Tweede editie,
geladen 13 februari 2009

Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Summary
of Lord Krishna's Glories
Text
1-7
S'rî
S'uka zei: 'De Meester van de godin van het geluk verbleef
gelukkig in Dvârakâ, Zijn eigen stad die rijk was
in alle opzichten en bevolkt werd door de meest vooraanstaande
Vrishni's. Als de fijnste van hun vrouwen, gekleed in nieuwe
kleren, in hun jeugdige schoonheid, met ballen en ander
speelgoed speelden op de daken, straalden ze als de bliksem.
Haar straten waren altijd druk bevolkt met fraai opgetuigde
olifanten die onder de invloed dropen van de bronst, soldaten
te voet en paarden en wagens schitterend van het goud. De stad
was rijkelijk voorzien van tuinen en parken met reeksen
bloeiende bomen die van alle kanten vol waren van de geluiden
van de bijen en de vogels die er af en aan vlogen. Met Zijn
zestienduizend vrouwen genietend als zijnde hun enige ware
liefde had Hij zich in hun weelderig ingerichte verblijven
uitgebreid in evenzovele gedaanten [zie ook
10.69:
41].
Duikend in het glasheldere water waaromheen het tjilpte van de
zwermen vogels en het geurde van het stuifmeel van de 's nachts
bloeiende en overdag bloeiende lotussen en waterlelies, sportte
de Grote Verschijning in de stromen waarbij Zijn Lichaam, dat
omhelsd werd door de vrouwen, besmeurd raakte door de
kunkuma van hun borsten.
S'ukadeva
Gosvâmî said: The master of the goddess of
fortune resided happily in His capital city,
Dvârakâ, which was endowed with all opulences
and populated by the most eminent Vrishnis and their
gorgeously dressed wives. When these beautiful women in the
bloom of youth would play on the city's rooftops with balls
and other toys, they shone like flashing lightning. The main
streets of the city were always crowded with intoxicated
elephants exuding mada, and also with cavalry, richly
adorned infantrymen, and soldiers riding chariots
brilliantly decorated with gold. Gracing the city were many
gardens and parks with rows of flowering trees, where bees
and birds would gather, filling all directions with their
songs. Lord
Krishna was the sole beloved of His sixteen thousand wives.
Expanding Himself into that many forms, He enjoyed with each
of His queens in her own richly furnished residence. On the
grounds of these palaces were clear ponds fragrant with the
pollen of blooming utpala, kahlâra, kumuda and ambhoja
lotuses and filled with flocks of cooing birds. The almighty
Lord would enter those ponds, and also various rivers, and
enjoy sporting in the water while His wives embraced Him,
leaving the red kunkuma from their breasts smeared on His
body. (Vedabase)
Text
8-9
Door de zangers
van de hemel spelend op tweezijdige trommels, pauken en kleine
trommeltjes en door vrouwelijke en mannelijke lofzangers die
speelden op vînâ's verheerlijkt, werd Acyuta
met spuiten door Zijn vrouwen lachend natgespoten met water en
spoot Hij weer terug, zich aan het vermaken zoals de heer der
schatbewaarders [Kuvera] dat doet met de
nimfen.
As
Gandharvas joyfully sang His praises to the accompaniment
of mridanga, panava and ânaka drums, and
as professional reciters known as Sûtas,
Mâgadhas and Vandîs played vînâs and
recited poems praising Him, Lord Krishna would play with His
wives in the water. Laughing, the queens would squirt water
on Him with syringes, and He would squirt them back. Thus
Krishna would sport with His queens in the same way that the
lord of the Yakshas sports with the Yakshî nymphs.
(Vedabase)
Text
10
Natsproeiend
toonden ze met hun natte kleren hun dijen en borsten en
probeerden ze, met de bloemen van hun grote haarwrongen overal
rondgestrooid, met bloeiende gezichten stralend met brede
glimlachen, Hem te omhelzen terwijl ze de waterspuit van hun
Gemaal wegkaapten.
Under
the drenched clothing of the queens, their thighs and
breasts would become visible. The flowers tied in their
large braids would scatter as they sprayed water on their
consort, and on the plea of trying to take away His syringe,
they would embrace Him. By His touch their lusty feelings
would increase, causing their faces to beam with smiles.
Thus Lord Krishna's queens shone with resplendent beauty.
