
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Sages' Teachings at Kurukshetra
Tekst
1
S'rî
S'uka zei: 'Toen Prithâ, de dochter van de koning van
Subala [Gândhârî] en Draupadî,
Subhadrâ en de vrouwen van de koningen zowel als Zijn
gopî's, vernamen over de liefdevolle gehechtheid [van
de echtgenotes] aan Krishna, Heer Hari, de Ziel van Allen,
vielen allen, met tranen in hun ogen, in grote
verbazing.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Prithâ,
Gândhârî, Draupadî, Subhadrâ,
the wives of other kings and the Lord's cowherd girlfriends
were all amazed to hear of the queens' deep love for Lord
Krishna, the Supreme Personality of Godhead and Soul of all
beings, and their eyes filled with tears.
Tekst
2-5:
Terwijl de
vrouwen zich aldus onderhielden met de vrouwen en de mannen met
de mannen, arriveerden ter plekke met het verlangen Krishna en
Râma te zien, de wijzen Dvaipâyana, Nârada,
Cyavana, Devala en Asita; Vis'vâmitra, S'atânanda,
Bharadvâja en Gautama; Heer Paras'urâma en zijn
discipelen, Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya en
Kas'yapa; Atri, Mârkandeya en Brihaspati; Dvita, Trita,
Ekata en de zonen van Brahmâ [de vier
Kumâra's] als ook Angirâ, Âgastya,
Yâjñavalkya en anderen met Vâmadeva aan het
hoofd.
As
the women thus talked among themselves and the men among
themselves, a number of great sages arrived there, all of
them eager to see Lord Krishna and Lord Balarâma. They
included Dvaipâyana, Nârada, Cyavana, Devala and
Asita, Vis'vâmitra, S'atânanda, Bharadvâja
and Gautama, Lord Paras'urâma and his disciples,
Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya and Kas'yapa,
Atri, Mârkandeya and Brihaspati, Dvita, Trita, Ekata
and the four Kumâras, and Angirâ, Âgastya,
Yâjñavalkya and Vâmadeva.
Tekst
6:
Toen ze hen
zagen stonden de Pândava's, Krishna, Râma, de
koningen en anderen die tot dusverre nederzaten, meteen op om
zich te verbuigen voor hen die door het ganse universum worden
geëerd.
As
soon as they saw the sages approaching, the kings and other
gentlemen who had been seated immediately stood up,
including the Pândava brothers and Krishna and
Balarâma. They all then bowed down to the sages, who
are honored throughout the universe.
Tekst
7:
Zij allen, met
inbegrip van Râma en Acyuta, bewezen hen tezamen naar
behoren de eer met begroetingen, zitplaatsen, water om hun
voeten te wassen en om te drinken, bloemenslingers, wierook en
sandelhoutpasta.
Lord
Krishna, Lord Balarâma and the other kings and leaders
properly worshiped the sages by offering them words of
greeting, sitting places, water for washing their feet,
drinking water, flower garlands, incense and sandalwood
paste.
Tekst
8:
De Allerhoogste
Heer in den vleze het dharma verdedigend, sprak in de met
stille aandacht luisterende vergadering de comfortabel gezeten
grote zielen toe.
After
the sages were comfortably seated, the Supreme Lord Krishna,
whose transcendental body protects religious principles,
addressed them in the midst of that great assembly. Everyone
listened silently with rapt attention.
Tekst
9
De Opperheer
zei: 'Wij bij elkaar die geboren raakten plukken er nu de
vrucht van: de aanblik van de meesters van de yoga die zelfs
door de halfgoden maar zelden wordt verkregen.
The
Supreme Lord said: Now our lives are indeed successful, for
we have obtained life's ultimate goal: the audience of great
yoga masters, which even demigods only rarely obtain.
Tekst
10
Hoe kan het dat
menselijke wezens met ogen voor God als de beeltenis in de
tempel, nu in audiëntie aan mogen raken, vragen mogen
stellen, ons voorover mogen buigen en van eerbetoon mogen zijn
aan de voeten en zo meer?
How
is it that people who are not very austere and who recognize
God only in His Deity form in the temple can now see you,
touch you, inquire from you, bow down to you, worship your
feet and serve you in other ways?
Tekst
11
Gezuiverd door
enkel maar u te zien, de heiligen, zijn het niet de heilige
plaatsen bestaande uit water noch de beeltenissen vervaardigd
uit klei waarmee het zo lang duurt voordat dat gebeurt
[1.13:
10].
Mere
bodies of water are not the real sacred places of
pilgrimage, nor are mere images of earth and stone the true
worshipable deities. These purify one only after a long
time, but saintly sages purify one immediately upon being
seen.
Tekst
12
Noch het vuur,
noch de zon, de maan noch het firmament, noch de aarde, het
water, de ether, de adem, de spraak, noch de geest nemen,
aanbeden zijnde, de zonden weg van hen die de dingen tegenover
elkaar plaatsen; ze worden weggevaagd door een enkel moment van
dienst aan de mannen van [brahmaanse]
scholing.
Neither
the demigods controlling fire, the sun, the moon and the
stars nor those in charge of earth, water, ether, air,
speech and mind actually remove the sins of their
worshipers, who continue to see in terms of dualities. But
wise sages destroy one's sins when respectfully served for
even a few moments.
Tekst
13
Hij met het
idee van zichzelf als zijnde het lichaam dat stinkt met zijn
drie elementen [van slijm, gal en lucht], met de notie
van een echtgenote en dat alles als zijnde zijn eigendom, met
zijn omzien naar klei als iets aanbiddelijks, met de gedachte
van water als zijnde een bedevaartsoord, is, [afgaande op
uiterlijkheden maar] nimmer naar het wijze in de man,
waarlijk als een koe of een ezel.'
One
who identifies his self as the inert body composed of mucus,
bile and air, who assumes his wife and family are
permanently his own, who thinks an earthen image or the land
of his birth is worshipable, or who sees a place of
pilgrimage as merely the water there, but who never
identifies himself with, feels kinship with, worships or
even visits those who are wise in spiritual truth - such a
person is no better than a cow or an ass.
Tekst
14
S'rî
S'uka zei: 'Toen ze dit vernamen uit de mond van de
Allerhoogste Heer Krishna Onbegrensd in de Wijsheid, waren de
geschoolden stil, onthutst over de woorden die ze maar moeilijk
konden bevatten.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Hearing such unfathomable words
from the unlimitedly wise Lord Krishna, the learned
brâhmanas remained silent, their minds
bewildered.
Tekst
15
De wijzen die
een tijdje peinsden over de Allerhoogste Beheerser en [Zijn
aannemen van] de positie van het beheerst zijn, kwamen tot
de slotsom dat het was bedoeld om de mensen een licht op te
steken en richtten zich glimlachend tot Hem, de Geestelijk
Leraar van het Universum.
For
some time the sages pondered the Supreme Lord's behavior,
which resembled that of a subordinate living being. They
concluded that He was acting this way to instruct the people
in general. Thus they smiled and spoke to Him, the spiritual
master of the universe.
Tekst
16
De
achtenswaardige wijzen zeiden: 'Ach, wij, de beste kenners der
waarheid en belangrijkste scheppers van het universum, zijn
begoocheld door de macht van de materiële illusie van de
handelingen van de Opperheer, die zo verbazingwekkend verdekt
in Zijn praktijken doet alsof Hij degene is die beheerst
wordt.
The
great sages said: Your power of illusion has totally
bewildered us, the most exalted knowers of the truth and
leaders among the universal creators. Ah, how amazing is the
behavior of the Supreme Lord! He covers Himself with His
humanlike activities and pretends to be subject to superior
control.
Tekst
17
Moeiteloos
schept Hij, helemaal op Zichzelf, de veelvoud van dit universum
en handhaaft en vernietigt Hij zonder verstrikt te raken,
waarlijk net zoals de aarde niet verstrikt raakt in zijn
transformaties met het hebben van vele vormen en namen; och,
welk een schijn vormen de handelingen van de Almachtige
[zie ook 8.6:
10]!
Indeed,
the humanlike pastimes of the Almighty are simply a
pretense! Effortlessly, He alone sends forth from His Self
this variegated creation, maintains it and then swallows it
up again, all without becoming entangled, just as the
element earth takes on many names and forms in its various
transformations.
Tekst
18
Niettemin neemt
Uw goede Zelf, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van de Ziel,
bij tijden, om Uw mensen te beschermen en de slechten af te
straffen, de geaardheid van de goedheid aan, middels Uw spel en
vermaak het eeuwige vedische pad van de varnâs'rama
statusoriëntaties handhavend [zie ook
sanâtana
dharma].
Nonetheless,
at suitable times You assume the pure mode of goodness to
protect Your devotees and punish the wicked. Thus You, the
Soul of the varnâs'rama social order, the Supreme
Personality of Godhead, maintain the eternal path of the
Vedas by enjoying Your pleasure pastimes.
Tekst
19
Het spirituele
[het 'brahma']
is uw zuivere hart waarin met verzakingen, studie en het zich
inwaarts keren geconcentreerd in meditatie [samyama]
het eeuwige manifeste en niet-manifeste wordt gerealiseerd als
ook het transcendentale erbij [zie ook:
B.G.
7: 5].
The
Vedas are Your spotless heart, and through them one can
perceive - by means of austerity, study and self-control -
the manifest, the unmanifest and the pure existence
transcendental to both.
Tekst
20
Om die reden
bewijst U, o Absolute van de Waarheid, Uw respect voor de
gemeenschap der brahmanen, door middel van de volmaakten van
wie de geopenbaarde geschriften worden begrepen, en zo bent U
de leider van hen die van respect zijn voor het
brahmaanse.
Therefore,
O Supreme Brahman, You honor the members of the brahminical
community, for they are the perfect agents by which one can
realize You through the evidence of the Vedas. For that very
reason You are the foremost worshiper of the
brâhmanas.
Tekst
21
Vandaag zien we
[inderdaad] onze geboorte, opleiding, verzakingen en
visie vrucht dragen; met U omgang te verkrijgen is het doel van
de geheiligden aangezien U de Limiet vormt, het Uiteindelijke
van alle Welzijn.
Today
our birth, education, austerity and vision have all become
perfect because we have been able to associate with You, the
goal of all saintly persons. Indeed, You Yourself are the
ultimate, supreme blessing.
Tekst
22
Onze
eerbetuigingen voor Hem, de Allerhoogste Heer steeds nieuw in
Zijn wijsheid, [U] Krishna, de Superziel die met Zijn
yoga-mâyâ Zijn eigen glorie
overdekt.
Let
us offer obeisances unto that Supreme Personality of
Godhead, Lord Krishna, the infinitely intelligent Supersoul,
who has disguised His greatness through His mystic
Yogamâyâ.
Tekst
23
Geen van deze
koningen genietend met U, noch de Vrishni's, kennen U, verhuld
door het gordijn van mâyâ, als de Allerhoogste
Ziel, de Tijd en de Beheerser [B.G.
6: 26].
Neither
these kings nor even the Vrishnis, who enjoy Your intimate
association, know You as the Soul of all existence, the
force of time and the supreme controller. For them You are
covered by the curtain of Mâyâ.
Tekst
24-25
Zoals een
persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid
voorstellend met namen en gedaanten met wat hij zich voor de
geest haalt geen weet heeft van een aparte werkelijkheid daar
los van staande, heeft men met U, op dezelfde manier namen en
gedaanten hebbend, door de activiteit van de zinnen met Uw
mâyâ verbijsterd rakend in het bewustzijn, geen
idee vanwege de discontinuïteit van het geheugen
[vergelijk B.G.
4.5 en
4.29:1b,
10.1:
41 en
7.7:
25].
A
sleeping person imagines an alternative reality for himself
and, seeing himself as having various names and forms,
forgets his waking identity, which is distinct from the
dream. Similarly, the senses of one whose consciousness is
bewildered by illusion perceive only the names and forms of
material objects. Thus such a person loses his memory and
cannot know You.
Tekst
26
Dat van U, de
voeten, de oorsprong van de Ganges, die de overmaat aan zonden
weg wassen, hebben we vandaag aanschouwd; [met hen]
goed geïnstalleerd in het hart wordt door hen wiens
yogapraktijk rijpte en de toegewijde dienst zich volledig
ontwikkelde, de materiële mentaliteit, de overdekking van
hun individuele zielen, vernietigd en de bestemming van U
bereikt - dus alstublieft, toon Uw toegewijden Uw genade.'
Today
we have directly seen Your feet, the source of the holy
Ganges, which washes away volumes of sins. Perfected
yogîs can at best meditate upon Your feet within their
hearts. But only those who render You wholehearted
devotional service and in this way vanquish the soul's
covering - the material mind - attain You as their final
destination. Therefore kindly show mercy to us, Your
devotees.
Tekst
27
S'uka zei:
'Hiermee afscheid nemend van Dâs'ârha
[Krishna], Dhritarâshthra en Yudhishthhira, o
wijze onder de koningen, overwogen de wijzen terug te keren
naar hun hermitages.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Having thus spoken, O wise king,
the sages then took leave of Lord Dâs'ârha,
Dhritarâshthra and Yudhishthhira and prepared to
depart for their âs'ramas.
Tekst
28
Toen hij dit
zag benaderde de overal geroemde Vasudeva hen en greep hij,
zich buigend, hun voeten beet de volgende zorgvuldig overwogen
woorden tot uitdrukking brengend.
Seeing
that they were about to leave, the renowned Vasudeva
approached the sages. After bowing down to them and touching
their feet, he spoke to them with carefully chosen
words.
Tekst
29
S'rî
Vasudeva zei: 'Mijn eerbetuigingen aan u die al de goden
vertegenwoordigt [*],
o zieners, alstublieft luister, zeg ons dit: hoe kunnen we van
ons karma verlost raken door het verrichten van arbeid?'
S'rî
Vasudeva said: Obeisances to you, the residence of all the
demigods. Please hear me, O sages. Kindly tell us how the
reactions of one's work can be counteracted by further
work.
Tekst
30
S'rî
Nârada zei: 'Beste geleerden, dit zo leergierig vragen
stellen van Vasudeva over het hoogste goed voor zichzelf, is
niet zo verrassend, gezien het feit dat hij denkt aan Krishna
als zijnde een kind [van hem, zijn
zoon].
S'rî
Nârada Muni said: O brâhmanas, it is not so
amazing that in his eagerness to know, Vasudeva has asked us
about his ultimate benefit, for he considers Krishna a mere
boy.
Tekst
31
Het voor
stervelingen elkaar nabij staan alhier vormt een oorzaak van
minachting zoals dat b.v. met iemand aan de Ganges wonend is
die erop uit gaat om elders zuivering te vinden.
In
this world familiarity breeds contempt. For example, one who
lives on the banks of the Ganges might travel to some other
body of water to be purified.
Tekst
32-33
[De
Heer] Zijn bewustzijn wordt om geen enkele reden, noch uit
zichzelf noch als gevolg van een invloed van buitenaf, in zijn
kwaliteiten ooit verstoord door het destructieve en creatieve
dat wordt teweeg gebracht door de tijd van dit [universum,
zie B.G. 4.14
en 10.30];
Hij, de Beheerser zonder een Tweede, wiens bewustzijn niet is
aangedaan door hindernissen, materiële handelingen en hun
gevolgen en de geaardheden en hun stroom van veranderingen
[kles'a, karma en guna], wordt door iemand anders
[onwetend] beschouwd als zijnde overdekt door Zijn
eigen expansies van prâna en andere elementen, precies
zoals de zon wordt overdekt door wolken, sneeuw of
verduisteringen.'
The
Supreme Lord's awareness is never disturbed by time, by the
creation and destruction of the universe, by changes in its
own qualities, or by anything else, whether self-caused or
external. But although the consciousness of the Personality
of Godhead, who is the supreme one without a second, is
never affected by material distress, by the reactions of
material work or by the constant flow of nature's modes,
ordinary persons nonetheless think that the Lord is covered
by His own creations of prâna and other material
elements, just as one may think that the sun is covered by
clouds, snow or an eclipse.
Tekst
34
Toen, o Koning,
zeiden de wijzen zich tot Vasudeva richtend terwijl al de
koningen als ook Acyuta en Râma toehoorden:
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:l The sages then spoke again,
O King, addressing Vasudeva while all the kings, along with
Lord Acyuta and Lord Râma, listened.
Tekst
35
'Als zijnde
juist is vastgesteld dat het karma wordt tegengegaan door dit
werk: dat men met geloof met offers [levendig, als in een
kirtan] Vishnu aanbidt, de Heer van Alle
Offers.
[The
sages said:] It has been definitely concluded that work
is counteracted by further work when one executes Vedic
sacrifices as a means of worshiping Vishnu, the Lord of all
sacrifices, with sincere faith.
Tekst
36
Dit is waarlijk
wat de geleerden door het oog van de s'âstra's aantoonden
als zijnde de makkelijkste manier om de geest tot vrede te
brengen; het is het yoga-dharma dat het hart genoegen
verschaft.
Learned
authorities who see through the eye of scripture have
demonstrated that this is the easiest method of subduing the
agitated mind and attaining liberation, and that it is a
sacred duty which brings joy to the heart.
Tekst
37
De tweemaal
geborene die thuis offers aan het brengen is behoort zuiver en
onzelfzuchtig met de toevertrouwde bezittingen van aanbidding
te zijn voor de Persoonlijkheid van God; dit is het pad dat
naar succes leidt [**].
This
is the most auspicious path for a religious householder of
the twice- born orders - to selflessly worship the
Personality of Godhead with wealth honestly obtained.
Tekst
38
Iemand die
intelligent is behoort het verlangen naar rijkdom te verzaken
door offers te brengen en liefdadig te zijn, het verlangen naar
een vrouw en kinderen te verzaken door zich bezig te houden met
huishoudelijke zaken en het verlangen naar een wereld voor
zichzelf [of een ander leven] te verzaken, o Vasudeva,
met behulp van de Tijd [door zijn effecten te bestuderen,
zie ook 9.5
en B.G. 3:
16]; allen
die nuchter waren verzaakten hun verlangens naar een huiselijk
bestaan en begaven zich voor boetedoeningen het bos in [zie
ook B.G. 2:
13].
An
intelligent person should learn to renounce his desire for
wealth by performing sacrifices and acts of charity. He
should learn to renounce his desire for wife and children by
experiencing family life. And he should learn to renounce
his desire for promotion to a higher planet in his next
life, O saintly Vasudeva, by studying the effects of time.
Self-controlled sages who have thus renounced their
attachment to household life go to the forest to perform
austerities.
Tekst
39
Prabhu, een
tweemaal geboren iemand wordt geboren met drie schulden: de
schuld aan de goden, de wijzen en aan de voorvaderen; ze niet
inlossend door [respectievelijkelijk] offers te brengen
[het celibaat b.v.], de geschriften te bestuderen en
met bijproducten [kinderen, leerlingen of boeken, zie
***]
zal hij, bij het verlaten van het lichaam, ten val komen
[terug in de materiële wereld].
Dear
Prabhu, a member of the twice-born classes is born with
three kinds of debts - those owed to the demigods, to the
sages and to his forefathers. If he leaves his body without
first liquidating these debts by performing sacrifice,
studying the scriptures and begetting children, he will fall
down into a hellish condition.
Tekst
40
Maar met u
feitelijk bevrijd van de twee van hen naar de wijzen toe en de
voorvaderen, o grootmoedige, mag u nu, om vrij van schulden te
zijn, uzelf vrijmaken door aan de goden te offeren en huis en
haard achter te laten.
But
you, O magnanimous soul, are already free from two of your
debts - those to the sages and the forefathers. Now absolve
yourself of your debt to the demigods by executing Vedic
sacrifices, and in this way free yourself completely of debt
and renounce all material shelter.
Tekst
41
O Vasudeva,
aangezien Hij de rol als zijnde uw zoon op Zich nam, moet uw
goede zelf [in een voorgaand leven] inderdaad wel met
toewijding grondig van aanbidding zijn geweest voor de
Allerhoogste Heer en Beheerser Aller Werelden [zie ook
10.3:
32-45 en
11.5:
41].'
O
Vasudeva, without doubt you must have previously worshiped
Lord Hari, the master of all worlds. Both you and your wife
must have perfectly worshiped Him with supreme devotion,
since He has accepted the role of your son.
Tekst
42
S'rî
S'uka zei: Met het hebben aangehoord van hun woorden aldus
uitgesproken, koos Vasudeva de wijzen uit als zijn priesters,
ze gunstig stemmend door zijn hoofd voorover te buigen.
S'ukadeva
Gosvâmî said: After hearing these statements of
the sages, generous Vasudeva bowed his head to the ground
and, praising them, requested them to become his
priests.
Tekst
43
De rishi's, o
Koning, uitverkozen door hem daarmee zo religieus naar de
principes, betrokken hem in de vuurrituelen in het heilige veld
[van Kurukshetra] met de meest verfijnde rituele
voorzieningen.
Thus
requested by him, O King, the sages engaged the pious
Vasudeva in performing fire sacrifices at that holy place of
Kurukshetra according to strict religious principles and
with most excellent ritual arrangements.
Tekst
44-45
Toen zijn
inwijding aan de orde was, kwamen verheugd de Vrishni's, gebaad
en goed gekleed, bloemenslingers om en rijkelijk opgesierd,
samen met hun koninginnen met gouden hangers om hun nekken, in
de fijnste kleren en ingesmeerd met sandelhoutpasta, naar de
offertent, o Koning, met de artikelen voor de aanbidding in hun
handen.
When
Mahârâja Vasudeva was about to be initiated for
the sacrifice, O King, the Vrishnis came to the initiation
pavilion after bathing and putting on fine clothes and
garlands of lotuses. The other kings also came, elaborately
ornamented, as well as all their joyful queens, who wore
jeweled lockets around their necks and were also clad in
fine garments. The royal wives were anointed with sandalwood
paste and carried auspicious items for the worship.
Tekst
46
Tweezijdige
kleien trommels, kleine trommeltjes, pauken en drums,
schelphoorns en andere muziekinstrumenten weerklonken,
mannelijke en vrouwelijke dansers dansten en de hofzangers en
lofprijzers zongen zoetgevooisd mee met de zangeressen uit de
hemel en hun echtgenoten.
Mridangas,
pathahas, conchshells, bherîs, ânakas and other
instruments resounded, male and female dancers danced, and
sûtas and mâgadhas recited glorifications.
Sweet-voiced Gandharvîs sang, accompanied by their
husbands.
Tekst
47
Zoals
schriftuurlijk voorgeschreven door de priesters besprenkeld met
gewijd water [voor zijn inwijding], zag hij met zijn
ogen zwart opgemaakt en zijn lichaam ingesmeerd met verse
boter, er met zijn achttien vrouwen [zie
9.24:
21-23 &
45]
uit alsof hij [- als de maan -] omringd was door de
sterren.
After
Vasudeva's eyes had been decorated with black cosmetic and
his body smeared with fresh butter, the priests initiated
him according to scriptural rules by sprinkling him and his
eighteen wives with sacred water. Encircled by his wives, he
resembled the regal moon encircled by stars.
Tekst
48
Met hen allen
allerfijnst opgesierd zijden sârî's dragend, met
armbanden om, halskettingen, enkelbelletjes, en oorbellen,
straalde hij, geïnitieerd gehuld in een hertenvel,
prachtig.
Vasudeva
received initiation along with his wives, who wore silk
sârîs and were adorned with bangles, necklaces,
ankle bells and earrings. With his body wrapped in a
deerskin, Vasudeva shone splendidly.
Tekst
49
O grote Koning,
zijn supervisors en priesters schitterden met hun juwelen en
kledingstukken van zijde als bevonden ze zich in het offerperk
van de doder van Vritra [Indra, zie 6.11].
My
dear Mahârâja Parîkchit, Vasudeva's
priests and the officiating members of the assembly, dressed
in silk dhotîs and jeweled ornaments, looked so
effulgent that they seemed to be standing in the sacrificial
arena of Indra, the killer of Vritra.
Tekst
50
Op dat moment
traden ook de twee Heren Râma en Krishna evenzo glansrijk
naar voren, ieder begeleid door Hun eigen macht aan vrouwen,
zonen en familieleden als expansies van Henzelf.
At
that time Balarâma and Krishna, the Lords of all
living entities, shone forth with great majesty in the
company of Their respective sons, wives and other family
members, who were expansions of Their opulences.
Tekst
51
Hij aanbad
volgens de regels met ieder soort van offer gekenschetst als
primair [naar de s'ruti] en secundair [aangepast
naar andere bronnen, zie *4],
met offerandes in het vuur en zo voorts, de Heer van de
Benodigdheden, de Mantra's en de Rituelen.
Performing
various kinds of Vedic sacrifice according to the proper
regulations, Vasudeva worshiped the Lord of all sacrificial
paraphernalia, mantras and rituals. He executed both primary
and secondary sacrifices, offering oblations to the sacred
fire and carrying out other aspects of sacrificial
worship.
Tekst
52
Vervolgens gaf
hij, op de aangegeven tijd, aan de priesters die reeds
rijkelijk opgesierd waren, giften uit dankbaarheid die hen nog
meer opsierden, als ook huwbare meisjes, koeien en land van
grote waarde.
Then,
at the appropriate time and according to scripture, Vasudeva
remunerated the priests by decorating them with precious
ornaments, though they were already richly adorned, and
offering them valuable gifts of cows, land and marriageable
girls.
Tekst
53
Na het
volbrengen van de plechtigheid uitgevoerd door de sponsor
[patnî-samyâja] en het afsluitende ritueel
[avabhrithya], baadden de grote wijzen, met het voorop
plaatsen van de geschoolden en de sponsor van de yajna, in het
meer van Heer Paras'urâma [9.16:
18-19].
After
supervising the patnî-samyâja and avabhrithya
rituals, the great brâhmana sages bathed in Lord
Paras'urâma's lake with the sponsor of the sacrifice,
Vasudeva, who led them.
Tekst
54
Na dat bad
schonk hij sieraden en kleding weg aan de hofzangers en de
vrouwen en vereerde hij vervolgens in zijn mooiste kleren al de
klassen van mensen en zelfs de honden met voedsel.
His
sacred bath complete, Vasudeva joined with his wives in
giving the jewelry and clothes they had been wearing to the
professional reciters. Vasudeva then put on new garments,
after which he honored all classes of people by feeding
everyone, even the dogs.
Tekst
55-56
Met de weelde
aan giften namen zijn verwanten en hun vrouwen en kinderen, de
leiders van de Vidarbha's, Kos'ala's, Kuru's,
Kâs'î's, Kekaya's en Sriñjaya's; de
supervisoren, de priesters, de verschillende soorten van
verlichte zielen, de gewone mensen, de paranormalen ['de
geesten'], de voorvaderen en de achtenswaardigen, allen
afscheid van het Verblijf van S'rî om te vertrekken vol
van lof over het offer dat was
gebracht..
With
opulent gifts he honored his relatives, including all their
wives and children; the royalty of the Vidarbha, Kos'ala,
Kuru, Kâs'î, Kekaya and Sriñjaya
kingdoms; the officiating members of the assembly; and also
the priests, witnessing demigods, humans, spirits,
forefathers and Câranas. Then, taking permission from
Lord Krishna, the shelter of the goddess of fortune, the
various guests departed as they all chanted the glories of
Vasudeva's sacrifice.
Tekst
57-58
De naaste
familieleden Dhritarâshthra en zijn jongere broer
[Vidura], Prithâ en haar zoons [Arjuna,
Bhîma en Yudhishthhira], Bhîshma, Drona, de
tweelingen [Nakula en Sahadeva], Nârada, en
Bhagavân Vyâsadeva en andere verwanten keerden
toen, hun vrienden en verwanten, de Yadu's, omhelzend, in hun
hart bewogen over de scheiding met moeite terug naar hun
respectievelijke woonplaatsen zoals ook de rest van de gasten
dat deed.
The
Yadus were all embraced by their friends, close family
members and other relatives, including Dhritarâshthra
and his younger brother, Vidura; Prithâ and her sons;
Bhîshma; Drona; the twins Nakula and Sahadeva;
Nârada; and Vedavyâsa, the Personality of
Godhead. Their hearts melting with affection, these and the
other guests left for their kingdoms, their progress slowed
by the pain of separation.
Tekst
59
Nanda samen met
de koeherders bleef uit genegenheid voor zijn verwanten en werd
door Krishna, Râma, Ugrasena en de rest in aanbidding
zeer ruimhartig vereerd.
Nanda
Mahârâja showed his affection for his relatives,
the Yadus, by remaining with them a little longer, together
with his cowherds. During his stay, Krishna, Balarâma,
Ugrasena and the others honored him with especially opulent
worship.
Tekst
60
Vasudeva die
met gemak de oceaan was overgestoken van zijn grote ambitie
[zie ook 10.3:
11-12],
was er zeer mee in zijn sas en richtte zich, omringd door zijn
weldoeners, tot Nanda, zijn hand beroerend terwijl hij sprak.
Having
so easily crossed over the vast ocean of his ambition,
Vasudeva felt fully satisfied. In the company of his many
well-wishers, he took Nanda by the hand and addressed him as
follows.
Tekst
61
S'rî
Vasudeva zei: 'De door God gesmede band van de mens die
genegenheid wordt genoemd is, zo meen ik, voor krijgslieden net
zo moeilijk op te geven als voor yogî's.
S'rî
Vasudeva said: My dear brother, God Himself has tied the
knot called affection, which tightly binds human beings
together. It seems to me that even great heroes and mystics
find it very difficult to free themselves from it.
Tekst
62
Ookal wordt de
vriendschap geboden door jullie die zo heilig zijn niet
beantwoord door ons zo vergeetachtig met wat jullie gedaan
hebben, neemt ze niettemin nimmer af daar ze alles te boven
gaat.
Indeed,
the Supreme Lord must have created the bonds of affection,
for such exalted saints as you have never stopped showing
matchless friendship toward us ingrates, although it has
never been properly reciprocated.
Tekst
63
Voorheen
[door Kamsa gevangen gezet] waren we er niet toe in
staat zorg te dragen voor jullie en nu het ons goed gaat, o
broeder, zien we met jullie recht voor ons, jullie niet
werkelijk staan met onze ogen verblind onder de invloed van de
weelde.
Previously,
dear brother, we did nothing to benefit you because we were
unable to, yet even now that you are present before us, our
eyes are so blinded by the intoxication of material good
fortune that we continue to ignore you.
Tekst
64
Moge voor een
persoon uit op het ware voordeel in het leven zich nimmer het
fortuin der koningen opwerpen, o jullie vol respect, daar hij
met zijn blik verduisterd daardoor zelfs zijn eigen
soortgenoten of vrienden niet ziet staan [vergelijk
10.10:
8].'
O
most respectful one, may a person who wants the highest
benefit in life never gain kingly opulence, for it leaves
him blind to the needs of his own family and friends.
Tekst
65
S'rî
S'uka zei: 'Zich aldus met tranen in zijn ogen herinnerend wat
hij allemaal gedaan had uit vriendschap, moest
Ânakadundubhi, in zijn hart ontroerd door de intimiteit,
huilen.
S'rî
S'ukadeva Gosvâmî said: His heart softened by
feelings of intimate sympathy, Vasudeva wept. His eyes
brimmed with tears as he remembered the friendship Nanda had
shown him.
Tekst
66
Nanda, uit
liefde voor Govinda en Râma, tot zijn zo openlijk
warmhartige vriend zeggende: 'Ik ga wel later, ik ga morgen
wel', bleef, geëerd door de Yadu's, toen drie
maanden.
And
on his part, Nanda was also full of affection for his friend
Vasudeva. Thus during the following days Nanda would
repeatedly announce, "I will be leaving later today" and "I
will be leaving tomorrow." But out of love for Krishna and
Balarâma he remained there for three more months,
honored by all the Yadus.
Tekst
67-68
Overladen met
begerenswaardige zaken als de meest kostbare sieraden, het
fijnste linnen en verschillende meubelstukken van onschatbare
waarde, vertrok hij, uitgewuifd door de Yadu's, samen met de
luitjes van Vraja en zijn familie, onder medeneming van de
gaven geschonken door Krishna, Uddhava en
anderen.
Then,
after Vasudeva, Ugrasena, Krishna, Uddhava, Balarâma
and others had fulfilled his desires and presented him with
precious ornaments, fine linen and varieties of priceless
household furnishings, Nanda Mahârâja accepted
all these gifts and took his leave. Seen off by all the
Yadus, he departed with his family members and the residents
of Vraja.
Tekst
69
Nanda, de
gopa's en de gopî's, niet in staat Govinda's lotusvoeten
uit hun hoofd te zetten, keerden bijgevolg [heel wat
keren] achterom kijkend, weer terug naar
Mathurâ.
Unable
to withdraw their minds from Lord Govinda's lotus feet,
where they had surrendered them, Nanda and the cowherd men
and women returned to Mathurâ.
Tekst
70
Met hun
verwanten vertrokken opmerkend dat het regenseizoen zich
aandiende, gingen de Vrishni's, die Krishna als hun
aanbiddelijke godheid hadden, weer terug naar
Dvârakâ.
Their
relatives having thus departed, and seeing that the rainy
season was approaching, the Vrishnis, whose only Lord was
Krishna, went back to Dvârakâ.
Tekst
71
Aan de mensen
[daar] deden ze verslag van de grote festiviteit en dat
alles die zich van de heer van de Yadu's [Vasudeva] had
voorgedaan en vertelden ze over allen hen toegenegen die ze
tijdens hun bedevaart hadden ontmoet [zie
10.82].
They
told the people of the city about the festive sacrifices
performed by Vasudeva, lord of the Yadus, and about
everything else that had happened during their pilgrimage,
especially how they had met with all their loved
ones.
*
Deze uitspraak, zo brengt ons de paramparâ in
herinnering, wordt ondersteund in de gezaghebbende
s'ruti-mantra's, welke verklaren 'yâvatîr vai
devatâs tâh sarvâ veda-vidi brâhmane
vasanti': "Welke halfgoden er ook bestaan, ze houden zich
allen in een brâhmana op die de Veda kent."
**
De paramparâ voegt toe: 'Zowel S'rîdhara
Svâmî als S'rî Jîva Gosvâmî
zijn het op dit punt eens dat het rituele karma van vedische
offers met name is bedoeld is voor gehechte huishouders. Zij
die reeds gelouterd zijn in Krishnabewustzijn, zoals Vasudeva
zelf, hoeven alleen maar hun geloof te cultiveren in de heer
Zijn toegewijden, de beeltenis die men van Hem heeft, Zijn
naam, de overblijfselen van Zijn maaltijd en Zijn leringen
zoals geboden in de Bhagavad-Gîtâ en het
S'rîmad-Bhâgavatam'.
***
Het woord putra hier gebruikt heeft gewoonlijk betrekking op
een kind, maar betekent ook een pop of enig kunstmatig iets om
zorg voor te dragen zoals een huis, of kunstwerken, een boek of
een ander bijprodukt zoals Prabhupâda en zijn leerlingen
het hebben genoemd in e.g. 3.28:
38 en
11.20:
27-28.
Letterlijk betekent het 'het redden uit de hel genaamd Put', de
plaats waar zij die kinderloos zijn verblijven.
*4
De paramparâ verklaart: 'Het Brâhmana gedeelte van
de Vedische s'ruti specificeert de volledige stap-voor-stap
procedure van enkel maar een paar prototypische
offerplechtigheden, zoals het Jyotishthoma en het
Dars'a-pûrnamâsa. Dezen worden de prâkrita,
of de oorspronkelijke, yajña's genoemd; de details van
andere yajña's moeten worden afgeleid uit de patronen
van deze prâkrita voorschriften overeenkomstig de strenge
regels van de Mîmâmsâ-s'âstra.
Aangezien andere yajña's dus bekend staan door afleiding
uit de prototypische offers worden ze vaikrita, of "veranderd"
genoemd.'
