Canto
10
Hoofdstuk 70: Krishna's Routines, Moeilijkheden en Nârada Nog Eens op Bezoek
(1) S'rî S'uka zei: 'Toen, met het aanbreken van de dag, werden de kraaiende hanen verwenst door de vrouwen van de Lieve Heer die, bij hun hoofden vastgehouden door hun echtgenoten [de Ene Yogamâyâ Heer in Velen], verstoord waren over [de onvermijdelijke] scheiding. (2) Vogels ontwakend uit hun slaap door de bries van de parijâta-bomen met hun bijen, wekten Krishna met hun luidruchtig zingen als waren ze de dichters aan het hof. (3) Maar Vaidarbhî [Rukminî] hield niet van die zo gunstige tijd van de dag omdat die haar de armen van Krishna om haar heen zou ontzeggen. (4-5) Opstaand tijdens de brahma-muhûrta [het uur voor zonsopgang] beroerde Mâdhava water en maakte Hij Zijn geest vrij om te mediteren op het ongeëvenaarde, enige, zelfverlichtende Zelf voorbij alle traagheid der materie. Dat Ware Zelf verdrijft, onfeilbaar als het is, overeenkomstig zijn [Zijn] eigen aard onophoudelijk de onzuiverheid en geeft aanleiding tot de vreugde van het bestaan. Men kent het als het Brahman dat met zijn [Zijn] energieën de oorzaak vormt van schepping en vernietiging in dit universum [zie ook 3.29: 31 & 36-37, B.G. 7: 5 & 6 en *]. (6) Nadat Hij overeenkomstig de vidhi een bad had genomen in zuiver water, volbracht Hij, de Meest Waarachtige, na Zich eerst in boven- en onderkleding te hebben gestoken, de gehele routine van het eerbetoon bij het ochtendgloren en chantte Hij, nadat Hij uitgietingen had gedaan in het vuur, rustig Zijn spraak beheersend de vedische mantra [de Gâyatrî, zie ook **]. (7-9) Consequent naar Zijn eigen aard stemde Hij met eerbetoon voor de opkomende zon Zijn eigen expansies gunstig: met het verschuldigde respect voor de goden, de wijzen en de voorvaderen, alsmede voor de senioren en de geleerden, schonk Hij dag na dag vele, vele gehoorzame koeien weg met goud op hun horens, zilver voorop hun hoeven en paarlen halssnoeren om, die rijk aan melk waren en maar één kalf ter wereld hadden gebracht. Zij, fraai opgetuigd werden aan de geschoolden aangeboden samen met linnen, hertenvellen, sesamzaad en sieraden [zie ook ***]. (10) Met het tonen van respect voor de koeien, de mannen van scholing, de goddelijken, de ouderen, de geestelijk leraren en alle levende wezens die enkel maar expansies van Hemzelf waren, beroerde Hij [darshan verlenend, alle personen en] goedgunstige dingen. (11) Hij, het sieraad van de samenleving Zelve, kleedde Zich aan met de kleren, de goddelijke bloemenslingers, de kleuren en de juwelen die bij Hem pasten.(12) Met het zowel zorgdragen voor de ghee [gebruikt in de offers] als voor de spiegel bekommerde Hij zich om de koeien, de stieren, de tweemaal geborenen, de goden en de voorwerpen van begeerte, met het voorzien in giften naar de voldoening van alle maatschappelijke groeperingen die in de stad en het paleis leefden en begroette Hij Zijn ministers ten volle al hun noden lenigend. (13) Allereerst bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta verdelend onder de geschoolden, [en dan] onder Zijn vrienden, Zijn ministers en Zijn vrouwen, was Hij gewoon vervolgens Zelf Zijn deel te nemen. (14) Zijn menner, die tegen die tijd Zijn allerprachtigste strijdwagen had gebracht met ingespannen de paarden Sugrîva enzovoorts [zie 10.53: 5], stond gebogen klaar voor Hem. (15) De wagenmenner zijn handen beethoudend klom Hij toen vergezeld door Sâtyaki en Uddhava naar binnen als was Hij de zon opkomend boven de heuvels in het oosten. (16) Met moeite Zich losmakend van de vrouwen in het paleis die Hem aankeken met verlegen en liefdevolle blikken, vertrok Hij, een glimlach prijsgevend die hun geesten vervoerde. (17) Opgewacht door al de Vrishni's betrad hij de zaal bekend als Sudharmâ [zie ook 10.50: 54] die voor hen die er binnengingen de zes golven afweert, mijn beste [zie shath-ûrmi]. (18) De Almachtige, de Beste van de Yadu's, aldaar hoog op Zijn troon gezeten temidden van de Yadu's, de leeuwen onder de mannen, verlichtte alle richtingen met Zijn gloed die straalde als de maan aan de hemel omringd door de sterren. (19) Daar waren de hofnarren, o Koning, die de Almachtige met verschillende vormen van amusement van dienst waren, zoals ook op hun beurt de beroepsentertainers [zoals de goochelaars] en de vrouwen die energiek dansten dat deden. (20) Zij dansten op de geluiden van vînâ's, mridanga's en muraja-trommels, fluiten, cymbalen en schelphoorns, terwijl de hofzangers, verhalenvertellers en lofprijzers zongen en de loftrompet staken. (21) Daar reciteerden brahmanen neergezeten doorlopend vedische mantra's terwijl anderen verhalen vertelden over koningen uit het verleden die beroemd waren om hun vroomheid.
(22) Op een dag werd de aankomst gemeld van een persoon, o Koning, die via de wachters bij de deur toegang verkreeg tot de Fortuinlijke, maar daar nog nooit eerder gezien was. (23) Na zijn eerbetoon met samengebrachte handpalmen voor Krishna, de Allerhoogste Heerlijkheid, legde hij Hem het lijden voor van de koningen die gevangen gehouden werden door Jarâsandha. (24) Gedurende een campagne van hem in alle windrichtingen waren al die koningen die hem niet in volmaakte onderwerping van dienst waren - zo'n twintigduizend van hen - met geweld vastgezet in de vesting Girivraja. (25) De koningen brachten over: 'Krishna, o Krishna, o onmetelijke Ziel, o U die de angst wegneemt van de overgegevenen; zo uiteenlopend van mentaliteit als we zijn, komen we, het moeilijk hebbend in ons materiële bestaan, naar U voor onze toevlucht! (26) De hele wereld neigend tot het verkeerde handelen is verbijsterd over de plichten alhier die ten gunste werken in de aanbidding van U naar Uw woord die, in zoverre men het eigene daarin doet, de macht van het bestaan vormt door van dienst te zijn met langlevendheid en hoop; mogen er de eerbetuigingen zijn voor Hem, de Altijd Waakzame ['die niet aflaat met de Tijd'] die plotseling weer een einde maakt aan dit alles [ten tijde van het stervensuur]. (27) U, de heersende autoriteit van dit universum, bent nedergedaald met Uw expansie [Balarâma] om hen die zich heiligden te beschermen en de slechten te onderwerpen; we begrijpen niet, o Heer, hoe iemand anders die in overtreding verkeert met Uw wet [zoals Jarâsandha] of anders op gezag van zijn eigen creativiteit [zoals wij] ooit zoiets zou kunnen bereiken. (28) Het voorwaardelijke geluk van koningen, o Heer, is als een droom, omdat ze altijd vervuld van angst zijn met de last van dit sterfelijke lichaam; met het afwijzen van dat geluk van de ziel dat wordt verworven door onzelfzuchtige dienstverlening aan U, hebben wij, met Uw verstandsverbijsterende werkelijkheid van mâyâ alhier, te lijden onder de grootste ellende. (29) Derhalve, o Goedheid wiens voetenpaar het leed verdrijven, verlos alstUblieft ons, de overgegevenen, die in de boeien van het karma werden geslagen door hem die de naam van Maghada voert en die, gelijk de koning der dieren met de schapen, in zijn eentje het gezag uitoefenend van een tienduizendtal kwaaie olifanten ons in zijn woonstede gevangen heeft gezet. (30) Achttien maal Uw cakra geheven en hem verpletterd hebbend versloeg hij één enkele keer in de slag U, die vol van vertrouwen in Uw onbegrensde macht in beslag werd genomen door menselijke aangelegenheden [zie 10.50: 41 & 10.52: 7]; en nu, vol van trots, kwelt hij ons, Uw onderdanen, o Onoverwinnelijke; alstUblieft zet dat recht!' (31) De boodschapper zei: 'Aldus smachten degenen die gevangen gehouden worden door Jarâsandha, in hun overgave aan de basis van Uw voeten, ernaar de aanblik van U te mogen genieten; alstUblieft laat deze arme zielen delen in Uw welvaart!'
(32) S'rî S'uka zei: 'Toen de boodschapper van de koningen zich aldus had uitgedrukt, verscheen de allerhoogste rishi [Nârada] ten tonele die met zijn geelgekleurde, samengeklitte lokken een gloed had gelijk die van de zon. (33) Hem ziend bracht de Allerhoogste Heer Krishna, de Allerhoogste Heerser van de heersers aller werelden, met Zijn hoofd Zijn eerbetuigingen, waarbij Hij verheugd samen met Zijn volgelingen en de leden van de vergadering opstond. (34) Na met zijn aanvaarden van een zitplaats met hem van eerbetoon te zijn geweest overeenkomstig de regels, sprak Hij met waarachtige, aangename woorden van respect naar de tevredenheid van de wijze: (35) 'Het is een feit dat vandaag de drie werelden volledig zijn bevrijd van alle angst, want dat is nu de kwaliteit van de grote en fortuinlijke [die u bent] rondreizend door de werelden. (36) Met de drie werelden zoals die zijn opgezet door hun Beheerser, is er waarlijk niets dat u niet bekend is en laat ons om die reden dan van u vernemen wat de plannen van de Pândava's zijn.'
(37) S'rî Nârada zei: 'Ik was getuige van de vele vormen van Uw ondoorgrondelijke mâyâ, o Almachtige, o U die [zelfs] de Schepper van het Universum begoochelt [zie 10.14]; bij mij wekt het geen verbazing, o Allesomvattende Ene, dat U door Uw eigen energieën verhuld zich beweegt onder de geschapen wezens als een vuur waarvan het licht afgedekt is. (38) Wie is er toe in staat zich een juist begrip te vormen van Uw bedoeling, van U die met Uw materiële energie alles tot stand brengt en dit universum ook weer opheft dat zich [voor de levende wezens] manifesteert om in relatie te kunnen staan tot U; alle eer aan U die ondoorgrondelijk van aard bent. (39) Hij die voor de individuele ziel in samsâra, die geen bevrijding weet uit de problemen die het materiële lichaam met zich meebrengt, met Zijn avatâra's voor Zijn spel en vermaak Zijn eigen toorts van roem ontsteekt; U, die Heer, benader ik voor mijn toevlucht. (40) Niettemin zal ik U, o Hoogste Waarheid die de Menselijke Gang van Zaken Imiteert, vertellen wat Uw toegewijde de koning [Yudhishthhira], de zoon van Uw vaders zuster, zich heeft voorgenomen. (41) De koning, de zoon van Pându, de toppositie verlangend wil te Uwentwille de grootste offerplechtigheid houden die bekend staat als Râjasûya, alstUblieft geef dat Uw zegen. (42) O Heer op die beste van alle offerplechtigheden zullen alle verlichte en aanverwante zielen alsook de koningen van zege en glorie afkomen, met het verlangen U daar te aanschouwen. (43) Als van het luisteren naar, bezingen van en mediteren op U, het Volle van het Absolute, zelfs degenen aan de onderkant van de samenleving zuivering vinden, wat valt er dan niet te verwachten voor hen die U zien en U aanraken? (44) De onberispelijke faam van U die zich verspreid [als een overkapping] in alle richtingen wordt verkondigd in de hemel, in de lagere regionen en op aarde, o Brenger van Al het Geluk voor Al de Werelden. In de vorm van het water dat van Uw voeten spoelt en zo het hele universum zuivert wordt die genade de Mandâkinî genoemd in het goddelijke bereik, de Bhogavatî in de lagere leefwerelden en de Ganges hier op aarde.'
(45) S'rî S'uka zei: 'Toen Zijn eigen aanhangers [de Yâdu's] er niet mee instemden omdat ze de overwinning [op Jarâsandha] verlangden sprak Kes'ava glimlachend tot Zijn dienaar Uddhava met een bekoorlijke woordkeuze. (46) De Fortuinlijke zei: 'Jij inderdaad als Onze oogappel en welgezinde vriend weet om die reden volmaakt welke uitdrukking van nut zou zijn in dit opzicht, zeg alsjeblieft wat er moet worden gedaan, We stellen volkomen vertrouwen in je en zullen dat ten uitvoer brengen.'
(47) Aldus ertoe verzocht door zijn Behouder die deed alsof Hij, de Alwetende, het niet meer wist, gaf Uddhava, die nederig de opdracht op zijn hoofd aanvaarde, een antwoord.'
Tweede editie, geladen 11 november 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Toen, met het aanbreken van de dag, werden de kraaiende hanen verwenst door de vrouwen van de Lieve Heer die, bij hun hoofden vastgehouden door hun echtgenoten [de Ene Yogamâyâ Heer in Velen], verstoord waren over [de onvermijdelijke] scheiding.S'rî S'uka zei: 'Toen, met het aanbreken van de dag, werden de kraaiende hanen verwenst door de vrouwen van de Lieve Heer die, bij hun hoofden vastgehouden door hun echtgenoten [de Ene Yogamâyâ Heer in Velen], verstoord waren over [de onvermijdelijke] scheiding. (Vedabase)
Vogels ontwakend uit hun slaap door de bries van de parijâta-bomen met hun bijen, wekten Krishna met hun luidruchtig zingen als waren ze de dichters aan het hof.
Vogels ontwakend uit hun slaap door de bries van de parijâta-bomen met hun bijen, wekten Krishna luidruchtig zingend als waren ze de dichters aan het hof. (Vedabase)
Maar Vaidarbhî [Rukminî] hield niet van die zo gunstige tijd van de dag omdat die haar de armen van Krishna om haar heen zou ontzeggen.
Maar Vaidarbhî [Rukminî] hield niet van die zo gunstige tijd van de dag omdat die haar de armen van Krishna om haar heen zou ontzeggen. (Vedabase)
Opstaand tijdens de brahma-muhûrta [het uur voor zonsopgang] beroerde Mâdhava water en maakte Hij Zijn geest vrij om te mediteren op het ongeëvenaarde, enige, zelfverlichtende Zelf voorbij alle traagheid der materie. Dat Ware Zelf verdrijft, onfeilbaar als het is, overeenkomstig zijn [Zijn] eigen aard onophoudelijk de onzuiverheid en geeft aanleiding tot de vreugde van het bestaan. Men kent het als het Brahman dat met zijn [Zijn] energieën de oorzaak vormt van schepping en vernietiging in dit universum [zie ook 3.29: 31 & 36-37, B.G. 7: 5 & 6 en *].
Opstaand tijdens de brahma-muhûrta [het uur voor zonsopgang] beroerde Mâdhava water en maakte Hij Zijn geest vrij, mediterend op het ongeëvenaarde, enige, zelfverlichtende Zelf voorbij alle traagheid der materie dat, onfeilbaar naar zijn [Zijn] eigen aard onophoudelijk de onzuiverheid verdrijft en, gekend als Brahman in de oorzaken van zijn [Zijn] eigen energieën van schepping en vernietiging hierin [in dit universum], de vreugde van het bestaan manifesteert [zie ook 3.29: 31 & 36-37, B.G. 7: 5 & 6 en *]. (Vedabase)
Nadat Hij overeenkomstig de vidhi een bad had genomen in zuiver water, volbracht Hij, de Meest Waarachtige, na Zich eerst in boven- en onderkleding te hebben gestoken, de gehele routine van het eerbetoon bij het ochtendgloren en chantte Hij, nadat Hij uitgietingen had gedaan in het vuur, rustig Zijn spraak beheersend de vedische mantra [de Gâyatrî, zie ook **].
Toen, overeenkomstig de vidhi een bad genomen hebbend in zuiver water, volbracht Hij, de Meest Waarachtige, na Zich eerst in boven- en onderkleding te hebben gestoken, de gehele reeks van het eerbetoon bij het ochtendgloren en dergelijke en chantte Hij, volgende op uitgietingen in het vuur, rustig Zijn spraak beheersend de vedische mantra [de Gâyatrî, zie ook **]. (Vedabase)
Consequent naar Zijn eigen aard stemde Hij met eerbetoon voor de opkomende zon Zijn eigen expansies gunstig: met het verschuldigde respect voor de goden, de wijzen en de voorvaderen, alsmede voor de senioren en de geleerden, schonk Hij dag na dag vele, vele gehoorzame koeien weg met goud op hun horens, zilver voorop hun hoeven en paarlen halssnoeren om, die rijk aan melk waren en maar één kalf ter wereld hadden gebracht. Zij, fraai opgetuigd werden aan de geschoolden aangeboden samen met linnen, hertenvellen, sesamzaad en sieraden [zie ook ***].
Consequent naar Zijn eigen aard in aanbidding van de opkomende zon Zijn eigen expansies gunstig stemmend - de goden, de wijzen en de voorvaderen, Zijn senioren en mannen van geleerdheid het verschuldigde respect tonend - schonk Hij dag na dag vele, vele gezeglijke koeien met goud op hun horens, zilver voorop hun hoeven en paarlen halssnoeren, die rijk aan melk waren en maar één kalf ter wereld hadden gebracht. Zij, fraai opgetuigd werden aan de geschoolden gepresenteerd met linnen, hertenvellen, sesamzaad en sierselen [zie ook ***]. (Vedabase)
Met het tonen van respect voor de koeien, de mannen van scholing, de goddelijken, de ouderen, de geestelijk leraren en alle levende wezens die enkel maar expansies van Hemzelf waren, beroerde Hij [darshan verlenend, alle personen en] goedgunstige dingen.
Met het de koeien, de mannen van scholing, de goddelijken, de ouderen, de geestelijk leraren en alle levende wezens die enkel maar expansies van Hemzelf waren Zijn respect tonend, beroerde Hij [darshan verlenend, alle personen en] goedgunstige dingen. (Vedabase)
Hij, het sieraad van de samenleving Zelve, kleedde Zich aan met de kleren, de goddelijke bloemenslingers, de kleuren en de juwelen die bij Hem pasten.
Hij, het sierraad van de samenleving Zelve, kleedde Zich aan met de kleren, de goddelijke bloemenslingers, de kleuren en de juwelen die bij Hem pasten. (Vedabase)
Met het zowel zorgdragen voor de ghee [gebruikt in de offers] als voor de spiegel bekommerde Hij zich om de koeien, de stieren, de tweemaal geborenen, de goden en de voorwerpen van begeerte, met het voorzien in giften naar de voldoening van alle maatschappelijke groeperingen die in de stad en het paleis leefden en begroette Hij Zijn ministers ten volle al hun noden lenigend.
Met het zowel zorgdragen voor de ghee [gebruikt in de offers] als voor de spiegel bekommerde Hij zich om de koeien, de stieren, de tweemaal geborenen, de goden en de voorwerpen van begeerte, met het voorzien in giften naar de voldoening van alle maatschappelijke groeperingen levend in de stad en het paleis en begroette Hij Zijn ministers ten volle al hun noden lenigend. (Vedabase)
Allereerst bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta verdelend onder de geschoolden, [en dan] onder Zijn vrienden, Zijn ministers en Zijn vrouwen, was Hij gewoon vervolgens Zelf Zijn deel te nemen.
Allereerst bloemenslingers, betelnoot en sandelhoutpasta verdelend onder de geschoolden, [en dan] onder Zijn vrienden, Zijn ministers en Zijn vrouwen, was Hij gewoon vervolgens Zelf Zijn deel te nemen. (Vedabase)
Zijn menner, die tegen die tijd Zijn allerprachtigste strijdwagen had gebracht met ingespannen de paarden Sugrîva enzovoorts [zie 10.53: 5], stond gebogen klaar voor Hem.
Zijn menner, die tegen die tijd Zijn allerprachtigste strijdwagen had gebracht met ingespannen de paarden Sugrîva en zo voorts [zie 10.53: 5], stond gebogen klaar voor Hem. (Vedabase)
De wagenmenner zijn handen beethoudend klom Hij toen vergezeld door Sâtyaki en Uddhava naar binnen als was Hij de zon opkomend boven de heuvels in het oosten.
De wagenmenner zijn handen beethoudend klom Hij toen vergezeld door Sâtyaki en Uddhava naar binnen als was Hij de zon opkomend boven de heuvels in het oosten. (Vedabase)
Met moeite Zich losmakend van de vrouwen in het paleis die Hem aankeken met verlegen en liefdevolle blikken, vertrok Hij, een glimlach prijsgevend die hun geesten vervoerde.
Met moeite Zich losmakend van de vrouwen in het paleis die Hem aankeken met blikken verlegen en liefdevol, vertrok Hij, een glimlach prijsgevend die hun geesten vervoerde. (Vedabase)
Opgewacht door al de Vrishni's betrad hij de zaal bekend als Sudharmâ [zie ook 10.50: 54] die voor hen die er binnengingen de zes golven afweert, mijn beste [zie shath-ûrmi].
Opgewacht door al de Vrishni's betrad hij de zaal bekend als Sudharmâ [zie ook 10.50: 54] die voor hen die er binnengingen de zes golven afweert, mijn beste [zie shath-ûrmi]. (Vedabase)
De Almachtige, de Beste van de Yadu's, aldaar hoog op Zijn troon gezeten temidden van de Yadu's, de leeuwen onder de mannen, verlichtte alle richtingen met Zijn gloed die straalde als de maan aan de hemel omringd door de sterren.
De Almachtige, de Beste van de Yadu's, aldaar hoog op Zijn troon gezeten temidden van de Yadu's, de leeuwen onder de mannen, verlichtte alle richtingen in Zijn gloed stralend als de maan aan de hemel omringd door de sterren. (Vedabase)
Daar waren de hofnarren, o Koning, die de Almachtige met verschillende vormen van amusement van dienst waren, zoals ook op hun beurt de beroepsentertainers [zoals de goochelaars] en de vrouwen die energiek dansten dat deden.
Daar waren de hofnarren, o Koning, de Almachtige met verschillende vormen van amusement van dienst, zoals ook op hun beurt de beroeps entertainers [zoals de goochelaars] en de vrouwen die energiek dansten dat deden. (Vedabase)
Zij dansten op de geluiden van vînâ's, mridanga's en muraja-trommels, fluiten, cymbalen en schelphoorns, terwijl de hofzangers, verhalenvertellers en lofprijzers zongen en de loftrompet staken.
Zij dansten op de geluiden van vînâ's, mridanga's en muraja-trommels, fluiten, cymbalen en schelphoorns, terwijl de hofzangers, verhalenvertellers en lofprijzers zongen en de loftrompet staken. (Vedabase)
Daar reciteerden brahmanen neergezeten doorlopend vedische mantra's terwijl anderen verhalen vertelden over koningen uit het verleden die beroemd waren om hun vroomheid.
Daar spraken brahmanen neergezeten vloeiend vedische mantra's uit terwijl anderen verhalen ophaalden van koningen uit het verleden die beroemd waren om hun vroomheid. (Vedabase)
Op een dag werd de aankomst gemeld van een persoon, o Koning, die via de wachters bij de deur toegang verkreeg tot de Fortuinlijke, maar daar nog nooit eerder gezien was.
Op een dag werd de aankomst gemeld van een persoon, o Koning, die, door de wachters bij de deur de toegang verleend tot de Fortuinlijke, nog nooit eerder daar gezien was. (Vedabase)
Na zijn eerbetoon met samengebrachte handpalmen voor Krishna, de Allerhoogste Heerlijkheid, legde hij Hem het lijden voor van de koningen die gevangen gehouden werden door Jarâsandha.
Na zijn eerbetoon met samengebrachte handpalmen voor Krishna, de Allerhoogste Heerlijkheid, legde hij het lijden voor van de koningen gevangen gehouden door Jarâsandha. (Vedabase)
Gedurende een campagne van hem in alle windrichtingen waren al die koningen die hem niet in volmaakte onderwerping van dienst waren - zo'n twintigduizend van hen - met geweld vastgezet in de vesting Girivraja.
Gedurende een campagne van hem in alle windrichtingen waren al die koningen die hem niet in volmaakte onderwerping van dienst waren - zo'n twintigduizend van hen - met geweld vastgezet in de vesting Girivraja. (Vedabase)
De koningen brachten over: 'Krishna, o Krishna, o onmetelijke Ziel, o U die de angst wegneemt van de overgegevenen; zo uiteenlopend van mentaliteit als we zijn, komen we, het moeilijk hebbend in ons materiële bestaan, naar U voor onze toevlucht!
De koningen brachten over: 'Krishna, o Krishna, o onmetelijke Ziel, o U die de angst wegneemt van de overgegevenen; zo uiteenlopend van mentaliteit komen we, bevreesd in ons materiële bestaan, naar U voor onze toevlucht! (Vedabase)
De hele wereld neigend tot het verkeerde handelen is verbijsterd over de plichten alhier die ten gunste werken in de aanbidding van U naar Uw woord die, in zoverre men het eigene daarin doet, de macht van het bestaan vormt door van dienst te zijn met langlevendheid en hoop; mogen er de eerbetuigingen zijn voor Hem, de Altijd Waakzame ['die niet aflaat met de Tijd'] die plotseling weer een einde maakt aan dit alles [ten tijde van het stervensuur].
De hele wereld neigend tot het verkeerde handelen is verbijsterd over de plichten alhier die ten gunste werken in de aanbidding van U naar Uw woord, die, in zoverre men het eigene daarin doet, de macht van het bestaan vormen dienend met langlevendheid en hoop; mogen er de eerbetuigingen zijn voor Hem, de Altijd Waakzame ['die niet aflaat met de Tijd'] die zomaar opeens dit alles afkapt [ten tijde van het stervensuur]. (Vedabase)
U, de heersende autoriteit van dit universum, bent nedergedaald met Uw expansie [Balarâma] om hen die zich heiligden te beschermen en de slechten te onderwerpen; we begrijpen niet, o Heer, hoe iemand anders die in overtreding verkeert met Uw wet [zoals Jarâsandha] of anders op gezag van zijn eigen creativiteit [zoals wij] ooit zoiets zou kunnen bereiken.
U, de overwegende autoriteit van dit universum, bent nedergedaald met Uw expansie [Balarâma] om de geheiligden te beschermen en de slechten te onderwerpen; we begrijpen niet, o Heer, hoe ook maar iemand anders in overtreding met Uw wet [zoals Jarâsandha] of anders op gezag van zijn eigen creativiteit [zoals wij] dat zou kunnen bereiken. (Vedabase)
Het voorwaardelijke geluk van koningen, o Heer, is als een droom, omdat ze altijd vervuld van angst zijn met de last van dit sterfelijke lichaam; met het afwijzen van dat geluk van de ziel dat wordt verworven door onzelfzuchtige dienstverlening aan U, hebben wij, met Uw verstandsverbijsterende werkelijkheid van mâyâ alhier, te lijden onder de grootste ellende.
Het voorwaardelijke geluk van koningen, o Heer, is als een droom, altijd vol van angst zijnde met de last van dit sterfelijke lichaam; met het afwijzen van dat geluk van de ziel dat wordt verworven door onzelfzuchtige dienstverlening aan U, hebben wij, met Uw verstandsverbijsterende werkelijkheid van mâyâ alhier, te lijden onder de grootste ellende. (Vedabase)
Derhalve, o Goedheid wiens voetenpaar het leed verdrijven, verlos alstUblieft ons, de overgegevenen, die in de boeien van het karma werden geslagen door hem die de naam van Maghada voert en die, gelijk de koning der dieren met de schapen, in zijn eentje het gezag uitoefenend van een tienduizendtal kwaaie olifanten ons in zijn woonstede gevangen heeft gezet.
Derhalve, o Goedheid wiens voetenpaar het leed verdrijven, verlos alstUblieft ons, de overgegevenen, die in de boeien van het karma werden geslagen door hem die de naam van Maghada voert die, gelijk de koning der dieren met de schapen, in zijn eentje het gezag uitoefenend van een tienduizendtal kwaaie olifanten ons in zijn woonstede gevangen heeft gezet. (Vedabase)
Achttien maal Uw cakra geheven en hem verpletterd hebbend versloeg hij één enkele keer in de slag U, die vol van vertrouwen in Uw onbegrensde macht in beslag werd genomen door menselijke aangelegenheden [zie 10.50: 41 & 10.52: 7]; en nu, vol van trots, kwelt hij ons, uw onderdanen, o Onoverwinnelijke; alstUblieft zet dat recht!'
Achttien maal Uw cakra geheven en hem verpletterd hebbend versloeg Hij U, die zeker in Uw onbegrensde macht in beslag werd genomen door menselijke aangelegenheden, één enkele keer in de slag [zie 10.50: 41 & 10.52: 7]; en nu, vol van trots, kwelt hij ons, Uw onderdanen, o Onoverwinnelijke; alstUblieft zet dat recht!' (Vedabase)
De boodschapper zei: 'Aldus smachten degenen die gevangen gehouden worden door Jarâsandha, in hun overgave aan de basis van Uw voeten, ernaar de aanblik van U te mogen genieten; alstUblieft laat deze arme zielen delen in Uw welvaart!'
De boodschapper zei: 'Aldus smachten degenen gevangen gehouden door Jarâsandha, overgegeven aan de basis van Uw voeten, ernaar de aanblik van U te mogen genieten; alstUblieft laat deze arme zielen delen in Uw welvaart!' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Toen de boodschapper van de koningen zich aldus had uitgedrukt, verscheen de allerhoogste rishi [Nârada] ten tonele die met zijn geelgekleurde, samengeklitte lokken een gloed had gelijk die van de zon.
S'rî S'uka zei: 'Toen de boodschapper van de koningen zich aldus had uitgedrukt, verscheen de allerhoogste rishi [Nârada] ten tonele die met zijn geelgekleurde, samengeklitte lokken een gloed had gelijk die van de zon. (Vedabase)
Hem ziend bracht de Allerhoogste Heer Krishna, de Allerhoogste Heerser van de heersers aller werelden, met Zijn hoofd Zijn eerbetuigingen, waarbij Hij verheugd samen met Zijn volgelingen en de leden van de vergadering opstond .
Hem ziend bracht de Allerhoogste Heer Krishna, de Allerhoogste Beheerser van de Beheersers van Alle werelden, met Zijn hoofd Zijn eerbetuigingen, verheugd opstaand tezamen met Zijn volgelingen en de leden van de vergadering. (Vedabase)
Na met zijn aanvaarden van een zitplaats met hem van eerbetoon te zijn geweest overeenkomstig de regels, sprak Hij met waarachtige, aangename woorden van respect naar de tevredenheid van de wijze:
Na met zijn aanvaarden van een zitplaats met hem van eerbetoon te zijn geweest overeenkomstig de regels, sprak Hij met waarachtige, aangename woorden van respect naar de tevredenheid van de wijze: (Vedabase)
'Het is een feit dat vandaag de drie werelden volledig zijn bevrijd van alle angst, want dat is nu de kwaliteit van de grote en fortuinlijke [die u bent] rondreizend door de werelden.
'Het is een feit dat vandaag de drie werelden volledig zijn bevrijd van alle angst, want dat is nu de kwaliteit van de grote en fortuinlijke [die u bent] rondreizend door de werelden. (Vedabase)
Met de drie werelden zoals die zijn opgezet door hun Beheerser, is er waarlijk niets dat u niet bekend is en laat ons om die reden dan van u vernemen wat de plannen van de Pândava's zijn.'
Er is voorwaar, met de drie werelden zoals ingesteld door hun Beheerser, niets dat u niet bekend is en dus, om die reden, laten we dan van u vernemen wat de plannen van de Pândava's zijn.' (Vedabase)
S'rî Nârada zei: 'Ik was getuige van de vele vormen van Uw ondoorgrondelijke mâyâ, o Almachtige, o U die [zelfs] de Schepper van het Universum begoochelt [zie 10.14]; bij mij wekt het geen verbazing, o Allesomvattende Ene, dat U door Uw eigen energieën verhuld zich beweegt onder de geschapen wezens als een vuur waarvan het licht afgedekt is.
S'rî Nârada zei: 'Vele keren was ik getuige van Uw onoverkomelijke mâyâ, o Almachtige, o U die [zelfs] de Schepper van het Universum Begoochelt [zie 10.14]; bij mij wekt het geen verbazing, o Allesomvattende Ene, dat U door Uw eigen energieën zich beweegt onder de geschapen wezens als een vuur waarvan het licht afgedekt is. (Vedabase)
Wie is er toe in staat zich een juist begrip te vormen van Uw bedoeling, van U die met Uw materiële energie alles tot stand brengt en dit universum ook weer opheft dat zich [voor de levende wezens] manifesteert om in relatie te kunnen staan tot U; alle eer aan U die ondoorgrondelijk van aard bent.
Wie is er toe in staat naar behoren de bedoeling te doorgronden van U die middels Zijn eigen energie schept en dit universum weer terugtrekt dat zich manifesteert [voor zijn wezens] om te bestaan in relatie tot U; eerbetuigingen aan Hem, aan U ondoorgrondelijk in Uw wezensaard. (Vedabase)
Hij die voor de individuele ziel in samsâra, die geen bevrijding weet uit de problemen die het materiële lichaam met zich meebrengt, met Zijn avatâra's voor Zijn spel en vermaak Zijn eigen toorts van roem ontsteekt; U, die Heer, benader ik voor mijn toevlucht.
Hij die voor de individuele ziel in samsara, die geen bevrijding weet uit de problemen meegebracht door het materiële lichaam, met Zijn avatâra's voor Zijn spel en vermaak Zijn eigen toorts van roem ontsteekt; U, die Heer, benader Ik voor mijn toevlucht. (Vedabase)
Niettemin zal ik U, o Hoogste Waarheid die de Menselijke Gang van Zaken Imiteert, vertellen wat Uw toegewijde de koning [Yudhishthhira], de zoon van Uw vaders zuster, zich heeft voorgenomen.
Niettemin zal ik U, o Hoogste Waarheid die de Menselijke Gang van Zaken Imiteert, vertellen wat Uw toegewijde de koning [Yudhishthhira], de zoon van Uw vaders zuster, zich heeft voorgenomen. (Vedabase)
De koning, de zoon van Pându, de toppositie verlangend wil te Uwentwille de grootste offerplechtigheid houden die bekend staat als Râjasûya, alstUblieft geef dat Uw zegen.
De koning, de zoon van Pându, de toppositie verlangend wil te Uwent wille de grootste offerplechtigheid die bekend staat als Râjasûya, alstUblieft geef dat Uw zegen. (Vedabase)
O Heer op die beste van alle offerplechtigheden zullen alle verlichte en aanverwante zielen alsook de koningen van zege en glorie afkomen, met het verlangen U daar te aanschouwen.
O Heer naar die beste van alle offerplechtigheden zullen alle verlichte zielen en soortgelijk als ook de koningen van zege en glorie toekomen, ernaar uitziend U daar te aanschouwen. (Vedabase)
Als van het luisteren naar, bezingen van en mediteren op U, het Volle van het Absolute, zelfs degenen aan de onderkant van de samenleving zuivering vinden, wat valt er dan niet te verwachten voor hen die U zien en U aanraken?
Als van het luisteren naar, bezingen van en mediteren op U, het Volle van het Absolute, degenen die buiten de boot zijn gevallen zuivering vinden, wat moet men dan zeggen van hen die U zien en U aanraken? (Vedabase)
De onberispelijke faam van U die zich verspreid [als een overkapping] in alle richtingen wordt verkondigd in de hemel, in de lagere regionen en op aarde, o Brenger van Al het Geluk voor Al de Werelden. In de vorm van het water dat van Uw voeten spoelt en zo het hele universum zuivert wordt die genade de Mandâkinî genoemd in het goddelijke bereik, de Bhogavatî in de lagere leefwerelden en de Ganges hier op aarde.'
De smetteloze roem van U zich uitbreidend [als een overkapping] in alle richtingen wordt verkondigd in de hemel, in de lagere regionen en op aarde, o Brenger van Al het Geluk voor Al de Werelden, en wordt Mandâkinî genoemd met het goddelijke, Bhogavatî in het lagere en Ganga hier op aarde - het is het water van Uw voeten dat het gehele universum zuivert.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Toen Zijn eigen aanhangers [de Yâdu's] er niet mee instemden omdat ze de overwinning [op Jarâsandha] verlangden sprak Kes'ava glimlachend tot Zijn dienaar Uddhava met een bekoorlijke woordkeuze.
S'rî S'uka zei: 'Toen Zijn eigen aanhangers [de Yâdu's] er niet mee instemden omdat ze de overwinning [op Jarâsandha] verlangden sprak Kes'ava glimlachend tot Zijn dienaar Uddhava met een bekoorlijke woordkeuze. (Vedabase)
De Fortuinlijke zei: 'Jij inderdaad als Onze oogappel en welgezinde vriend weet om die reden volmaakt welke uitdrukking van nut zou zijn in dit opzicht, zeg alsjeblieft wat er moet worden gedaan, We stellen volkomen vertrouwen in je en zullen dat ten uitvoer brengen.'
De Fortuinlijke zei: 'Jij inderdaad als Onze oogappel en welgezinde vriend weet om die reden volmaakt welke uitdrukking van nut zou zijn in dit opzicht, zeg alsjeblieft wat er moet worden gedaan, We stellen er volkomen vertrouwen in en zullen dat ten uitvoer brengen.' (Vedabase)
Aldus ertoe verzocht door zijn Behouder die deed alsof Hij, de Alwetende, het niet meer wist, gaf Uddhava, die nederig de opdracht op zijn hoofd aanvaarde, een antwoord.'
Aldus verzocht door zijn Behoeder die, alwetend, Zich gedroeg alsof Hij het niet meer wist, gaf Uddhava, die opdracht op zijn hoofd aanvaardend, een antwoord.' (Vedabase)
Voetnoten:
* Wat betreft de aangelegenheid van het Brahman in relatie tot de persoon van Krishna voegt de paramparâ toe: 'Iemand die de gunst geniet van de Heer Zijn inwendige vermogen kan de aard doorgronden van de Absolute Waarheid [of het Brahman]; dit begrip wordt het Krishna bewustzijn genoemd'.
** Volgens S'rîdhara Svâmî zou Heer Krishna met het in dezen voor zonsopgang eerst brengen van offers en het dan pas doen van de mantra navolgen in de erfopvolging van Kanva Muni [vermeld in 9.20].
*** Met de bevestiging in het M.W. woordenboek van de term badva hier gebruikt in de zin van 'een groot aantal' haalt S'rîdhara Svâmî verschillende vedische geschriften aan om aan te tonen dat in de context van het vedisch ritueel, een badva hier betrekking heeft op 13.084 koeien en geeft hij er verder bewijs van dat het de gebruikelijke praktijk van grote geheiligde koningen in voorgaande tijdperken was om 107 van zulke badva, of groepen van 13.084 koeien weg te schenken. Aldus kan het totaal aantal koeien weggegeven in dit offer, bekend als Mañcâra, hebben opgelopen tot 14 lakhs, ofwel 1.400.000.
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.