regelbalk


 

Canto 10

Sâvarana S'rî Gaura

 

 

Hoofdstuk 33: De Râsadans

(1) S'rî S'uka zei: 'De gopî's, die alzo de allerbekoorlijkste woorden van de Allerhoogste Heer hoorden, gaven, met hun bereidwillige harten tevreden door [het aanraken van] Zijn ledematen, het op met het [gekoesterde] leed van hun in de steek gelaten zijn. (2) En daar ging Govinda toen over tot een dans [een z.g. râsa, of een spel] waarin de trouwe juwelen van vrouwen voldaan zich arm in arm geslagen samenvoegden.

(3-4) Het feestelijke vermaak nam zijn aanvang met de gopî's in een kring die werd opgesierd door, in hun midden, Krishna, de Beheerser van de Mystieke Eenheid, die de vrouwen, paarsgewijze aanwezig naast Hem, bij hun nekken vasthield. Op dat ogenblik dromden in de hemel honderden hemelse voertuigen samen van hemelbewoners en hun vrouwen wiens geesten in staat van vervoering verkeerden in de ijver van hun respect. (5) Toen klonken er pauken en een regen van bloemen kwam naar beneden terwijl de belangrijkste zangers van de hemel met hun vrouwen Zijn onberispelijke heerlijkheid bezongen. (6) In de kring van de dans was er een luid rumoer van de armbanden, de enkel- en de gordelbelletjes van de vrouwen die tezamen waren met hun Geliefde. (7) De Opperheer, de zoon van Devakî, zag er daar met hen net zo schitterend prachtig uit als een uitgelezen [blauwe] saffier temidden van gouden sieraden. (8) De manier waarop ze hun voeten neerzetten, door hun handgebaren, hun glimlachen en speelse wenkbrauwen en hun wiegende heupen; door hun bewegende borsten, hun kleren, hun oorbellen langs hun halzen en hun transpirerende gezichten; met de vlechten van hun haar, hun gordels strak aangetrokken en hun zingen over Hem, straalden ze in de rol van Krishna's metgezellen als bliksemflitsen tussen de wolken. (9) Hardop zongen zij, van wiens lied het hele universum doordrongen is, vanuit hun gekleurde kelen, blij dansend, genietend in hun toewijding tot de aanraking van Krishna. (10) Een gopî die samen met Krishna[- 's stem haar stem] hief in zuivere tonen van pure harmonie werd door Hem geprezen die verheugd uitriep: 'uitstekend, uitstekend!' en een andere die meedeed in een speciaal ritmisch patroon schonk Hij veel bijzondere aandacht. (11) Een bepaalde gopî [Râdhâ waarschijnlijk], stond er, met haar armbanden en bloemen losgegleden, vermoeid bij buiten de dans en greep met haar arm de schouder van de Meester van de Plechtigheid ['Hij die de knots vasthoudt']. (12) Ergens anders legde er een Krishna's arm, geurig als een blauwe lotus, over haar schouder en kuste die met haar haren overeind de geur van sandelhout opsnuivend. (13) Weer een andere prachtig met de schittering van haar, door het dansen, slingerende oorhangers, vleide haar wang tegen de Zijne en kreeg de bethel toebedeeld waarop Hij had gekauwd. (14) Een van hen die met Krishna staande aan haar zijde aan het dansen en zingen was met tinkelende enkel- en gordelbelletjes, plaatste, zich moe voelend, Acyuta's zegenrijke lotushand op haar borsten. (15) De gopî's die met Zijn armen om hun nekken de Onfeilbare Heer, de Exclusieve Minnaar van de Godin van het Geluk, hadden bereikt als hun minnaar, waren erover verrukt Hem te bezingen. (16) Met de lotusbloemen achter hun oren, hun haarlokken die hun kaken opsierden, de schoonheid van hun bezwete gezichten en het ritme van de harmonieuze geluiden van hun armbanden en belletjes, dansten de gopî's, met de bloemen in hun haar gevlochten eruit gevallen, op het gezoem van de bijen samen met de Allerhoogste Heer rond in het perk van de dans. (17) Hij, de Meester van de Godin van het Geluk, genoot aldus met omhelzingen, aanrakingen van Zijn hand, liefdevolle blikken en brede speelse glimlachen van de jongedames van Vraja net als een jongetje dat speelt met zijn eigen spiegelbeeld. (18) Van het lichamelijk contact met Hem overweldigd in hun zinnen was het voor de dames van Vraja niet gemakkelijk of zelfs maar mogelijk om hun haar, hun kleding en de omslagen over hun borsten keurig in orde te houden zodat hun bloemenkransen en opsier in wanorde verkeerde, o beste van de Kuru's. (19) Met de aanblik van de spelende Krishna raakten de godinnen, rondhangend in de hemel, rusteloos van liefdesverlangens in een trance en vielen de maan en zijn volgelingen [de sterren] in verbazing. (20) Zichzelf expanderend in evenzovele [gedaanten] als er koeherdersvrouwen aanwezig waren genoot Hij, hoewel Hij de in zichzelf voldane Opperheer was, ervan met Zijn Zelven met hen te spelen. (21) Van hen, vermoeid van het plezier van de romantiek, wiste Hij met Zijn hoogst rustgevende hand in liefdevol medeleven de gelaten, mijn beste. (22) Zeer blij met de aanraking van Zijn vingernagels bezongen de gopî's de wederwaardigheden van hun Held, Hem vererend met de nectar van de schoonheid van hun glimlachen, blikken, kaken en haarlokken, goud glanzend in de gloed van hun oorhangers.

(23) Met Zijn bloemenslinger geplet en besmeurd met de kunkuma van hun borsten, ging Hij, als de aanvoerder der Gandharva's onder begeleiding van de gezwind volgende bijen, moe zijnde, met de bedoeling de vermoeidheid te verdrijven, het water in ongeveer zoals een mannetjesolifant dat doet met zijn wijfjes na de irrigatiedijken [of de normale gedragsregels] doorbroken te hebben. (24) In het water werd Hij van alle kanten nat gespetterd door de meisjes die Hem met liefde en lachen in de gaten hielden, mijn beste, en aanbeden vanuit de hemelse voertuigen met een regen van bloemen vermaakte Hij, die persoonlijk altijd van binnenuit behaagd is, zich ermee aldaar te spelen als de koning der olifanten [zie ook 8.3]. (25) Net als een olifant met zijn wijfjes druipend van de bronst kwam Hij toen, omringd door Zijn zwerm bijen en vrouwen, aan in een bosje nabij de Yamunâ dat overal volhing met de door de wind meegevoerde geur van de bloemen in het water en op het land. (26) Op deze manier bracht Hij, de Waarheid van alle Verlangen, met Zijn vele liefhebbende vriendinnetjes de nacht door die zo helder was door de stralen van de maan. Daarbij manifesteerde Hij in Zichzelf alle romantische gebaren in Zijn genieten van de herfstnachten die zo inspireren tot poëtische beschrijvingen van bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden [of rasa's].'

(27-28) S'rî Parîkchit zei: 'Om het dharma te vestigen en de opstandigen te onderwerpen, daalde Hij neder, de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum met Zijn volkomen deelaspect [Balarâma]. Hoe kon Hij, de oorspronkelijk woordvoerder, uitvoerder en beschermer van de morele gedragscodes, zich dermate in tegenspraak daarmee gedragen o brahmaan, met het betasten van andermans vrouwen? (29) Wat had Hij, zo in Zichzelf tevreden, in gedachten met deze welzeker verwerpelijke vertoning, o beste der gezworenen, alstublieft verlos ons van onze twijfel in dezen.'

(30) S'rî S'uka zei: 'Het breken met wat dharma is en de onnadenkendheid, zoals men die kan aantreffen bij spiritueel gezaghebbenden, betekent nog niet dat ze verkeerd bezig zijn. Het is met hen als met een allesverzengend vuur [dat hetzelfde blijft ongeacht wat het verteert]. (31) Iemand die de beheersing niet gegeven is [over zichzelf] moet er zeer zeker niet aan denken ooit zoiets als dit te doen; zo'n iemand, handelend uit dwaasheid, zou eraan kapot gaan, net zoals iemand anders dan Rudra ten gronde zou gaan met [het drinken van] het vergif van de oceaan [zie 8.7]. (32) Waar zijn de woorden van degenen die de zaak in de hand hebben [met de Heer en met zichzelf] en wat ze doen behoort door mensen die intelligent zijn [alleen maar] in een aantal gevallen als voorbeeld te worden genomen, namelijk in die gevallen waarin er sprake van is dat wat ze doen in overeenstemming is met wat ze zeiden [zie * en tevens B.G. b.v. 3: 6-7, 3: 42, 5: 7]. (33) Zo goed als er voor hen die egoloos handelen geen voordeel te behalen valt met wat ze in hun vroomheid doen zullen zij ook geen nadeel ondervinden als ze tegengesteld aan de verwachtingen handelen. (34) Hoe kunnen we nu in verband met de Heer die heerst over al de geschapen wezens, al de dieren, de menselijke wezens en de bewoners van de hemel, spreken over goed en kwaad? (35) De wijzen, wiens karmische gebondenheid met het dienen van het stof van de lotusvoeten allemaal is weggewassen, vinden met de macht van de yoga hun tevredenheid en handelen vrijelijk, zij raken, door Hem, nimmer verstrikt; in welke zin zou er ook sprake zijn van gebondenheid onder hen die naar Zijn wil lichamen van bovenzinnelijkheid hebben aangenomen? [zie vapu]. (36) Hij die binnenin de gopî's en hun echtgenoten, ja werkelijk binnenin alle belichaamde wezens, leeft als de Allerhoogste Getuige, heeft Zijn gedaante aangenomen om in deze wereld Zijn spel te spelen. (37) Met het aannemen van een menselijk lichaam om Zijn toegewijden Zijn genade te tonen, gaat Hij over tot avonturen waardoor men erover vernemend aan Hem verslingerd raakt [zie ook 1.7: 10]. (38) Hoewel de koeherders van Vraja allen begoocheld waren door de macht van Zijn mâyâ waren ze niet jaloers op Krishna; ze gingen er allen van uit dat hun vrouwen aan hun zijde stonden. (39) Ook al wilden ze het niet, toch gingen de gopî's, de liefjes van de Allerhoogste Heer, op Krishna's aanraden weer naar huis toen die [eindeloze] nacht van Brahmâ om was. (40) Een ieder die met geloof luistert naar of een beschrijving geeft van dit spel en vermaak van Heer Vishnu met de koeienmeisjes van Vraja, zal de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Allerhoogste Heer bereiken, hij zal snel tot zichzelf komend de ziekte van de lust in het hart weten te verdrijven.'

 

next                        

 
 

Tweede editie, geladen 25 juni 2008

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande tekst in het Nederlands beschikbaar):

The Râsa Dance

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'De gopî's, die alzo de allerbekoorlijkste woorden van de Allerhoogste Heer hoorden, gaven, met hun bereidwillige harten tevreden door [het aanraken van] Zijn ledematen, het op met het [gekoesterde] leed van hun in de steek gelaten zijn.

S'ukadeva Gosvâmî said: When the cowherd girls heard the Supreme Personality of Godhead speak these most charming words, they forgot their distress caused by separation from Him. Touching His transcendental limbs, they felt all their desires fulfilled. (Vedabase)

 

Tekst 2

En daar ging Govinda toen over tot een dans [een z.g. râsa, of een spel] waarin de trouwe juwelen van vrouwen voldaan zich arm in arm geslagen samenvoegden.

There on the Yamunâ's banks Lord Govinda then began the pastime of the râsa dance in the company of those jewels among women, the faithful gopîs, who joyfully linked their arms together. (Vedabase)

 

Tekst 3-4:

Het feestelijke vermaak nam zijn aanvang met de gopî's in een kring die werd opgesierd door, in hun midden, Krishna, de Beheerser van de Mystieke Eenheid, die de vrouwen, paarsgewijze aanwezig naast Hem, bij hun nekken vasthield. Op dat ogenblik dromden in de hemel honderden hemelse voertuigen samen van hemelbewoners en hun vrouwen wiens geesten in staat van vervoering verkeerden in de ijver van hun respect.

The festive râsa dance commenced, with the gopîs arrayed in a circle. Lord Krishna expanded Himself and entered between each pair of gopîs, and as that master of mystic power placed His arms around their necks, each girl thought He was standing next to her alone. The demigods and their wives were overwhelmed with eagerness to witness the râsa dance, and they soon crowded the sky with their hundreds of celestial airplanes. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Toen klonken er pauken en een regen van bloemen kwam naar beneden terwijl de belangrijkste zangers van de hemel met hun vrouwen Zijn onberispelijke heerlijkheid bezongen.

Kettledrums then resounded in the sky while flowers rained down and the chief Gandharvas and their wives sang Lord Krishna's spotless glories. (Vedabase)

 

Tekst 6:

In de kring van de dans was er een luid rumoer van de armbanden, de enkel- en de gordelbelletjes van de vrouwen die tezamen waren met hun Geliefde.

A tumultuous sound arose from the armlets, ankle bells and waist bells of the gopîs as they sported with their beloved Krishna in the circle of the râsa dance. (Vedabase)

 

Tekst 7:

De Opperheer, de zoon van Devakî, zag er daar met hen net zo schitterend prachtig uit als een uitgelezen [blauwe] saffier temidden van gouden sieraden.

In the midst of the dancing gopîs, Lord Krishna appeared most brilliant, like an exquisite sapphire in the midst of golden ornaments. (Vedabase)

 

Tekst 8:

De manier waarop ze hun voeten neerzetten, door hun handgebaren, hun glimlachen en speelse wenkbrauwen en hun wiegende heupen; door hun bewegende borsten, hun kleren, hun oorbellen langs hun halzen en hun transpirerende gezichten; met de vlechten van hun haar, hun gordels strak aangetrokken en hun zingen over Hem, straalden ze in de rol van Krishna's metgezellen als bliksemflitsen tussen de wolken.

As the gopîs sang in praise of Krishna, their feet danced, their hands gestured, and their eyebrows moved with playful smiles. With their braids and belts tied tight, their waists bending, their faces perspiring, the garments on their breasts moving this way and that, and their earrings swinging on their cheeks, Lord Krishna's young consorts shone like streaks of lightning in a mass of clouds. (Vedabase)

   

Tekst 9:

Hardop zongen zij, van wiens lied het hele universum doordrongen is, vanuit hun gekleurde kelen, blij dansend, genietend in hun toewijding tot de aanraking van Krishna.

Eager to enjoy conjugal love, their throats colored with various pigments, the gopîs sang loudly and danced. They were overjoyed by Krishna's touch, and they sang songs that filled the entire universe. (Vedabase)

 

Tekst 10:

Een gopî die samen met Krishna[- 's stem haar stem] hief in zuivere tonen van pure harmonie werd door Hem geprezen die verheugd uitriep: 'uitstekend, uitstekend!' en een andere die meedeed in een speciaal ritmisch patroon schonk Hij veel bijzondere aandacht.

One gopî, joining Lord Mukunda in His singing, sang pure melodious tones that rose harmoniously above His. Krishna was pleased and showed great appreciation for her performance, saying "Excellent! Excellent!" Then another gopî repeated the same melody, but in a special metrical pattern, and Krishna praised her also. (Vedabase)

 

Tekst 11:

Een bepaalde gopî [Râdhâ waarschijnlijk], stond er, met haar armbanden en bloemen losgegleden, vermoeid bij buiten de dans en greep met haar arm de schouder van de Meester van de Plechtigheid ['Hij die de knots vasthoudt'].

When one gopî grew tired from the râsa dance, She turned to Krishna, standing at Her side holding a baton, and grasped His shoulder with Her arm. The dancing had loosened Her bracelets and the flowers in Her hair. (Vedabase)

   

 Tekst 12

Ergens anders legde er een Krishna's arm, geurig als een blauwe lotus, over haar schouder en kuste die met haar haren overeind de geur van sandelhout opsnuivend.

Upon the shoulder of one gopî Krishna placed His arm, whose natural blue- lotus fragrance was mixed with that of the sandalwood pulp anointing it. As the gopî relished that fragrance, her bodily hair stood on end in jubilation, and she kissed His arm. (Vedabase)

   

Tekst 13

Weer een andere prachtig met de schittering van haar, door het dansen, slingerende oorhangers, vleide haar wang tegen de Zijne en kreeg de bethel toebedeeld waarop Hij had gekauwd.

Next to Krishna's cheek one gopî put her own, beautified by the effulgence of her earrings, which glittered as she danced. Krishna then carefully gave her the betel nut He was chewing. (Vedabase)

 

Tekst 14

Een van hen die met Krishna staande aan haar zijde aan het dansen en zingen was met tinkelende enkel- en gordelbelletjes, plaatste, zich moe voelend, Acyuta's zegenrijke lotushand op haar borsten.

Another gopî became fatigued as she danced and sang, the bells on her ankles and waist tinkling. So she placed upon her breasts the comforting lotus hand of Lord Acyuta, who was standing by her side. (Vedabase)

 

Tekst 15

De gopî's die met Zijn armen om hun nekken de Onfeilbare Heer, de Exclusieve Minnaar van de Godin van het Geluk, hadden bereikt als hun minnaar, waren erover verrukt Hem te bezingen.

Having attained as their intimate lover Lord Acyuta, the exclusive consort of the goddess of fortune, the gopîs enjoyed great pleasure. They sang His glories as He held their necks with His arms. (Vedabase)

 

Tekst 16

Met de lotusbloemen achter hun oren, hun haarlokken die hun kaken opsierden, de schoonheid van hun bezwete gezichten en het ritme van de harmonieuze geluiden van hun armbanden en belletjes, dansten de gopî's, met de bloemen in hun haar gevlochten eruit gevallen, op het gezoem van de bijen samen met de Allerhoogste Heer rond in het perk van de dans.

Enhancing the beauty of the gopîs' faces were the lotus flowers behind their ears, the locks of hair decorating their cheeks, and drops of perspiration. The reverberation of their armlets and ankle bells made a loud musical sound, and their chaplets scattered. Thus the gopîs danced with the Supreme Lord in the arena of the râsa dance as swarms of bees sang in accompaniment. (Vedabase)

 

Tekst 17

Hij, de Meester van de Godin van het Geluk, genoot aldus met omhelzingen, aanrakingen van Zijn hand, liefdevolle blikken en brede speelse glimlachen van de jongedames van Vraja net als een jongetje dat speelt met zijn eigen spiegelbeeld.

In this way Lord Krishna, the original Lord Nârâyana, master of the goddess of fortune, took pleasure in the company of the young women of Vraja by embracing them, caressing them and glancing lovingly at them as He smiled His broad, playful smiles. It was just as if a child were playing with his own reflection. (Vedabase)

 

Tekst 18

Van het lichamelijk contact met Hem overweldigd in hun zinnen was het voor de dames van Vraja niet gemakkelijk of zelfs maar mogelijk om hun haar, hun kleding en de omslagen over hun borsten keurig in orde te houden zodat hun bloemenkransen en opsier in wanorde verkeerde, o beste van de Kuru's.

Their senses overwhelmed by the joy of having His physical association, the gopîs could not prevent their hair, their dresses and the cloths covering their breasts from becoming disheveled. Their garlands and ornaments scattered, O hero of the Kuru dynasty. (Vedabase)

 

Tekst 19

Met de aanblik van de spelende Krishna raakten de godinnen, rondhangend in de hemel, rusteloos van liefdesverlangens in een trance en vielen de maan en zijn volgelingen [de sterren] in verbazing.

The wives of the demigods, observing Krishna's playful activities from their airplanes, were entranced and became agitated with lust. Indeed, even the moon and his entourage, the stars, became astonished. (Vedabase)

 

Tekst 20

Zichzelf expanderend in evenzovele [gedaanten] als er koeherdersvrouwen aanwezig waren genoot Hij, hoewel Hij de in zichzelf voldane Opperheer was, ervan met Zijn Zelven met hen te spelen.

Expanding Himself as many times as there were cowherd women to associate with, the Supreme Lord, though self-satisfied, playfully enjoyed their company. (Vedabase)

 

Tekst 21

Van hen, vermoeid van het plezier van de romantiek, wiste Hij met Zijn hoogst rustgevende hand in liefdevol medeleven de gelaten, mijn beste.

Seeing that the gopîs were fatigued from conjugal enjoyment, my dear King, merciful Krishna lovingly wiped their faces with His comforting hand. (Vedabase)

 

Tekst 22

Zeer blij met de aanraking van Zijn vingernagels bezongen de gopî's de wederwaardigheden van hun Held, Hem vererend met de nectar van de schoonheid van hun glimlachen, blikken, kaken en haarlokken, goud glanzend in de gloed van hun oorhangers.

The gopîs honored their hero with smiling glances sweetened by the beauty of their cheeks and the effulgence of their curly locks and glittering golden earrings. Overjoyed from the touch of His fingernails, they chanted the glories of His all-auspicious transcendental pastimes. (Vedabase)

 

Tekst 23

Met Zijn bloemenslinger geplet en besmeurd met de kunkuma van hun borsten, ging Hij, als de aanvoerder der Gandharva's onder begeleiding van de gezwind volgende bijen, moe zijnde, met de bedoeling de vermoeidheid te verdrijven, het water in ongeveer zoals een mannetjesolifant dat doet met zijn wijfjes na de irrigatiedijken [of de normale gedragsregels] doorbroken te hebben.

Lord Krishna's garland had been crushed during His conjugal dalliance with the gopîs and colored vermilion by the kunkuma powder on their breasts. To dispel the fatigue of the gopîs, Krishna entered the water of the Yamunâ, followed swiftly by bees who were singing like the best of the Gandharvas. He appeared like a lordly elephant entering the water to relax in the company of his consorts. Indeed, the Lord had transgressed all worldly and Vedic morality just as a powerful elephant might break the dikes in a paddy field. (Vedabase)

 

Tekst 24

In het water werd Hij van alle kanten nat gespetterd door de meisjes die Hem met liefde en lachen in de gaten hielden, mijn beste, en aanbeden vanuit de hemelse voertuigen met een regen van bloemen vermaakte Hij, die persoonlijk altijd van binnenuit behaagd is, zich ermee aldaar te spelen als de koning der olifanten [zie ook 8.3].

My dear King, in the water Krishna found Himself being splashed on all sides by the laughing gopîs, who looked at Him with love. As the demigods worshiped Him by showering flowers from their airplanes, the self-satisfied Lord took pleasure in playing like the king of the elephants. (Vedabase)

 

Tekst 25

Net als een olifant met zijn wijfjes druipend van de bronst kwam Hij toen, omringd door Zijn zwerm bijen en vrouwen, aan in een bosje nabij de Yamunâ dat overal volhing met de door de wind meegevoerde geur van de bloemen in het water en op het land.

Then the Lord strolled through a small forest on the bank of the Yamunâ. This forest was filled to its limits with breezes carrying the fragrances of all the flowers growing on the land and in the water. Followed by His entourage of bees and beautiful women, Lord Krishna appeared like an intoxicated elephant with his she-elephants. (Vedabase)

 

Tekst 26

Op deze manier bracht Hij, de Waarheid van alle Verlangen, met Zijn vele liefhebbende vriendinnetjes de nacht door die zo helder was door de stralen van de maan. Daarbij manifesteerde Hij in Zichzelf alle romantische gebaren in Zijn genieten van de herfstnachten die zo inspireren tot poëtische beschrijvingen van bovenzinnelijke gemoedsgesteldheden [of rasa's].'

