De
achtenswaardige koning zei: 'Alstublieft vertel me over dit
avontuur van Hem die S'ârnga hanteert [Krishna].
Hoe werd Bhauma, die deze vrouwen gevangen zette, gedood door
de Allerhoogste?'
De
achtenswaardige koning zei: 'Alstublieft vertel me over dit
avontuur van Hem die S'ârnga hanteert
[Krishna]: hoe werd Bhauma, die deze vrouwen
gevangen zette, gedood door de
Allerhoogste?'
(Vedabase)
Tekst
2-3
S'rî
S'uka zei: 'Op de hoogte gesteld door Indra, wiens parasol van
Varuna [of bewijs van adel] alsmede een plaats
[genaamd Mani-parvata] op de berg der goden [de
heuvel Mandara, zie 8.6:
22-23] was
weggestolen en wiens verwant [moeder Aditi, zie
8.17]
was beroofd van haar oorhangers, ging Hij [Heer Krishna in
reactie] op wat Bhaumâsura allemaal had gedaan
tezamen met Zijn vrouw [Satyabhâmâ
zie
*] gezeten
op Garuda naar de stad Prâgjyotisha [Bhauma's
hoofdstad, nu Tejpur in Assam], die beschut lag omringd
door bergen en wapensystemen, vuur, water en wind en was
versterkt met een [mura-pâs'a] hekwerk
bestaande uit tienduizenden harde en afschrikkende draden aan
alle kanten.
S'rî
S'uka zei: 'Op de hoogte gesteld door Indra, wiens parasol
[of bewijs van adel] van Varuna en een plaats
[genaamd Mani-parvata] op de berg der goden [de
heuvel Mandara, zie 8.6: 22-23] was weggestolen en wiens
verwant [moeder Aditi, zie 8.17] was beroofd van
haar oorhangers, ging Hij [Heer Krishna in reactie]
op wat Bhaumâsura allemaal had gedaan tezamen met Zijn
vrouw [Satyabhâmâ zie *] gezeten op
Garuda naar de stad Prâgjyotisha [Bhauma's
hoofdstad, nu Tejpur in Assam], dat beschut lag omringd
door bergen en wapensystemen, vuur, water en wind en was
versterkt met een [mura-pâs'a] hekwerk
bestaande uit tienduizenden harde en afschrikkende draden
aan alle kanten. (Vedabase)
Tekst
4
Met Zijn knots
brak Hij door de opgeworpen barricades van rotsblokken, met
Zijn pijlen versloeg Hij de wapensystemen, met Zijn schijf brak
Hij door het vuur, het water en de windverdediging en met Zijn
zwaard sloeg Hij zich evenzo door het hekwerk.
Met
Zijn knots brak Hij door de opgeworpen barricades van
rotsblokken, met Zijn pijlen versloeg Hij de wapensystemen,
met Zijn schijf brak Hij door het vuur, het water en de
windverdediging en met Zijn zwaard sloeg Hij zich evenzo
door het hekwerk. (Vedabase)
Tekst
5
Met het
weerklinken van Zijn schelphoorn de zegels [van de
vesting] en de harten van de moedige strijders brekend,
sloeg Gadâdhara met Zijn zware strijdknots Zich door de
verdedigingswerken.
Met
het weerklinken van Zijn schelphoorn de zegels [van de
vesting] en de harten van de moedige strijders brekend,
sloeg Gadâdhara met Zijn zware strijdknots Zich door
de verdedigingswerken. (Vedabase)
Tekst
6
Toen hij het
geluid hoorde van de Heer Zijn Pâñcajanya, dat
weerklonk als de donderslag aan het einde der tijden, verhief
zich de vijfkoppige demon Mura die lag te slapen in het water
[van de gracht].
Toen
hij het geluid hoorde van de Heer Zijn Pañcajanya,
dat weerklonk als de donderslag aan het einde der tijden,
verhief zich de vijfkoppige demon Mura die lag te slapen in
het water [van de
gracht].
(Vedabase)
Tekst
7
Zijn drietand
opheffend, moeilijk te aanschouwen met een gloed zo
verschrikkelijk als het vuur van de zon, ging hij, als wilde
hij met zijn vijf monden de drie werelden verzwelgen, over tot
de aanval zoals de zoon van Târkshya [Garuda] een
slang aanvalt.
