regelbalk


 

Canto 10

EkhonaBujhino

 

 

Hoofdstuk 52: De Heren Springen van een Berg en Rukminî's Bericht aan Heer Krishna

(1) S'rî S'uka zei: 'Op deze manier, mijn beste, begenadigd door Krishna omliep de nazaat van Ikshvâku Hem terwijl hij zich verboog en ging hij weg door de opening van de grot. (2) Toen hij merkte dat de menselijke wezens, de dieren, planten en bomen er slecht aan toe waren concludeerde hij dat Kali-yuga was aangebroken en begaf hij zich in de noordelijke richting [vergelijk 1.15: 44]. (3) Met geloof in het proces der boetedoening raakte hij, serieus onthecht van een materieel gemotiveerde omgang met mensen, bevrijd van twijfels en met het aldus hebben gevestigd van zijn aandacht op Krishna kwam hij toen aan bij de berg Gandhamâdana ['de prettige geur']. (4) Met het bereiken van Badarikâs'rama [zie b.v. 3.4: 4; 4.12: 16; 5.4: 5; 7.11: 6], de verblijfplaats van Nara-Nârâyana, aanbad hij, met behoud van respect voor al de dualiteit, de Heer vanuit de vrede waarin hij verkeerde met zijn verzaking.

(5) De Allerhoogste Heer keerde terug naar Zijn stad Mathurâ die was omsingeld door de Yavana's en bracht, na het leger der barbaren te hebben gedood, hun schatten naar Dvârakâ. (6) Terwijl Acyuta met os en man bezig was met het verzamelen van de rijkdommen, arriveerde daar Jarâsandha aan het hoofd van een drieëntwintigtal legers. (7) Toen ze de machtige golven van soldaten van de vijandige legers zagen renden de twee Mâdhava's, met het aannemen van een menselijke gedragswijze, o Koning, snel weg. (8) De lading goederen achterlatend als waren ze bange lafaards, legden ze, in feite helemaal niet bang, met Hun lotusblaadjesvoeten vele yojana's af. (9) De machtige heerser van Mâghada moest hard lachen toen hij de Twee zag wegvluchten en achtervolgde met wagenmenners en soldaten de Heren, zich niet helemaal bewust van Hun bijzondere aard. (10) Met hun krachten beproefd na zo'n lange afstand gerend te hebben, beklommen ze een zeer hoge berg bekendstaande als Pravarshana ['waar het regent'] alwaar de machtige [Indra] het altijd doet regenen. (11) Wetende dat Ze zich schuilhielden op de berg, maar niet precies waar o Koning, zette hij de berg in lichterlaaie door met brandhout aan alle kanten vuren aan te steken. (12) Snel van die hoogte van elf yojana's van de berg die aan alle kanten brandde afspringend, vielen Ze naar beneden. (13) Niet opgemerkt door Hun tegenstander of zijn helpers keerden de twee beste Yadu's terug naar hun eigen stad die de oceaan als zijn gracht had. (14) De koning van de Magadha's van zijn kant ging er onterecht vanuit dat Balarâma en Kes'ava waren verbrand in het vuur en keerde, zijn immense troepenmacht terugtrekkend, om naar Magadha. (15) Zoals voorheen gezegd schonk op last van Brahmâ de heerser van Ânarta, genaamd Raivata, aan Balarâma zijn dochter Raivatî ten huwelijk [9.3: 33-36]. (16-17) Govinda, de Allerhoogste Heer, trouwde Zelf, o held onder de Kuru's, Vaidarbhî [Rukminî] de dochter van Bhîshmaka naar haar eigen verkiezing. Zij was een volkomen deelaspect van de godin van het geluk. Met geweld S'âlva en de andere koningen die S'is'upâla ondersteunden buiten spel zettend, speelde Hij dat klaar [door haar weg te kapen] voor ogen van iedereen, precies zoals de zoon van Târkshya [Garuda] de nectar van de hemel [wegstal].'