(Vedabase)
Text
11
Zoals Krishna
met op Zijn bloemenslinger de kunkuma van hun borsten,
en de schikking van Zijn haardos in de war door Zijn opgaan in
de sport, genoot van het natgespoten worden door en natspuiten
van de vrouwen, was Hij gelijk de koning der olifanten omringd
door de wijfjesolifanten.
Lord
Krishna's flower garland would become smeared with kunkuma
from their breasts, and His abundant locks of hair would
become disheveled as a result of His absorption in the game.
As the Lord repeatedly sprayed His young consorts and they
sprayed Him in turn, He enjoyed Himself like the king of
elephants enjoying in the company of his bevy of
she-elephants. (Vedabase)
Text
12
Klaar met
spelen schonk Krishna de mannelijke en vrouwelijke artiesten
die de kost verdienden met zingen en muziek maken, de sieraden
en kledingsstukken van Hem en Zijn vrouwen.
Afterward,
Lord Krishna and His wives would give the ornaments and
clothing they had worn during their water sports to the male
and female performers, who earned their livelihood from
singing and from playing instrumental music.
(Vedabase)
Text
13
Aldus werden in
het spel van Krishna's sporten, Zijn bewegen, Zijn converseren,
rondblikken en glimlachen; door Zijn grappen, uitwisselen van
liefdesblijken en omhelzingen, de harten van de vrouwen
gestolen.
In
this way Lord Krishna would sport with His queens, totally
captivating their hearts with His gestures, talks, glances
and smiles, and also with His jokes, playful exchanges and
embraces. (Vedabase)
Text
14
Met hun geesten
uitsluitend gericht op Mukunda spraken zij in trance alsof ze
gek waren. Luister nu naar mijn verslag van deze woorden die
resulteerden uit dit denken over de Lotusogige.
The
queens would become stunned in ecstatic trance, their minds
absorbed in Krishna alone. Then, thinking of their
lotus-eyed Lord, they would speak as if insane. Please hear
these words from me as I relate them. (Vedabase)
Text
15
De koninginnen
zeiden [zie ook 10.47:
12-21,
10.83:
8-40]: 'O
kurari
je beklaagt je, verstoken van slaap kan jij geen rust vinden
terwijl de Beheerser die Zich ergens in de wereld op een
onbekende plaats ophoudt vannacht aan het slapen is. Kan het
zijn dat jij, net als wij o vriend, diep in je hart bent
geraakt door de glimlachende, gulle, speelse blik van Zijn
lotusogen?
The
queens said: O kurari bird, you are lamenting. Now it is
night, and somewhere in this world the Supreme Lord is
asleep in a hidden place. But you are wide awake, O friend,
unable to fall asleep. Is it that, like us, you have had
your heart pierced to the core by the lotus-eyed Lord's
munificent, playful smiling glances? (Vedabase)
Text
16
O
cakravâkî,
helaas, met het sluiten van je ogen voor de nacht, schreeuw je
het deerniswekkend uit. Of verlang je, met het gerealiseerd
hebben van de dienstbaarheid, misschien in je gevlochten haar
de bloemenslinger te dragen die het respect van Acyuta's voeten
genoot?
Poor
cakravâkî, even after closing your eyes, you
continue to cry pitifully through the night for your unseen
mate. Or is it that, like us, you have become the servant of
Acyuta and hanker to wear in your braided hair the garland
He has blessed with the touch of His feet? (Vedabase)
Text
17
O beste, beste
oceaan, je maakt altijd zo'n lawaai, nimmer de slaap vattend.
Lijd je aan slapeloosheid? Of werd je misschien door Mukunda
beroofd van je persoonlijke kwaliteiten en heb jij evenzo de
staat bereikt van waaruit geen ontsnappen mogelijk
is?
Dear
ocean, you are always roaring, not sleeping at night. Are
you suffering insomnia? Or is it that, as with us, Mukunda
has taken your insignias and you are hopeless of retrieving
them? (Vedabase)
Text
18
O maan ben jij,
gegrepen door de verwoestende ziekte van de tering, zo
uitgemergeld dat je de duisternis niet weet te verdrijven met
je stralen? Of lijk je misschien zo bezeten, o beste, omdat je,
net als wij, je niet meer kan herinneren wat Mukunda allemaal
zei?