Zijn
drietand opheffend, zeer lastig om naar te kijken met een
gloed zo verschrikkelijk als het vuur van de zon, ging hij,
als wilde hij met zijn vijf monden de drie werelden
verzwelgen, over tot de aanval zoals de zoon van
Târkshya [Garuda] een slang aanvalt.
(Vedabase)
Tekst
8
Zijn drietand
rondzwaaiend wiep hij hem uit alle macht naar Garuda met een
dermate kolossaal gebrul van zijn vijf monden dat de aarde, de
hemel en de buitenruimte van het eivormige omhulsel van het
universum ervan galmde.
Zijn
drietand rondzwaaiend wiep hij hem met grote kracht naar
Garuda met een dermate kolossaal gebrul van zijn vijf monden
dat de aarde, de hemel en de buitenruimte doordringend het
eivormige omhulsel van het universum er van galmde.
(Vedabase)
Tekst
9
Heer Krishna
brak toen met twee pijlen de drietand die op Garuda afvloog in
drie stukken en trof vervolgens met grote kracht zijn gezichten
met meer pijlen. Daarop slingerde de duivel woedend zijn knots
op Hem af.
Heer
Krishna brak toen met twee pijlen de drietand die op Garuda
afvloog in drie stukken en trof hem vervolgens met alle
macht in zijn gezichten met meer pijlen, waarop de duivel in
woede verzet zijn knots op Hem
afslingerde.
(Vedabase)
Tekst
10
Die knots op
Hem afvliegend werd door de Oudere Broer van Gada
[Gadâgraja, Krishna] op het slagveld in duizend
stukken gebroken. Toen hij daarop met zijn armen geheven op Hem
afstormde, sneed de Onoverwinnelijke moeiteloos de hoofden eraf
met zijn werpschijf.
Die
knots op Hem afvliegend werd door de Oudere Broer van Gada
[Gadâgraja, Krishna] op het slagveld in
duizend stukken gebroken en toen hij met zijn armen geheven
op Hem afstormde, sneed de Onoverwinnelijke met gemak de
hoofden eraf met Zijn
werpschijf.
(Vedabase)
Tekst
11
Levenloos in
het water neervallend met zijn hoofden eraf alsof Indra met
zijn kracht een bergpiek had afgesplitst, kwamen zijn zeven
zoons die zich hoogst ellendig voelden over hun vaders dood,
vertoornd in actie om hem te wreken.
Levenloos
in het water neervallend met zijn hoofden eraf alsof Indra
met zijn kracht een bergpiek had afgesplitst, kwamen zijn
zeven zoons om zich te wreken vertoornd in actie, zich
hoogst ellendig voelend over hun vaders
dood.
(Vedabase)
Tekst
12
Ingezet door
Bhaumâsura traden Tâmra, Antariksha, S'ravana,
Vibhâvasu, Vasu, Nabhasvân en Aruna de zevende met
Pîthha voorop als hun generaal naar voren op het slagveld
hun wapens met zich meedragend.
Ingezet
door Bhaumâsura traden Tâmra, Antariksha,
S'ravana, Vibhâvasu, Vasu, Nabhasvân en Aruna de
zevende met Pîthha voorop als hun generaal naar voren
op het slagveld hun wapens met zich
meedragend.
(Vedabase)
Tekst
13
In de aanval
zetten ze kwaad en woest hun zwaarden, knotsen, speren, lansen
en drietanden in tegen de Onoverwinnelijke, maar onder geen
enkele omstandigheid in Zijn kunnen belemmerd door hun berg van
wapens schoot de Allerhoogste Heer ze met Zijn pijlen aan
gruzelementen.
In
de aanval zetten ze kwaad en woest hun zwaarden, knotsen,
speren, lansen en drietanden in tegen de Onoverwinnelijke,
maar onder geen enkele omstandigheid in Zijn kunnen
belemmerd door hun berg van wapens schoot de Allerhoogste
Heer ze met Zijn pijlen aan gruzelementen.
