regelbalk

 

Râdhâ Mâdhava 2

 

 

 

Canto 10

 

Hoofdstuk 84

 

Vasudeva Offert voor de Wijzen die te Kurukshetra de Weg naar het Succes Wijzen

(1) S'rî S'uka zei: 'Toen Prithâ, de dochter van de koning van Subala [Gândhârî] en Draupadî, Subhadrâ en de vrouwen van de koningen zowel als Zijn gopî's, vernamen over de liefdevolle gehechtheid [van de echtgenotes] aan Krishna, Heer Hari, de Ziel van Allen, vielen allen, met tranen in hun ogen, in grote verbazing. (2-5) Terwijl de vrouwen zich aldus onderhielden met de vrouwen en de mannen met de mannen, arriveerden ter plekke met het verlangen Krishna en Râma te zien, de wijzen Dvaipâyana, Nârada, Cyavana, Devala en Asita; Vis'vâmitra, S'atânanda, Bharadvâja en Gautama; Heer Paras'urâma en zijn discipelen, Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya en Kas'yapa; Atri, Mârkandeya en Brihaspati; Dvita, Trita, Ekata en de zonen van Brahmâ [de vier Kumâra's] als ook Angirâ, Âgastya, Yâjñavalkya en anderen met Vâmadeva aan het hoofd. (6) Toen ze hen zagen stonden de Pândava's, Krishna, Râma, de koningen en anderen die tot dusverre nederzaten, meteen op om zich te verbuigen voor hen die door het ganse universum worden geëerd. (7) Zij allen, met inbegrip van Râma en Acyuta, bewezen hen tezamen naar behoren de eer met begroetingen, zitplaatsen, water om hun voeten te wassen en om te drinken, bloemenslingers, wierook en sandelhoutpasta. (8) De Allerhoogste Heer in den vleze het dharma verdedigend, sprak in de met stille aandacht luisterende vergadering de comfortabel gezeten grote zielen toe. (9) De Opperheer zei: 'Wij bij elkaar die geboren raakten plukken er nu de vrucht van: de aanblik van de meesters van de yoga die zelfs door de halfgoden maar zelden wordt verkregen. (10) Hoe kan het dat menselijke wezens met ogen voor God als de beeltenis in de tempel, nu in audiëntie aan mogen raken, vragen mogen stellen, ons voorover mogen buigen en van eerbetoon mogen zijn aan de voeten en zo meer? (11) Gezuiverd door enkel maar u te zien, de heiligen, zijn het niet de heilige plaatsen bestaande uit water noch de beeltenissen vervaardigd uit klei waarmee het zo lang duurt voordat dat gebeurt [1.13: 10]. (12) Noch het vuur, noch de zon, de maan noch het firmament, noch de aarde, het water, de ether, de adem, de spraak, noch de geest nemen, aanbeden zijnde, de zonden weg van hen die de dingen tegenover elkaar plaatsen; ze worden weggevaagd door een enkel moment van dienst aan de mannen van [brahmaanse] scholing. (13) Hij met het idee van zichzelf als zijnde het lichaam dat stinkt met zijn drie elementen [van slijm, gal en lucht], met de notie van een echtgenote en dat alles als zijnde zijn eigendom, met zijn omzien naar klei als iets aanbiddelijks, met de gedachte van water als zijnde een bedevaartsoord, is, [afgaande op uiterlijkheden maar] nimmer naar het wijze in de man, waarlijk als een koe of een ezel.'

(14) S'rî S'uka zei: 'Toen ze dit vernamen uit de mond van de Allerhoogste Heer Krishna Onbegrensd in de Wijsheid, waren de geschoolden stil, onthutst over de woorden die ze maar moeilijk konden bevatten. (15) De wijzen die een tijdje peinsden over de Allerhoogste Beheerser en [Zijn aannemen van] de positie van het beheerst zijn, kwamen tot de slotsom dat het was bedoeld om de mensen een licht op te steken en richtten zich glimlachend tot Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum. (16) De achtenswaardige wijzen zeiden: 'Ach, wij, de beste kenners der waarheid en belangrijkste scheppers van het universum, zijn begoocheld door de macht van de materiële illusie van de handelingen van de Opperheer, die zo verbazingwekkend verdekt in Zijn praktijken doet alsof Hij degene is die beheerst wordt. (17) Moeiteloos schept Hij, helemaal op Zichzelf, de veelvoud van dit universum en handhaaft en vernietigt Hij zonder verstrikt te raken, waarlijk net zoals de aarde niet verstrikt raakt in zijn transformaties met het hebben van vele vormen en namen; och, welk een schijn vormen de handelingen van de Almachtige [zie ook 8.6: 10]! (18) Niettemin neemt Uw goede Zelf, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van de Ziel, bij tijden, om Uw mensen te beschermen en de slechten af te straffen, de geaardheid van de goedheid aan, middels Uw spel en vermaak het eeuwige vedische pad van de varnâs'rama statusoriëntaties handhavend [zie ook sanâtana dharma]. (19) Het spirituele [het 'brahma'] is uw zuivere hart waarin met verzakingen, studie en het zich inwaarts keren geconcentreerd in meditatie [samyama] het eeuwige manifeste en niet-manifeste wordt gerealiseerd als ook het transcendentale erbij [zie ook: B.G. 7: 5]. (20) Om die reden bewijst U, o Absolute van de Waarheid, Uw respect voor de gemeenschap der brahmanen, door middel van de volmaakten van wie de geopenbaarde geschriften worden begrepen, en zo bent U de leider van hen die van respect zijn voor het brahmaanse. (21) Vandaag zien we [inderdaad] onze geboorte, opleiding, verzakingen en visie vrucht dragen; met U omgang te verkrijgen is het doel van de geheiligden aangezien U de Limiet vormt, het Uiteindelijke van alle Welzijn. (22) Onze eerbetuigingen voor Hem, de Allerhoogste Heer steeds nieuw in Zijn wijsheid, [U] Krishna, de Superziel die met Zijn yoga-mâyâ Zijn eigen glorie overdekt. (23) Geen van deze koningen genietend met U, noch de Vrishni's, kennen U, verhuld door het gordijn van mâyâ, als de Allerhoogste Ziel, de Tijd en de Beheerser [B.G. 6: 26]. (24-25) Zoals een persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid voorstellend met namen en gedaanten met wat hij zich voor de geest haalt geen weet heeft van een aparte werkelijkheid daar los van staande, heeft men met U, op dezelfde manier namen en gedaanten hebbend, door de activiteit van de zinnen met Uw mâyâ verbijsterd rakend in het bewustzijn, geen idee vanwege de discontinuïteit van het geheugen [vergelijk B.G. 4.5 en 4.29:1b, 10.1: 41 en 7.7: 25]. (26) Dat van U, de voeten, de oorsprong van de Ganges, die de overmaat aan zonden weg wassen, hebben we vandaag aanschouwd; [met hen] goed geïnstalleerd in het hart wordt door hen wiens yogapraktijk rijpte en de toegewijde dienst zich volledig ontwikkelde, de materiële mentaliteit, de overdekking van hun individuele zielen, vernietigd en de bestemming van U bereikt - dus alstublieft, toon Uw toegewijden Uw genade.'

(27) S'uka zei: 'Hiermee afscheid nemend van Dâs'ârha [Krishna], Dhritarâshthra en Yudhishthhira, o wijze onder de koningen, overwogen de wijzen terug te keren naar hun hermitages. (28) Toen hij dit zag benaderde de overal geroemde Vasudeva hen en greep hij, zich buigend, hun voeten beet de volgende zorgvuldig overwogen woorden tot uitdrukking brengend. (29) S'rî Vasudeva zei: 'Mijn eerbetuigingen aan u die al de goden vertegenwoordigt [*], o zieners, alstublieft luister, zeg ons dit: hoe kunnen we van ons karma verlost raken door het verrichten van arbeid?'

(30) S'rî Nârada zei: 'Beste geleerden, dit zo leergierig vragen stellen van Vasudeva over het hoogste goed voor zichzelf, is niet zo verrassend, gezien het feit dat hij denkt aan Krishna als zijnde een kind [van hem, zijn zoon]. (31) Het voor stervelingen elkaar nabij staan alhier vormt een oorzaak van minachting zoals dat b.v. met iemand aan de Ganges wonend is die erop uit gaat om elders zuivering te vinden. (32-33) [De Heer] Zijn bewustzijn wordt om geen enkele reden, noch uit zichzelf noch als gevolg van een invloed van buitenaf, in zijn kwaliteiten ooit verstoord door het destructieve en creatieve dat wordt teweeg gebracht door de tijd van dit [universum, zie B.G. 4.14 en 10.30]; Hij, de Beheerser zonder een Tweede, wiens bewustzijn niet is aangedaan door hindernissen, materiële handelingen en hun gevolgen en de geaardheden en hun stroom van veranderingen [kles'a, karma en guna], wordt door iemand anders [onwetend] beschouwd als zijnde overdekt door Zijn eigen expansies van prâna en andere elementen, precies zoals de zon wordt overdekt door wolken, sneeuw of verduisteringen.'

(34) Toen, o Koning, zeiden de wijzen zich tot Vasudeva richtend terwijl al de koningen als ook Acyuta en Râma toehoorden: (35) 'Als zijnde juist is vastgesteld dat het karma wordt tegengegaan door dit werk: dat men met geloof met offers [levendig, als in een kirtan] Vishnu aanbidt, de Heer van Alle Offers. (36) Dit is waarlijk wat de geleerden door het oog van de s'âstra's aantoonden als zijnde de makkelijkste manier om de geest tot vrede te brengen; het is het yoga-dharma dat het hart genoegen verschaft. (37) De tweemaal geborene die thuis offers aan het brengen is behoort zuiver en onzelfzuchtig met de toevertrouwde bezittingen van aanbidding te zijn voor de Persoonlijkheid van God; dit is het pad dat naar succes leidt [**]. (38) Iemand die intelligent is behoort het verlangen naar rijkdom te verzaken door offers te brengen en liefdadig te zijn, het verlangen naar een vrouw en kinderen te verzaken door zich bezig te houden met huishoudelijke zaken en het verlangen naar een wereld voor zichzelf [of een ander leven] te verzaken, o Vasudeva, met behulp van de Tijd [door zijn effecten te bestuderen, zie ook 9.5 en B.G. 3: 16]; allen die nuchter waren verzaakten hun verlangens naar een huiselijk bestaan en begaven zich voor boetedoeningen het bos in [zie ook B.G. 2: 13]. (39) Prabhu, een tweemaal geboren iemand wordt geboren met drie schulden: de schuld aan de goden, de wijzen en aan de voorvaderen; ze niet inlossend door [respectievelijkelijk] offers te brengen [het celibaat b.v.], de geschriften te bestuderen en met bijproducten [kinderen, leerlingen of boeken, zie ***] zal hij, bij het verlaten van het lichaam, ten val komen [terug in de materiële wereld]. (40) Maar met u feitelijk bevrijd van de twee van hen naar de wijzen toe en de voorvaderen, o grootmoedige, mag u nu, om vrij van schulden te zijn, uzelf vrijmaken door aan de goden te offeren en huis en haard achter te laten. (41) O Vasudeva, aangezien Hij de rol als zijnde uw zoon op Zich nam, moet uw goede zelf [in een voorgaand leven] inderdaad wel met toewijding grondig van aanbidding zijn geweest voor de Allerhoogste Heer en Beheerser Aller Werelden [zie ook 10.3: 32-45 en 11.5: 41].'