My
dear moon, having contracted a severe case of tuberculosis,
you have become so emaciated that you fail to dispel the
darkness with your rays. Or is it that you appear dumbstruck
because, like us, you cannot remember the encouraging
promises Mukunda once made to you? (Vedabase)
Text
19
O wind uit de
Malaya-bergen, wat hebben we gedaan dat je zo gegriefd heeft
dat we van de lust bezeten zijn in onze harten, harten die
reeds verscheurd waren door Govinda's zijdelingse
blikken?
O
Malayan breeze, what have we done to displease you, so that
you stir up lust in our hearts, which have already been
shattered by Govinda's sidelong glances? (Vedabase)
Text
20
Zeer vereerde
wolk, zeker ben je een vriend die zeer geliefd is bij de
Aanvoerder der Yâdava's met de S'rîvatsa op Zijn
borst. Wij, net als jouw goede zelf, zijn aan Hem gebonden in
onze meditatie op de zuivere liefde. Je buitenmate gedreven
hart is net zo verscheurd als het onze. Op dezelfde manier als
jij, denken we keer op keer weer aan Hem en geeft dat regen bij
jou, zo goed als bij ons telkens weer stromen van tranen. Dat
is de pijn die je lijdt in de omgang met Hem.
O
revered cloud, you are indeed very dear to the chief of the
Yâdavas, who bears the mark of S'rîvatsa. Like
us, you are bound to Him by love and are meditating upon
Him. Your heart is distraught with great eagerness, as our
hearts are, and as you remember Him again and again you shed
a torrent of tears. Association with Krishna brings such
misery! (Vedabase)
Text
21
O zoetgevooisde
koekoek, zeg me alsjeblieft wat ik zou moeten doen om jou te
behagen die, met dit stemgeluid dat in staat is om doden op te
wekken, aan de klanken van Hem gestalte geeft wiens geluiden zo
dierbaar zijn.
O
sweet-throated cuckoo, in a voice that could revive the dead
you are vibrating the same sounds we once heard from our
beloved, the most pleasing of speakers. Please tell me what
I can do today to please you. (Vedabase)
Text
22
O berg zo breed
in je opvattingen, je beweegt je niet noch spreek je. Ben je in
beslag genomen door grote zaken, of verlang je er net als wij
misschien naar om de voeten van de beminde zoon van Vasudeva op
je borsten te houden?
O
magnanimous mountain, you neither move nor speak. You must
be pondering some matter of great importance. Or do you,
like us, desire to hold on your breasts the feet of
Vasudeva's darling son? (Vedabase)
Text
23
O
[rivieren,] echtgenotes van de oceaan, jullie meren
zijn helaas hun rijkdom aan lotussen kwijtgeraakt nu ze
uitgedroogd zijn net als wij die hongeren van het niet
verwerven van onze geliefde echtgenoot, de Heer van
Madhu,
die zo menigmaal onze harten bedroog [zie ook
10.47:
41 en
10.48:
11].
O
rivers, wives of the ocean, your pools have now dried up.
Alas, you have shriveled to nothing, and your wealth of
lotuses has vanished. Are you, then, like us, who are
withering away because of not receiving the affectionate
glance of our dear husband, the Lord of Madhu, who has
cheated our hearts? (Vedabase)
Text
24
O zwaan, wees
welkom en ga zitten, drink alsjeblieft wat melk. Vertel ons o
beste het nieuws, we weten immers dat je een boodschapper van
S'auri
bent. Is alles in orde met de Onoverwinnelijke? Herinnert Hij
die zo grillig is in Zijn vriendschap het zich nog met ons zo
lang geleden gesproken te hebben? Waarom zouden we [achter
Hem aan moeten lopen om] van aanbidding zijn, o dienaar van
de campaka
[een soort magnolia]? Zeg Hem die de begeerte zo opwekt
naar ons toe te komen zonder de godin van het geluk. Waarom zou
die vrouw het alleenrecht hebben met haar toewijding?'
Welcome,
swan. Please sit here and drink some milk. Give us some news
of the descendant of S'ûra, dear one. We know you are
His messenger. Is that invincible Lord doing well, and does
that unreliable friend of ours still remember the words He
spoke to us long ago? Why should we go and worship Him? O
servant of a petty master, go tell Him who fulfills our
desires to come here without the goddess of fortune. Is she
the only woman exclusively devoted to Him? (Vedabase)
Text
25
S'rî
S'uka zei: 'Sprekend en handelend met zo een extatische liefde
voor Krishna, de Meester der Yogameesters, bereikten de vrouwen
van Heer Mâdhava het uiteindelijke doel.