(18) De achtenswaardige koning zei: 'Op de manier van de Râkshasa [dus door ontvoering] naar ik vernam, huwde de Opperheer aldus Rukminî, de dochter van Bhîshmaka met het bekoorlijke gezicht. (19) O heer, ik zou er graag over vernemen hoe Krishna, met Zijn onmetelijke vermogen, de bruid wegstal met het verslaan van koningen als Jarâsandha en S'âlva. (20) O brahmaan! Wie is er ooit in staat om alles te begrijpen van wat er wordt gezegd en genoeg te krijgen van het luisteren naar de altijd nieuwe [zie 10.45: 48], gunstig stemmende, bekoorlijke verhalen over Krishna die de onzuiverheden van de wereld wegnemen?'

(21) De zoon van Vyâsa zei: 'Er was een koning genaamd Bhîshmaka, de grote heerser van Vidarbha, van wie er vijf zoons waren en één dochter met een buitengewoon knap gezicht. (22) Rukmî was de eerstgeboren zoon, gevolgd door Rukmaratha, Rukmabâhu, Rukmakes'a en Rukmamâlî; Rukminî hun zus had een heilig karakter [rukma betekent: 'wat helder en stralend is']. (23) Zij, toen ze hoorde van Mukunda's schoonheid, Zijn kunnen, karakter en weelde zoals bezongen door hen die bij haar thuis kwamen, achtte Hem een geschikte echtgenoot. (24) Krishna, die haar als een schat van intelligentie, gunstige lichaamskenmerken, grootmoedigheid, schoonheid, goed gedrag en andere kwaliteiten een geschikte echtgenote vond, nam het besluit met haar te trouwen. (25) Ook al wilde de familie de zus wel aan Krishna geven o Koning, stak Rukmî, die Krishna haatte, er een stokje voor; hij dacht meer aan S'is'upâla. (26) De prinses van Vidarbha met haar donkere ogen ongelukkig met die wetenschap, zat er diep over in en zond met spoed een zekere brahmaan die ze kon vertrouwen naar Krishna. (27) Hij, in Dvârakâ aangekomen, zag, door de poortwachters binnengelaten, de Oorspronkelijke Persoon gezeten op een gouden troon. (28) De Heer Goed voor de Brahmanen kwam zo gauw Hij hem zag van Zijn troon naar beneden, deed hem plaats nemen en bewees hem de eer op de manier zoals de bewoners van de hemel Hem de eer bewijzen. (29) Toen hij was uitgerust en gegeten had kwam de Bestemming der Geheiligde Toegewijden naar hem toe om persoonlijk zijn voeten een massage te geven en vroeg Hij hem geduldig: (30) 'Mijn beste, verlopen de religieuze praktijken zoals voorgestaan door uw eersteklas, tweemaal geboren senioren, voorspoedig zonder al te veel moeilijkheden en is uw geest steeds tevreden? (31) Als een brahmaan tevreden doorgaat met wat dan ook [zijn pad kruist], zal, niet tekortschietend in zijn religieuze plicht, daarmee [met die praktijken] voor hem er alleszins de koe van overvloed zijn. (32) Onvoldaan zal hij, ook al is hij dan de meester der godsvrezenden, keer op keer belanden in verschillende werelden; maar voldaan zal hij, ook al is hij berooid, met al zijn leden rusten vrij van pijn en koorts. (33) Voor de geschoolden voldaan over wat ze bereikten [in hun zelfverwerkelijking] buig ik Mij het hoofd keer op keer daar zij, vrij van vals ego, van de geheiligden en van al de levende wezens, vreedzaam als ze zijn de beste weldoeners zijn [zie ook B.G. 2: 71, 12: 13-14]. (34) Gaat het u goed door wat uw koning doet, o brahmaan? Want de koning wiens onderdanen er gelukkig mee zijn beschermd te leven in zijn staat is Mij zeer dierbaar. (35) Waarvandaan bent u, met het oversteken van de [oceaan van] moeilijkheden, hier aangekomen en welk doel had u daarbij voor ogen; vertel Ons alstublieft alles als het geen geheim is; wat is het precies dat We voor u kunnen betekenen?'