(42) S'rî S'uka zei: Met het hebben aangehoord van hun woorden aldus uitgesproken, koos Vasudeva de wijzen uit als zijn priesters, ze gunstig stemmend door zijn hoofd voorover te buigen. (43) De rishi's, o Koning, uitverkozen door hem daarmee zo religieus naar de principes, betrokken hem in de vuurrituelen in het heilige veld [van Kurukshetra] met de meest verfijnde rituele voorzieningen. (44-45) Toen zijn inwijding aan de orde was, kwamen verheugd de Vrishni's, gebaad en goed gekleed, bloemenslingers om en rijkelijk opgesierd, samen met hun koninginnen met gouden hangers om hun nekken, in de fijnste kleren en ingesmeerd met sandelhoutpasta, naar de offertent, o Koning, met de artikelen voor de aanbidding in hun handen. (46) Tweezijdige kleien trommels, kleine trommeltjes, pauken en drums, schelphoorns en andere muziekinstrumenten weerklonken, mannelijke en vrouwelijke dansers dansten en de hofzangers en lofprijzers zongen zoetgevooisd mee met de zangeressen uit de hemel en hun echtgenoten. (47) Zoals schriftuurlijk voorgeschreven door de priesters besprenkeld met gewijd water [voor zijn inwijding], zag hij met zijn ogen zwart opgemaakt en zijn lichaam ingesmeerd met verse boter, er met zijn achttien vrouwen [zie 9.24: 21-23 & 45] uit alsof hij [- als de maan -] omringd was door de sterren. (48) Met hen allen allerfijnst opgesierd zijden sârî's dragend, met armbanden om, halskettingen, enkelbelletjes, en oorbellen, straalde hij, geïnitieerd gehuld in een hertenvel, prachtig. (49) O grote Koning, zijn supervisors en priesters schitterden met hun juwelen en kledingstukken van zijde als bevonden ze zich in het offerperk van de doder van Vritra [Indra, zie 6.11]. (50) Op dat moment traden ook de twee Heren Râma en Krishna evenzo glansrijk naar voren, ieder begeleid door Hun eigen macht aan vrouwen, zonen en familieleden als expansies van Henzelf. (51) Hij aanbad volgens de regels met ieder soort van offer gekenschetst als primair [naar de s'ruti] en secundair [aangepast naar andere bronnen, zie *4], met offerandes in het vuur en zo voorts, de Heer van de Benodigdheden, de Mantra's en de Rituelen. (52) Vervolgens gaf hij, op de aangegeven tijd, aan de priesters die reeds rijkelijk opgesierd waren, giften uit dankbaarheid die hen nog meer opsierden, als ook huwbare meisjes, koeien en land van grote waarde. (53) Na het volbrengen van de plechtigheid uitgevoerd door de sponsor [patnî-samyâja] en het afsluitende ritueel [avabhrithya], baadden de grote wijzen, met het voorop plaatsen van de geschoolden en de sponsor van de yajna, in het meer van Heer Paras'urâma [9.16: 18-19]. (54) Na dat bad schonk hij sieraden en kleding weg aan de hofzangers en de vrouwen en vereerde hij vervolgens in zijn mooiste kleren al de klassen van mensen en zelfs de honden met voedsel. (55-56) Met de weelde aan giften namen zijn verwanten en hun vrouwen en kinderen, de leiders van de Vidarbha's, Kos'ala's, Kuru's, Kâs'î's, Kekaya's en Sriñjaya's; de supervisoren, de priesters, de verschillende soorten van verlichte zielen, de gewone mensen, de paranormalen ['de geesten'], de voorvaderen en de achtenswaardigen, allen afscheid van het Verblijf van S'rî om te vertrekken vol van lof over het offer dat was gebracht. (57-58) De naaste familieleden Dhritarâshthra en zijn jongere broer [Vidura], Prithâ en haar zoons [Arjuna, Bhîma en Yudhishthhira], Bhîshma, Drona, de tweelingen [Nakula en Sahadeva], Nârada, en Bhagavân Vyâsadeva en andere verwanten keerden toen, hun vrienden en verwanten, de Yadu's, omhelzend, in hun hart bewogen over de scheiding met moeite terug naar hun respectievelijke woonplaatsen zoals ook de rest van de gasten dat deed. (59) Nanda samen met de koeherders bleef uit genegenheid voor zijn verwanten en werd door Krishna, Râma, Ugrasena en de rest in aanbidding zeer ruimhartig vereerd. (60) Vasudeva die met gemak de oceaan was overgestoken van zijn grote ambitie [zie ook 10.3: 11-12], was er zeer mee in zijn sas en richtte zich, omringd door zijn weldoeners, tot Nanda, zijn hand beroerend terwijl hij sprak.

(61) S'rî Vasudeva zei: 'De door God gesmede band van de mens die genegenheid wordt genoemd is, zo meen ik, voor krijgslieden net zo moeilijk op te geven als voor yogî's. (62) Ookal wordt de vriendschap geboden door jullie die zo heilig zijn niet beantwoord door ons zo vergeetachtig met wat jullie gedaan hebben, neemt ze niettemin nimmer af daar ze alles te boven gaat. (63) Voorheen [door Kamsa gevangen gezet] waren we er niet toe in staat zorg te dragen voor jullie en nu het ons goed gaat, o broeder, zien we met jullie recht voor ons, jullie niet werkelijk staan met onze ogen verblind onder de invloed van de weelde. (64) Moge voor een persoon uit op het ware voordeel in het leven zich nimmer het fortuin der koningen opwerpen, o jullie vol respect, daar hij met zijn blik verduisterd daardoor zelfs zijn eigen soortgenoten of vrienden niet ziet staan [vergelijk 10.10: 8].'

(65) S'rî S'uka zei: 'Zich aldus met tranen in zijn ogen herinnerend wat hij allemaal gedaan had uit vriendschap, moest Ânakadundubhi, in zijn hart ontroerd door de intimiteit, huilen. (66) Nanda, uit liefde voor Govinda en Râma, tot zijn zo openlijk warmhartige vriend zeggende: 'Ik ga wel later, ik ga morgen wel', bleef, geëerd door de Yadu's, toen drie maanden. (67-68) Overladen met begerenswaardige zaken als de meest kostbare sieraden, het fijnste linnen en verschillende meubelstukken van onschatbare waarde, vertrok hij, uitgewuifd door de Yadu's, samen met de luitjes van Vraja en zijn familie, onder medeneming van de gaven geschonken door Krishna, Uddhava en anderen. (69) Nanda, de gopa's en de gopî's, niet in staat Govinda's lotusvoeten uit hun hoofd te zetten, keerden bijgevolg [heel wat keren] achterom kijkend, weer terug naar Mathurâ. (70) Met hun verwanten vertrokken opmerkend dat het regenseizoen zich aandiende, gingen de Vrishni's, die Krishna als hun aanbiddelijke godheid hadden, weer terug naar Dvârakâ. (71) Aan de mensen [daar] deden ze verslag van de grote festiviteit en dat alles die zich van de heer van de Yadu's [Vasudeva] had voorgedaan en vertelden ze over allen hen toegenegen die ze tijdens hun bedevaart hadden ontmoet [zie 10.82].

 

next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):

The Sages' Teachings at Kurukshetra

 

Tekst 1

S'rî S'uka zei: 'Toen Prithâ, de dochter van de koning van Subala [Gândhârî] en Draupadî, Subhadrâ en de vrouwen van de koningen zowel als Zijn gopî's, vernamen over de liefdevolle gehechtheid [van de echtgenotes] aan Krishna, Heer Hari, de Ziel van Allen, vielen allen, met tranen in hun ogen, in grote verbazing.

S'ukadeva Gosvâmî said: Prithâ, Gândhârî, Draupadî, Subhadrâ, the wives of other kings and the Lord's cowherd girlfriends were all amazed to hear of the queens' deep love for Lord Krishna, the Supreme Personality of Godhead and Soul of all beings, and their eyes filled with tears.

 

Tekst 2-5:

Terwijl de vrouwen zich aldus onderhielden met de vrouwen en de mannen met de mannen, arriveerden ter plekke met het verlangen Krishna en Râma te zien, de wijzen Dvaipâyana, Nârada, Cyavana, Devala en Asita; Vis'vâmitra, S'atânanda, Bharadvâja en Gautama; Heer Paras'urâma en zijn discipelen, Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya en Kas'yapa; Atri, Mârkandeya en Brihaspati; Dvita, Trita, Ekata en de zonen van Brahmâ [de vier Kumâra's] als ook Angirâ, Âgastya, Yâjñavalkya en anderen met Vâmadeva aan het hoofd.

As the women thus talked among themselves and the men among themselves, a number of great sages arrived there, all of them eager to see Lord Krishna and Lord Balarâma. They included Dvaipâyana, Nârada, Cyavana, Devala and Asita, Vis'vâmitra, S'atânanda, Bharadvâja and Gautama, Lord Paras'urâma and his disciples, Vasishthha, Gâlava, Bhrigu, Pulastya and Kas'yapa, Atri, Mârkandeya and Brihaspati, Dvita, Trita, Ekata and the four Kumâras, and Angirâ, Âgastya, Yâjñavalkya and Vâmadeva.

  

Tekst 6:

Toen ze hen zagen stonden de Pândava's, Krishna, Râma, de koningen en anderen die tot dusverre nederzaten, meteen op om zich te verbuigen voor hen die door het ganse universum worden geëerd.

As soon as they saw the sages approaching, the kings and other gentlemen who had been seated immediately stood up, including the Pândava brothers and Krishna and Balarâma. They all then bowed down to the sages, who are honored throughout the universe.

 

Tekst 7:

Zij allen, met inbegrip van Râma en Acyuta, bewezen hen tezamen naar behoren de eer met begroetingen, zitplaatsen, water om hun voeten te wassen en om te drinken, bloemenslingers, wierook en sandelhoutpasta.

Lord Krishna, Lord Balarâma and the other kings and leaders properly worshiped the sages by offering them words of greeting, sitting places, water for washing their feet, drinking water, flower garlands, incense and sandalwood paste.

 

Tekst 8:

De Allerhoogste Heer in den vleze het dharma verdedigend, sprak in de met stille aandacht luisterende vergadering de comfortabel gezeten grote zielen toe.

After the sages were comfortably seated, the Supreme Lord Krishna, whose transcendental body protects religious principles, addressed them in the midst of that great assembly. Everyone listened silently with rapt attention.

      

Tekst 9

De Opperheer zei: 'Wij bij elkaar die geboren raakten plukken er nu de vrucht van: de aanblik van de meesters van de yoga die zelfs door de halfgoden maar zelden wordt verkregen.

The Supreme Lord said: Now our lives are indeed successful, for we have obtained life's ultimate goal: the audience of great yoga masters, which even demigods only rarely obtain.

 

 Tekst 10

Hoe kan het dat menselijke wezens met ogen voor God als de beeltenis in de tempel, nu in audiëntie aan mogen raken, vragen mogen stellen, ons voorover mogen buigen en van eerbetoon mogen zijn aan de voeten en zo meer?

How is it that people who are not very austere and who recognize God only in His Deity form in the temple can now see you, touch you, inquire from you, bow down to you, worship your feet and serve you in other ways?

    

 Tekst 11

Gezuiverd door enkel maar u te zien, de heiligen, zijn het niet de heilige plaatsen bestaande uit water noch de beeltenissen vervaardigd uit klei waarmee het zo lang duurt voordat dat gebeurt [1.13: 10].

Mere bodies of water are not the real sacred places of pilgrimage, nor are mere images of earth and stone the true worshipable deities. These purify one only after a long time, but saintly sages purify one immediately upon being seen.

 

Tekst 12

Noch het vuur, noch de zon, de maan noch het firmament, noch de aarde, het water, de ether, de adem, de spraak, noch de geest nemen, aanbeden zijnde, de zonden weg van hen die de dingen tegenover elkaar plaatsen; ze worden weggevaagd door een enkel moment van dienst aan de mannen van [brahmaanse] scholing.

Neither the demigods controlling fire, the sun, the moon and the stars nor those in charge of earth, water, ether, air, speech and mind actually remove the sins of their worshipers, who continue to see in terms of dualities. But wise sages destroy one's sins when respectfully served for even a few moments.

 

Tekst 13

Hij met het idee van zichzelf als zijnde het lichaam dat stinkt met zijn drie elementen [van slijm, gal en lucht], met de notie van een echtgenote en dat alles als zijnde zijn eigendom, met zijn omzien naar klei als iets aanbiddelijks, met de gedachte van water als zijnde een bedevaartsoord, is, [afgaande op uiterlijkheden maar] nimmer naar het wijze in de man, waarlijk als een koe of een ezel.'

One who identifies his self as the inert body composed of mucus, bile and air, who assumes his wife and family are permanently his own, who thinks an earthen image or the land of his birth is worshipable, or who sees a place of pilgrimage as merely the water there, but who never identifies himself with, feels kinship with, worships or even visits those who are wise in spiritual truth - such a person is no better than a cow or an ass.

 

Tekst 14

S'rî S'uka zei: 'Toen ze dit vernamen uit de mond van de Allerhoogste Heer Krishna Onbegrensd in de Wijsheid, waren de geschoolden stil, onthutst over de woorden die ze maar moeilijk konden bevatten.

S'ukadeva Gosvâmî said: Hearing such unfathomable words from the unlimitedly wise Lord Krishna, the learned brâhmanas remained silent, their minds bewildered.

 

Tekst 15

De wijzen die een tijdje peinsden over de Allerhoogste Beheerser en [Zijn aannemen van] de positie van het beheerst zijn, kwamen tot de slotsom dat het was bedoeld om de mensen een licht op te steken en richtten zich glimlachend tot Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum.

For some time the sages pondered the Supreme Lord's behavior, which resembled that of a subordinate living being. They concluded that He was acting this way to instruct the people in general. Thus they smiled and spoke to Him, the spiritual master of the universe.

 

Tekst 16

De achtenswaardige wijzen zeiden: 'Ach, wij, de beste kenners der waarheid en belangrijkste scheppers van het universum, zijn begoocheld door de macht van de materiële illusie van de handelingen van de Opperheer, die zo verbazingwekkend verdekt in Zijn praktijken doet alsof Hij degene is die beheerst wordt.

The great sages said: Your power of illusion has totally bewildered us, the most exalted knowers of the truth and leaders among the universal creators. Ah, how amazing is the behavior of the Supreme Lord! He covers Himself with His humanlike activities and pretends to be subject to superior control.

 

Tekst 17

Moeiteloos schept Hij, helemaal op Zichzelf, de veelvoud van dit universum en handhaaft en vernietigt Hij zonder verstrikt te raken, waarlijk net zoals de aarde niet verstrikt raakt in zijn transformaties met het hebben van vele vormen en namen; och, welk een schijn vormen de handelingen van de Almachtige [zie ook 8.6: 10]!

Indeed, the humanlike pastimes of the Almighty are simply a pretense! Effortlessly, He alone sends forth from His Self this variegated creation, maintains it and then swallows it up again, all without becoming entangled, just as the element earth takes on many names and forms in its various transformations.

   

Tekst 18

Niettemin neemt Uw goede Zelf, de Oorspronkelijke Persoonlijkheid van de Ziel, bij tijden, om Uw mensen te beschermen en de slechten af te straffen, de geaardheid van de goedheid aan, middels Uw spel en vermaak het eeuwige vedische pad van de varnâs'rama statusoriëntaties handhavend [zie ook sanâtana dharma].

Nonetheless, at suitable times You assume the pure mode of goodness to protect Your devotees and punish the wicked. Thus You, the Soul of the varnâs'rama social order, the Supreme Personality of Godhead, maintain the eternal path of the Vedas by enjoying Your pleasure pastimes.

 

 Tekst 19

Het spirituele [het 'brahma'] is uw zuivere hart waarin met verzakingen, studie en het zich inwaarts keren geconcentreerd in meditatie [samyama] het eeuwige manifeste en niet-manifeste wordt gerealiseerd als ook het transcendentale erbij [zie ook: B.G. 7: 5].

The Vedas are Your spotless heart, and through them one can perceive - by means of austerity, study and self-control - the manifest, the unmanifest and the pure existence transcendental to both.

 

 Tekst 20

Om die reden bewijst U, o Absolute van de Waarheid, Uw respect voor de gemeenschap der brahmanen, door middel van de volmaakten van wie de geopenbaarde geschriften worden begrepen, en zo bent U de leider van hen die van respect zijn voor het brahmaanse.

Therefore, O Supreme Brahman, You honor the members of the brahminical community, for they are the perfect agents by which one can realize You through the evidence of the Vedas. For that very reason You are the foremost worshiper of the brâhmanas.

 

 Tekst 21

Vandaag zien we [inderdaad] onze geboorte, opleiding, verzakingen en visie vrucht dragen; met U omgang te verkrijgen is het doel van de geheiligden aangezien U de Limiet vormt, het Uiteindelijke van alle Welzijn.

Today our birth, education, austerity and vision have all become perfect because we have been able to associate with You, the goal of all saintly persons. Indeed, You Yourself are the ultimate, supreme blessing.

  

 Tekst 22

Onze eerbetuigingen voor Hem, de Allerhoogste Heer steeds nieuw in Zijn wijsheid, [U] Krishna, de Superziel die met Zijn yoga-mâyâ Zijn eigen glorie overdekt.

Let us offer obeisances unto that Supreme Personality of Godhead, Lord Krishna, the infinitely intelligent Supersoul, who has disguised His greatness through His mystic Yogamâyâ.

 

 Tekst 23

Geen van deze koningen genietend met U, noch de Vrishni's, kennen U, verhuld door het gordijn van mâyâ, als de Allerhoogste Ziel, de Tijd en de Beheerser [B.G. 6: 26].

Neither these kings nor even the Vrishnis, who enjoy Your intimate association, know You as the Soul of all existence, the force of time and the supreme controller. For them You are covered by the curtain of Mâyâ.

  

 Tekst 24-25

Zoals een persoon in slaap zichzelf een alternatieve werkelijkheid voorstellend met namen en gedaanten met wat hij zich voor de geest haalt geen weet heeft van een aparte werkelijkheid daar los van staande, heeft men met U, op dezelfde manier namen en gedaanten hebbend, door de activiteit van de zinnen met Uw mâyâ verbijsterd rakend in het bewustzijn, geen idee vanwege de discontinuïteit van het geheugen [vergelijk B.G. 4.5 en 4.29:1b, 10.1: 41 en 7.7: 25].

A sleeping person imagines an alternative reality for himself and, seeing himself as having various names and forms, forgets his waking identity, which is distinct from the dream. Similarly, the senses of one whose consciousness is bewildered by illusion perceive only the names and forms of material objects. Thus such a person loses his memory and cannot know You.

  

 Tekst 26

Dat van U, de voeten, de oorsprong van de Ganges, die de overmaat aan zonden weg wassen, hebben we vandaag aanschouwd; [met hen] goed geïnstalleerd in het hart wordt door hen wiens yogapraktijk rijpte en de toegewijde dienst zich volledig ontwikkelde, de materiële mentaliteit, de overdekking van hun individuele zielen, vernietigd en de bestemming van U bereikt - dus alstublieft, toon Uw toegewijden Uw genade.'

Today we have directly seen Your feet, the source of the holy Ganges, which washes away volumes of sins. Perfected yogîs can at best meditate upon Your feet within their hearts. But only those who render You wholehearted devotional service and in this way vanquish the soul's covering - the material mind - attain You as their final destination. Therefore kindly show mercy to us, Your devotees.

 

 Tekst 27

S'uka zei: 'Hiermee afscheid nemend van Dâs'ârha [Krishna], Dhritarâshthra en Yudhishthhira, o wijze onder de koningen, overwogen de wijzen terug te keren naar hun hermitages.

S'ukadeva Gosvâmî said: Having thus spoken, O wise king, the sages then took leave of Lord Dâs'ârha, Dhritarâshthra and Yudhishthhira and prepared to depart for their âs'ramas.

 

 Tekst 28

Toen hij dit zag benaderde de overal geroemde Vasudeva hen en greep hij, zich buigend, hun voeten beet de volgende zorgvuldig overwogen woorden tot uitdrukking brengend.

Seeing that they were about to leave, the renowned Vasudeva approached the sages. After bowing down to them and touching their feet, he spoke to them with carefully chosen words.

 

 Tekst 29

S'rî Vasudeva zei: 'Mijn eerbetuigingen aan u die al de goden vertegenwoordigt [*], o zieners, alstublieft luister, zeg ons dit: hoe kunnen we van ons karma verlost raken door het verrichten van arbeid?'

S'rî Vasudeva said: Obeisances to you, the residence of all the demigods. Please hear me, O sages. Kindly tell us how the reactions of one's work can be counteracted by further work.

 

 Tekst 30

S'rî Nârada zei: 'Beste geleerden, dit zo leergierig vragen stellen van Vasudeva over het hoogste goed voor zichzelf, is niet zo verrassend, gezien het feit dat hij denkt aan Krishna als zijnde een kind [van hem, zijn zoon].

S'rî Nârada Muni said: O brâhmanas, it is not so amazing that in his eagerness to know, Vasudeva has asked us about his ultimate benefit, for he considers Krishna a mere boy.

 

 Tekst 31

Het voor stervelingen elkaar nabij staan alhier vormt een oorzaak van minachting zoals dat b.v. met iemand aan de Ganges wonend is die erop uit gaat om elders zuivering te vinden.

In this world familiarity breeds contempt. For example, one who lives on the banks of the Ganges might travel to some other body of water to be purified.

 

 Tekst 32-33

[De Heer] Zijn bewustzijn wordt om geen enkele reden, noch uit zichzelf noch als gevolg van een invloed van buitenaf, in zijn kwaliteiten ooit verstoord door het destructieve en creatieve dat wordt teweeg gebracht door de tijd van dit [universum, zie B.G. 4.14 en 10.30]; Hij, de Beheerser zonder een Tweede, wiens bewustzijn niet is aangedaan door hindernissen, materiële handelingen en hun gevolgen en de geaardheden en hun stroom van veranderingen [kles'a, karma en guna], wordt door iemand anders [onwetend] beschouwd als zijnde overdekt door Zijn eigen expansies van prâna en andere elementen, precies zoals de zon wordt overdekt door wolken, sneeuw of verduisteringen.'

The Supreme Lord's awareness is never disturbed by time, by the creation and destruction of the universe, by changes in its own qualities, or by anything else, whether self-caused or external. But although the consciousness of the Personality of Godhead, who is the supreme one without a second, is never affected by material distress, by the reactions of material work or by the constant flow of nature's modes, ordinary persons nonetheless think that the Lord is covered by His own creations of prâna and other material elements, just as one may think that the sun is covered by clouds, snow or an eclipse.

 

 Tekst 34

Toen, o Koning, zeiden de wijzen zich tot Vasudeva richtend terwijl al de koningen als ook Acyuta en Râma toehoorden:

[S'ukadeva Gosvâmî continued:l The sages then spoke again, O King, addressing Vasudeva while all the kings, along with Lord Acyuta and Lord Râma, listened.

 

 Tekst 35

'Als zijnde juist is vastgesteld dat het karma wordt tegengegaan door dit werk: dat men met geloof met offers [levendig, als in een kirtan] Vishnu aanbidt, de Heer van Alle Offers.

[The sages said:] It has been definitely concluded that work is counteracted by further work when one executes Vedic sacrifices as a means of worshiping Vishnu, the Lord of all sacrifices, with sincere faith.

 

 Tekst 36

Dit is waarlijk wat de geleerden door het oog van de s'âstra's aantoonden als zijnde de makkelijkste manier om de geest tot vrede te brengen; het is het yoga-dharma dat het hart genoegen verschaft.

Learned authorities who see through the eye of scripture have demonstrated that this is the easiest method of subduing the agitated mind and attaining liberation, and that it is a sacred duty which brings joy to the heart.

 

 Tekst 37

De tweemaal geborene die thuis offers aan het brengen is behoort zuiver en onzelfzuchtig met de toevertrouwde bezittingen van aanbidding te zijn voor de Persoonlijkheid van God; dit is het pad dat naar succes leidt [**].

This is the most auspicious path for a religious householder of the twice- born orders - to selflessly worship the Personality of Godhead with wealth honestly obtained.

 

 Tekst 38

Iemand die intelligent is behoort het verlangen naar rijkdom te verzaken door offers te brengen en liefdadig te zijn, het verlangen naar een vrouw en kinderen te verzaken door zich bezig te houden met huishoudelijke zaken en het verlangen naar een wereld voor zichzelf [of een ander leven] te verzaken, o Vasudeva, met behulp van de Tijd [door zijn effecten te bestuderen, zie ook 9.5 en B.G. 3: 16]; allen die nuchter waren verzaakten hun verlangens naar een huiselijk bestaan en begaven zich voor boetedoeningen het bos in [zie ook B.G. 2: 13].

An intelligent person should learn to renounce his desire for wealth by performing sacrifices and acts of charity. He should learn to renounce his desire for wife and children by experiencing family life. And he should learn to renounce his desire for promotion to a higher planet in his next life, O saintly Vasudeva, by studying the effects of time. Self-controlled sages who have thus renounced their attachment to household life go to the forest to perform austerities.

 

 Tekst 39

Prabhu, een tweemaal geboren iemand wordt geboren met drie schulden: de schuld aan de goden, de wijzen en aan de voorvaderen; ze niet inlossend door [respectievelijkelijk] offers te brengen [het celibaat b.v.], de geschriften te bestuderen en met bijproducten [kinderen, leerlingen of boeken, zie ***] zal hij, bij het verlaten van het lichaam, ten val komen [terug in de materiële wereld].

Dear Prabhu, a member of the twice-born classes is born with three kinds of debts - those owed to the demigods, to the sages and to his forefathers. If he leaves his body without first liquidating these debts by performing sacrifice, studying the scriptures and begetting children, he will fall down into a hellish condition.

 

 Tekst 40

Maar met u feitelijk bevrijd van de twee van hen naar de wijzen toe en de voorvaderen, o grootmoedige, mag u nu, om vrij van schulden te zijn, uzelf vrijmaken door aan de goden te offeren en huis en haard achter te laten.

But you, O magnanimous soul, are already free from two of your debts - those to the sages and the forefathers. Now absolve yourself of your debt to the demigods by executing Vedic sacrifices, and in this way free yourself completely of debt and renounce all material shelter.

 

 Tekst 41

O Vasudeva, aangezien Hij de rol als zijnde uw zoon op Zich nam, moet uw goede zelf [in een voorgaand leven] inderdaad wel met toewijding grondig van aanbidding zijn geweest voor de Allerhoogste Heer en Beheerser Aller Werelden [zie ook 10.3: 32-45 en 11.5: 41].'

O Vasudeva, without doubt you must have previously worshiped Lord Hari, the master of all worlds. Both you and your wife must have perfectly worshiped Him with supreme devotion, since He has accepted the role of your son.

 

 Tekst 42

S'rî S'uka zei: Met het hebben aangehoord van hun woorden aldus uitgesproken, koos Vasudeva de wijzen uit als zijn priesters, ze gunstig stemmend door zijn hoofd voorover te buigen.

S'ukadeva Gosvâmî said: After hearing these statements of the sages, generous Vasudeva bowed his head to the ground and, praising them, requested them to become his priests.

 

 Tekst 43

De rishi's, o Koning, uitverkozen door hem daarmee zo religieus naar de principes, betrokken hem in de vuurrituelen in het heilige veld [van Kurukshetra] met de meest verfijnde rituele voorzieningen.

Thus requested by him, O King, the sages engaged the pious Vasudeva in performing fire sacrifices at that holy place of Kurukshetra according to strict religious principles and with most excellent ritual arrangements.

 

 Tekst 44-45

Toen zijn inwijding aan de orde was, kwamen verheugd de Vrishni's, gebaad en goed gekleed, bloemenslingers om en rijkelijk opgesierd, samen met hun koninginnen met gouden hangers om hun nekken, in de fijnste kleren en ingesmeerd met sandelhoutpasta, naar de offertent, o Koning, met de artikelen voor de aanbidding in hun handen.

When Mahârâja Vasudeva was about to be initiated for the sacrifice, O King, the Vrishnis came to the initiation pavilion after bathing and putting on fine clothes and garlands of lotuses. The other kings also came, elaborately ornamented, as well as all their joyful queens, who wore jeweled lockets around their necks and were also clad in fine garments. The royal wives were anointed with sandalwood paste and carried auspicious items for the worship.

 

 Tekst 46

Tweezijdige kleien trommels, kleine trommeltjes, pauken en drums, schelphoorns en andere muziekinstrumenten weerklonken, mannelijke en vrouwelijke dansers dansten en de hofzangers en lofprijzers zongen zoetgevooisd mee met de zangeressen uit de hemel en hun echtgenoten.

Mridangas, pathahas, conchshells, bherîs, ânakas and other instruments resounded, male and female dancers danced, and sûtas and mâgadhas recited glorifications. Sweet-voiced Gandharvîs sang, accompanied by their husbands.

 

 Tekst 47

Zoals schriftuurlijk voorgeschreven door de priesters besprenkeld met gewijd water [voor zijn inwijding], zag hij met zijn ogen zwart opgemaakt en zijn lichaam ingesmeerd met verse boter, er met zijn achttien vrouwen [zie 9.24: 21-23 & 45] uit alsof hij [- als de maan -] omringd was door de sterren.

After Vasudeva's eyes had been decorated with black cosmetic and his body smeared with fresh butter, the priests initiated him according to scriptural rules by sprinkling him and his eighteen wives with sacred water. Encircled by his wives, he resembled the regal moon encircled by stars.

 

 Tekst 48

Met hen allen allerfijnst opgesierd zijden sârî's dragend, met armbanden om, halskettingen, enkelbelletjes, en oorbellen, straalde hij, geïnitieerd gehuld in een hertenvel, prachtig.

Vasudeva received initiation along with his wives, who wore silk sârîs and were adorned with bangles, necklaces, ankle bells and earrings. With his body wrapped in a deerskin, Vasudeva shone splendidly.

 

 Tekst 49

O grote Koning, zijn supervisors en priesters schitterden met hun juwelen en kledingstukken van zijde als bevonden ze zich in het offerperk van de doder van Vritra [Indra, zie 6.11].

My dear Mahârâja Parîkchit, Vasudeva's priests and the officiating members of the assembly, dressed in silk dhotîs and jeweled ornaments, looked so effulgent that they seemed to be standing in the sacrificial arena of Indra, the killer of Vritra.

 

 Tekst 50

Op dat moment traden ook de twee Heren Râma en Krishna evenzo glansrijk naar voren, ieder begeleid door Hun eigen macht aan vrouwen, zonen en familieleden als expansies van Henzelf.

At that time Balarâma and Krishna, the Lords of all living entities, shone forth with great majesty in the company of Their respective sons, wives and other family members, who were expansions of Their opulences.

 

 Tekst 51

Hij aanbad volgens de regels met ieder soort van offer gekenschetst als primair [naar de s'ruti] en secundair [aangepast naar andere bronnen, zie *4], met offerandes in het vuur en zo voorts, de Heer van de Benodigdheden, de Mantra's en de Rituelen.

Performing various kinds of Vedic sacrifice according to the proper regulations, Vasudeva worshiped the Lord of all sacrificial paraphernalia, mantras and rituals. He executed both primary and secondary sacrifices, offering oblations to the sacred fire and carrying out other aspects of sacrificial worship.

 

 Tekst 52

Vervolgens gaf hij, op de aangegeven tijd, aan de priesters die reeds rijkelijk opgesierd waren, giften uit dankbaarheid die hen nog meer opsierden, als ook huwbare meisjes, koeien en land van grote waarde.

Then, at the appropriate time and according to scripture, Vasudeva remunerated the priests by decorating them with precious ornaments, though they were already richly adorned, and offering them valuable gifts of cows, land and marriageable girls.

  

 Tekst 53

Na het volbrengen van de plechtigheid uitgevoerd door de sponsor [patnî-samyâja] en het afsluitende ritueel [avabhrithya], baadden de grote wijzen, met het voorop plaatsen van de geschoolden en de sponsor van de yajna, in het meer van Heer Paras'urâma [9.16: 18-19].

After supervising the patnî-samyâja and avabhrithya rituals, the great brâhmana sages bathed in Lord Paras'urâma's lake with the sponsor of the sacrifice, Vasudeva, who led them.

 

 Tekst 54

Na dat bad schonk hij sieraden en kleding weg aan de hofzangers en de vrouwen en vereerde hij vervolgens in zijn mooiste kleren al de klassen van mensen en zelfs de honden met voedsel.

His sacred bath complete, Vasudeva joined with his wives in giving the jewelry and clothes they had been wearing to the professional reciters. Vasudeva then put on new garments, after which he honored all classes of people by feeding everyone, even the dogs.

 

 Tekst 55-56

Met de weelde aan giften namen zijn verwanten en hun vrouwen en kinderen, de leiders van de Vidarbha's, Kos'ala's, Kuru's, Kâs'î's, Kekaya's en Sriñjaya's; de supervisoren, de priesters, de verschillende soorten van verlichte zielen, de gewone mensen, de paranormalen ['de geesten'], de voorvaderen en de achtenswaardigen, allen afscheid van het Verblijf van S'rî om te vertrekken vol van lof over het offer dat was gebracht..

With opulent gifts he honored his relatives, including all their wives and children; the royalty of the Vidarbha, Kos'ala, Kuru, Kâs'î, Kekaya and Sriñjaya kingdoms; the officiating members of the assembly; and also the priests, witnessing demigods, humans, spirits, forefathers and Câranas. Then, taking permission from Lord Krishna, the shelter of the goddess of fortune, the various guests departed as they all chanted the glories of Vasudeva's sacrifice.

 

 Tekst 57-58

De naaste familieleden Dhritarâshthra en zijn jongere broer [Vidura], Prithâ en haar zoons [Arjuna, Bhîma en Yudhishthhira], Bhîshma, Drona, de tweelingen [Nakula en Sahadeva], Nârada, en Bhagavân Vyâsadeva en andere verwanten keerden toen, hun vrienden en verwanten, de Yadu's, omhelzend, in hun hart bewogen over de scheiding met moeite terug naar hun respectievelijke woonplaatsen zoals ook de rest van de gasten dat deed.

The Yadus were all embraced by their friends, close family members and other relatives, including Dhritarâshthra and his younger brother, Vidura; Prithâ and her sons; Bhîshma; Drona; the twins Nakula and Sahadeva; Nârada; and Vedavyâsa, the Personality of Godhead. Their hearts melting with affection, these and the other guests left for their kingdoms, their progress slowed by the pain of separation.

 

 Tekst 59

Nanda samen met de koeherders bleef uit genegenheid voor zijn verwanten en werd door Krishna, Râma, Ugrasena en de rest in aanbidding zeer ruimhartig vereerd.

Nanda Mahârâja showed his affection for his relatives, the Yadus, by remaining with them a little longer, together with his cowherds. During his stay, Krishna, Balarâma, Ugrasena and the others honored him with especially opulent worship.

 

 Tekst 60

Vasudeva die met gemak de oceaan was overgestoken van zijn grote ambitie [zie ook 10.3: 11-12], was er zeer mee in zijn sas en richtte zich, omringd door zijn weldoeners, tot Nanda, zijn hand beroerend terwijl hij sprak.

Having so easily crossed over the vast ocean of his ambition, Vasudeva felt fully satisfied. In the company of his many well-wishers, he took Nanda by the hand and addressed him as follows.

 

 Tekst 61

S'rî Vasudeva zei: 'De door God gesmede band van de mens die genegenheid wordt genoemd is, zo meen ik, voor krijgslieden net zo moeilijk op te geven als voor yogî's.

S'rî Vasudeva said: My dear brother, God Himself has tied the knot called affection, which tightly binds human beings together. It seems to me that even great heroes and mystics find it very difficult to free themselves from it.

 

 Tekst 62

Ookal wordt de vriendschap geboden door jullie die zo heilig zijn niet beantwoord door ons zo vergeetachtig met wat jullie gedaan hebben, neemt ze niettemin nimmer af daar ze alles te boven gaat.

Indeed, the Supreme Lord must have created the bonds of affection, for such exalted saints as you have never stopped showing matchless friendship toward us ingrates, although it has never been properly reciprocated.

 

 Tekst 63

Voorheen [door Kamsa gevangen gezet] waren we er niet toe in staat zorg te dragen voor jullie en nu het ons goed gaat, o broeder, zien we met jullie recht voor ons, jullie niet werkelijk staan met onze ogen verblind onder de invloed van de weelde.

Previously, dear brother, we did nothing to benefit you because we were unable to, yet even now that you are present before us, our eyes are so blinded by the intoxication of material good fortune that we continue to ignore you.

 

 Tekst 64

Moge voor een persoon uit op het ware voordeel in het leven zich nimmer het fortuin der koningen opwerpen, o jullie vol respect, daar hij met zijn blik verduisterd daardoor zelfs zijn eigen soortgenoten of vrienden niet ziet staan [vergelijk 10.10: 8].'

O most respectful one, may a person who wants the highest benefit in life never gain kingly opulence, for it leaves him blind to the needs of his own family and friends.

 

 Tekst 65

S'rî S'uka zei: 'Zich aldus met tranen in zijn ogen herinnerend wat hij allemaal gedaan had uit vriendschap, moest Ânakadundubhi, in zijn hart ontroerd door de intimiteit, huilen.

S'rî S'ukadeva Gosvâmî said: His heart softened by feelings of intimate sympathy, Vasudeva wept. His eyes brimmed with tears as he remembered the friendship Nanda had shown him.

 

 Tekst 66

Nanda, uit liefde voor Govinda en Râma, tot zijn zo openlijk warmhartige vriend zeggende: 'Ik ga wel later, ik ga morgen wel', bleef, geëerd door de Yadu's, toen drie maanden.

And on his part, Nanda was also full of affection for his friend Vasudeva. Thus during the following days Nanda would repeatedly announce, "I will be leaving later today" and "I will be leaving tomorrow." But out of love for Krishna and Balarâma he remained there for three more months, honored by all the Yadus.

 

 Tekst 67-68

Overladen met begerenswaardige zaken als de meest kostbare sieraden, het fijnste linnen en verschillende meubelstukken van onschatbare waarde, vertrok hij, uitgewuifd door de Yadu's, samen met de luitjes van Vraja en zijn familie, onder medeneming van de gaven geschonken door Krishna, Uddhava en anderen.

Then, after Vasudeva, Ugrasena, Krishna, Uddhava, Balarâma and others had fulfilled his desires and presented him with precious ornaments, fine linen and varieties of priceless household furnishings, Nanda Mahârâja accepted all these gifts and took his leave. Seen off by all the Yadus, he departed with his family members and the residents of Vraja.

 

 Tekst 69

Nanda, de gopa's en de gopî's, niet in staat Govinda's lotusvoeten uit hun hoofd te zetten, keerden bijgevolg [heel wat keren] achterom kijkend, weer terug naar Mathurâ.

Unable to withdraw their minds from Lord Govinda's lotus feet, where they had surrendered them, Nanda and the cowherd men and women returned to Mathurâ.

 

 Tekst 70

Met hun verwanten vertrokken opmerkend dat het regenseizoen zich aandiende, gingen de Vrishni's, die Krishna als hun aanbiddelijke godheid hadden, weer terug naar Dvârakâ.

Their relatives having thus departed, and seeing that the rainy season was approaching, the Vrishnis, whose only Lord was Krishna, went back to Dvârakâ.

 

Tekst 71

Aan de mensen [daar] deden ze verslag van de grote festiviteit en dat alles die zich van de heer van de Yadu's [Vasudeva] had voorgedaan en vertelden ze over allen hen toegenegen die ze tijdens hun bedevaart hadden ontmoet [zie 10.82].

They told the people of the city about the festive sacrifices performed by Vasudeva, lord of the Yadus, and about everything else that had happened during their pilgrimage, especially how they had met with all their loved ones.

 

* Deze uitspraak, zo brengt ons de paramparâ in herinnering, wordt ondersteund in de gezaghebbende s'ruti-mantra's, welke verklaren 'yâvatîr vai devatâs tâh sarvâ veda-vidi brâhmane vasanti': "Welke halfgoden er ook bestaan, ze houden zich allen in een brâhmana op die de Veda kent."

** De paramparâ voegt toe: 'Zowel S'rîdhara Svâmî als S'rî Jîva Gosvâmî zijn het op dit punt eens dat het rituele karma van vedische offers met name is bedoeld is voor gehechte huishouders. Zij die reeds gelouterd zijn in Krishnabewustzijn, zoals Vasudeva zelf, hoeven alleen maar hun geloof te cultiveren in de heer Zijn toegewijden, de beeltenis die men van Hem heeft, Zijn naam, de overblijfselen van Zijn maaltijd en Zijn leringen zoals geboden in de Bhagavad-Gîtâ en het S'rîmad-Bhâgavatam'.

*** Het woord putra hier gebruikt heeft gewoonlijk betrekking op een kind, maar betekent ook een pop of enig kunstmatig iets om zorg voor te dragen zoals een huis, of kunstwerken, een boek of een ander bijprodukt zoals Prabhupâda en zijn leerlingen het hebben genoemd in e.g. 3.28: 38 en 11.20: 27-28. Letterlijk betekent het 'het redden uit de hel genaamd Put', de plaats waar zij die kinderloos zijn verblijven.

*4 De paramparâ verklaart: 'Het Brâhmana gedeelte van de Vedische s'ruti specificeert de volledige stap-voor-stap procedure van enkel maar een paar prototypische offerplechtigheden, zoals het Jyotishthoma en het Dars'a-pûrnamâsa. Dezen worden de prâkrita, of de oorspronkelijke, yajña's genoemd; de details van andere yajña's moeten worden afgeleid uit de patronen van deze prâkrita voorschriften overeenkomstig de strenge regels van de Mîmâmsâ-s'âstra. Aangezien andere yajña's dus bekend staan door afleiding uit de prototypische offers worden ze vaikrita, of "veranderd" genoemd.'

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties