aldus verordonneerd door Indra
teisterden, ontketend uit hun posities, met al hun macht
Nanda's koeherdersdorp met een enorme stortvloed aan
regen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: On Indra's order the clouds of
universal destruction, released untimely from their bonds,
went to the cowherd pastures of Nanda Mahârâja.
There they began to torment the inhabitants by powerfully
pouring down torrents of rain upon them. (Vedabase)
Tekst
9
Oplichtend van
de bliksemflitsen en rollend van de donder zorgden ze,
voortgedreven door de windgoden, voor een angstwekkende regen
van hagelstenen.
Propelled
by the fearsome wind-gods, the clouds blazed with lightning
bolts and roared with thunder as they hurled down
hailstones. (Vedabase)
Tekst
10
Met de regen
die uit de wolken zonder ophouden neerstroomde in dichte
gordijnen, kon het hoge en lage van de aarde die onder water
kwam te staan niet meer worden onderscheiden.
As
the clouds released torrents of rain as thick as massive
columns, the earth was submerged in the flood, and high
ground could no longer be distinguished from low.
(Vedabase)
Tekst
11
Geplaagd door
de overmaat aan hemelwater en de hevige wind gingen de
gopa's en gopî's huiverend van de kou naar
Govinda voor hun beschutting.
The
cows and other animals, shivering from the excessive rain
and wind, and the cowherd men and ladies, pained by the
cold, all approached Lord Govinda for shelter.
(Vedabase)
Tekst
12
Hun hoofden
bedekkend en hun kinderen beschermend met hun lichamen
benaderden ze, geteisterd door de regen, rillend de basis
gevormd door de lotusvoeten van de Allerhoogste Persoonlijkheid
van God:
Trembling
from the distress brought about by the severe rainfall, and
trying to cover their heads and calves with their own
bodies, the cows approached the lotus feet of the Supreme
Personality of Godhead. (Vedabase)
Tekst
13
'Krishna, o
Krishna, o Grootste Geluk, U bent Uw eigen baas, o Heer,
alstUblieft bescherm de koeiengemeenschap tegen Indra die kwaad
op ons is, o Beschermer der Toegewijden [zie ook
10.8:
16].'
[The
cowherd men and women addressed the Lord:] Krishna,
Krishna, O most fortunate one, please deliver the cows from
the wrath of Indra! O Lord, You are so affectionate to Your
devotees. Please save us also. (Vedabase)
Tekst
14
Toen Hij ze zo
buiten zinnen zag onder de aanval van de hagel, de regen en de
hevige winden, achtte de Allerhoogste Heer Hari de woede van
Indra hier verantwoordelijk voor:
Seeing
the inhabitants of His Gokula rendered practically
unconscious by the onslaught of hail and blasting wind, the
Supreme Lord Hari understood that this was the work of angry
Indra. (Vedabase)
Tekst
15
'Omdat Ik zijn
offerplechtigheid afwees zet Indra nu de zaak ter vernietiging
onder water met deze ongewoonlijk felle regens en heftige
winden vol met hagelstenen ongebruikelijk voor het
seizoen.
[S'rî
Krishna said to Himself:] Because We have stopped his
sacrifice, Indra has caused this unusually fierce,
unseasonable rain, together with terrible winds and hail.
(Vedabase)
Tekst
16
Om dat afdoende
tegen te gaan zal Ik middels de macht van Mijn yoga voor de
ondergang zorgen van de trots over de weelde en de onwetendheid
van hen die zo dwaas zijn zichzelf valselijk te beschouwen als
de Heer en Meester over de wereld.
By
My mystic power I will completely counteract this
disturbance caused by Indra. Demigods like Indra are proud
of their opulence, and out of foolishness they falsely
consider themselves the Lord of the universe. I will now
destroy such ignorance. (Vedabase)
Tekst
17
Mijn uitbannen
van het onzuivere van het valse prestige van hen die denken dat
ze de Beheerser zijn is zeker niet bedoeld voor die verlichte
zielen die begaan zijn met goedheid, het is bedoeld om hen te
verlossen [zie ook B.G. 14:
14].