(Vedabase)
Tekst
14
Hun hoofden,
armen, dijen benen en wapenrusting stukschietend stuurde Hij ze
allemaal naar Yamarâja. Toen Bhauma, de zoon van moeder
aarde, zag hoe zijn leger en aanvoerders bezweken onder de
pijlen en de werpschijf van Krishna, trad hij, niet in staat
dat te verdragen, naar voren met van de bronst druipende
olifanten die waren geboren uit de melkoceaan.
Hen,
aangevoerd door Pîthha, stuurde Hij, hun hoofden,
armen, dijen benen en wapenrusting eraf schietend, naar waar
Yamarâja zich ophoudt zodat Bhauma, de zoon van moeder
aarde, ziend hoe zijn leger en aanvoerders bezweken onder de
pijlen en de werpschijf van Krishna, niet in staat dat te
verdragen naar buiten kwam met van de bronst druipende
olifanten geboren uit de melkoceaan.
(Vedabase)
Tekst
15
Toen hij Heer
Krishna en Zijn echtgenote zag zitten op Garuda, als waren ze
de bliksem in een wolk boven de zon, liet hij zijn
S'ataghnî [een projectiel met vele punten] op Hem
los en vielen tegelijkertijd al zijn soldaten
aan.
Heer
Krishna en Zijn echtgenote zien zittend op Garuda, als waren
ze de bliksem in een wolk boven de zon, liet hij zijn
S'ataghnî [een projectiel met vele punten] op
Hem los en vielen tegelijkertijd al zijn soldaten aan.
(Vedabase)
Tekst
16
De Allerhoogste
Heer, de Oudere Broer van Gada, veranderde hun lichamen - en
tegelijkertijd ook de lijven van de paarden en de olifanten -
met verschillend gevederde scherpe pijlen in een verzameling
van afgeschoten armen, dijbenen en nekken.
De
Allerhoogste Heer, de Oudere Broer van Gada, veranderde hun
lichamen - en tegelijkertijd ook de lijven van de paarden en
de olifanten - met verschillend gevederde scherpe pijlen in
een [berg van] afgeschoten armen, dijbenen en
nekken.
(Vedabase)
Tekst
17-19
Ieder van de
puntige en stakige wapens die de strijders inzetten, o held van
de Kuru's, werd door Krishna telkens met drie pijlen aan
stukken geschoten. Gedragen door hem met de grote vleugels,
Garuda, die met beide vleugels klappen uitdeelde, werden de
olifanten verslagen. De olifanten door zijn vleugels, bek en
klauwen belaagd trokken zich terug in de stad terwijl Naraka
['hel' ofwel Bhauma] doorging met de
veldslag.
Ieder
van de puntige en stakige wapens die de strijders inzetten,
o held van de Kuru's, werd door Krishna telkens met drie
pijlen aan stukken geschoten. Gedragen door hem met de grote
vleugels, Garuda, die met beide vleugels klappen uitdeelde,
werden de olifanten verslagen. De olifanten door zijn
vleugels, bek en klauwen belaagd trokken zich terug in de
stad terwijl Naraka ['hel' ofwel Bhauma] doorging
met de veldslag. (Vedabase)
Tekst
20
Bhauma, getergd
te zien hoe door Garuda zijn leger op de terugtocht werd
gedrongen, viel hem aan met een speer die [ooit] de
bliksemschicht [van Indra] weerstond, maar die raakte
hem net zo min als je een olifant kan raken als je hem slaat
met een bloem.
Bhauma,
getergd te zien hoe door Garuda het leger op de terugtocht
werd gedrongen, viel hem aan met een speer die
[ooit] de bliksemschicht [van Indra]
weerstond, maar die raakte hem niet zoals een olifant ook
niet is geraakt geslagen met een bloem.
(Vedabase)
Tekst
21
Om Krishna te
doden nam Bhauma, gefrustreerd in zijn pogingen, zijn drietand
ter hand, maar voordat hij hem zelfs maar kon lanceren, sneed
de Heer met de scherpgerande schijf van Zijn cakra het hoofd
van Bhaumâsura eraf terwijl die op zijn olifant
zat.