S'ukadeva
Gosvâmî said: By thus speaking and acting with
such ecstatic love for Lord Krishna, the master of all
masters of mystic yoga, His loving wives attained the
ultimate goal of life. (Vedabase)
Text
26
Hij, in
talrijke liederen bezongen op vele manieren, trekt met grote
kracht de geest aan van welke vrouw ook die enkel maar over Hem
vernam. En hoeveel temeer zou dat niet gelden voor hen die Hem
rechtstreeks voor zich zien?
The
Lord, whom countless songs glorify in countless ways,
forcibly attracts the minds of all women who simply hear
about Him. What to speak, then, of those women who see Him
directly? (Vedabase)
Text
27
Hoe kunnen ooit
de ontzeggingen worden beschreven van de vrouwen die met het
idee Hem, de Geestelijk Leraar van het Universum, als hun
echtgenoot te hebben, met zuivere liefde Zijn voeten volmaakt
dienden met massages en dergelijke?
And
how could one possibly describe the great austerities that
had been performed by the women who perfectly served Him,
the spiritual master of the universe, in pure ecstatic love?
Thinking of Him as their husband, they rendered such
intimate services as massaging His feet. (Vedabase)
Text
28
Op deze manier
tewerk gaand volgens het dharma zoals dat wordt uitgedragen
door de Veda's, demonstreerde Hij, het Doel der Heiligen, hoe
iemands thuis de plaats is om te komen tot de regulatie van de
religiositeit, de economische ontwikkeling en de
zinsbevrediging [de purushârtha's].
Thus
observing the principles of duty enunciated in the Vedas,
Lord Krishna, the goal of the saintly devotees, repeatedly
demonstrated how one can achieve at home the objectives of
religiosity, economic development and regulated sense
gratification. (Vedabase)
Text
29
Met Krishna
beantwoordend aan de hoogste norm van het huishoudelijk
bestaan, waren er meer dan
zestienduizend-één-honderd koninginnen [zie
ook 10.59**
and 7.14].
While
fulfilling the highest standards of religious householder
life, Lord Krishna maintained more than 16,100 wives.
(Vedabase)
Text
30
Onder hen waren
er acht juwelen van vrouwen met Rukminî voorop die ik
tezamen met hun zoons voorheen de een na de ander beschreven
heb, o Koning [zie 10.83
en 10.61:
8-19].
Among
these jewellike women were eight principal queens, headed by
Rukminî. I have already described them one after
another, O King, along with their sons. (Vedabase)
Text
31
Bij ieder van
Zijn vele vrouwen verwekte Krishna, de Allerhoogste Heer Nimmer
Falend in Zijn Moeite, tien zonen [en één
dochter].
The
Supreme Lord Krishna, whose endeavor never fails, begot ten
sons in each of His many wives. (Vedabase)
Text
32
Van dezen waren
er achttien mahâratha's
van een onbegrensd kunnen, wiens faam zich wijd verspreidde;
verneem hun namen van mij.
Among
these sons, all possessing unlimited valor, eighteen were
mahâ-rathas of great renown. Now hear their names from
me. (Vedabase)
Text
33-34
Het waren
Pradyumna en [Zijn kleinzoon of andere zoon] Aniruddha;
Dîptimân en Bhânu alsook Sâmba, Madhu
en Brihadbhânu; Citrabhânu, Vrika en Aruna;
Pushkara en Vedabâhu, S'rutadeva en Sunandana;
Citrabâhu en Virûpa, Kavi en Nyagrodha.
They
were Pradyumna, Aniruddha, Dîptimân,
Bhânu, Sâmba, Madhu, Brihadbhânu,
Citrabhânu, Vrika, Aruna, Pushkara, Vedabâhu,
S'rutadeva, Sunandana, Citrabâhu, Virûpa, Kavi
and Nyagrodha. (Vedabase)
Text
35
O beste der
koningen, van deze zoons van Krishna, de vijand van Madhu, was
Pradyumna, de zoon van Rukminî, de meest vooraanstaande,
precies als Zijn Vader.
O
best of kings, of these sons begotten by Lord Krishna, the
enemy of Madhu, the most prominent was Rukminî's son
Pradyumna. He was just like His father. (Vedabase)
Text
36
Hij, de grote
strijdwagenvechter, huwde de dochter van Rukmî
[genaamd Rukmavatî] uit wie toen Aniruddha werd
geboren die begiftigd was met de kracht van een tienduizend
olifanten [zie 10.61].
The
great warrior Pradyumna married Rukmî's daughter
[Rukmavatî], who gave birth to Aniruddha. He
was as strong as ten thousand elephants. (Vedabase)
Text
37
Daarenboven nam
Hij, zoals u weet, vervolgens Rukmî's kleindochter
[Rocana] tot Zijn vrouw uit wie Zijn zoon Vajra werd
geboren, de enige die overbleef na de veldslag met de stokken
[zie 3.4:
1 & 2].
Rukmî's
daughter's son [Aniruddha] married Rukmî's
son's daughter [Rocana]. From her was born Vajra,
who would remain among the few survivors of the Yadus'
battle with clubs. (Vedabase)
Text
38
Pratibâhu
kwam er na hem, van wie er toen Subâhu was en van
Subâhu's zoon S'ântasena kwam toen S'atasena als
zijn zoon ter wereld.
From
Vajra came Pratibâhu, whose son was Subâhu.
Subâhu's son was S'ântasena, from whom S'atasena
was born. (Vedabase)
Text
39
Waarlijk
ontbrak het geen van het nageslacht dat in deze familie
verscheen aan weelde of kinderen, noch waren ze kortlevend,
schoten ze tekort in hun kunnen of verwaarloosden ze het
geestelijk belang.
No
one born in this family was poor in wealth or progeny,
short-lived, weak or neglectful of brahminical culture.
(Vedabase)
Text
40
De roemrijke
daden van de mannen geboren in de Yadu-dynastie zijn niet op te
sommen, o Koning, nog niet in tienduizend jaar.
The
Yadu dynasty produced innumerable great men of famous deeds.
Even in tens of thousands of years, O King, one could never
count them all. (Vedabase)
Text
41
Ik hoorde dat
er voor de kinderen van de Yadu familie achtendertigmiljoen
achthonderdduizend leraren waren.
I
have heard from authoritative sources that the Yadu family
employed 38,800,000 teachers just to educate their children.
(Vedabase)
Text
42
Wie kan de tel
bijhouden met de Yâdava's als Ugrasena alleen al zich
onder hen liet gelden met tien op tienduizenden op
honderdduizenden [*]
grote persoonlijkheden?
Who
can count all the great Yâdavas, when among them King
Ugrasena alone was accompanied by an entourage of thirty
trillion attendants? (Vedabase)
Text
43
De meest
genadeloze Daitya's die in de oorlogen tussen de verlichte en
onverlichte zielen [in het verleden] werden gedood,
namen hun geboorte onder de menselijke wezens en bezorgden ze
met hun arrogantie moeilijkheden.
The
savage descendants of Diti who had been killed in past ages
in battles between the demigods and demons took birth among
human beings and arrogantly harassed the general populace.
(Vedabase)
Text
44
(44)
Om hen te onderwerpen werden de deva's door de Heer
opgedragen neder te dalen in de honderd-en-één
clans van de familie o Koning [zie 10.1:
62-63].
To
subdue these demons, Lord Hari told the demigods to descend
into the dynasty of Yadu. They comprised 101 clans, O King.
(Vedabase)
Text
45
Voor hen stond
Krishna vanwege Zijn meesterschap voor het gezag van Heer Hari
om reden waarvan het al de Yâdava's die Zijn trouwe
volgelingen waren goed ging.
Because
Lord Krishna is the Supreme Personality of Godhead, the
Yâdavas accepted Him as their ultimate authority. And
among them, all those who were His intimate associates
especially flourished. (Vedabase)
Text
46
In hun
bezigheden van slapen, zitten, rondlopen, converseren, spelen,
baden enzovoorts, waren de Vrishni's die Krishna steeds in
gedachten hadden zich niet bewust van de aanwezigheid van hun
eigen lichamen [en dus onbevreesd, zie ook
10.89:
14-17].
The
Vrishnis were so absorbed in Krishna consciousness that they
forgot their own bodies while sleeping, sitting, walking,
conversing, playing, bathing and so on. (Vedabase)
Text
47
O Koning, Zijn
geboorte nemend onder de Yadu's stelde Hij het pelgrimsoord van
de rivier van de hemel [de Ganges] die van Zijn voeten
spoelt in de schaduw. Met Zijn belichaming bereikten vriend en
vijand hun doel [7.1:
46-47]. De
onovertroffen en hoogst volmaakte godin S'rî voor wie
alle anderen zich in bochten wringen is de Zijne. Zijn naam
gehoord of gezongen is wat het ongunstige vernietigt. Door Hem
werd het dharma ingesteld voor de lijnen van erfopvolging
[van de wijzen]. Met Heer Krishna, wiens wapen het wiel
van de Tijd is, is dit wegnemen van de last van de aarde, niets
verwonderlijks [zie ook 3.2:
7-12].
The
heavenly Ganges is a holy place of pilgrimage because her
waters wash Lord Krishna's feet. But when the Lord descended
among the Yadus, His glories eclipsed the Ganges as a holy
place. Both those who hated Krishna and those who loved Him
attained eternal forms like His in the spiritual world. The
unattainable and supremely self-satisfied goddess of
fortune, for the sake of whose favor everyone else
struggles, belongs to Him alone. His name destroys all
inauspiciousness when heard or chanted. He alone has set
forth the principles of the various disciplic successions of
sages. What wonder is it that He, whose personal weapon is
the wheel of time, relieved the burden of the earth?
(Vedabase)
Text
48
Hij glorieus
als de Uiteindelijke Verblijfplaats en bekend als de zoon van
Devakî, Hij als de toewijding van de Yadu-edelen die met
Zijn armen [of toegewijden] een einde maakt aan de
onrechtvaardigen, Hij als de Vernietiger van het Leed van de
bewegende en niet-bewegende wezens, is de Ene die altijd
glimlachend met Zijn prachtige gezicht Cupido in gang zet met
de dames van Vraja [zie 10.30-33,
10.35,
10.47].
Lord
S'rî Krishna is He who is known as jana-nivâsa,
the ultimate resort of all living entities, and who is also
known as Devakînandana or Yas'odâ-nandana, the
son of Devakî and Yas'odâ. He is the guide of
the Yadu dynasty, and with His mighty arms He kills
everything inauspicious, as well as every man who is
impious. By His presence He destroys all things inauspicious
for all living entities, moving and inert. His blissful
smiling face always increases the lusty desires of the
gopîs of Vrindâvana. May He be all glorious and
happy! (Vedabase)
Text
49
Aldus tewerk
gaand met het Allerhoogste heeft Hij met het verlangen Zijn
eigen weg veilig te stellen terwille van Zijn
lîlâ verschillende persoonlijke gedaanten
aangenomen en in navolging van de [menselijke]
handelingen het karma vernietigd. Als men Zijn voeten wil
volgen zal men zich de verhalen over de Beste van de Yadu's ter
harte moeten nemen.
To
protect the principles of devotional service to Himself,
Lord Krishna, the best of the Yadus, accepts the pastime
forms that have been glorified here in the
S'rîmad-Bhâgavatam. One who desires to
faithfully serve His lotus feet should hear of the
activities He performs in each of these incarnations -
activities that suitably imitate those of the forms He
assumes. Hearing narrations of these pastimes destroys the
reactions to fruitive work. (Vedabase)
Text
50
Bij iedere
offerplechtigheid horend van, zingend over en mediterend op de
schitterende onderwerpen aangaande Mukunda, begeeft een
sterveling zich van zijn huis naar Zijn hemelverblijf, alwaar
de onvermijdelijke gang van de dood tot staan wordt gebracht.
Zelfs zij die de scepter zwaaiden over de aarde [zoals
Dhruva en Priyavrata]
gingen terwille van dit doel het bos in.'
By
regularly hearing, chanting and meditating on the beautiful
topics of Lord Mukunda with ever-increasing sincerity, a
mortal being will attain the divine kingdom of the Lord,
where the inviolable power of death holds no sway. For this
purpose, many persons, including great kings, abandoned
their mundane homes and took to the forest.
(Vedabase)
*
De paramparâ voegt hier aan toe dat naar de regels
van de Mîmâmsâ interpretatie het getal drie
wordt genomen als het uitgangsnummer als geen specifiek nummer
is opgegeven. Zo zou letterlijk naar de regels hier dan gezegd
zijn dat Ugrasena 30 trillioen mensen om zich heen verzameld
zou hebben.
