S'rî
S'uka zei: 'Toen hij [Kâlayavana] Hem naar
buiten zag komen [zie 50:
57] als de
rijzende maan, zeer mooi om te zien, met een donkere
huidskleur, een geel zijden gewaad, de S'rîvatsa op Zijn
borst, het schitterende Kaustubha-juweel dat Zijn hals sierde,
Zijn machtige, vier lange armen en ogen zo roze als pas
gegroeide lotussen; Zijn altijd stralende, schone, vreugdevolle
glimlach bij Zijn fraaie kaaklijn, Zijn lotusgelijke gezicht en
de aanblik van Zijn haaienvormige oorhangers, dacht hij: 'Deze
persoon moet werkelijk Vâsudeva met de S'rîvatsa
zijn, met de vier armen, de lotusogen, compleet met de
woudbloemen en met de grote schoonheid. Gezien de kentekenen
waar Nârada het over had kan Hij, die zich daar te voet
zonder wapens begeeft, niemand anders zijn; ik zal Hem zonder
wapens bestrijden!' De Yavana aldus overtuigd, wilde in een
achtervolging Hem grijpen die Zijn gezicht had afgewend en
vluchtte, Hij, die zelfs voor de mystieke yogi's onbereikbaar
is.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Kâlayavana saw the Lord come
out from Mathurâ like the rising moon. The Lord was
most beautiful to behold, with His dark-blue complexion and
yellow silk garment. Upon His chest He bore the mark of
S'rîvatsa, and the Kaustubha gem adorned His neck. His
four arms were sturdy and long. He displayed His ever-joyful
lotuslike face, with eyes pink like lotuses, beautifully
effulgent cheeks, a pristine smile and glittering
shark-shaped earrings. The barbarian thought, "This person
must indeed be Vâsudeva, since He possesses the
characteristics Nârada mentioned: He is marked with
S'rîvatsa, He has four arms, His eyes are like
lotuses, He wears a garland of forest flowers, and He is
extremely handsome. He cannot be anyone else. Since He goes
on foot and unarmed, I will fight Him without weapons."
Resolving thus, he ran after the Lord, who turned His back
and ran away. Kâlayavana hoped to catch Lord Krishna,
though great mystic yogîs cannot attain Him.
(Vedabase)
Text
7
Met iedere stap
die Hij deed leek het alsof Hij te grijpen was en nadat Hij op
die manier een grote afstand had afgelegd plaatste Hij de heer
van de Yavana's voor een berggrot.
Appearing
virtually within reach of Kâlayavana's hands at every
moment, Lord Hari led the King of the Yavanas far away to a
mountain cave. (Vedabase)
Text
8
Hem in zijn
achtervolging beledigend met opmerkingen als 'Vluchten is voor
Jou als een lid van de Yadu-dynastie onbehoorlijk!', slaagde
hij, aan wiens ondeugd [nog] geen einde was gekomen, er
niet in Hem te pakken te krijgen.
While
chasing the Lord, the Yavana cast insults at Him, saying
"You took birth in the Yadu dynasty. It's not proper for You
to run away!" But still Kâlayavana could not reach
Lord Krishna, because his sinful reactions had not been
cleansed away. (Vedabase)
Text
9
Ondanks dat Hij
aldus was uitgescholden, ging de Allerhoogste Heer de berggrot
binnen, maar toen de Yavana Hem volgde zag hij daar een andere
man liggen.
Although
insulted in this way, the Supreme Lord entered the mountain
cave. Kâlayavana also entered, and there he saw
another man lying asleep. (Vedabase)
Tex
10
'En nu, nou Hij
me over zo'n grote afstand heeft meegevoerd, ligt Hij hier als
een heilige!' en aldus in de waan dat het Acyuta betrof, gaf
hij hem uit alle macht een schop.
"So,
after leading me such a long distance, now He is lying here
like some saint!" Thus thinking the sleeping man to be Lord
Krishna, the deluded fool kicked him with all his strength.
(Vedabase)
Text
11
De man,
ontwakend na een lange periode van slaap, opende langzaam zijn
ogen en zag, in alle richtingen om zich heen kijkend, hem naast
zich staan.
The
man awoke after a long sleep and slowly opened his eyes.
Looking all about, he saw Kâlayavana standing beside
him. (Vedabase)
Text
12
O afstammeling
van Bharata, hij zoals hij daar stond, werd door de blik, die
de kwaad geworden man op hem wierp, in een oogwenk tot as
verbrand door een vuur dat ontstond vanuit zijn eigen lichaam
[*].'
The
awakened man was angry and cast his glance at
Kâlayavana, whose body burst into flames. In a single
moment, O King Parîkshit, Kâlayavana was burnt
to ashes. (Vedabase)
Text
13
De edele koning
[Parîkchit] zei: 'Wie precies was die persoon, o
brahmaan. Van welke familie was hij en waar was hij allemaal
toe in staat? Waarom was hij een grot ingegaan om te slapen en
uit wiens zaad werd hij geboren, die vernietiger van de
Yavana?'
King
Parîkshit said: Who was that person, O
brâhmana? To which family did he belong, and what
were his powers? Why did that destroyer of the barbarian lie
down to sleep in the cave, and whose son was he?
(Vedabase)
Text
14
S'rî
S'uka zei: 'Hij staat bekend als Mucukunda. Hij werd geboren in
de Ikshvâku dynastie als de zoon van
Mândhâtâ [zie 9.6:
38 en
9.7].
Hij was een grote persoonlijkheid die het brahmaanse was
toegewijd en iemand die zich in de strijd trouw hield aan zijn
gelofte.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Mucukunda was the name of this
great personality, who was born in the Ikshvâku
dynasty as the son of Mândhâtâ. He was
devoted to brahminical culture and always true to his vow in
battle. (Vedabase)
Text
15
Hij, op verzoek
van de goddelijken met Indra aan het hoofd die doodsbang voor
de Asura's waren, was voor een lange tijd van dienst terwille
van het verzekeren van hun bescherming.
Begged
by Indra and the other demigods to help protect them when
they were terrorized by the demons, Mucukunda defended them
for a long time. (Vedabase)
Text
16
Zij, nadat ze
Guha ['van de grot'; Skanda of Kârttikeya] voor
zich wonnen als hun beschermer van de hemel zeiden tot
Mucukunda: 'O Koning, alstublieft zie af van de moeite die het
uw goede zelf kost om ons te beschermen.
When
the demigods obtained Kârttikeya as their general,
they told Mucukunda, "O King, you may now give up your
troublesome duty of guarding us. (Vedabase)
Text
17
U met het
verwaarlozen van uw persoonlijke verlangens hebt, met het
achter u laten van een koninkrijk in de wereld der mensen, om
ons te beschermen die [asura-]doorns uit de weg
geruimd, o held.
"Abandoning
an unopposed kingdom in the world of men, O valiant one, you
neglected all your personal desires while engaged in
protecting us. (Vedabase)
.
Text
18
Uw kinderen, uw
koninginnen en andere verwanten, ministers, adviseurs en
onderdanen zijn nu niet meer in leven, ze behoren niet meer tot
deze tijd; de tijd heeft ze van u gescheiden.
"The
children, queens, relatives, ministers, advisers and
subjects who were your contemporaries are no longer alive.
They have all been swept away by time. (Vedabase)
Text
19
De Tijd,
machtiger dan de machtigste, is de Allerhoogste Onuitputtelijke
Heer van Beheersing die, een spel spelend van herder en kudde,
de sterfelijke wezens in beweging zet.
"Inexhaustible
time, stronger than the strong, is the Supreme Personality
of Godhead Himself. Like a herdsman moving his animals
along, He moves mortal creatures as His pastime.
(Vedabase)
Text
20
Al het goede u
toegewenst, vraag ons nu vandaag om welke gunst u maar wilt,
behalve dan die der bevrijding, daar alleen de Allerhoogste
Onuitputtelijke Heer S'rî Vishnu daar toe in staat
is.'
"All
good fortune to you! Now please choose a benediction from us
- anything but liberation, since only the infallible Supreme
Lord, Vishnu, can bestow that." (Vedabase)
Text
21
Hij, vanwege
zijn grote roem aldus toegesproken door de halfgoden, groette
hen vol respect en legde zich te ruste in een grot om de slaap
te genieten die de goden hem vergund hadden
[**].
Addressed
thus, King Mucukunda took his respectful leave of the
demigods and went to a cave, where he lay down to enjoy the
sleep they had granted him. (Vedabase)
Text
22
Nadat de
barbaar in de as was gelegd onthulde de Opperheer, de grote
held der Sâtvata's, Zich aan de wijze
Mucukunda.
After
the Yavana was burnt to ashes, the Supreme Lord, chief of
the Sâtvatas, revealed Himself to the wise Mucukunda.
(Vedabase)
Text
23-26
Naar Hem
kijkend, Hij die zo donker was als een wolk, in geel zijden
kleding, de S'rîvatsa op Zijn borst, het schitterende
Kaustubha-juweel stralend, de vier armen en de Vaijayantî
bloemenslinger die de schoonheid verhoogde; Zijn
aantrekkelijke, kalme gezicht en glinsterende, haaivormige
oorhangers, Zijn toegenegen glimlach die zo aantrekkelijk is
voor de hele mensheid, Zijn blik, Zijn jeugdige, knappe
verschijning, Zijn nobele gang en Zijn vuur dat was als van een
leeuw - was hij, zo hoogst intelligent als hij was, overweldigd
door Zijn uitstraling, welke inderdaad van een niet te
weerstane schittering was, en stelde hij in twijfel verzet
aarzelend een vraag.
As
he gazed at the Lord, King Mucukunda saw that He was dark
blue like a cloud, had four arms, and wore a yellow silk
garment. On His chest He bore the S'rîvatsa mark and
on His neck the brilliantly glowing Kaustubha gem. Adorned
with a Vaijayantî garland, the Lord displayed His
handsome, peaceful face, which attracts the eyes of all
mankind with its shark-shaped earrings and affectionately
smiling glance. The beauty of His youthful form was
unexcelled, and He moved with the nobility of an angry lion.
The highly intelligent King was overwhelmed by the Lord's
effulgence, which showed Him to be invincible. Expressing
his uncertainty, Mucukunda hesitantly questioned Lord
Krishna as follows. (Vedabase)
Text
27
S'rî
Mucukunda zei: 'Wie bent U die zich hier bij me voegt in het
woud in een berggrot, met Uw voeten als de blaadjes van
lotussen hier lopend over de doornige bodem.
S'rî
Mucukunda said: Who are You who have come to this mountain
cave in the forest, having walked on the thorny ground with
feet as soft as lotus petals? (Vedabase)
Text
28
Misschien bent
U wel de Allerhoogste Heer, de oorsprong van alle wezens die
het leven werden geschonken, of anders de god van het vuur, de
zonnegod, de maangod, de koning van de hemel of misschien een
heerser van een andere planeet?
Perhaps
You are the potency of all potent beings. Or maybe You are
the powerful god of fire, or the sun-god, the moon-god, the
King of heaven or the ruling demigod of some other planet.
(Vedabase)
Text
29
Ik denk dat U
de God van de drie persoonlijkheden der halfgoden bent, de
Grootste, omdat U de duisternis van de grot ['het
hart'] verdrijft zoals een lamp met zijn licht de
duisternis verdrijft.
I
think You are the Supreme Personality among the three chief
gods, since You drive away the darkness of this cave as a
lamp dispels darkness with its light. (Vedabase)
Text
30
O Meest
Volmaakte van de Mensen, als U dat wilt, als U dat kan,
beschrijf dan zonder omhaal voor ons die dat graag zo willen
horen, Uw geboorte, handelingen en afstamming.
O
best among men, if You like, please truly describe Your
birth, activities and lineage to us, who are eager to hear.
(Vedabase)
Text
31
Wij van onze
kant, o tijger onder de mensen, zijn nakomelingen van
Ikshvâku, een familie van kshatriya's. Ik, geboren
uit de zoon van Yuvanâs'va, heet Mucukunda, o Heer.
As
for ourselves, O tiger among men, we belong to a family of
fallen kshatriyas, descendants of King Ikshvâku. My
name is Mucukunda, my Lord, and I am the son of
Yauvanâs'va. (Vedabase)
Text
32
Omdat ik een
lange tijd niet had geslapen was ik, moe in mijn zinnen en
overmand door de slaap, voor mijn gemak hier op deze
afgezonderde plaats gaan liggen en ben ik nu door iemand wakker
geschud.
I
was fatigued after remaining awake for a long time, and my
senses were overwhelmed by sleep. Thus I slept comfortably
here in this solitary place until, just now, someone woke
me. (Vedabase)
Text
33
Die persoon
verbrandde tot as inderdaad enkel vanwege zijn eigen zondige
manier van doen, en Uw goede Zelf zo glorieus, o Bestraffer der
Vijanden, zag ik vervolgens direct daarna.
The
man who woke me was burned to ashes by the reaction of his
sins. Just then I saw You, possessing a glorious appearance
and the power to chastise Your enemies. (Vedabase)
Text
34
Vanwege Uw
ondraaglijke gloed zijn we, in onze vermogens beperkt, niet in
staat U te aanschouwen, o Hoogste Genade; U verdient de lof van
al de belichaamde wezens!'
Your
unbearably brilliant effulgence overwhelms our strength, and
thus we cannot fix our gaze upon You. O exalted one, You are
to be honored by all embodied beings. (Vedabase)
Text
35
Aldus
toegesproken door de koning gaf de Allerhoogste Heer en
Oorsprong van de Ganse Schepping, breed glimlachend, met
woorden diep als de rommelende wolken antwoord.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus addressed by the
King, the Supreme Personality of Godhead, origin of all
creation, smiled and then replied to him in a voice as deep
as the rumbling of clouds. (Vedabase)
Text
36
De Opperheer
zei: 'Mijn geboorten, handelingen en namen zijn er bij de
duizenden, Mijn beste, onbegrensd als ze zijn kunnen ze zelfs
door Mij nog niet worden opgesomd!
The
Supreme Lord said: My dear friend, I have taken thousands of
births, lived thousands of lives and accepted thousands of
names. In fact My births, activities and names are
limitless, and thus even I cannot count
them. (Vedabase)
Text
37
Ooit zou men
eens, na vele levens, de stofdeeltjes van de aarde kunnen
tellen, maar nimmer lukt dat met Mijn vele kwaliteiten,
handelingen, namen en geboorten.
After
many lifetimes someone might count the dust particles on the
earth, but no one can ever finish counting My qualities,
activities, names and births. (Vedabase)
Text
38
Zelfs niet de
grootste wijzen kunnen met het tellen van Mijn geboorten en
handelingen die zich afspelen naar de drie van de tijd
[verleden, heden, toekomst], o Koning, tot een einde
komen [vergelijk 8.5:
6 en
8.23:
29].
O
King, the greatest sages enumerate My births and activities,
which take place throughout the three phases of time, but
never do they reach the end of them. (Vedabase)
Text
39-40
Niettemin, o
vriend, verneem enkel van Mij over de huidige geboorte, die van
Ondergetekende. In het verleden werd Ik verzocht door Heer
Brahmâ [zie 3.9
en ook 10.14]
het dharma veilig te stellen en de demonen te vernietigen die
een overlast voor de aarde vormen, en zo daalde Ik neder in de
Yadu-dynastie ten huize van Vasudeva en noemen de mensen Mij
als zodanig Vâsudeva, de zoon van
Vasudeva.
Nonetheless,
O friend, I will tell you about My current birth, name and
activities. Kindly hear. Some time ago, Lord Brahmâ
requested Me to protect religious principles and destroy the
demons who were burdening the earth. Thus I descended in the
Yadu dynasty, in the home of Ânakadundubhi. Indeed,
because I am the son of Vasudeva, people call Me
Vâsudeva. (Vedabase)
Text
41
Kâlanemi
bracht Ik ter dood [zie 10.8:
56], Kamsa
[10.44],
Pralamba [10.18]
en anderen jaloers op de deugdzamen, en deze Yavana, o Koning
werd verbrand door uw verzengende blik.
I
have killed Kâlanemi, reborn as Kamsa, as well as
Pralamba and other enemies of the pious. And now, O King,
this barbarian has been burnt to ashes by your piercing
glance. (Vedabase)
Text
42
Ik, diezelfde
persoon met zorg voor de toegewijden, ging naar deze grot met
de bedoeling u een gunst te verlenen, omdat u daar in het
verleden vaak om gebeden hebt.
Since
in the past you repeatedly prayed to Me, I have personally
come to this cave to show you mercy, for I am affectionately
inclined to My devotees. (Vedabase)
Text
43
Zegt u Me
waarmee u gezegend wilt zijn, o geheiligde Koning, Ik zal u
alles geven wat u verlangt; welke persoon ook die Mij tevreden
stelt, hoeft nooit meer te weeklagen.'
Now
choose some benedictions from Me, O saintly King. I will
fulfill all your desires. One who has satisfied Me need
never again lament. (Vedabase)
Text
44
S'rî
S'uka zei: 'Aldus toegesproken zich voor Hem buigend sprak
Mucukunda met de woorden van Garga in gedachten
[***],
vol van vreugde in de wetenschap dat Hij Nârâyana
was, de [oorspronkelijke] Godheid.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Mucukunda bowed down to the Lord
when he heard this. Remembering the words of the sage Garga,
he joyfully recognized Krishna to be the Supreme Lord,
Nârâyana. The King then addressed Him as
follows. (Vedabase)
Text
45
S'rî
Mucukunda zei: 'Deze persoon, niet van aanbidding voor U, kan,
begoocheld door Uw verbijsterend vermogen
mâyâ o Heer, zijn eigen voordeel niet vinden
als hij, uit op het geluk, bedrogen raakt als een man - of ook
als een vrouw - met een gezinsleven die verstrikt zijnde zich
druk maakt over zaken die ellende geven.
S'rî
Mucukunda said: O Lord, the people of this world, both men
and women, are bewildered by Your illusory energy. Unaware
of their real benefit, they do not worship You but instead
seek happiness by entangling themselves in family affairs,
which are actually sources of misery. (Vedabase)
Text
46
De persoon die
het op de een of andere manier gebracht heeft tot wat zo
moeilijk te verwerven is in deze wereld - een menselijke
gedaante en niet die met poten, maar zonder van eerbetoon te
zijn het niet probeert, o Zondeloze, met Uw lotusgelijke
voeten, is, onzuiver van mentaliteit, als een dier gevallen in
de overwoekerde put van zijn thuis.
That
person has an impure mind who, despite having somehow or
other automatically obtained the rare and highly evolved
human form of life, does not worship Your lotus feet. Like
an animal that has fallen into a blind well, such a person
has fallen into the darkness of a material home.
(Vedabase)
Text
47
O
Onoverwinnelijke, hiermee mijn tijd verspillend bouwde ik een
koninkrijk en een weelde op dat nu allemaal is verdwenen; onder
de invloed als een aardse heerser die het sterfelijk lichaam
voor zichzelf aanziet, had ik eindeloos te lijden onder angsten
omdat ik gehecht raakte aan kinderen, echtgenotes, rijkdommen
en land.
I
have wasted all this time, O unconquerable one, becoming
more and more intoxicated by my domain and opulence as an
earthly king. Misidentifying the mortal body as the self,
becoming attached to children, wives, treasury and land, I
suffered endless anxiety. (Vedabase)
Text
48
Me bekommerend
om dit lichaam, dat je omsluit als een pot of een muur, dacht
ik aldus over mezelf als zijnde een god onder de mensen,
omringd als ik was door strijdwagens, olifanten, paarden,
voetvolk en generaals waarmee ik over de aarde rondtrok zonder
serieus acht te slaan op U in mijn grote trots.
With
deep arrogance I took myself to be the body, which is a
material object like a pot or a wall. Thinking myself a god
among men, I traveled the earth surrounded by my
charioteers, elephants, cavalry, foot soldiers and generals,
disregarding You in my deluding pride. (Vedabase)
Text
49
Onverschillig
over wat er zou moeten worden gedaan, talend naar zinsobjecten,
zonder ophouden piekend met een immer groeiende begeerte, wordt
men plotseling voor U geplaatst, degene die er wel om geeft; de
dood voor een muis zich bevindend voor een slang die zijn
giftanden likt.
A
man obsessed with thoughts of what he thinks needs to be
done, intensely greedy, and delighting in sense enjoyment is
suddenly confronted by You, who are ever alert. Like a
hungry snake licking its fangs before a mouse, You appear
before him as death. (Vedabase)
Text
50
Voorheen
genaamd 'de koning' rijdend in wagens beslagen met goud of op
machtige olifanten wordt die zelfde [gedaante]
onvermijdelijk met de Tijd van Uw Lichaam 'ontlasting',
'wormen' en 'as' genoemd [zie ook 16.4:
2-6].
The
body that at first rides high on fierce elephants or
chariots adorned with gold and is known by the name "king"
is later, by Your invincible power of time, called "feces,"
"worms," or "ashes." (Vedabase)
Text
51
Alom alle
richtingen veroverd hebbend, zonder tegenstanders om bang voor
te zijn en gezeten op een troon onder de lofprijzingen van
koningen die ook zo zijn, loopt de persoon in zijn huis als een
huisdier aan de leiband, sexueel zijn geluk ontlenend aan de
vrouwen, o Heer.
Having
conquered the entire circle of directions and being thus
free of conflict, a man sits on a splendid throne, receiving
praise from leaders who were once his equals. But when he
enters the women's chambers, where sex pleasure is found, he
is led about like a pet animal, O Lord. (Vedabase)
Text
52
Daarin met een
scheef oog reikhalzend naar meer, verricht hij boetvaardig zijn
plicht strikt pleziertjes vermijdend, maar over zichzelf
denkend als 'Ik de grote onafhankelijke' kan hij, wiens driften
zo uitgesproken zijn, het geluk niet bereiken.
A
king who desires even greater power than he already has
strictly performs his duties, carefully practicing austerity
and forgoing sense enjoyment. But he whose urges are so
rampant, thinking "I am independent and supreme," cannot
attain happiness. (Vedabase)
Text
53
Als het zich
voordoet dat de dolende persoon voor het einde van zijn
materiële bestaan komt te staan, zal te dien tijde, o
Onfeilbare, de omgang met de goeden en eerlijken [de
sat-sanga] worden gevonden waarna vervolgens de
toewijding zijn ontstaan vindt die gericht is op Hem die voor
de deugdzamen als de Heer van het Hogere [de oorzaken]
en het Lagere [de gevolgen] het enige doel
vormt.
When
the material life of a wandering soul has ceased, O Acyuta,
he may attain the association of Your devotees. And when he
associates with them, there awakens in him devotion unto
You, who are the goal of the devotees and the Lord of all
causes and their effects. (Vedabase)
Text
54
Ik denk, o
Heer, dat, met het spontane wegvallen van de gehechtheid aan
mijn koninkrijk, U voor mij van genade bent geweest: dat is
waar de gelouterde heersers over eindeloze stukken land voor
bidden als ze, de afzondering zoekend, het bos ingaan.
My
Lord, I think You have shown me mercy, since my attachment
to my kingdom has spontaneously ceased. Such freedom is
prayed for by saintly rulers of vast empires who desire to
enter the forest for a life of solitude. (Vedabase)
Text
55
Ik verlang
niets anders dan Uw voeten te dienen die voor hen die niet
talen naar een materieel leven het voorwerp van verlangen
vormen, de gunst waarnaar werd gezocht, o Almachtige; welke
trouwe ziel van aanbidding voor U die het Pad der Persoonlijke
Ontwikkeling Openlegt, o Heer, zou als gunst kiezen voor dat
wat zijn gebondenheid veroorzaakt?
O
all-powerful one, I desire no boon other than service to
Your lotus feet, the boon most eagerly sought by those free
of material desire. O Hari, what enlightened person who
worships You, the giver of liberation, would choose a boon
that causes his own bondage? (Vedabase)
Text
56
Derhalve o Heer
nader ik tot U in mijn volledig de wereldse zegeningen naast
mij neerleggen waardoor men verstrikt raakt in de geaardheden
der hartstocht, onwetendheid en goedheid; U, de Oorspronkelijke
Persoon van de Zuivere Waarheid die vrij is van wereldse
betrekkingen, die vrij is van de tweevoud en verheven is boven
de geaardheden.
Therefore,
O Lord, having put aside all objects of material desire,
which are bound to the modes of passion, ignorance and
goodness, I am approaching You, the Supreme Personality of
Godhead, for shelter. You are not covered by mundane
designations; rather, You are the Supreme Absolute Truth,
full in pure knowledge and transcendental to the material
modes. (Vedabase)
Text
57
Een lange tijd
werd ik, o zo spijtig, vol van leed in de wereld geplaagd door
verstoringen; met mijn zes vijanden [de zinnen en de
geest] nimmer zat bestond er geen mogelijkheid om de vrede
te vinden, o Verlener der Toevlucht, alstUblieft o Heer
bescherm mij die geplaatst voor deze gevaren, o Allerhoogste
Ziel, Uw lotusvoeten benaderde die staan voor de waarheid vrij
van zorgen die bevrijdt van angst.'
For
so long I have been pained by troubles in this world and
have been burning with lamentation. My six enemies are never
satiated, and I can find no peace. Therefore, O giver of
shelter, O Supreme Soul, please protect me. O Lord, in the
midst of danger I have by good fortune approached Your lotus
feet, which are the truth and which thus make one fearless
and free of sorrow. (Vedabase)
Text
58
De Allerhoogste
Heer zei: 'O grote Koning, keizer van allen, ook al werd u
verleid met zegeningen maakte u, capabel van geest, een
onberispelijke keuze, niet bedorven als u was door begeerten.
The
Supreme Lord said: O emperor, great ruler, your mind is pure
and potent. Though I enticed You with benedictions, your
mind was not overcome by material desires. (Vedabase)
Text
59
Alstublieft
weet dat Ik u verleidde met zegeningen om te beproeven of u
vrij bent van begoocheling; nimmer wordt de exclusieve [Mij
enkel toegewijde] intelligentie van de bhakta's geleid door
materiële zegeningen.
Understand
that I enticed you with benedictions just to prove that you
would not be deceived. The intelligence of My unalloyed
devotees is never diverted by material blessings.
(Vedabase)
Text
60
Met hen die,
Mij niet toegewijd, zich bezighouden met ademhalingsoefeningen
en dergelijke kan men waarnemen dat dat hun geesten weer
opnieuw worden opgewekt [tot zinsbevrediging], omdat ze
niet de sporen van het materieel verlangen hebben uitgewist
[de vâsanâ's], o Koning
.
The
minds of nondevotees who engage in such practices as
prânâyama are not fully cleansed of material
desires. Thus, O King, material desires are again seen to
arise in their minds. (Vedabase)
Text
61
Trek rond in
deze wereld zoals u wil en moge, met uw geest gevestigd op Mij,
er aldus steeds de toewijding voor Mij zijn die niet faalt.
Wander
this earth at will, with your mind fixed on Me. May you
always possess such unfailing devotion for Me.
(Vedabase)
Text
62
Met het naleven
van het dharma van de heersende klasse hebt u levende wezens
gedood tijdens de jacht of bij andere gelegenheden; die zonde
moet u nu uitwissen door geheel op te gaan in boetedoeningen
waarin u Mij als uw toevlucht heeft.
Because
you followed the principles of a kshatriya, you killed
living beings while hunting and performing other duties. You
must vanquish the sins thus incurred by carefully executing
penances while remaining surrendered to Me.
(Vedabase)
Text
63
In de geboorte
meteen hierna o Koning, zal u, met het u ontwikkelen tot een
bovenste beste weldoener van alle levende wezens, een fijne
brahmaan zijn die enkel en alleen Mij voor ogen heeft [zie
ook B.G.
5: 29].'
O
King, in your very next life you will become an excellent
brâhmana, the greatest well-wisher of all
creatures, and certainly come to Me alone. (Vedabase)
*
Mucukunda, de slapende man, zoals hierna uitgelegd vocht voor
een lange tijd ten behoeve van de halfgoden en koos
uiteindelijk als zijn zegening het recht om ongestoord te mogen
slapen. De paramparâ middels S'rîla
Vis'vanâtha Cakravartî haalt de Hari-vams'a aan die
verklaart dat hij verder nog de gunst bedong dat hij in staat
zou zijn een ieder te vernietigen die hem zou storen in zijn
slaap. Hij maakt verder duidelijk dat Mucukunda dit nogal
morbide verzoek deed om heer Indra af te schrikken, die, zo
dacht Mucukunda, hem anders misschien bij herhaling zou wakker
maken met een verzoek om zijn hulp bij het bestrijden van
Indra's cosmische vijanden. Indra's instemmen met Mucukunda's
verzoek wordt beschreven in de S'rî Vishnu Purâna
als volgt: "De
halfgoden verklaarden, 'Wie u ook uit de slaap haalt zal
plotseling tot as verbranden door een vuur voortgebracht uit
zijn eigen lichaam' ".
**
S'rîla Bhaktisiddhânta Sarasvatî
Thhâkura geeft de volgende regels uit een alternatieve
lezing van dit hoofdstuk. Deze regels moeten worden ingevoegd
tussen de twee helften van dit vers:
nidrâm
eva tato vavre
sa râjâ s'rama-karshitah
yah kas'cin mama nidrâyâ
bhangam kuryâd surottamâh
sa hi bhasmî-bhaved âs'u
tathoktas' ca surais tadâ
svâpam yâtam yo madhye tu
bodhayet tvâm acetanah
sa tvayâ drishtha-mâtras tu
bhasmî-bhavatu tat-kshanât
"De
Koning, uitgeput door zijn arbeid, koos toen voor de slaap als
zijn zegening. Hij stelde verder, 'O beste der halfgoden, moge
wie dan ook die mij in mijn slaap verstoord terstond tot as
verbranden.' De halfgoden antwoordden, 'zo zij het,' en zeiden
hem, 'Die intense persoon die u midden in uw slaap wekt zal
eenvoudig meteen tot as verbranden door het werpen van uw blik
op hem'."
***
De paramparâ stelt: 'S'rîla S'rîdhara
Svâmî zegt ons dat Mucukunda zich bewust was van de
voorspelling van de klassieke wijze Garga dat in het
achtentwintigste millennium de Allerhoogste Heer zou
nederdalen. Volgens Âcârya Vis'vanâtha,
stelde Garga Muni Mucukunda er verder van op de hoogte dat hij
persoonlijk de Heer zou ontmoeten. En nu gebeurde het dan
allemaal.'