(36) Met het Opperwezen, die terwille van Zijn spel en vermaak Zijn lichamen aanneemt, aldus deze vragen stellend, vertelde de brahmaan Hem alles: (37) 'S'rî Rukminî heeft gezegd: 'O Allermooiste van Al de Werelden, horende dat voor al diegenen die vernemen over Jouw kwaliteiten Jij, met het binnendringen door de openingen van hun oren, het leed wegneemt van hun lichamen en dat voor hen die er de ogen voor hebben om Je schoonheid te zien alle wensen in vervulling gaan, heb ik Je zonder me te schamen in mijn geest op de eerste plaats gezet! (38) Wie, o Mukunda, is gelijk aan Jou qua adellijke komaf, karakter, schoonheid, kennis, jeugd, bezittingen en invloed? Welk nuchter en huwbaar meisje van goede huize, zou met haar volwassen worden niet voor Jou als haar echtgenoot kiezen, o leeuw onder de mensen die zulk een geestelijk genoegen vormt voor de hele mensheid? (39) Derhalve heb ik Jouw goede Zelf, o beste Heer, verkozen als echtgenoot en biedt ik me aan als Je vrouw, o Almachtige, alsJeblieft aanvaard me; moge de koning van Cedi [S'is'upâla] nimmer, net als een jakhals die er vandoor gaat met wat de koning der dieren toebehoort, in handen krijgen wat aan de held is voorbehouden. (40) Laat met de Allerhoogste Heer, de Hoogste Beheerser, afdoende aanbeden middels verdienstelijke werken, offers, liefdadigheid, inachtnemingen, geloften, het eren van de goden, de goeroes en de geschoolden, en met andere activiteiten, de oudere broer van Gada [9.24: 46] komen om mijn hand te nemen en niet de zoon van Damaghosha of anderen van dat slag. (41) De dag vóór het huwelijk plaatsvindt moet Je naar Vidharbha komen, o Onoverwinnelijke, om in het geheim omringd door Je officieren ervoor te vechten het gewapende verzet weg te vagen van de koningen van Caidya en Magadha en met me te trouwen op de râkshasa manier als de belonig voor Je heldenmoed. (42) Je kan Je afvragen hoe Je mij, die zich ophoudt in de paleisruimten, met Je mee moet voeren zonder mijn verwanten te doden; laat me Je uitleggen hoe: op de dag ervoor wordt er buiten voor de heersende godheid van de familie een grote feestelijke processie gehouden waarin de nieuwe bruid zich begeeft naar de [tempel van de] godin Girijâ [Ambikâ]. (43) Grote zielen, als de echtgenoot van Ûma [S'iva], zien er, teneinde hun eigen onwetendheid te boven te komen, naar uit te baden in het stof van Jouw lotusvoeten; als ik, o Lotusogige, niet Jouw genade kan verwerven behoor ik, verzwakt door de geloften, mijn leven op te geven, zodat het mij dan een honderdtal geboorten later [uiteindelijk] lukt om Jouw te krijgen.' (44) [De brahmaan eindigde met:] Dit is het vertrouwelijke bericht door mij overgebracht o Heer der Yadu's, dus alstUblieft neem in overweging wat meteen hierop volgend in dezen moet worden gedaan.'

     next

 

 

Tweede editie, geladen 1 september 2008

 

 

 

 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

Rukminî's Message to Lord Krishna

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Op deze manier, mijn beste, begenadigd door Krishna omliep de nazaat van Ikshvâku Hem terwijl hij zich verboog en ging hij weg door de opening van de grot.

S'ukadeva Gosvâmî said: My dear King, thus graced by Lord Krishna, Mucukunda circumambulated Him and bowed down to Him. Then Mucukunda, the beloved descendant of Ikshvâku, exited through the mouth of the cave. (Vedabase)

 

Tekst 2

Toen hij merkte dat de menselijke wezens, de dieren, planten en bomen er slecht aan toe waren concludeerde hij dat Kali-yuga was aangebroken en begaf hij zich in de noordelijke richting [vergelijk 1.15: 44].

Seeing that the size of all the human beings, animals, trees and plants was severely reduced, and thus realizing that the age of Kali was at hand, Mucukunda left for the north. (Vedabase)

 

Tekst 3

Met geloof in het proces der boetedoening raakte hij, serieus onthecht van een materieel gemotiveerde omgang met mensen, bevrijd van twijfels en met het aldus hebben gevestigd van zijn aandacht op Krishna kwam hij toen aan bij de berg Gandhamâdana ['de prettige geur'].

The sober King, beyond material association and free of doubt, was convinced of the value of austerity. Absorbing his mind in Lord Krishna, he came to Gandhamâdana Mountain. (Vedabase)

 

Tekst 4

Met het bereiken van Badarikâs'rama [zie b.v. 3.4: 4; 4.12: 16; 5.4: 5; 7.11: 6], de verblijfplaats van Nara-Nârâyana, aanbad hij, met behoud van respect voor al de dualiteit, de Heer vanuit de vrede waarin hij verkeerde met zijn verzaking.

There he arrived at Badarikâs'rama, the abode of Lord Nara-Nârâyana, where, remaining tolerant of all dualities, he peacefully worshiped the Supreme Lord Hari by performing severe austerities. (Vedabase)

 

Tekst 5

De Allerhoogste Heer keerde terug naar Zijn stad Mathurâ die was omsingeld door de Yavana's en bracht, na het leger der barbaren te hebben gedood, hun schatten naar Dvârakâ.

The Lord returned to Mathurâ, which was still surrounded by Yavanas. Then He destroyed the army of barbarians and began taking their valuables to Dvârakâ. (Vedabase)

 

Tekst 6

Terwijl Acyuta met os en man bezig was met het verzamelen van de rijkdommen, arriveerde daar Jarâsandha aan het hoofd van een drieëntwintigtal legers.

As the wealth was being carried by oxen and men under Lord Krishna's direction, Jarâsandha appeared at the head of twenty-three armies. (Vedabase)

 

Tekst 7

Toen ze de machtige golven van soldaten van de vijandige legers zagen renden de twee Mâdhava's, met het aannemen van een menselijke gedragswijze, o Koning, snel weg.

O King, seeing the fierce waves of the enemy's army, the two Mâdhavas, imitating human behavior, ran swiftly away. (Vedabase)

 

Tekst 8

De lading goederen achterlatend als waren ze bange lafaards, legden ze, in feite helemaal niet bang, met Hun lotusblaadjesvoeten vele yojana's af.

Abandoning the abundant riches, fearless but feigning fear, They went many yojanas on Their lotuslike feet. (Vedabase)

 

Tekst 9

De machtige heerser van Mâghada moest hard lachen toen hij de Twee zag wegvluchten en achtervolgde met wagenmenners en soldaten de Heren, zich niet helemaal bewust van Hun bijzondere aard.

When he saw Them fleeing, powerful Jarâsandha laughed loudly and then pursued Them with charioteers and foot soldiers. He could not understand the exalted position of the two Lords. (Vedabase)

 

Tex 10

Met hun krachten beproefd na zo'n lange afstand gerend te hebben, beklommen ze een zeer hoge berg bekendstaande als Pravarshana ['waar het regent'] alwaar de machtige [Indra] het altijd doet regenen.

Apparently exhausted after fleeing a long distance, the two Lords climbed a high mountain named Pravarshana, upon which Lord Indra showers incessant rain. (Vedabase)

 

Tekst 11

Wetende dat Ze zich schuilhielden op de berg, maar niet precies waar o Koning, zette hij de berg in lichterlaaie door met brandhout aan alle kanten vuren aan te steken.

Although he knew They were hiding on the mountain, Jarâsandha could find no trace of Them. Therefore, O King, he placed firewood on all sides and set the mountain ablaze. (Vedabase)

 

Tekst 12

Snel van die hoogte van elf yojana's van de berg die aan alle kanten brandde afspringend, vielen Ze naar beneden.

The two of Them then suddenly jumped from the burning mountain, which was eleven yojanas high, and fell to the ground. (Vedabase)

 

Tekst 13

Niet opgemerkt door Hun tegenstander of zijn helpers keerden de twee beste Yadu's terug naar hun eigen stad die de oceaan als zijn gracht had.

Unseen by Their opponent or his followers, O King, those two most exalted Yadus returned to Their city of Dvârakâ, which had the ocean as a protective moat. (Vedabase)

 

Tekst 14

De koning van de Magadha's van zijn kant ging er onterecht vanuit dat Balarâma en Kes'ava waren verbrand in het vuur en keerde, zijn immense troepenmacht terugtrekkend, om naar Magadha.

Jarâsandha, moreover, mistakenly thought that Balarâma and Kes'ava had burned to death in the fire. Thus he withdrew his vast military force and returned to the Magadha kingdom. (Vedabase)

 

Tekst 15

Zoals voorheen gezegd schonk op last van Brahmâ de heerser van Ânarta, genaamd Raivata, aan Balarâma zijn dochter Raivatî ten huwelijk [9.3: 33-36].

As ordered by Lord Brahmâ, Raivata, the opulent ruler of Ânarta, gave Lord Balarâma his daughter Raivatî in marriage. This has already been discussed. (Vedabase)

   

Tekst 16-17

Govinda, de Allerhoogste Heer, trouwde Zelf, o held onder de Kuru's, Vaidarbhî [Rukminî] de dochter van Bhîshmaka naar haar eigen verkiezing. Zij was een volkomen deelaspect van de godin van het geluk. Met geweld S'âlva en de andere koningen die S'is'upâla ondersteunden buiten spel zettend, speelde Hij dat klaar [door haar weg te kapen] voor ogen van iedereen, precies zoals de zoon van Târkshya [Garuda] de nectar van de hemel [wegstal].'

O hero among the Kurus, the Supreme Lord Himself, Govinda, married Bhîshmaka's daughter, Vaidarbhî, who was a direct expansion of the goddess of fortune. The Lord did this by her desire, and in the process He beat down S'âlva and other kings who took S'is'upâla's side. Indeed, as everyone watched, S'rî Krishna took Rukminî just as Garuda boldly stole nectar from the demigods. (Vedabase)

   

Tekst 18

De achtenswaardige koning zei: 'Op de manier van de Râkshasa [dus door ontvoering] naar ik vernam, huwde de Opperheer aldus Rukminî, de dochter van Bhîshmaka met het bekoorlijke gezicht.

King Parîkshit said: The Supreme Lord married Rukminî, the beautiful-faced daughter of Bhîshmaka, in the Râkshasa style - or so I have heard. (Vedabase)

 

Tekst 19

O heer, ik zou er graag over vernemen hoe Krishna, met Zijn onmetelijke vermogen, de bruid wegstal met het verslaan van koningen als Jarâsandha en S'âlva.

My lord, I wish to hear how the immeasurably powerful Lord Krishna took away His bride while defeating such kings as Magadha and S'âlva. (Vedabase)

 

Tekst 20

O brahmaan! Wie is er ooit in staat om alles te begrijpen van wat er wordt gezegd en genoeg te krijgen van het luisteren naar de altijd nieuwe [zie 10.45: 48], gunstig stemmende, bekoorlijke verhalen over Krishna die de onzuiverheden van de wereld wegnemen?'

What experienced listener, O brâhmana, could ever grow satiated while listening to the pious, charming and ever-fresh topics of Lord Krishna, which cleanse away the world's contamination? (Vedabase)

  

Tekst 21

De zoon van Vyâsa zei: 'Er was een koning genaamd Bhîshmaka, de grote heerser van Vidarbha, van wie er vijf zoons waren en één dochter met een buitengewoon knap gezicht.

S'rî Bâdarâyani said: There was a king named Bhîshmaka, the powerful ruler of Vidarbha. He had five sons and one daughter of lovely countenance. (Vedabase)

  

Tekst 22

Rukmî was de eerstgeboren zoon, gevolgd door Rukmaratha, Rukmabâhu, Rukmakes'a en Rukmamâlî; Rukminî hun zus had een heilig karakter [rukma betekent: 'wat helder en stralend is'].

Rukmî was the first-born son, followed by Rukmaratha, Rukmabâhu, Rukmakes'a and Rukmamâlî. Their sister was the exalted Rukminî. (Vedabase)

  

Tekst 23

Zij, toen ze hoorde van Mukunda's schoonheid, Zijn kunnen, karakter en weelde zoals bezongen door hen die bij haar thuis kwamen, achtte Hem een geschikte echtgenoot.

Hearing of the beauty, prowess, transcendental character and opulence of Mukunda from visitors to the palace who sang His praises, Rukminî decided that He would be the perfect husband for her. (Vedabase)

 

Tekst 24

Krishna, die haar als een schat van intelligentie, gunstige lichaamskenmerken, grootmoedigheid, schoonheid, goed gedrag en andere kwaliteiten een geschikte echtgenote vond, nam het besluit met haar te trouwen.

Lord Krishna knew that Rukminî possessed intelligence, auspicious bodily markings, beauty, proper behavior and all other good qualities. Concluding that she would be an ideal wife for Him, He made up His mind to marry her. (Vedabase)

 

Tekst 25

Ook al wilde de familie de zus wel aan Krishna geven o Koning, stak Rukmî, die Krishna haatte, er een stokje voor; hij dacht meer aan S'is'upâla.

Because Rukmî envied the Lord, O King, he forbade his family members to give his sister to Krishna, although they wanted to. Instead, Rukmî decided to give Rukminî to S'is'upâla. (Vedabase)

 

Tekst 26

De prinses van Vidarbha met haar donkere ogen ongelukkig met die wetenschap, zat er diep over in en zond met spoed een zekere brahmaan die ze kon vertrouwen naar Krishna.

Dark-eyed Vaidarbhî was aware of this plan, and it deeply upset her. Analyzing the situation, she quickly sent a trustworthy brâhmana to Krishna. (Vedabase)

 

Tekst 27

Hij, in Dvârakâ aangekomen, zag, door de poortwachters binnengelaten, de Oorspronkelijke Persoon gezeten op een gouden troon.

Upon reaching Dvârakâ, the brâhmana was brought inside by the gatekeepers and saw the primeval Personality of Godhead sitting on a golden throne. (Vedabase)

 

Tekst 28

De Heer Goed voor de Brahmanen kwam zo gauw Hij hem zag van Zijn troon naar beneden, deed hem plaats nemen en bewees hem de eer op de manier zoals de bewoners van de hemel Hem de eer bewijzen.

Seeing the brâhmana, S'rî Krishna, Lord of the brâhmanas, came down from His throne and seated him. Then the Lord worshiped him just as He Himself is worshiped by the demigods. (Vedabase)

 

Tekst 29

Toen hij was uitgerust en gegeten had kwam de Bestemming der Geheiligde Toegewijden naar hem toe om persoonlijk zijn voeten een massage te geven en vroeg Hij hem geduldig:

After the brâhmana had eaten and rested, S'rî Krishna, the goal of saintly devotees, came forward, and while massaging the brâhmana's feet with His own hands, He patiently questioned him as follows. (Vedabase)

 

Tekst 30

'Mijn beste, verlopen de religieuze praktijken zoals voorgestaan door uw eersteklas, tweemaal geboren senioren, voorspoedig zonder al te veel moeilijkheden en is uw geest steeds tevreden?

[The Supreme Lord said:] O best of exalted brâhmanas, are your religious practices, sanctioned by senior authorities, proceeding without great difficulty? Is your mind always fully satisfied? (Vedabase)

 

Tekst 31

Als een brahmaan tevreden doorgaat met wat dan ook [zijn pad kruist], zal, niet tekortschietend in zijn religieuze plicht, daarmee [met die praktijken] voor hem er alleszins de koe van overvloed zijn.

When a brâhmana is satisfied with whatever comes his way and does not fall away from his religious duties, those very religious principles become his desire cow, fulfilling all his wishes. (Vedabase)

 

Tekst 32

Onvoldaan zal hij, ook al is hij dan de meester der godsvrezenden, keer op keer belanden in verschillende werelden; maar voldaan zal hij, ook al is hij berooid, met al zijn leden rusten vrij van pijn en koorts.

An unsatisfied brâhmana wanders restlessly from one planet to another, even if he becomes King of heaven. But a satisfied brâhmana, though he may possess nothing, rests peacefully, all his limbs free of distress. (Vedabase)

 

Tekst 33

Voor de geschoolden voldaan over wat ze bereikten [in hun zelfverwerkelijking] buig ik Mij het hoofd keer op keer daar zij, vrij van vals ego, van de geheiligden en van al de levende wezens, vreedzaam als ze zijn de beste weldoeners zijn [zie ook B.G. 2: 71, 12: 13-14].

I repeatedly bow My head in respect to those brâhmanas who are satisfied with their lot. Saintly, prideless and peaceful, they are the best well- wishers of all living beings. (Vedabase)

 

Tekst 34

Gaat het u goed door wat uw koning doet, o brahmaan? Want de koning wiens onderdanen er gelukkig mee zijn beschermd te leven in zijn staat is Mij zeer dierbaar.

O brâhmana, is your King attending to your welfare? Indeed, that king in whose country the citizens are happy and protected is very dear to Me. (Vedabase)

 

Tekst 35

Waarvandaan bent u, met het oversteken van de [oceaan van] moeilijkheden, hier aangekomen en welk doel had u daarbij voor ogen; vertel Ons alstublieft alles als het geen geheim is; wat is het precies dat We voor u kunnen betekenen?'

Whence have you come, crossing the impassable sea, and for what purpose? Explain all this to Us if it is not a secret, and tell Us what We may do for you. (Vedabase)

 

Tekst 36

Met het Opperwezen, die terwille van Zijn spel en vermaak Zijn lichamen aanneemt, aldus deze vragen stellend, vertelde de brahmaan Hem alles:

Thus questioned by the Supreme Personality of Godhead, who incarnates to perform His pastimes, the brâhmana told Him everything. (Vedabase)

 

Tekst 37

'S'rî Rukminî heeft gezegd: 'O Allermooiste van Al de Werelden, horende dat voor al diegenen die vernemen over Jouw kwaliteiten Jij, met het binnendringen door de openingen van hun oren, het leed wegneemt van hun lichamen en dat voor hen die er de ogen voor hebben om Je schoonheid te zien alle wensen in vervulling gaan, heb ik Je zonder me te schamen in mijn geest op de eerste plaats gezet!

S'rî Rukminî said [in her letter, as read by the brâhmana]: O beauty of the worlds, having heard of Your qualities, which enter the ears of those who hear and remove their bodily distress, and having also heard of Your beauty, which fulfills all the visual desires of those who see, I have fixed my shameless mind upon You, O Krishna. (Vedabase)

 

Tekst 38

Wie, o Mukunda, is gelijk aan Jou qua adellijke komaf, karakter, schoonheid, kennis, jeugd, bezittingen en invloed? Welk nuchter en huwbaar meisje van goede huize, zou met haar volwassen worden niet voor Jou als haar echtgenoot kiezen, o leeuw onder de mensen die zulk een geestelijk genoegen vormt voor de hele mensheid?

O Mukunda, You are equal only to Yourself in lineage, character, beauty, knowledge, youthfulness, wealth and influence. O lion among men, You delight the minds of all mankind. What aristocratic, sober-minded and marriageable girl of a good family would not choose You as her husband when the proper time has come? (Vedabase)

 

Tekst 39

Derhalve heb ik Jouw goede Zelf, o beste Heer, verkozen als echtgenoot en biedt ik me aan als Je vrouw, o Almachtige, alsJeblieft aanvaard me; moge de koning van Cedi [S'is'upâla] nimmer, net als een jakhals die er vandoor gaat met wat de koning der dieren toebehoort, in handen krijgen wat aan de held is voorbehouden.

Therefore, my dear Lord, I have chosen You as my husband, and I surrender myself to You. Please come swiftly, O almighty one, and make me Your wife. My dear lotus-eyed Lord, let S'is'upâla never touch the hero's portion like a jackal stealing the property of a lion. (Vedabase)

 

Tekst 40

Laat met de Allerhoogste Heer, de Hoogste Beheerser, afdoende aanbeden middels verdienstelijke werken, offers, liefdadigheid, inachtnemingen, geloften, het eren van de goden, de goeroes en de geschoolden, en met andere activiteiten, de oudere broer van Gada [9.24: 46] komen om mijn hand te nemen en niet de zoon van Damaghosha of anderen van dat slag.

If I have sufficiently worshiped the Supreme Personality of Godhead by pious works, sacrifices, charity, rituals and vows, and also by worshiping the demigods, brâhmanas and gurus, then may Gadâgraja come and take my hand, and not Damaghosha's son or anyone else. (Vedabase)

 

Tekst 41

De dag vóór het huwelijk plaatsvindt moet Je naar Vidharbha komen, o Onoverwinnelijke, om in het geheim omringd door Je officieren ervoor te vechten het gewapende verzet weg te vagen van de koningen van Caidya en Magadha en met me te trouwen op de râkshasa manier als de belonig voor Je heldenmoed.

O unconquerable one, tomorrow when my marriage ceremony is about to begin, You should arrive unseen in Vidarbha and surround Yourself with the leaders of Your army. Then crush the forces of Caidya and Magadhendra and marry me in the Râkshasa style, winning me with Your valor. (Vedabase)

 

Tekst 42

Je kan Je afvragen hoe Je mij, die zich ophoudt in de paleisruimten, met Je mee moet voeren zonder mijn verwanten te doden; laat me Je uitleggen hoe: op de dag ervoor wordt er buiten voor de heersende godheid van de familie een grote feestelijke processie gehouden waarin de nieuwe bruid zich begeeft naar de [tempel van de] godin Girijâ [Ambikâ].

Since I will be staying within the inner chambers of the palace, You may wonder, "How can I carry you away without killing some of your relatives?" But I shall tell You a way: On the day before the marriage there is a grand procession to honor the royal family's deity, and in this procession the new bride goes outside the city to visit Goddess Girijâ. (Vedabase)

 

Tekst 43

Grote zielen, als de echtgenoot van Ûma [S'iva], zien er, teneinde hun eigen onwetendheid te boven te komen, naar uit te baden in het stof van Jouw lotusvoeten; als ik, o Lotusogige, niet Jouw genade kan verwerven behoor ik, verzwakt door de geloften, mijn leven op te geven, zodat het mij dan een honderdtal geboorten later [uiteindelijk] lukt om Jouw te krijgen.'

O lotus-eyed one, great souls like Lord S'iva hanker to bathe in the dust of Your lotus feet and thereby destroy their ignorance. If I cannot obtain Your mercy, I shall simply give up my vital force, which will have become weak from the severe penances I will perform. Then, after hundreds of lifetimes of endeavor, I may obtain Your mercy. (Vedabase)

 

Tekst 44

[De brahmaan eindigde met:] Dit is het vertrouwelijke bericht door mij overgebracht o Heer der Yadu's, dus alstUblieft neem in overweging wat meteen hierop volgend in dezen moet worden gedaan.'  

The brâhmana said: This is the confidential message I have brought with me, O Lord of the Yadus. Please consider what must be done in these circumstances, and do it at once. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties