Canto
10
Hoofdstuk 80: Een Oude Brahmaanse Vriend Bezoekt Krishna
(1) De achtenswaardige koning zei: 'Mijn heer, ik zou graag vernemen, o meester, welke heldendaden er nog meer zijn van Heer Krishna, de Opperziel van Onbegrensde Macht. (2) Wie dan ook die moe is van het najagen van materiële verlangens en weet heeft van de essentie, o brahmaan, is ertoe in staat om van die bovenzinnelijke onderwerpen van de Heer Geprezen in de Geschriften af te zien als hij er bij herhaling kennis van heeft genomen? (3) De eigenlijke macht van het woord is de macht die Zijn kwaliteiten beschrijft, de feitelijke handen zijn degene die Zijn werk doen, de ware geest is de geest die zich Hem herinnert als zich ophoudend bij hen die zich rondbewegen en die niet bewegen en wat echt luistert is het oor gespitst naar Zijn heiligende onderwerpen [vergelijk 2.3: 20-24]. (4) Het gaat om het hoofd dat buigt voor de manifestaties [bewegend/niet bewegend] van Hem, het oog inderdaad dat enkel Hem ziet en de ledematen welke regelmatig het water eren dat de voeten wast van Vishnu of Zijn toegewijden'."
(5) Sûta [1.2: 1] zei: "Na deze goedgestelde vraag van Vishnurâta [Parîkchit als zijnde door Vishnu gezonden] sprak de machtige wijze, de zoon van Vyâsa wiens hart volledig was verzonken in Vâsudeva. (6) S'rî S'uka zei: 'Er was een zekere vriend van Krishna [genaamd Sudâmâ, niet dezelfde als vermeld in 10.41: 43], een brahmaan goed thuis in de Veda's, die vreedzaam van geest en met zijn zinnen in bedwang onthecht van de zinsobjecten leefde. (7) Levend als een huishouder van wat zonder moeite voor handen was, was zijn vrouw, net als hij, armzalig gekleed en uitgemergeld van de honger. (8) Gebukt onder de armoede trillend op haar benen benaderde ze, trouw als ze was, haar echtgenoot en zei: (9) 'Is het niet zo, o brahmaan, dat je vriend, o meester der toewijding, de Echtgenoot van S'rî vol van mededogen voor de Brahmanen is en als de beste der Sâtvata's bereid is bescherming te bieden? (10) Benader Hem, o genadige van mij, en Hij, de Uiteindelijke Toevlucht der Gelouterden, zal weelde in overvloed verschaffen voor jou die het zo moeilijk hebt met het onderhouden van je gezin. (11) Als de Heer van de Bhoja's, Vrishni's en Andhaka's die nu aanwezig is in Dvârakâ, zelfs Zichzelf wegschenkt aan degene die zich de lotusvoeten herinnert van Hem, de Meester van het Universum, wat zou dat dan niet inhouden voor hen die van aanbidding zijn en niet zozeer verlangen naar economisch succes en zinnelijke bevrediging?' (12-13) De brahmaan die zo herhaaldelijk en op verschillende manieren door zijn vrouw ertoe werd verzocht dacht aldus: 'De aanblik van Uttamas'loka is waarlijk het hoogste dat men kan bereiken'. Hij besloot om naar Hem toe te gaan en vroeg haar toen: 'Is er iets in huis dat als een gift kan dienen mijn beste vrouw? Geef het me dan alsjeblieft!' (14) Ze bedelde vier handen vol gepelde en geroosterde rijst bij elkaar van andere brahmanen, wikkelde die in een stuk stof en gaf dat toen als gift aan haar man mee.
(15) Hij, de beste onder de geschoolden, nam het mee en dacht onderweg naar Dvârakâ: 'Hoe moet nou ooit die ontmoeting van mij met Krishna plaatsvinden?' (16-17) Met [een paar andere] brahmanen meelopend passeerde hij drie poorten en drie wachtposten en liep toen tussen de huizen van Acyuta's trouwe volgelingen, de Andaka's en de Vrishni's. Hij was nu daar waar men zich normaal niet kon begeven zodat hij zich voelde alsof hij de gelukzaligheid van de Zuivere Geest had bereikt. Hij ging toen een van de zestienduizend weelderige woningen van de koninginnen van de Heer binnen [*]. (18) Acyuta die op het bed van Zijn gemalin zat en hem van een afstand aan zag komen, kwam onmiddellijk overeind en trad naar voren om hem verheugd in Zijn armen te sluiten. (19) De Lotusogige, in aanraking met het gelouterde en wijze lijf van Zijn beminde vriend, liet bovenmate in vervoering een paar tranen de vrije loop. (20-22) Nadat Hij hem vervolgens op het bed liet plaatsnemen kwam Hij voor de dag met wat zaken om Zijn vriend de eer te bewijzen en zijn voeten te wassen. Het water nam de Opperheer Aller Werelden op Zijn hoofd, o Koning, waarna de Zuiveraar hem insmeerde met goddelijk geurende sandel- en aloë-hout [lignaloes of aguru]pasta en kunkuma. Blij Zijn vriend de eer te bewijzen met geurige wierook en reeksen lampen, heette Hij hem welkom onder het aanbieden van betelnoot en een koe. (23) De godin [Rukminî] was persoonlijk van dienst door zorgvuldig de vuile en schamel geklede, uitgehongerde tweemaal geborene, wiens aderen konden worden gezien, koelte toe toe te wuiven met een yakstaart. (24) De mensen in het paleis die Krishna zo onberispelijk in Zijn glorie bezig zagen, verbaasden zich enorm over de intense liefde waarmee de verschoppeling [de avadhûta] werd geëerd: (25-26) 'Welke vrome daden heeft deze onreine, verstoten en lage bedelaar verstoken van alle weelde in de wereld, wel niet verricht om met eerbied te worden bediend door de Geestelijk Leraar van de Drie Werelden die het verblijf vormt van S'rî? Zittend op haar bed omhelsde Hij zonder nog acht te slaan op de godin hem als een oudere broer!' (27) Elkaars handen vastgrijpend, o Koning, bespraken ze de onderwerpen uit het verleden toen ze samenleefden in de school van hun geestelijk leraar [zie 10.45: 31-32]. (28) De Allerhoogste Heer zei: 'O brahmaan, nadat de goeroe zijn vergoeding van jou ontving, o kenner van het dharma, en je weer terugkwam, ben je toen met een geschikte vrouw getrouwd of niet? (29) Met je geest in beslag genomen door huishoudelijke zaken liet je je niet door begeerten voortdrijven, noch, zo weet Ik is waar, schep je er veel behagen in, o wijze, je geluk in materieel bezit te zoeken. (30) Sommige mensen kwijten zich van hun wereldse verplichtingen zonder in hun geesten verstoord te zijn door begeerten; handelend zoals Ik om een voorbeeld te stellen, schudden zij de materiële geneigdheden die zich van nature opwerpen van zich af. (31) Kan jij, o brahmaan, je nog herinneren dat we leefden in de gurukula? Het is daar dat een tweemaal geborene begrip krijgt voor wat moet worden begrepen en zo tot de ervaring kan komen van wat verheven is boven de onwetendheid. (32) De eerste geboorte van iemand die tweemaal geboren is, mijn vriend, is dit materiële leven. Maar onder het directe toezicht van een geestelijk leraar, de verlener van de geestelijke kennis die is zoals Ik ben, raakt hij geheiligd [in een 'tweede geboorte'] door de plichten na te leven die de goeroe onderricht voor alle afdelingen van het geestelijk leven [zie âs'rama en 7.12]. (33) Voorzeker zijn van hen betrokken bij het varnâs'rama systeem [zie ook B.G. 4: 13] in deze wereld zij de experts van kennis in de ware welvaart, o brahmaan, die de oceaan van het materieel bestaan oversteken met behulp van de woorden die van Mij als de geestelijk leraar afkomstig zijn. (34) Ik, de Ziel van Alle Levenden, ben minder tevreden met de rituele aanbidding, de brahmaanse inwijding, de verzaking of de zelfbeheersing dan Ik ben met trouwe dienstverlening [vergelijk 7.14: 17]. (35-36) O brahmaan, herinner je je wat we, levend bij onze geestelijk leraar, deden toen we eens door de vrouw van onze goeroe eropuit werden gestuurd voor sprokkelhout? Na een groot bos te zijn ingelopen stak er, o tweemaal geborene, geheel tegen het seizoen in, een felle, zwaar bulderende wind met regen op. (37) Met de zon reeds onder overvallen door de duisternis kon met al het water om ons heen geen richting worden bepaald of hoog of laag gebied worden onderscheiden. (38) Wij, onophoudelijk zwaar belaagd door de hevige wind en het water aldaar, waren in de overstroming niet in staat te bepalen in welke richting we ons moesten begeven. We hielden toen, in het bos verdwaald, in onze nood elkaar bij de handen vast. (39) Onze goeroe Sândîpani die dit wist, ging bij zonsopkomst naar ons, zijn leerlingen, op zoek. Zo trof de âcârya ons toen aan in hoge nood: (40) 'Oh jullie kinderen, hoe zwaar hebben jullie omwille van mij moeten lijden; in jullie toewijding voor mij hebben jullie afgezien van [de gemakken voor] het lichaam dat voor alle levende wezens het dierbaarste bezit vormt! (41) Dit is nu de waarheid die geldt voor discipelen: om, volkomen zuiver in je liefde, de schuld in te lossen aan de goeroe met het aan de geestelijk leraar aanbieden van jezelf en je bezittingen. (42) Ik ben tevreden met jullie mijn beste jongens, o besten der brahmanen, mogen jullie verlangens in vervulling gaan en moge in deze wereld zowel als in de wereld hierna dat wat voortvloeit uit jullie aantrekking [jullie woorden, jullie mantra's] nimmer teloor gaan [vergelijk 10.45: 48].' (43) Er deden zich vele dingen als deze voor toen we leefden ten huize van de goeroe; het is enkel door de genade van de geestelijk leraar dat een persoon vervuld raakt in zijn zoektocht naar de vrede.'
(44) De brahmaan zei: 'Wat valt er voor mij nog meer te bereiken in dit leven, o God der Goden, o Goeroe van het Universum, na bij onze goeroe thuis te hebben geleefd met Jou, de persoon van wie alle verlangens in vervulling gaan? (45) O Almachtige in Jouw lichaam, dat de vruchtbare akker vormt voor alle welstand, wordt de lof [van de Veda's] gevonden met betrekking tot de Absolute Waarheid, Jouw verblijven bij geestelijk leraren is geheel en al een rollenspel [zie ook b.v. 10.69: 44 en 10.77: 30]!'
Tweede editie, geladen 16 december 2008
Voorgaande Aadhar-editie en Vedabase links:
De achtenswaardige koning zei: 'Mijn heer, ik zou graag vernemen, o meester, welke heldendaden er nog meer zijn van Heer Krishna, de Opperziel van Onbegrensde Macht.De achtenswaardige koning zei: 'Mijn heer, ik zou graag vernemen, o meester, welke heldendaden er nog meer zijn van Heer Krishna, de Opperziel van Onbegrensde Macht. (Vedabase)
Wie dan ook die moe is van het najagen van materiële verlangens en weet heeft van de essentie, o brahmaan, is ertoe in staat om van die bovenzinnelijke onderwerpen van de Heer Geprezen in de Geschriften af te zien als hij er bij herhaling kennis van heeft genomen?
Wie ook werkelijk, die moe materiële verlangens na te jagen weet heeft van de essentie, o brahmaan, kan daar van afzien, herhaaldelijk kennis genomen hebbend van de bovenzinnelijke onderwerpen van de Heer Geprezen in de Geschriften? (Vedabase)
De eigenlijke macht van het woord is de macht die Zijn kwaliteiten beschrijft, de feitelijke handen zijn degene die Zijn werk doen, de ware geest is de geest die zich Hem herinnert als zich ophoudend bij hen die zich rondbewegen en die niet bewegen en wat echt luistert is het oor gespitst naar Zijn heiligende onderwerpen [vergelijk 2.3: 20-24].
De eigenlijke macht van het woord is de macht die Zijn kwaliteiten beschrijft, de handen zijn degene die Zijn werk doen, de geest is de geest die zich [Hem] herinnert verblijvend bij hen die zich rondbewegen en die niet-bewegen en wat luistert is het oor naar Zijn heiligende onderwerpen [vergelijk 2.3: 20-24]. (Vedabase)
Het gaat om het hoofd dat buigt voor de manifestaties [bewegend/niet bewegend] van Hem, het oog inderdaad dat enkel Hem ziet en de ledematen welke regelmatig het water eren dat de voeten wast van Vishnu of Zijn toegewijden'."
Het is het hoofd dat buigt voor de manifestaties [bewegend/nietbewegend] van Hem, het is het oog inderdaad dat enkel Hem ziet en het zijn de ledematen welke regelmatig het water eren dat de voeten wast van Vishnu of Zijn toegewijden'." (Vedabase)
Sûta [1.2: 1] zei: "Na deze goedgestelde vraag van Vishnurâta [Parîkchit als zijnde door Vishnu gezonden] sprak de machtige wijze, de zoon van Vyâsa wiens hart volledig was verzonken in Vâsudeva.
Sûta [1.2: 1] zei: "Naar behoren bevraagd door Vishnurâta [Parîkchit als zijnde door Vishnu gezonden] sprak de machtige wijze, de zoon van Vyâsa volledig opgegaan in Vâsudeva, naar zijn hart. (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Er was een zekere vriend van Krishna [genaamd Sudâmâ, niet dezelfde als vermeld in 10.41: 43], een brahmaan goed thuis in de Veda's, die vreedzaam van geest en met zijn zinnen in bedwang onthecht van de zinsobjecten leefde.
S'rî S'uka zei: 'Er was een zekere vriend van Krishna [genaamd Sudâmâ, 'goedgeefs', niet dezelfde als vermeld in 10.41: 43], een brahmaan goed thuis in de Veda's, die vreedzaam van geest en met zijn zinnen in bedwang onthecht van de zinsobjecten leefde. (Vedabase)
Levend als een huishouder van wat zonder moeite voor handen was, was zijn vrouw, net als hij, armzalig gekleed en uitgemergeld van de honger.
Levend als een huishouder van wat zonder moeite voor handen was, was zijn vrouw, net als hij, armzalig gekleed en uitgemergeld van de honger. (Vedabase)
Gebukt onder de armoede trillend op haar benen benaderde ze, trouw als ze was, haar echtgenoot en zei:
Met haar gezicht ingevallen, gebukt onder de armoe trillend op haar benen, benaderde ze, haar echtgenoot trouw, hem en zei: (Vedabase)
'Is het niet zo, o brahmaan, dat je vriend, o meester der toewijding, de Echtgenoot van S'rî vol van mededogen voor de Brahmanen is en als de beste der Sâtvata's bereid is bescherming te bieden?
'Is het niet zo, o brahmaan, dat je vriend, o meester der toewijding, de Echtgenoot van S'rî Vol Mededogen voor de Brahmanen isen als de beste der Sâtvata's bereid is bescherming te bieden? (Vedabase)
Benader Hem, o genadige van mij, en Hij, de Uiteindelijke Toevlucht der Gelouterden, zal weelde in overvloed verschaffen voor jou die het zo moeilijk hebt met het onderhouden van je gezin.
Benader Hem, o genadige van mij, en Hij, de Uiteindelijke Toevlucht der Geheiligden, zal weelde in overvloed brengen voor jou die het zo zwaar heeft met het onderhouden van zijn gezin. (Vedabase)
Als de Heer van de Bhoja's, Vrishni's en Andhaka's die nu aanwezig is in Dvârakâ, zelfs Zichzelf wegschenkt aan degene die zich de lotusvoeten herinnert van Hem, de Meester van het Universum, wat zou dat dan niet inhouden voor hen die van aanbidding zijn en niet zozeer verlangen naar economisch succes en zinnelijke bevrediging?'
Als de Heer van de Bhoja's, Vrishni's en Andhaka's nu aanwezig in Dvârakâ, zelfs Zichzelf wegschenkt aan hij die zich de lotusvoeten herinnert van Hem, de Meester van het Universum; wat zou dat dan, voor hen die van aanbidding zijn, niet inhouden wat betreft het niet zo begeerlijke van economisch succes en zinnelijke bevrediging?' (Vedabase)
De brahmaan die zo herhaaldelijk en op verschillende manieren door zijn vrouw ertoe werd verzocht dacht aldus: 'De aanblik van Uttamas'loka is waarlijk het hoogste dat men kan bereiken'. Hij besloot om naar Hem toe te gaan en vroeg haar toen: 'Is er iets in huis dat als een gift kan dienen mijn beste vrouw? Geef het me dan alsjeblieft!'
De geschoolde ziel op deze manier telkens weer door zijn vrouw er uitvoerig toe verzocht dacht aldus: 'De aanblik van Uttamas'loka is waarlijk het hoogste dat men kan bereiken', en met het besluit genomen om te gaan vroeg hij haar: 'Is er iets in huis dat als een gift kan dienen mijn beste vrouw, geef het me dan alsjeblieft!' (Vedabase)
Ze bedelde vier handen vol gepelde en geroosterde rijst bij elkaar van andere brahmanen, wikkelde die in een stuk stof en gaf dat toen als gift aan haar man mee.
Vier handen vol gepelde en geroosterde rijst bij elkaar bedelend van de geschoolden, wikkelde ze die in een stuk stof en gaf ze dat als gift aan haar man mee. (Vedabase)
Hij, de beste onder de geschoolden, nam het mee en dacht onderweg naar Dvârakâ: 'Hoe moet nou ooit die ontmoeting van mij met Krishna plaatsvinden?'
Hij, de beste onder de geschoolden, het meenemend, ging naar Dvârakâ al denkend: 'Hoe moet nou ooit die ontmoeting van mij met Krishna plaats vinden?' (Vedabase)
Met [een paar andere] brahmanen meelopend passeerde hij drie poorten en drie wachtposten en liep toen tussen de huizen van Acyuta's trouwe volgelingen, de Andaka's en de Vrishni's. Hij was nu daar waar men zich normaal niet kon begeven zodat hij zich voelde alsof hij de gelukzaligheid van de Zuivere Geest had bereikt. Hij ging toen een van de zestienduizend weelderige woningen van de koninginnen van de Heer binnen [*].
Samen met [een paar andere] tweemaal geborenen drie poorten en drie wachtposten passerend, liep hij tussen de huizen van Acyuta's trouwe volgelingen, de Andaka's en de Vrishni's, waar men zich normaal niet kon begeven en voelde hij, met het betreden van een van de weelderige achttienduizend woningen van de koninginnen van de Heer [*], zich alsof hij de gelukzaligheid van de Zuivere Geest had bereikt. (Vedabase)
Acyuta die op het bed van Zijn gemalin zat en hem van een afstand aan zag komen, kwam onmiddellijk overeind en trad naar voren om hem verheugd in Zijn armen te sluiten.
Acyuta die op het bed van Zijn gemalin zat en hem van een afstand aan zag komen, kwam onmiddellijk overeind en trad naar voren om hem verheugd in Zijn armen te sluiten. (Vedabase)
De Lotusogige, in aanraking met het gelouterde en wijze lijf van Zijn beminde vriend, liet bovenmate in vervoering een paar tranen de vrije loop.
De Lotusogige, in aanraking met het geheiligde en wijze lijf van Zijn beminde vriend, liet bovenmate in vervoering een paar tranen de vrije loop. (Vedabase)
Nadat Hij hem vervolgens op het bed liet plaatsnemen kwam Hij voor de dag met wat zaken om Zijn vriend de eer te bewijzen en zijn voeten te wassen. Het water nam de Opperheer Aller Werelden op Zijn hoofd, o Koning, waarna de Zuiveraar hem insmeerde met goddelijk geurende sandelhoutpasta en aloë-hout[lignaloes or aguru]pasta en kunkuma. Blij Zijn vriend de eer te bewijzen met geurige wierook en reeksen lampen, heette Hij hem welkom onder het aanbieden van betelnoot en een koe.
Nadat Hij hem vervolgens op het bed liet plaats nemen kwam Hij voor de dag met wat zaken om Zijn vriend de eer te bewijzen en zijn voeten te wassen. Het water nam de Opperheer Aller Werelden op Zijn hoofd, o Koning, waarna de Zuiveraar hem insmeerde met goddelijk geurende sandel- en aloe-hout [lignaloes of aguru]pasta en kunkuma. Blij Zijn vriend de eer bewijzend met geurige wierook en reeksen lampen, heette Hij hem welkom, onder het aanbieden van betelnoot en een koe. (Vedabase)
De godin [Rukminî] was persoonlijk van dienst door zorgvuldig de vuile en schamel geklede, uitgehongerde tweemaal geborene, wiens aderen konden worden gezien, koelte toe toe te wuiven met een yakstaart.
Zorgvuldig de vuile en schamel geklede, uitgehongerde tweemaal geborene, wiens aderen konden worden gezien, koelte toewuivend met een yakstaart was de godin [Rukminî] persoonlijk van dienst. (Vedabase)
De mensen in het paleis die Krishna zo onberispelijk in Zijn glorie bezig zagen, verbaasden zich enorm over de intense liefde waarmee de verschoppeling [de avadhûta] werd geëerd:
De mensen in het paleis die Krishna smetteloos in Zijn glorie zagen, raakten hogelijkst verbaasd over de intense liefde waarmee de verschoppeling [de avadûta] werd geëerd: (Vedabase)
'Welke vrome daden heeft deze onreine, verstoten en lage bedelaar verstoken van alle weelde in de wereld, wel niet verricht om met eerbied te worden bediend door de Geestelijk Leraar van de Drie Werelden die het verblijf vormt van S'rî? Zittend op haar bed omhelsde Hij zonder nog acht te slaan op de godin hem als een oudere broer!'
'Welke vrome daden heeft deze onreine, verstoten en lage bedelaar, verstoken van alle weelde in de wereld, wel niet verricht om met eerbied te worden bediend door de Geestelijk Leraar van de Drie Werelden, het Verblijf van S'rî? Zittend op haar bed omhelsde Hij zonder nog acht te slaan op de godin hem als een oudere broer!' (Vedabase)
Elkaars handen vastgrijpend, o Koning, bespraken ze de onderwerpen uit het verleden toen ze samenleefden in de school van hun geestelijk leraar [zie 10.45: 31-32].
Elkaars handen vast grijpend, o Koning, bespraken ze de onderwerpen uit het verleden toen ze samen op school zaten bij hun geestelijk leraar [zie 10.45: 31-32]. (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'O brahmaan, nadat de goeroe zijn vergoeding van jou ontving, o kenner van het dharma, en je weer terugkwam, ben je toen met een geschikte vrouw getrouwd of niet?
De Allerhoogste Heer zei: 'O brahmaan, nadat de goeroe zijn vergoeding van jou ontving, o kenner van het dharma, en je weer terugkwam, ben je toen met een geschikte vrouw getrouwd of niet? (Vedabase)
Met je geest in beslag genomen door huishoudelijke zaken liet je je niet door begeerten voortdrijven, noch, zo weet Ik is waar, schep je er veel behagen in, o wijze, je geluk in materieel bezit te zoeken.
Met je geest in beslag genomen door huishoudelijke zaken liet je je niet door begeerten voortdrijven, noch, zo weet Ik is waar, schep je er veel behagen in, o wijze, materieel geluk na te jagen. (Vedabase)
Sommige mensen kwijten zich van hun wereldse verplichtingen zonder in hun geesten verstoord te zijn door begeerten; handelend zoals Ik om een voorbeeld te stellen, schudden zij de materiële geneigdheden die zich van nature opwerpen van zich af.
Sommige mensen kwijten zich van hun wereldse verplichtingen, zonder in hun geesten verstoord te zijn door begeerten; net zoals Ik dat doe om een voorbeeld te stellen, schudden zij de materiële geneigdheden die zich van nature opwerpen van zich af. (Vedabase)
Kan jij, o brahmaan, je nog herinneren dat we leefden in de gurukula? Het is daar dat een tweemaal geborene begrip krijgt voor wat moet worden begrepen en zo tot de ervaring kan komen van wat verheven is boven de onwetendheid.
Kan jij, o brahmaan, je nog herinneren dat we leefden in de gurukula, vanwaar een tweemaal geboren persoon, van kennis met wat moet worden geweten, dat wat ontstegen is aan de onwetendheid ervaart? (Vedabase)
De eerste geboorte van iemand die tweemaal geboren is, mijn vriend, is dit materiële leven. Maar onder het directe toezicht van een geestelijk leraar, de verlener van de geestelijke kennis die is zoals Ik ben, raakt hij geheiligd [in een 'tweede geboorte'] door de plichten na te leven die de goeroe onderricht voor alle afdelingen van het geestelijk leven [zie âs'rama en 7.12 ].
De eerste geboorte van iemand die tweemaal geboren is, mijn vriend, is dit materiële leven dat inderdaad onder het directe toezicht van een geestelijk leraar, de verlener van de geestelijke kennis die is als Ikzelf, wordt geheiligd [in een 'tweede geboorte'] door de plichten die hij onderricht voor alle afdelingen van het geestelijk leven [zie as'râma's en 7.12]. (Vedabase)
Voorzeker zijn van hen betrokken bij het varnâs'rama systeem [zie ook B.G. 4: 13] in deze wereld zij de experts van kennis in de ware welvaart, o brahmaan, die de oceaan van het materieel bestaan oversteken met behulp van de woorden die van Mij als de geestelijk leraar afkomstig zijn.
Voorzeker zijn van hen betrokken bij het varnâs'rama systeem [zie ook B.G. 4.13] in deze wereld zij, o brahmaan, de experts van kennis in de ware welvaart die de oceaan van het materieel bestaan oversteken met behulp van de woorden van Mij als de geestelijk leraar. (Vedabase)
Ik, de Ziel van Alle Levenden, ben minder tevreden met de rituele aanbidding, de brahmaanse inwijding, de verzaking of de zelfbeheersing dan Ik ben met trouwe dienstverlening [vergelijk 7.14: 17].
Ik, de Ziel van Alle Levenden, ben niet zo tevreden met de rituele aanbidding, de brahmaanse inwijding, de verzaking of de zelfbeheersing als Ik ben met trouwe dienstverlening [vergelijk 7.14: 17]. (Vedabase)
O brahmaan, herinner je je wat we, levend bij onze geestelijk leraar, deden toen we eens door de vrouw van onze goeroe eropuit werden gestuurd voor sprokkelhout? Na een groot bos te zijn ingelopen stak er, o tweemaal geborene, geheel tegen het seizoen in, een felle, zwaar bulderende wind met regen op.
O brahmaan, herinner je je wat we, levend bij onze geestelijk leraar, deden toen we eens door de vrouw van onze goeroe er op uit werden gestuurd voor sprokkelhout? Na een groot bos te zijn ingelopen stak er, o tweemaal geborene, geheel tegen het seizoen in, een felle, zwaar bulderende wind met regen op. (Vedabase)
Met de zon reeds onder overvallen door de duisternis kon met al het water om ons heen geen richting worden bepaald of hoog of laag gebied worden onderscheiden.
Met de zon reeds onder overvallen door de duisternis kon met al het water om ons heen geen richting, hoog of laag gebied worden uitgemaakt. (Vedabase)
Wij, onophoudelijk zwaar belaagd door de hevige wind en het water aldaar, waren in de overstroming niet in staat te bepalen in welke richting we ons moesten begeven. We hielden toen, in het bos verdwaald, in onze nood elkaar bij de handen vast.
Wij, onophoudelijk zwaar belaagd door de hevige wind en het water aldaar, waren in de overstroming niet in staat te bepalen in welke richting we ons moesten begeven en hielden toen, in nood door het bos dolend, elkaar bij de handen vast. (Vedabase)
Onze goeroe Sândîpani die dit wist, ging bij zonsopkomst naar ons, zijn leerlingen, op zoek. Zo trof de âcârya ons toen aan in hoge nood:
Dit wetende trof onze goeroe Sândipâni, als de âcârya bij zonsopkomst op zoek naar ons discipelen, ons aan in hoge nood: (Vedabase)
'Oh jullie kinderen, hoe zwaar hebben jullie omwille van mij moeten lijden; in jullie toewijding voor mij hebben jullie afgezien van [de gemakken voor] het lichaam dat voor alle levende wezens het dierbaarste bezit vormt!
'Oh jullie kinderen, hoe zwaar hebben jullie moeten lijden terwille van ons; met minachting voor het lichaam dat inderdaad voor alle levende wezens het meest dierbare is, waren jullie mij toegewijd! (Vedabase)
Dit is nu de waarheid die geldt voor discipelen: om, volkomen zuiver in je liefde, de schuld in te lossen aan de goeroe met het aan de geestelijk leraar aanbieden van jezelf en je bezittingen.
Voorzeker is enkel dit de waarheid weggelegd voor discipelen: om, volkomen zuiver in je liefde, de schuld in te lossen aan de goeroe met het aan de geestelijk leraar aanbieden van jezelf en je bezittingen. (Vedabase)
Ik ben tevreden met jullie mijn beste jongens, o besten der brahmanen, mogen jullie verlangens in vervulling gaan en moge in deze wereld zowel als in de wereld hierna dat wat voortvloeit uit jullie aantrekking [jullie woorden, jullie mantra's] nimmer teloor gaan [vergelijk 10.45: 48].'
Tevreden ben ik mijn besten, o besten der brahmanen, mogen jullie verlangens in vervulling gaan en moge in deze wereld zowel als de wereld hierna dat wat voortvloeit uit jullie aantrekking [jullie woorden, jullie mantra's] nimmer vergaan [vergelijk 10.45: 48]. (Vedabase)
Er deden zich vele dingen als deze voor toen we leefden ten huize van de goeroe; het is enkel door de genade van de geestelijk leraar dat een persoon vervuld raakt in zijn zoektocht naar de vrede.'
Er deden zich vele dingen als deze voor toen we leefden ten huize van de goeroe; het is enkel door de genade van de geestelijk leraar dat een persoon vervuld raakt in zijn zoektocht naar de vrede.' (Vedabase)
De brahmaan zei: 'Wat valt er voor mij nog meer te bereiken in dit leven, o God der Goden, o Goeroe van het Universum, na bij onze goeroe thuis te hebben geleefd met Jou, de persoon van wie alle verlangens in vervulling gaan?
De brahmaan zei: 'Wat hebben we niet bereikt, o God der Goden, o Goeroe van het Universum, toen ik leefde bij onze goeroe thuis met Jou van wie alle verlangens in vervulling gaan. (Vedabase)
O Almachtige in Jouw lichaam, dat de vruchtbare akker vormt voor alle welstand, wordt de lof [van de Veda's] gevonden met betrekking tot de Absolute Waarheid, Jouw verblijven bij geestelijk leraren is geheel en al een rollenspel [zie ook b.v. 10.69: 44 en 10.77: 30]!'
O Almachtige in wiens lichaam, dat de vruchtbare akker vormt voor alle welstand, de lof [van de Veda's] wordt gevonden met betrekking tot de Absolute Waarheid; Jouw verblijven bij geestelijk leraren is geheel en al een imitatie [zie ook e.g. 10.69: 44 en 10.77: 30]!' (Vedabase)
* S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî citeert uit de Padma Purâna, Uttara-khanda, die zegt dat de brahmaan in feite het paleis van Rukminî betrad: 'sa tu rukminy-antah-pura- dvâri kshanam tûshnîm sthitah'; 'Voor een ogenblik stond hij in stilte bij de ingang van koningin Rukminî's paleis'.
Voor
deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van
Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn
vertaling van het Bhâgavatam.
Zie
de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
De eerste afbeelding is getiteld: 'Sudama's wife urges him to seek
Krishna's help, ca. 1775-ca. 1790
Bron:
© Victoria & Albert Museum.
De tweede afbeelding is getiteld: 'Krishna welcomes Sudama',
Bhagavata Purana, 17th century, India,
@Public domain, Bron: Smithsonian
Freer
Sackler Gallery".
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.