Om
Krishna te doden nam Bhauma, gefrustreerd in zijn pogingen,
zijn drietand ter hand, maar voordat hij hem zelfs maar kon
lanceren, sneed de Heer met de scherpgerande schijf van Zijn
cakra het hoofd van Bhaumâsura eraf terwijl die op
zijn olifant zat. (Vedabase)
Tekst
22
Schitterend,
glimmend gesierd met oorhangers en een fraaie helm, viel dat
alles bij elkaar op de grond, en aanbaden [onder uitroepen
van] 'Helaas, helaas' en 'Bravo, bravo!' de wijzen en de
heersende goden Heer Krishna, Hem overladend met bloemen.
Schitterend,
glimmend gesierd met oorhangers en een fraaie helm, viel dat
alles bij elkaar op de grond, en aanbaden [onder
uitroepen van] 'Helaas, helaas' en 'Bravo, bravo!' de
wijzen en de heersende goden Heer Krishna, Hem overladend
met bloemen. (Vedabase)
Tekst
23
Moeder aarde
die daaropvolgend Krishna benaderde bood gouden oorhangers aan
die gloeiden van de glimmende edelstenen, een Vaijayantî
slinger van woudbloemen en gaf Hem de parasol van Varuna en het
Grote Juweel [de bergtop van Mandara].
Moeder
aarde die daaropvolgend Krishna benaderde bood gouden
oorhangers aan die gloeiden van de glimmende edelstenen, een
vaijayanti slinger van woudbloemen en gaf de parasol van
Varuna en het Grote Juweel [de bergtop van Mandara].
(Vedabase)
Tekst
24
De godin toen,
o Koning, die met een geest vervuld van toewijding haar handen
vouwde en neerboog, prees de Heer van het Universum die wordt
aanbeden door de besten onder de goden.
De
godin toen, o Koning, met een geest vervuld van toewijding
haar handen vouwend en neerbuigend, prees de Heer van het
Universum die wordt aanbeden door de besten onder de goden.
(Vedabase)
Tekst
25
Bhûmi
zei: 'Voor U mijn eerbetuigingen o God der Goden, o Heer, die
de schelp, de schijf en de knots vasthoudt, U die
overeenkomstig het verlangen van de toegewijden Uw
verschillende gedaanten heeft aangenomen, o Allerhoogste Ziel;
laat er de lof voor U zijn.
Bhûmi
zei: 'Aan U mijn eerbetuigingen o God der Goden, o Heer, die
de schelp, de schijf en de knots vasthoudt, U die naar het
verlangen van de toegewijden Uw verschillende gedaanten
heeft aangenomen, o Allerhoogste Ziel; laat er de lof voor U
zijn. (Vedabase)
Tekst
26
Mijn eerbetoon
geldt Hem met het lotusvormige kuiltje in Zijn buik, mijn
eerbied geldt Hem met de slinger van lotussen om, mijn respect
voor Hem wiens blik koel is als een lotus, mijn lofprijzing
geldt U met de voeten die zijn als lotussen [zoals in
1.8:
22].
Mijn
eerbetoon geldt Hem met het lotusvormige kuiltje in Zijn
buik, mijn eerbied geldt Hem met de slinger van lotussen om,
mijn respect voor Hem wiens blik koel is als een lotus, mijn
lofprijzing geldt U met de voeten die zijn als lotussen
[zoals in 1.8: 22]. (Vedabase)
Tekst
27
Mijn
eerbetuiging is er voor U, de Allerhoogste Heer,
Vâsudeva, Vishnu, de Oorspronkelijke Persoon, het Zaad en
de Volle Kennis, U breng ik de eregroet.
Mijn
eerbetuiging geldt U, de Allerhoogste Heer, Vâsudeva,
Vishnu, de Oorspronkelijke Persoon, het Zaad en de Volle
Kennis, aan U mijn eregroet. (Vedabase)
Tekst
28
Laat er de
verering zijn van U, de Ongeboren Verwekker, de Onbegrensde
Absolute, de Ziel der hogere en lagere energieën, de Ziel
van de Schepping, de Superziel!
Laat
er de verering zijn van U, de Ongeboren Verwekker, de
Onbegrensde Absolute, de Ziel der hogere en lagere
energieën, de Ziel van de Schepping, de Superziel!
(Vedabase)
Tekst
29
U, verlangend
te scheppen, o Meester, doet Zich kennen als zijnde Ongeboren
[als Brahmâ], neemt voor de vernietiging de
onwetendheid op U [als S'iva] en bent voor het behoud
[gemanifesteerd als] de goedheid [met de
vishnu-avatâra's] van het Universum [maar
niettemin bent U] niet overdekt [door deze
geaardheden], o Heer van Jagat [het Levende Wezen dat
het Universum is]. Hoewel U Kâla [de tijd],
Pradhâna [de oorspronkelijke staat der materie]
en Purusha [het volledige als de oorspronkelijke
Persoon] bent bestaat U er niettemin onafhankelijk
van.
U,
verlangend te scheppen, o Meester, doet Zich kennen als
Ongeboren inderdaad [als Brahmâ], neemt voor
de vernietiging de onwetendheid op [als S'iva] en
bent voor het behoud [gemanifesteerd als] de
goedheid [met de Vishnu-avatâra's] van het
Universum [maar niettemin bent U] niet overdekt
[door deze geaardheden], o Heer van Jagat [het
Levende Wezen dat het Universum is]; Kâla [de
tijd], Pradhâna [de oorspronkelijke staat der
materie] en Purusha [het volledige als de
oorspronkelijke Persoon] zijnde staat U er niettemin los
van.
(Vedabase)
Tekst
30
Dit zelf van
mij, het water, het vuur en de lucht, de ether, de
zinsobjecten, de halfgoden, de geest, de zintuigen, degene die
handelt, het geheel van de materiële energie, kortom alles
wat zich rondbeweegt of niet rondbeweegt, vormt [voor
zichzelf bestaand] de verbijstering o Allerhoogste Heer,
daar het zich allemaal in U bevindt, U waarbuiten zich niets
bevindt [zie ook siddhânta]!
Dit
zelf van mij, het water, het vuur en de lucht, de ether, de
zinsobjecten, de halfgoden, de geest, de zintuigen, degene
die handelt, het geheel van de materiële energie,
kortom alles wat zich rondbeweegt of niet rondbeweegt, is
[op zichzelf staande] de verbijstering o
Allerhoogste Heer, daar het zich allemaal in U bevindt, U
waarbuiten zich niets bevindt [zie ook
siddhânta]! (Vedabase)
Tekst
31
Deze zoon van
hem [Bhauma's zoon, Bhûmi's kleinzoon] heeft in
zijn angst de lotusvoeten benaderd van U die het leed wegneemt
van hen die hun toevlucht zoeken; alstUblieft neem hem in
bescherming en plaats op zijn hoofd Uw lotushand die alle zonde
wegvaagt.'
Deze
zoon van hem [Bhauma's zoon, Bhûmi's
kleinzoon] heeft bang de lotusvoeten benaderd van U die
het leed wegneemt van hen die hun toevlucht zoeken;
alstUblieft neem hem in bescherming en plaats op zijn hoofd
Uw lotushand die alle zonde wegvaagt.' S'rî S'uka zei:
'De Allerhoogste Heer, met deze woorden door Bhûmi met
toewijding en nederigheid aanbeden, ging, om de angst weg te
nemen, de verblijven binnen van Bhauma rijk met alle
denkbare weelde. (Vedabase)
Tekst
32
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, met deze woorden door
Bhûmi met toewijding en nederigheid aanbeden, ging, om de
angst weg te nemen, de verblijven binnen van Bhauma die rijk
waren aan alle denkbare weelde.
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, met deze woorden door
Bhûmi met toewijding en nederigheid aanbeden, ging, om
de angst weg te nemen, de verblijven binnen van Bhauma rijk
met alle denkbare weelde.
(Vedabase)
Tekst
33
Aldaar zag de
Heer zestienduizend [**]
maagden van adel die door Bhaumâsura met geweld waren
weggehaald bij de koningen.
Aldaar
zag de Heer zestienduizend [] maagden
van de adel die door Bhaumâsura met geweld waren
weggehaald bij de koningen. (Vedabase)
Tekst
34
Toen de vrouwen
Hem, de meest uitzonderlijke van alle mannen, zagen
binnenkomen, kozen ze bekoord als ze waren voor Hem die hen
door het lot in de schoot was geworpen als de echtgenoot van
hun dromen.
