De
achtenswaardige koning [Parîkchit] zei: 'De
goddelijken, zij die van de duisternis zijn en de mensen die de
ascetische Heer S'iva aanbidden, zijn gewoonlijk rijk en
genieten van het leven, maar niet zij die van Lakshmî en
haar Echtgenoot de Heer Hari zijn.
King
Parîkshit said: Those demigods, demons and humans who
worship Lord S'iva, a strict renunciant, usually enjoy
wealth and sense gratification, while the worshipers of the
Supreme Lord Hari, the husband of the goddess of fortune, do
not. (Vedabase)
Tekst
2
Onzerzijds
daarin werkelijk van grote twijfel, zouden we graag de zaak
doorgronden van de lotsbestemmingen van de aanbidders van de
twee Heren die zo tegengesteld zijn qua
karakter.'
We
wish to properly understand this matter, which greatly
puzzles us. Indeed, the results attained by the worshipers
of these two lords of opposite characters are contrary to
what one would expect. (Vedabase)
Tekst
3
S'rî
S'uka zei: 'S'iva, die altijd verenigd is met zijn
s'akti,
wordt aanbeden in zijn drie manifeste guna-aspecten:
de emotie [zijn sattva], de autoriteit [zijn
rajas] en de traagheid [zijn tamas],
en is aldus [de belichaming van] het drievoudige van
het ego.
S'rî
S'ukadeva said: Lord S'iva is always united with his
personal energy, the material nature. Manifesting himself in
three features in response to the entreaties of nature's
three modes, he thus embodies the threefold principle of
material ego in goodness, passion and ignorance.
(Vedabase)
Tekst
4
Daarvan hebben
de zestien transformaties [linga's] zich
gemanifesteerd waarvan iemand, met het navolgen van elk van
dezen, het verwerven van materiële bezittingen geniet
[zie onder S'iva].
The
sixteen elements have evolved as transformations of that
false ego. When a devotee of Lord S'iva worships his
manifestation in any one of these elements, the devotee
obtains all sorts of corresponding enjoyable opulences.
(Vedabase)
Tekst
5
Heer Hari
echter is, werkelijk absoluut onaangedaan door de geaardheden,
de Oorspronkelijke Persoon transcendentaal aan de
materiële natuur; Hij is de getuige die alles ziet, door
Hem te aanbidden raakt men bevrijd van de guna's.
Lord
Hari, however, has no connection with the material modes. He
is the Supreme Personality of Godhead, the all-seeing
eternal witness, who is transcendental to material nature.
One who worships Him becomes similarly free from the
material modes. (Vedabase)
Tekst
6
Uw grootvader
de koning [Yudishthhira] vroeg dit aan Acyuta toen hij
van Hem vernam over het dharma.
Your
grandfather, King Yudhishthhira, after completing his
As'vamedha sacrifices, asked Lord Acyuta this very same
question while hearing the Lord's explanation of religious
principles. (Vedabase)
Tekst
7
Hij, de
Opperheer, zijn Meester, die terwille van het uiteindelijk heil
van alle mensen was nedergedaald in de Yadu-familie, sprak toen
behaagd tot hem die gretig luisterde.
This
question pleased S'rî Krishna, the King's Lord and
master, who had descended into the family of Yadu for the
purpose of bestowing the highest good on all men. The Lord
replied as follows as the King eagerly listened.
(Vedabase)
Tekst
8
De Allerhoogste
Heer zei: 'Van hem die Ik begunstig neem ik geleidelijk de
rijkdom weg, waarna dan armlastig, met het ondergaan van de ene
tegenspoed na de andere, die persoon in de steek gelaten zal
worden door zijn eigen [gehechte] mensen [zie ook
7.15:
15,
9.21:
12,
10.81:
14 &
20,
10.87:
40, B.G.
9:
22].
The
Personality of Godhead said: If I especially favor someone,
I gradually deprive him of his wealth. Then the relatives
and friends of such a poverty-stricken man abandon him. In
this way he suffers one distress after another.
(Vedabase)
Tekst
9
Als hij,
zinloos bezig pogend het kapitaal te dienen, gefrustreerd raakt
en vriendschap sluit met hen die Mij toegewijd zijn, zal Ik
Mijn genade tonen.
When
he becomes frustrated in his attempts to make money and
instead befriends My devotees, I bestow My special mercy
upon him. (Vedabase)
Tekst
10
Nuchter met de
wijsheid begrijpend dat de subtiele, zuivere, eeuwige geest van
het Opperste Brahman iemands ware zelf is, raakt men bevrijd
uit samsâra.
A
person who has thus become sober fully realizes the Absolute
as the highest truth, the most subtle and perfect
manifestation of spirit, the transcendental existence
without end. In this way realizing that the Supreme Truth is
the foundation of his own existence, he is freed from the
cycle of material life. (Vedabase)
Tekst
11
Mij buiten
beschouwing latend omdat Ik moeilijk te aanbidden ben,
aanbidden mensen anderen waarmee zij dan snel bevrediging
vinden met het in de wacht slepen van koninklijke rijkdom.
Arrogant, trots en onachtzaam geworden beledigen ze, verrassend
genoeg, dan hen aan wie ze de zegeningen te danken hebben
[zie ook B.G. 2.42-44;
4:
12;
7:
20-25;
17:
22,
18:
28].'
Because
I am difficult to worship, people generally avoid Me and
instead worship other deities, who are quickly satisfied.
When people receive kingly opulences from these deities,
they become arrogant, intoxicated with pride and neglectful
of their duties. They dare to offend even the demigods who
have bestowed benedictions upon them. (Vedabase)
Tekst
12
S'rî
S'uka zei: 'Brahmâ, S'iva en anderen zijn er toe in staat
te vervloeken en gunsten te verlenen. Brahmâ en S'iva
zijn snel met hun veroordelingen en zegeningen, mijn beste
Koning, maar de Onfeilbare [Vishnu] is niet zo.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Lord Brahmâ, Lord Vishnu,
Lord S'iva and others are able to curse or bless one. Lord
S'iva and Lord Brahmâ are very quick to curse or
bestow benedictions, my dear King, but the infallible
Supreme Lord is not. (Vedabase)
Tekst
13
In dit verband
wordt als voorbeeld de volgende oude geschiedenis verteld van
Giris'a
die in gevaar kwam door de demon Vrikâsura
de keuze van een gunst te bieden.
In
this connection, an ancient historical account is related
concerning how the Lord of Kailâsa Mountain was put
into danger by offering a choice of benedictions to the
demon Vrika. (Vedabase)
Tekst
14
Een Asura
genaamd Vrika, een zoon van S'akuni [zie
9.24:
5], die
Nârada ergens onderweg tegenkwam, vroeg doortrapt welke
van de drie Heren het snelst te behagen was.
The
demon named Vrika, a son of S'akuni's, once met Nârada
on the road. The wicked fellow asked him which of the three
chief gods could be pleased most quickly. (Vedabase)
Tekst
15
Hij zei: 'Voor
een snel resultaat kan je maar beter S'iva aanbidden, die is
net zo gauw tevreden met kwaliteiten als dat ie kwaad wordt
over fouten.
Nârada
told him: Worship Lord S'iva and you will soon achieve
success. He quickly becomes pleased by seeing his
worshiper's slightest good qualities - and quickly angered
by seeing his slightest fault. (Vedabase)
Tekst
16
Tevreden over
Tienkop [Râvana] en over Bâna
die als minstrelen zijn heerlijkheden bezongen, raakte hij
[echter] in grote moeilijkheden toen hij hen een
onvergelijkelijke macht toekende.'
He
became pleased with ten-headed Râvana, and also with
Bâna, when they each chanted his glories, like bards
in a royal court. Lord S'iva then bestowed unprecedented
power upon each of them, but in both cases he was
consequently beset with great
difficulty.
(Vedabase)
Tekst
17
Aldus op de
hoogte gesteld aanbad de Asura hem te Kedâra [in de
Himalaya's] door in het vuur, dat de mond van S'iva is,
offers te brengen van het vlees van zijn eigen
ledematen.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus advised, the demon
proceeded to worship Lord S'iva at Kedâranâtha
by taking pieces of flesh from his own body and offering
them as oblations into the sacred fire, which is Lord
S'iva's mouth. (Vedabase)
Tekst
18-19
Gefrustreerd
omdat hij de Heer niet te zien kreeg, maakte hij op de zevende
dag, met zijn haar nat van het water van die heilige plaats,
aanstalten om met een bijl zijn eigen hoofd eraf te hakken.
Maar toen rees S'iva allergenadigst op vanuit het vuur
eruitziend als Agni. Hij hield hem tegen door zijn armen te
grijpen en herstelde zijn lichaam in zijn oude staat door hem
aan te raken, precies zoals wij dat zouden doen.
Vrikâsura
became frustrated after failing to obtain a vision of the
lord. Finally, on the seventh day, after dipping his hair
into the holy waters at Kedâranâtha and leaving
it wet, he took up a hatchet and prepared to cut off his
head. But at that very moment the supremely merciful Lord
S'iva rose up out of the sacrificial fire, looking like the
god of fire himself, and grabbed both arms of the demon to
stop him from killing himself, just as we would do. By Lord
S'iva's touch, Vrikâsura once again became whole.
(Vedabase)
Tekst
20
Hij zei hem:
'Genoeg, genoeg, beste kerel, luister alsjeblieft, kies voor
een zegen van mij, ik zal iedere gunst inwilligen die je maar
verlangt. O, het door jou zo enorm kwellen van je lichaam heeft
geen zin, ik ben tevreden met mensen die me voor hun
beschutting met water benaderen [zie ook B.G.
17:
5-6]!'
Lord
S'iva said to him: My friend, please stop, stop! Ask from me
whatever you want, and I will bestow that boon upon you.
Alas, you have subjected your body to great torment for no
reason, since I am pleased with a simple offering of water
from those who approach me for shelter. (Vedabase)
Tekst
21
Met dat aanbod
van de god koos de zondaar daarop voor een gunst die alle
levende wezens schrik aanjaagde toen hij zei: 'Moge wie dan ook
sterven die ik de hand op het hoofd leg!'
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] The benediction sinful
Vrika chose from the lord would terrify all living beings.
Vrika said, "May death come to whomever I touch upon the
head with my hand." (Vedabase)
Tekst
22
O zoon van
Bharata, toen Rudra dit hoorde, liet hij misnoegd om
weerklinken en willigde hij het met een ironische glimlach in;
het was als het geven van melk aan een slang [zie ook
10.16:
37].
Upon
hearing this, Lord Rudra seemed somewhat disturbed.
Nonetheless, O descendant of Bharata, he vibrated om to
signify his assent, granting Vrika the benediction with an
ironic smile, as if giving milk to a poisonous snake.
(Vedabase)
Tekst
23
Om de zegening
uit te proberen probeerde de demon toen S'iva zijn hand op zijn
hoofd te leggen en joeg hem daarmee de stuipen op het lijf over
wat hij zojuist had gedaan.
To
test Lord S'ambhu's benediction, the demon then tried to put
his hand on the Lord's head. Thus S'iva was frightened
because of what he himself had done. (Vedabase)
Tekst
24
Hij trillend
van de angst achtervolgd door hem vluchtte vanuit het noorden
[van zijn verblijfplaats] weg naar alle uithoeken van
de hemel en de aarde.
As
the demon pursued him, Lord S'iva fled swiftly from his
abode in the north, shaking with terror. He ran as far as
the limits of the earth, the sky and the corners of the
universe. (Vedabase)
Tekst
25-26
Niet wetend hoe
er tegen op te treden hielden de belangrijkste halfgoden zich
stil. Toen ging hij naar Vaikunthha, de plaats van licht
verheven boven alle duisternis alwaar Nârâyana, de
Hoogste Bestemming persoonlijk aanwezig is. Die plaats vormt de
bestemming vanwaar de verzakers die in vrede het geweld opgaven
niet meer terugkeren [zie ook S'vetadvîpa].
The
great demigods could only remain silent, not knowing how to
counteract the benediction. Then Lord S'iva reached the
luminous realm of Vaikunthha, beyond all darkness, where the
Supreme Lord Nârâyana is manifest. That realm is
the destination of renunciants who have attained peace and
given up all violence against other creatures. Going there,
one never returns. (Vedabase)
Tekst
27-28
De Allerhoogste
Heer, de Verdrijver van Alle Leed, die van een afstand het
gevaar aan zag komen, kwam naar hem toe na Zichzelf eerst
middels Zijn yogamâyâ
in een jonge brahmaanse student te hebben veranderd. Compleet
met een gordel, een hertenvel, een staf en een bidsnoer had Hij
een uitstraling die gloeide als vuur. Respectvol begroette Hij
hem nederig met kus'agras in Zijn handen.
The
Supreme Lord, who relieves His devotees' distress, had seen
from afar that Lord S'iva was in danger. Thus by His mystic
Yogamâyâ potency He assumed the form of a
brahmacârî student, with the appropriate belt,
deerskin, rod and prayer beads, and came before
Vrikâsura. The Lord's effulgence glowed brilliantly
like fire. Holding kus'a grass in His hand, He humbly
greeted the demon. (Vedabase)
Tekst
29
De Allerhoogste
Heer zei: 'O beste zoon van S'akuni, u lijkt vermoeid te zijn,
om welke reden kwam u van zo verre? Alstublieft rust wat uit,
moet dit persoonlijke lichaam niet de vervulling inhouden van
alle verlangens?
The
Supreme Lord said: My dear son of S'akuni, you appear tired.
Why have you come such a great distance? Please rest for a
minute. After all, it is one's body that fulfills all one's
desires. (Vedabase)
Tekst
30
Als Ons oor het
mag vernemen, o machtige, zeg Ons dan alstublieft wat u in
gedachten had. Is het niet zo dat men normaal gesproken zijn
doel bereikt met de hulp van anderen?'
O
mighty one, please tell Us what you intend to do, if We are
qualified to hear it. Usually one accomplishes his purposes
by taking help from others. (Vedabase)
Tekst
31
S'rî
S'uka zei: 'Aldus ondervraagd door de Opperheer met woorden die
neerregenden als nectar, verdween al zijn vermoeidheid en zei
hij Hem wat hij had gedaan.
S'ukadeva
Gosvâmî said: Thus questioned by the Personality
of Godhead in language that poured down upon him like sweet
nectar, Vrika felt relieved of his fatigue. He described to
the Lord everything he had done. (Vedabase)
Tekst
32
De Allerhoogste
Heer zei [toen tot Vrika]: 'Als dat het geval is,
kunnen We geen geloof hechten aan zijn uitlatingen. Hij is
immers degene die werd vervloekt door Daksha van de duivel te
zijn als de koning der geesten en demonen [zie
4.2:
9-16].
The
Supreme Lord said: If this is the case, We cannot believe
what S'iva says. S'iva is the same lord of the Pretas and
Pis'âcas whom Daksha cursed to become like a
carnivorous hobgoblin. (Vedabase)
Tekst
33
Als u
vertrouwen in hem stelt als zijnde de 'geestelijk leraar van
het universum', o beste vriend, kijk dan nu meteen maar eens
wat er gebeurt als u uw hand op uw eigen hoofd
legt!
O
best of the demons, if you have any faith in him because he
is the spiritual master of the universe, then without delay
put your hand on your head and see what happens.
(Vedabase)
Tekst
34
Als
S'ambhu's
woorden daarmee - of anderszins - onwaar blijken te zijn, o
beste van de Dânava's, doodt dan alstublieft hem die je
zo om de tuin leidt, zodat hij nooit meer kan liegen.'
If
the words of Lord S'ambhu prove untrue in any way, O best of
the demons, then kill the liar so he may never lie again.
(Vedabase)
Tekst
35
Hij op deze
manier verbijsterd door de o zo slimme woorden van de
Allerhoogste Heer, plaatste, er verder niet meer over denkend
toen dwaas genoeg zijn hand op zijn eigen hoofd.
[S'ukadeva
Gosvâmî continued:] Thus bewildered by the
Personality of Godhead's enchanting, artful words, foolish
Vrika, without realizing what he was doing, placed his hand
on his head. (Vedabase)
Tekst
36
Alsof het door
de bliksem werd getroffen spatte zijn hoofd meteen uiteen. Hij
viel neer en vanuit de hemel konden de klanken worden gehoord
van 'Gewonnen!', 'Heil!' en 'Goed zo!'
Instantly
his head shattered as if struck by a lightning bolt, and the
demon fell down dead. From the sky were heard cries of
"Victory!" "Obeisances!" and "Well done!" (Vedabase)
Tekst
37
Met S'iva
bevrijd van het gevaar nu de zondige Asura Vrika was gedood,
lieten de wijzen van de hemel, de voorvaderen en de zangers van
boven een regen van bloemen nederdalen.
The
celestial sages, Pitâs and Gandharvas rained down
flowers to celebrate the killing of sinful Vrikâsura.
Now Lord S'iva was out of danger. (Vedabase)
Tekst
38-39
Bhagavân,
de Allerhoogste Persoonlijkheid, richtte zich toen tot de
verloste Giris'a: 'O, beste Mahâdeva, zie hoe deze
zondaar de dood vond door zijn eigen zondigheid! Welk een geluk
inderdaad, o meester, kan er voor een levend wezen bestaan die
van overtreding was met de verheven heiligen, om nog maar te
zwijgen van het in overtreding zijn geweest met de Heer van het
Universum, de Geestelijk Leraar van het levende Wezen [zie
ook 1.18:
42,
7.4:
20 en B.G.
16:
23].
The
Supreme Personality of Godhead then addressed Lord Giris'a,
who was now out of danger: "Just see, O Mahâdeva, My
lord, how this wicked man has been killed by his own sinful
reactions. Indeed, what living being can hope for good
fortune if he offends exalted saints, what to speak of
offending the lord and spiritual master of the universe?"
(Vedabase)
Tekst
40
Wie ook die
hoort of spreekt over dit redden van heer S'iva door de Heer
van de Superziel, de Ondoorgrondelijke Persoonlijke
Manifestatie van de Oceaan van Alle Energieën, raakt
bevrijd van zowel vijanden als van de herhaling van geboorte en
dood.'
Lord
Hari is the directly manifest Absolute Truth, the Supreme
Soul and unlimited ocean of inconceivable energies. Anyone
who recites or hears this pastime of His saving Lord S'iva
will be freed from all enemies and the repetition of birth
and death. (Vedabase)