S'rî
S'uka zei: 'Gestuurd door Kamsa [in 10.36:
20] was er
toen Kes'î, een gigantisch paard dat, met zijn hoeven de
aarde openrijtend en met de snelheid van de geest de wolken en
de hemelwagens van de goden uiteendrijvend, met zijn manen en
gehinnik allen grote schrik aanjoeg. De Allerhoogste Heer trad,
op het geluid van zijn gehinnik en de onrust van de wolken
teweeggebracht door zijn staart dat Zijn koeherdersdorp in
schrik verzette, daarop naar voren om te vechten en daagde
Kes'î uit die naar Hem op zoek brulde als een leeuw.
S'ukadeva
Gosvâmî said: The demon Kes'î, sent by
Kamsa, appeared in Vraja as a great horse. Running with the
speed of the mind, he tore up the earth with his hooves. The
hairs of his mane scattered the clouds and the demigods'
airplanes throughout the sky, and he terrified everyone
present with his loud neighing.
When the
Supreme Personality of Godhead saw how the demon was
frightening His village of Gokula by neighing terribly and
shaking the clouds with his tail, the Lord came forward to
meet him. Kes'î was searching for Krishna to fight, so
when the Lord stood before him and challenged him to
approach, the horse responded by roaring like a lion.
(Vedabase)
Text
3
Toen hij,
moeilijk te overwinnen en te benaderen en agressief met zijn
mond open de lucht indrinkend, Hem voor zich zag, rende hij in
volle vaart er op af om de Lotusogige Heer met zijn benen aan
te vallen.
Seeing
the Lord standing before him, Kes'î ran toward Him in
extreme rage, his mouth gaping as if to swallow up the sky.
Rushing with furious speed, the unconquerable and
unapproachable horse demon tried to strike the lotus-eyed
Lord with his two front legs. (Vedabase)
Text
4
Dat ontwijkend
greep de Heer van het Voorbije, erop bedacht, hem met Zijn
armen bij de benen om hem daarop onverschillig rondslingerend
op een afstand van honderd booglengten van Zich af te werpen,
erbij staand als was Hij de zoon van Târkshya
[Garuda] die een slang van zich afwerpt.
But
the transcendental Lord dodged Kes'î's blow and then
with His arms angrily seized the demon by the legs, whirled
him around in the air and contemptuously threw him the
distance of one hundred bow-lengths, just as Garuda might
throw a snake. Lord Krishna then stood there.
(Vedabase)
Text
5
Hij weer bij
bewustzijn komend hief zich op in bittere woede en rende,
[zijn mond] wijd open, in volle vaart op de Heer af die
op Zijn beurt met een glimlach Zijn linker arm in zijn mond
stak als was het een slang in een hol.
Upon
regaining consciousness Kes'î angrily got up, opened
his mouth wide and again rushed to attack Lord Krishna. But
the Lord just smiled and thrust His left arm into the
horse's mouth as easily as one would make a snake enter a
hole in the ground. (Vedabase)
Text
6
Met het in
aanraking komen van Kes'î's tanden met de Heer Zijn arm
vlogen die eruit alsof ze waren geraakt door een roodgloeiende
staaf en zwol de arm van de Allerhoogste Ziel die zijn lichaam
was binnen gedrongen op als een verwaarloosde [van
waterzucht] zieke buik.
Kes'î's
teeth immediately fell out when they touched the Supreme
Lord's arm, which to the demon felt as hot as molten iron.
Within Kes'î's body the Supreme Personality's arm then
expanded greatly, like a diseased stomach swelling because
of neglect. (Vedabase)
Text
7
Met Krishna's
arm aldus uitzettend werd zijn adem tot staan gebracht en viel
hij, met zijn benen trappelend, zwetend over heel zijn lijf,
met zijn ogen rollend en zijn ontlasting de vrije loop latend,
ontzield neer op de grond.
As
Lord Krishna's expanding arm completely blocked
Kes'î's breathing, his legs kicked convulsively, his
body became covered with sweat, and his eyes rolled around.
The demon then passed stool and fell on the ground, dead.
(Vedabase)
Text
8
Hij met de
Machtige Armen die Zijn arm terugtrok uit het dode lijf dat
eruit zag als een komkommer [karkathikâ],
werd, er bescheiden over Zijn vijand moeiteloos gedood te
hebben, vanboven door de goden vereerd met een regen van
bloemen.
The
mighty-armed Krishna withdrew His arm from Kes'î's
body, which now appeared like a long karkathikâ
fruit. Without the least display of pride at having so
effortlessly killed His enemy, the Lord accepted the
demigods' worship in the form of flowers rained down from
above. (Vedabase)
Text
9
De
devarishi [Nârada], de hoogst verheven
toegewijde van de Heer, o Koning, zei privé tot Krishna
die zo moeiteloos was in Zijn handelingen dit:
My
dear King, thereafter Lord Krishna was approached in a
solitary place by the great sage among the demigods,
Nârada Muni. That most exalted devotee spoke as
follows to the Lord, who effortlessly performs His pastimes.
(Vedabase)
Text
10-11
'Krishna,
o Krishna, o Vâsudeva, onmetelijke Ziel, o Heer der Yoga,
o Beheerser van het Universum, o toevlucht van allen, o, U
meester en allerbeste van de Yadu's; U alleen bent de Ziel van
alle levende wezens die als het vuur schuilgaand in brandhout
Zich in het hart ophoudt als de Getuige, de Beheerser, de
Allerhoogste Persoonlijkheid.
[Nârada
Muni said:] O Krishna, Krishna, unlimited Lord, source
of all mystic power, Lord of the universe! O Vâsudeva,
shelter of all beings and best of the Yadus! O master, You
are the Supreme Soul of all created beings, sitting unseen
within the cave of the heart like the fire dormant within
kindling wood. You are the witness within everyone, the
Supreme Personality and the ultimate controlling Deity.
(Vedabase)
Text
12
Als de
vluchthaven der intelligentie van de Geestelijke Ziel bracht U
allereerst, middels Uw energie, de geaardheden der natuur voort
en door hen [toen] deze waarheid [van het
Universum], met de drijvende kracht waarvan U schept,
vernietigt en handhaaft als de Beheerser.
You
are the shelter of all souls, and being the supreme
controller, You fulfill Your desires simply by Your will. By
Your personal creative potency You manifested in the
beginning the primal modes of material nature, and through
their agency You create, maintain and then destroy this
universe. (Vedabase)
Text
13
U, deze ene
[schepper] Zelve bent er voor de vernietiging van de
demonen [Daitya's], wildemannen
[Râkshasa's] en kwelgeesten [Pramatha's]
die zich opwerpen als leiders en ook bent U nedergedaald voor
de bescherming van de geheiligden.
You,
that very same creator, have now descended on the earth to
annihilate the Daitya, Pramatha and Râkshasa demons
who are posing as kings, and also to protect the godly.
(Vedabase)
Text
14
Tot ons geluk
hebt U voor de sport deze demon ter dood gebracht die de
gedaante van een paard had aangenomen en die met zijn gehinnik
de goden die zo waakzaam zijn verschrikt de hemel
uitjaagde.
The
horse demon was so terrifying that his neighing frightened
the demigods into leaving their heavenly kingdom. But by our
good fortune You have enjoyed the sport of killing him.
(Vedabase)
Text
15-20
Overmorgen zal
ik er getuige van zijn dat Cânûra, Mushthika en
andere worstelaars alsook de olifant
[Kuvalayâpîda] en Kamsa door U worden
gedood, o Almachtige. Daarna zullen dan volgen [de
demonen] S'ankha, [Kâla-]yavana en Mura zowel
als Naraka en zal U de pârijâta-bloem wegkapen en
Indra verslaan. In Dvârakâ zal men U, o Meester van
het Universum, kennen om Uw trouwen met de dochters der
heldhaftigen [de koningen] met het geschenk van Uw
heldenmoed, het bevrijden van Koning Nriga van zijn
vervloeking, het bemachtigen van het juweel genaamd Syamantaka
tezamen met een echtgenote en het naar boven halen van de
overleden zoon van een brahmaan [Sândîpani
Muni] uit Uw verblijf [van de Dood]. Vervolgens zal
U Paundraka doden, de stad Kâs'î [Benares]
platbranden en toezien op de teloorgang van Dantavakra en de
koning van Cedi [S'is'upâla] tijdens de grote
offerplechtigheid [zie ook: 3.2:
19,
7.1:
14-15].
Over deze en andere grote wapenfeiten die ik van U tegemoet zal
zien tijdens Uw verblijf in Dvârakâ zullen de
dichters van deze aarde zingen.
In
just two days, O almighty Lord, I will see the deaths of
Cânûra, Mushthika and other wrestlers, along
with those of the elephant Kuvalayâpîda and King
Kamsa - all by Your hand. Then I will see You kill
Kâlayavana, Mura, Naraka and the conch demon, and I
will also see You steal the pârijâta flower and
defeat Indra. I will then see You marry many daughters of
heroic kings after paying for them with Your valor. Then, O
Lord of the universe, in Dvârakâ You will
deliver King Nriga from a curse and take for Yourself the
Syamantaka jewel, together with another wife. You will bring
back a brâhmana's dead son from the abode of Your
servant Yamarâja, and thereafter You will kill
Paundraka, burn down the city of Kâs'î and
annihilate Dantavakra and the King of Cedi during the great
Râjasûya sacrifice. I shall see all these heroic
pastimes, along with many others You will perform during
Your residence in Dvârakâ. These pastimes are
glorified on this earth in the songs of transcendental
poets. (Vedabase)
Text
21
Dan zal ik U
zien als de wagenmenner van Arjuna, met wie U de gedaante van
de Tijd aanneemt met de bedoeling effectief de vernietiging af
te roepen over het geheel van de strijdkrachten van deze
wereld.
Subsequently
I will see You appear as time personified, serving as
Arjuna's chariot driver and destroying entire armies of
soldiers to rid the earth of her burden. (Vedabase)
Text
22
Laat mij
naderen tot deze Opperheer die vol is van het zuiverste
spirituele gewaar zijn, die in Zijn oorspronkelijke identiteit
volkomen vervuld is, wiens wil in geen van Zijn ondernemingen
is tegen te gaan en die bij de macht van Zijn vermogen immer
verheven is boven de gang van zaken met de geaardheden van de
illusoire, materiële energie.
Let
us approach You, the Supreme Personality of Godhead, for
shelter. You are full of perfectly pure spiritual awareness
and are always situated in Your original identity. Since
Your will is never thwarted, You have already achieved all
possible desirable things, and by the power of Your
spiritual energy You remain eternally aloof from the flow of
the qualities of illusion. (Vedabase)
Text
23
Voor U, de op
Zichzelf staande Beheerser, die door het scheppend vermogen van
Uw eigen Zelf heeft voorzien in een onbeperkt aantal specifieke
omstandigheden zodat U kon optreden en nu de [last van
de] in zichzelf verdeelde mensheid [die in strijd
verkeert] op Zich hebt genomen, buig ik mij diep neer voor
de Grootste der Yadu's, Vrishni's en
Sâtvata's.'
I
bow down to You, the supreme controller, who are dependent
only on Yourself. By Your potency You have constructed the
unlimited particular arrangements of this universe. Now you
have appeared as the greatest hero among the Yadus, Vrishnis
and Sâtvatas and have chosen to participate in human
warfare. (Vedabase)
Text
24
S'rî
S'uka zei: 'De meest voortreffelijke wijze onder de toegewijden
die aldus respectvol van eerbetoon was voor Krishna, de
leidende Yadu, kreeg toestemming te vertrekken en ging heen
erover opgetogen zijnde dat hij Hem had gezien.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus addressed Lord
Krishna, the chief of the Yadu dynasty, Nârada bowed
down and offered Him obeisances. Then that great sage and
most eminent devotee took his leave from the Lord and went
away, feeling great joy at having directly seen Him.
(Vedabase)
Text
25
En Govinda, de
Opperheer die Kes'î in de strijd had gedood, hoedde de
dieren samen met de koeherdersjongens die zo blij waren met het
geluk dat Hij in Vraja bracht.
After
killing the demon Kes'î in battle, the Supreme
Personality of Godhead continued to tend the cows and other
animals in the company of His joyful cowherd boyfriends.
Thus He brought happiness to all the residents of
Vrindâvana. (Vedabase)
Text
26
Op een dag,
toen de gopa's de dieren aan het weiden waren, gingen ze
op de helling van de heuvel over tot verstoppertje spelen met
politie en boefje.
One
day the cowherd boys, while grazing their animals on the
mountain slopes, played the game of stealing and hiding,
acting out the roles of rival thieves and herders.
(Vedabase)
Text
27
Sommigen van
hen waren daarin de dieven, sommigen waren de herders, terwijl
anderen van hen, o Koning, zich daarbij voordeden als de
nietsvermoedende schapen.
In
that game, O King, some acted as thieves, others as
shepherds and others as sheep. They played their game
happily, without fear of danger. (Vedabase)
Text
28
Een zoon van de
demon Maya genaamd Vyoma ['het zwerk'], een machtige
magiër, die zich voordeed in de vermomming van een
gopa, speelde voor een van de vele dieven en nam allen
die voor schaap speelden mee.
A
powerful magician named Vyoma, son of the demon Maya, then
appeared on the scene in the guise of a cowherd boy.
Pretending to join the game as a thief, he proceeded to
steal most of the cowherd boys who were acting as sheep.
(Vedabase)
Text
29
De een na de
ander werd door de grote demon in een berggrot gegooid waarvan
hij de ingang met een grote kei blokkeerde zodat er nog maar
vier of vijf overbleven.
Gradually
the great demon abducted more and more of the cowherd boys
and cast them into a mountain cave, which he sealed shut
with a boulder. Finally only four or five boys acting as
sheep remained in the game. (Vedabase)
Text
30
Ontdekkend waar
hij mee bezig was nam Krishna, de aanvoerder der gopa's
en beschermer van hen die zuivering zoeken, hem zonder pardon
te pakken precies zoals een leeuw een wolf
grijpt.
Lord
Krishna, who shelters all saintly devotees, understood
perfectly well what Vyomâsura was doing. Just as a
lion grabs a wolf, Krishna forcefully seized the demon as he
was taking away more cowherd boys. (Vedabase)
Text
31
De demon die
zijn oorspronkelijke gedaante weer aannam die zo groot was als
een berg, probeerde zich uit alle macht te bevrijden, maar
stevig omkneld verspilde hij zijn krachten, het lukte hem niet.
The
demon changed into his original form, as big and powerful as
a great mountain. But try as he might to free himself, he
could not do so, having lost his strength from being held in
the Lord's tight grip. (Vedabase)
Text
32
Hem met Zijn
armen bedwingend drukte Acyuta hem tegen de grond en terwijl de
goden in de hemel toekeken doodde Hij hem als was ie een
offerdier [wurgde hem dus].
Lord
Acyuta clutched Vyomâsura between His arms and threw
him to the ground. Then, while the demigods in heaven looked
on, Krishna killed him in the same way that one kills a
sacrificial animal. (Vedabase)
Text
33
Met het
doorbreken van de geblokkeerde ingang van de grot bevrijdde Hij
de gopa's uit hun benarde positie en keerde Hij, onder
de lofzang van de goden en gopa's terug naar Zijn
koeherdersdorp.'
Krishna
then smashed the boulder blocking the cave's entrance and
led the trapped cowherd boys to safety. Thereafter, as the
demigods and cowherd boys sang His glories, He returned to
His cowherd village, Gokula. (Vedabase)