Toen
de vrouwen Hem, de meest uitzonderlijke van alle mannen,
zagen binnenkomen, kozen ze bekoord voor Hem, die het lot
had gebracht, als de echtgenoot die ze zich
wensten.
(Vedabase)
Tekst
35
Verzonken in
Krishna denkend: 'Moge de voorzienigheid maken dat Hij mijn
echtgenoot wordt', sloten ze Hem aldus allen stuk voor stuk in
hun hart.
Verzonken
in Krishna denkend: 'Moge de voorzienigheid maken dat Hij
mijn echtgenoot wordt', plaatsten ze Hem aldus allen
individueel in hun harten.
(Vedabase)
Tekst
36
Schoongewassen
en smetteloos gekleed stuurde Hij hen in draagstoelen naar
Dvârakâ tezamen met de [buitgemaakte]
enorme schat aan strijdwagens, paarden en een groot aantal
andere kostbaarheden.
Hen,
schoongewassen en smetteloos gekleed, stuurde Hij in
draagstoelen naar Dvârakâ tezamen met grote
schatten, strijdwagens en paarden en een groot aantal andere
kostbaarheden. (Vedabase)
Tekst
37
Kes'ava stuurde
ook vierenzestig snelle, witte olifanten mee met vier
slagtanden die van dezelfde soort waren als Airâvata
[Indra's olifant].
Kes'ava
stuurde ook vierenzestig snelle en witte olifanten mee met
vier slagtanden die afkomstig waren uit de lijn van
Airâvata [Indra's olifant].
(Vedabase)
Tekst
38-39
Zich begevend
naar de verblijfplaats van de koning der goden overhandigde Hij
Aditi haar oorhangers. Daarna werd Hij tezamen met Zijn
geliefde [Satyabhâmâ] aanbeden door Indra
de leider van de dertig [belangrijkste] halfgoden en
door de echtgenote van de grote koning. Er door Zijn vrouw toe
aangezet trok hij de pârijâta uit de grond,
plaatste die op Garuda en bracht hem, de halfgoden verslaand
[die dat bestreden], naar Zijn stad.
Zich
begevend naar de verblijfplaats van de koning der goden en
Aditi haar oorhangers overhandigend werd Hij tezamen met
Zijn geliefde [Satyabhâmâ] aanbeden door
Indra de leider van de dertig [belangrijkste]
halfgoden en door de echtgenote van de grote koning. Er door
Zijn vrouw toe aangezet trok hij de pârijâta uit
de grond, plaatste die op Garuda en bracht hem, de halfgoden
verslaand [die dat bestreden], naar Zijn
stad.
(Vedabase)
Tekst
40
Helemaal vanuit
de hemel gevolgd door de bijen die begeertig waren naar de
zoete geur en het sap, sierde de boom eenmaal geplant de tuin
op van Satyabhâmâ's verblijf.
Geplant
sierde die de tuin van Satyabhâmâ's verblijf tot
waar die werd gevolgd door de bijen uit de hemel begeertig
naar de zoete geur en het sap. (Vedabase)
Tekst
41
Nadat hij
[Indra] zich voorover had gebogen, waarbij hij met de
punten van zijn kroon Zijn voeten beroerde, en Acyuta had
gesmeekt aan zijn verlangens te beantwoorden, ging hij, die
grote ziel onder de halfgoden, nu hij eenmaal zijn doel bereikt
had, niettemin de strijd met Hem aan [over de
pârijâta]. Vervloekt zij hun weelde, wat een
onbenul! [zie ook 3.3:
5].
Nadat
hij [Indra] zich voorover had gebogen, met de punten
van zijn kroon Zijn voeten beroerend, en Acyuta had gesmeekt
aan zijn verlangens te beantwoorden, ging hij, die grote
ziel inderdaad van de halfgoden, toen die eenmaal zijn doel
bereikt had, de strijd met Hem aan [over de
pârijâta]; vervloekt zij die weelde van hen,
wat een onbenul! [zie ook: 3.3: 5].
(Vedabase)
Tekst
42
Toen trouwde de
Opperheer zoals het hoort met die vrouwen op één
en hetzelfde tijdstip in hun verschillende verblijven, en voor
dat doel nam de Onvergankelijke Ene evenzovele gedaanten aan
[zie 10.58:
45,
10.69:
19-45 en B.G.
9:
15;
13:
31].
Toen,
op een uitgekiend tijdstip, trouwde de Opperheer naar
behoren met die vrouwen, als één en dezelfde
in de verschillende verblijven, als de Onvergankelijke Ene,
even zo vele gedaanten aannemend [zie 10.58: 45, 10.69:
19-45 en B.G. 9: 15; 13:
31].
(Vedabase)
Tekst
43
Steeds zich in
hun onovertroffen, allermooiste paleizen ophoudend genoot Hij,
die het onvoorstelbare ten uitvoer brengt, samen met de Hem
welgevallige vrouwen en beantwoordde Hij, opgaand in het genot
als iedere andere man, aan Zijn huwelijkse plichten [zie
ook 1.11:
37-39].
Steeds
zich in hun verblijven ophoudend verrichtte Hij
ondoorgrondelijk, ongeëvenaard, en onovertroffen,
opgegaan in Zijn liefde Zijn daden genietend met de
behagende vrouwen, waarbij Hij zijn huishoudelijke taken
verrichtte zoals iedere andere man [zie ook 1.11:
37-39].(Vedabase)
Tekst
44
De vrouwen die
zo de echtgenoot van Ramâ verwierven wisten Hem te
bereiken op een manier die zelfs niet voor Brahmâ en de
andere goden openstaat, met zoals ze in een steeds groter
plezier deelden in de altijd weer nieuwe, liefdevolle
aantrekking van een omgaan met Hem in glimlachen en blikken,
intieme gesprekken en bedeesdheid.
De
vrouwen, op deze manier de echtgenoot van Ramâ
krijgend en wetend van middelen van verwezenlijking die
zelfs Brahmâ en de andere goden niet kennen, deelden
in een immer groeiend plezier in de altijd frisse
liefdevolle aantrekking van een omgang in glimlachen en
blikken, intieme gesprekken en
bedeesdheid.
(Vedabase)
Tekst
45
Hem benaderend,
een zitplaats biedend, van eersteklas toewijding zijnd, Zijn
voeten wassend, met betelnoot van dienst zijnd, met massages en
koelte toewuivend, met geuren, bloemenslingers, het verzorgen
van Zijn haar, het zorgen voor Zijn bed, met baden en met het
geven van kadootjes, waren ze, hoewel ze honderden
dienstmeisjes hadden, [persoonlijk] de Almachtige Heer
van dienst.'
Hem
benaderend, een zitplaats biedend, van eersteklas toewijding
zijnd, Zijn voeten wassend, met betelnoot van dienst zijnd,
met massages en koelte toewuivend, met geuren,
bloemenslingers, het verzorgen van Zijn haar, het zorgen
voor Zijn bed, met baden en met het geven van kadootjes,
waren ze, hoewel ze honderden dienstmeisjes hadden,
[persoonlijk] de Almachtige Heer van
dienst.' (Vedabase)
*
De âcârya's leggen uit dat
Satyabhâmâ Krishna zou vergezellen om toestemming
te verlenen om Bhauma te doden ondanks de belofte die Hij ooit
deed aan Bhûmi, de godin van de aarde, haar zoon Bhauma
zonder haar toestemming geen geweld aan te doen. Ook zou ze
zijn meegekomen om de pârijâta bloemenboom mee te
nemen die Krishna haar had beloofd nadat Hij voor Rukminî
zo'n bloem had meegebracht [zie ook 10.50:
54
en3.3:
5].
**
Wat betreft het precieze aantal van Krishna's koninginnen
bestaat er geen absolute enigheid. Hier staat geschreven 16000.
De Vishnu Purâna V.19 - 9.31 maakt melding van 16100
dames terwijl nog weer anderen spreken van 16001 van hen. Het
vers 10.90:
29
niet meegerekend dat ook melding maakt van meer dan 16100
stuks, zouden zuiver redenerend vanuit de Bhâgavatam
verhalen alleen, er 16008 koninginnen zijn [zie ook
voorgaande
voetnoot].