Since
the demigods are endowed with the mode of goodness, the
false pride of considering oneself the Lord should certainly
not affect them. When I break the false prestige of those
bereft of goodness, My purpose is to bring them relief.
(Vedabase)
Tekst
18
Het is derhalve
aan Mij om middels de macht van Mijn yoga Mijn eigen familie,
de koeherdersgemeenschap die zijn toevlucht zocht bij Mij als
hun meester te beschermen; dit is de eed die Ik heb afgelegd
[zie ook B.G.
9: 22].'
I
must therefore protect the cowherd community by My
transcendental potency, for I am their shelter, I am their
master, and indeed they are My own family. After all, I have
taken a vow to protect My devotees. (Vedabase)
Tekst
19
Na zich aldus
te hebben uitgelaten pakte Hij, Vishnu, met één
hand [Zijn linker] de heuvel Govardhana op en hield Hij
hem net zo makkelijk omhoog als een kind een paddestoel.
Having
said this, Lord Krishna, who is Vishnu Himself, picked up
Govardhana Hill with one hand and held it aloft just as
easily as a child holds up a mushroom. (Vedabase)
Tekst
20
De Allerhoogste
Heer zei toen tegen de gopa's: 'O moeder, o vader, o
bewoners van Vraja, ga zo je wilt, alsjeblieft met jullie
koeien in de vrije ruimte beneden deze heuvel.
The
Lord then addressed the cowherd community: O Mother, O
Father, O residents of Vraja, if you wish you may now come
under this hill with your cows. (Vedabase)
Tekst
21
Jullie hoeven
er niet bang voor te zijn dat door de regen en de wind de berg
van Mijn hand zal vallen; jullie zijn bang genoeg geweest en om
jullie daarvan te verlossen heb Ik voor jullie om die reden in
deze oplossing voorzien.'
You
should have no fear that this mountain will fall from My
hand. And don't be afraid of the wind and rain, for your
deliverance from these afflictions has already been
arranged. (Vedabase)
Tekst
22
Met hun geesten
zo door Krishna tot rust gebracht gingen ze in de ruimte onder
de berg waar ze veilig waren met hun koeien, wagens en iedereen
die bij hen hoorde.
Their
minds thus pacified by Lord Krishna, they all entered
beneath the hill, where they found ample room for themselves
and all their cows, wagons, servants and priests, and for
all other members of the community as well.
(Vedabase)
Tekst
23
Met minachting
voor de pijn van honger en dorst en alle overwegingen van
persoonlijk geluk, hield Hij voor ogen van de bewoners van
Vraja de berg zeven dagen lang omhoog zonder zich van Zijn
plaats te verroeren.
Lord
Krishna, forgetting hunger and thirst and putting aside all
considerations of personal pleasure, stood there holding up
the hill for seven days as the people of Vraja gazed upon
Him. (Vedabase)
Tekst
24
Toen hij het
resultaat zag van Krishna's mystieke vermogen was Heer Indra
buitengewoon verbaasd en riep hij de wolken een halt toe,
gebroken als hij was in zijn besluit en met zijn valse trots
verslagen.
When
Indra observed this exhibition of Lord Krishna's mystic
power, he became most astonished. Pulled down from his
platform of false pride, and his intentions thwarted, he
ordered his clouds to desist. (Vedabase)
Tekst
25
Met de hemel
leeg zonder wolken, de zon gerezen en de felle wind en regen
beëindigd, richtte de Heffer van Govardhana zich tot de
koeherders:
Seeing
that the fierce wind and rain had now ceased, the sky had
become clear of rainclouds, and the sun had risen, Lord
Krishna, the lifter of Govardhana Hill, spoke to the cowherd
community as follows. (Vedabase)
Tekst
26
'Alstublieft,
vertrek van hier tezamen met jullie bezittingen, vrouwen en
kinderen; zie het einde van jullie angst onder ogen, o
gopa's, de wind en de regens zijn opgehouden en het
hoogwater is zo goed als voorbij.'
[Lord
Krishna said:] My dear cowherd men, please go out with
your wives, children and possessions. Give up your fear. The
wind and rain have stopped, and the rivers' high waters have
subsided. (Vedabase)
Tekst
27
Toen kwamen de
gopa's, ieder zijn eigen koeien meevoerend, met hun
bezittingen geladen op de karren tevoorschijn met de vrouwen,
de kinderen en de oude mensen langzaam er achter aan.
After
collecting their respective cows and loading their
paraphernalia into their wagons, the cowherd men went out.
The women, children and elderly persons gradually followed
them. (Vedabase)
Tekst
28
En voor ogen
van al de levende wezens zette de Almachtige Allerhoogste Heer
die heuvel weer terug waar hij had gestaan.
While
all living creatures looked on, the Supreme Personality of
Godhead put down the hill in its original place, just as it
had stood before. (Vedabase)
Tekst
29
De bewoners van
Vraja al naar gelang hun eigen positie traden, stralend met de
opwelling van de liefde die ze voor Hem voelden, naar voren
terwijl de gopî's vol vreugde blijk gaven van hun
genegenheid met omhelzingen en zo meer terwijl ze Hem, met
yoghurt, ongebroken granen en water, bedachten met de beste
hunner zegeningen.
All
the residents of Vrindâvana were overwhelmed with
ecstatic love, and they came forward and greeted S'rî
Krishna according to their individual relationships with Him
- some embracing Him, others bowing down to Him, and so
forth. The cowherd women presented water mixed with yogurt
and unbroken barleycorns as a token of honor, and they
showered auspicious benedictions upon Him. (Vedabase)
Tekst
30
Yas'odâ,
Rohinî, Nanda en Balarâma, de Grootste der Sterken,
omhelsden Krishna buiten zichzelf van de liefde en bereiden Hem
alle heilswensen.
Mother
Yas'odâ, mother Rohinî, Nanda
Mahârâja and Balarâma, the greatest of the
strong, all embraced Krishna. Overwhelmed with affection,
they offered Him their blessings. (Vedabase)
Tekst
31
Uit
de hemel hieven de goddelijken, de vervolmaakten, de heiligen,
de hemelse zangers en de eerbiedwaardigen, lofzangen voor de
Heer aan, waarbij ze voldaan een regen van bloemen deden
nederdalen, o aardse heerser.
In
the heavens, O King, all the demigods, including the
Siddhas, Sâdhyas, Gandharvas and Câranas, sang
the praises of Lord Krishna and showered down flowers in
great satisfaction. (Vedabase)
Tekst
32
Hoornschelpen
en pauken laten klinkend speelden de halfgoden in de hemel en
zongen de Gandharva's geleid door hun aanvoerder Tumburu, o
heerser der mensen.
My
dear Parîkshit, the demigods in heaven resoundingly
played their conchshells and kettledrums, and the best of
the Gandharvas, led by Tumburu, began to sing.
(Vedabase)
Tekst
33
O Koning, toen,
omringd door de liefdevolle hoeders der dieren, ging Krishna
tezamen met Balarâma op weg naar waar ze hun koeien
lieten grazen en terwijl ze vertrokken zongen de
gopî's over al Zijn soortgelijke daden gelukkig
als ze waren met Hem die hen in hun harten had
geraakt.'
Surrounded
by His loving cowherd boyfriends and Lord Balarâma,
Krishna then went off to the place where He had been tending
His cows. The cowherd girls returned to their homes, singing
joyfully about the lifting of Govardhana Hill and other
glorious deeds performed by Lord Krishna, who had so deeply
touched their hearts. (Vedabase)