Although the gopîs were firmly attached to Lord Krishna, whose desires are always fulfilled, the Lord was not internally affected by any mundane sex desire. Still, to perform His pastimes the Lord took advantage of all those moonlit autumn nights, which inspire poetic descriptions of transcendental affairs. (Vedabase)

 

Tekst 27-28

S'rî Parîkchit zei: 'Om het dharma te vestigen en de opstandigen te onderwerpen, daalde Hij neder, de Allerhoogste Heer, de Beheerser van het Universum met Zijn volkomen deelaspect [Balarâma]. Hoe kon Hij, de oorspronkelijk woordvoerder, uitvoerder en beschermer van de morele gedragscodes, zich dermate in tegenspraak daarmee gedragen o brahmaan, met het betasten van andermans vrouwen?

Parîkshit Mahârâja said: O brâhmana, the Supreme Personality of Godhead, the Lord of the universe, has descended to this earth along with His plenary portion to destroy irreligion and reestablish religious principles. Indeed, He is the original speaker, follower and guardian of moral laws. How, then, could He have violated them by touching other men's wives? (Vedabase)

 

Tekst 29

Wat had Hij, zo in Zichzelf tevreden, in gedachten met deze welzeker verwerpelijke vertoning, o beste der gezworenen, alstublieft verlos ons van onze twijfel in dezen.'

O faithful upholder of vows, please destroy our doubt by explaining to us what purpose the self-satisfied Lord of the Yadus had in mind when He behaved so contemptibly. (Vedabase)

 

Tekst 30

S'rî S'uka zei: 'Het breken met wat dharma is en de onnadenkendheid, zoals men die kan aantreffen bij spiritueel gezaghebbenden, betekent nog niet dat ze verkeerd bezig zijn. Het is met hen als met een allesverzengend vuur [dat hetzelfde blijft ongeacht wat het verteert].

S'ukadeva Gosvâmî said: The status of powerful controllers is not harmed by any apparently audacious transgression of morality we may see in them, for they are just like fire, which devours everything fed into it and remains unpolluted. (Vedabase)

 

Tekst 31

Iemand die de beheersing niet gegeven is [over zichzelf] moet er zeer zeker niet aan denken ooit zoiets als dit te doen; zo'n iemand, handelend uit dwaasheid, zou eraan kapot gaan, net zoals iemand anders dan Rudra ten gronde zou gaan met [het drinken van] het vergif van de oceaan [zie 8.7].

One who is not a great controller should never imitate the behavior of ruling personalities, even mentally. If out of foolishness an ordinary person does imitate such behavior, he will simply destroy himself, just as a person who is not Rudra would destroy himself if he tried to drink an ocean of poison. (Vedabase)

 

Tekst 32

Waar zijn de woorden van degenen die de zaak in de hand hebben [met de Heer en met zichzelf] en wat ze doen behoort door mensen die intelligent zijn [alleen maar] in een aantal gevallen als voorbeeld te worden genomen, namelijk in die gevallen waarin er sprake van is dat wat ze doen in overeenstemming is met wat ze zeiden [zie * en tevens B.G. b.v. 3: 6-7, 3: 42, 5: 7].

The statements of the Lord's empowered servants are always true, and the acts they perform are exemplary when consistent with those statements. Therefore one who is intelligent should carry out their instructions. (Vedabase)

 

Tekst 33

Zo goed als er voor hen die egoloos handelen geen voordeel te behalen valt met wat ze in hun vroomheid doen zullen zij ook geen nadeel ondervinden als ze tegengesteld aan de verwachtingen handelen.

My dear Prabhu, when these great persons who are free from false ego act piously in this world, they have no selfish motives to fulfill, and even when they act in apparent contradiction to the laws of piety, they are not subject to sinful reactions. (Vedabase)

 

Tekst 34

Hoe kunnen we nu in verband met de Heer die heerst over al de geschapen wezens, al de dieren, de menselijke wezens en de bewoners van de hemel, spreken over goed en kwaad?

How, then, could the Lord of all created beings - animals, men and demigods - have any connection with the piety and impiety that affect His subject creatures? (Vedabase)

 

Tekst 35

De wijzen, wiens karmische gebondenheid met het dienen van het stof van de lotusvoeten allemaal is weggewassen, vinden met de macht van de yoga hun tevredenheid en handelen vrijelijk, zij raken, door Hem, nimmer verstrikt; in welke zin zou er ook sprake zijn van gebondenheid onder hen die naar Zijn wil lichamen van bovenzinnelijkheid hebben aangenomen? [zie vapu].

Material activities never entangle the devotees of the Supreme Lord, who are fully satisfied by serving the dust of His lotus feet. Nor do material activities entangle those intelligent sages who have freed themselves from the bondage of all fruitive reactions by the power of yoga. So how could there be any question of bondage for the Lord Himself, who assumes His transcendental forms according to His own sweet will? (Vedabase)

 

Tekst 36

Hij die binnenin de gopî's en hun echtgenoten, ja werkelijk binnenin alle belichaamde wezens, leeft als de Allerhoogste Getuige, heeft Zijn gedaante aangenomen om in deze wereld Zijn spel te spelen.

He who lives as the overseeing witness within the gopîs and their husbands, and indeed within all embodied living beings, assumes forms in this world to enjoy transcendental pastimes. (Vedabase)

 

Tekst 37

Met het aannemen van een menselijk lichaam om Zijn toegewijden Zijn genade te tonen, gaat Hij over tot avonturen waardoor men erover vernemend aan Hem verslingerd raakt [zie ook 1.7: 10].

When the Lord assumes a humanlike body to show mercy to His devotees, He engages in such pastimes as will attract those who hear about them to become dedicated to Him. (Vedabase)

 

Tekst 38

Hoewel de koeherders van Vraja allen begoocheld waren door de macht van Zijn mâyâ waren ze niet jaloers op Krishna; ze gingen er allen van uit dat hun vrouwen aan hun zijde stonden.

The cowherd men, bewildered by Krishna's illusory potency, thought their wives had remained home at their sides. Thus they did not harbor any jealous feelings against Him. (Vedabase)

 

Tekst 39

Ook al wilden ze het niet, toch gingen de gopî's, de liefjes van de Allerhoogste Heer, op Krishna's aanraden weer naar huis toen die [eindeloze] nacht van Brahmâ om was.

After an entire night of Brahmâ had passed, Lord Krishna advised the gopîs to return to their homes. Although they did not wish to do so, the Lord's beloved consorts complied with His command. (Vedabase)

 

Text 40

Een ieder die met geloof luistert naar of een beschrijving geeft van dit spel en vermaak van Heer Vishnu met de koeienmeisjes van Vraja, zal de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Allerhoogste Heer bereiken, hij zal snel tot zichzelf komend de ziekte van de lust in het hart weten te verdrijven.'

Anyone who faithfully hears or describes the Lord's playful affairs with the young gopîs of Vrindâvana will attain the Lord's pure devotional service. Thus he will quickly become sober and conquer lust, the disease of the heart. (Vedabase)

 

 * S'rî Hayes'var Das, de vertaler van de eerste Canto's en het Krishnaboek in het Nederlands schreef in zijn latere dichterlijke © versie 'Het Spel van Krishna' van het tiende Canto er dit vers van:

Wat groten leren is volmaakt;
Niet steeds voorbeeldig is hun doen:
Een schrander mens volge hen slechts
In daden met de leer verzoend.

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Het eerste schilderij op deze pagina is van
Râmadâsa Abhirâma dâsa & Dhriti devî dâsî;
het tweede schilderij is van
Muralîdhara dâsa en het derde van Parîkshit dâsa (Doug Ball).
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties