De
Allerhoogste Heer zei: 'Als men in de derde levensfase zich in
het woud wil terugtrekken moet men tewerk gaan in vrede.
Terwille van die vrede moet men de echtgenote met zich meenemen
of anders haar aan de zoons toevertrouwen.
The
Supreme Personality of Godhead said: One who desires to
adopt the third order of life, vânaprastha,
should enter the forest with a peaceful mind, leaving his
wife with his mature sons, or else taking her along with
him. (Vedabase)
Tekst
2
Men moet zorgen
voor een zuiver [*]
levensonderhoud op basis van de knollen, wortels en vruchten
van het woud, en zich kleden in boombast, gras, bladeren of
dierenvellen.
Having
adopted the vânaprastha order of life, one
should arrange one's sustenance by eating uncontaminated
bulbs, roots and fruits that grow in the forest. One may
dress oneself with tree bark, grass, leaves or animal skins.
(Vedabase)
Tekst
3
Met het haar op
het hoofd en het lichaam, het aangezichtshaar, de nagels en het
lichaam zelf vuil en de tanden niet gereinigd [op andere
tijden], behoort men drie maal daags zich te baden en
['s nachts] op de grond te slapen.
The
vânaprastha should not groom the hair on his
head, body or face, should not manicure his nails, should
not pass stool and urine at irregular times and should not
make a special endeavor for dental hygiene. He should be
content to take bath in water three times daily and should
sleep on the ground. (Vedabase)
Tekst
4
Ascetisch de
vijf vuren gedurende de zomer [de offervuren in vier
richtingen en de zon daarboven], de stortregens tijdens het
regenseizoen en de kou van het in de winter je tot aan je nek
onderdompelen in water verdragend, behoort men, bezig zijnd
zoals hiervoor vermeld, de boetedoening uit te voeren [zie
ook 4.23:
6].
Thus
engaged as a vânaprastha, one should execute
penance during the hottest summer days by subjecting oneself
to burning fires on four sides and the blazing sun overhead;
during the rainy season one should remain outside,
subjecting oneself to torrents of rain; and in the freezing
winter one should remain submerged in water up to one's
neck. (Vedabase)
Tekst
5
Op de juiste
tijd etend behoort men ofwel dat te eten wat bereid is op een
vuur of dat wat vermalen is met een vijzel, verpulverd is met
een steen of vermalen is met de tanden.
One
may eat foodstuffs prepared with fire, such as grains, or
fruits ripened by time. One may grind one's food with mortar
and stone or with one's own teeth. (Vedabase)
Tekst
6
Met een
praktische instelling naar gelang de plaats, de tijd en waar
hij toe in staat is, moet hij persoonlijk dat verzamelen wat
nodig is voor zijn levensonderhoud, en niets te bewaren voor
een later moment [zie ook 7.12:
19].
The
vânaprastha should personally collect whatever
he requires for his bodily maintenance, carefully
considering the time, place and his own capacity. He should
never collect provisions for the future. (Vedabase)
Tekst
7
Een
vânaprastha mag Me aanbidden met offerandes
[van rijst, gerst en dâl],
mag rijstkoeken offeren of vruchten naar gelang het seizoen,
maar nimmer, ook al is het schriftuurlijk, van aanbidding zijn
met het opofferen van dieren.
One
who has accepted the vânaprastha order of life
should perform seasonal sacrifices by offering oblations of
caru and sacrificial cakes prepared from rice and other
grains found in the forest. The vânaprastha,
however, may never offer animal sacrifices to Me, even those
sacrifices mentioned in the Vedas. (Vedabase)
Tekst
8
Als voorheen
[toen hij een grihastha was] voert hij de
vuurplechtigheid uit, de plechtigheid voor de nieuwe maan en de
volle maan en houdt hij zich ook aan de door de vedische
experts voorgeschreven geloften voor de wijze met betrekking
tot de viermaandelijkse offerplechtigheid [van
câturmâsya].
The
vânaprastha should perform the agnihotra,
dars'a and paurnamâsa sacrifices, as he did while in
the grihastha-âs'rama. He should also
perform the vows and sacrifices of
câturmâsya, since all of these rituals
are enjoined for the vânaprastha-âs'rama
by expert knowers of the Vedas. (Vedabase)
Tekst
9
Als hij er die
praktijk op nahoudt zal de wijze, vanwege de boete, zo
vermagerd zijn dat men zijn aderen kan zien. Aldus van
aanbidding voor Mij, het Doel van Alle Boete, bereikt hij Mij
in de wereld der zieners [zie ook maharloka].
The
saintly vânaprastha, practicing severe penances
and accepting only the bare necessities of life, becomes so
emaciated that he appears to be mere skin and bones. Thus
worshiping Me through severe penances, he goes to the
Maharloka planet and then directly achieves Me.
(Vedabase)
Tekst
10
Bestaat er dan
een grotere dwaas dan iemand die voor een lange tijd van deze
zware maar zegerijke en tot de bevrijding leidende boete is,
maar die beoefent met het doel van oppervlakkige
zinsbevrediging [zie ook vântâs'î]?
One
who with long endeavor executes this painful but exalted
penance, which awards ultimate liberation, simply to achieve
insignificant sense gratification must be considered the
greatest fool. (Vedabase)
Tekst
11
Als hij in zijn
gereguleerde activiteiten als gevolg van de ouderdom met zijn
lichaam trillend niet langer in staat is ermee door te gaan
[voordat hij sannyâsa
bereikt], moet hij, geconcentreerd op Mij, de vuren in zijn
hart plaatsen en het vuur binnengaan [zie ook
7.12:
23].
If
the vânaprastha is overtaken by old age and
because of his trembling body is no longer able to execute
his prescribed duties, he should place the sacrificial fire
within his heart by meditation. Then, fixing his mind on Me,
he should enter into the fire and give up his body.
(Vedabase)
Tekst
12
Als alles wat
werd verworven door het karma, met inbegrip van een hogere
leefwereld, voor hem niets anders is dan de hel en zich
volledige onthechting heeft ontwikkeld, mag hij op dat punt
aangeland het offervuur opgeven en zich aansluiten bij de
wereldverzakende orde [zie ook B.G.
18: 2 en
**].
If
the vânaprastha, understanding that even
promotion to Brahmaloka is a miserable situation, develops
complete detachment from all possible results of fruitive
activities, then he may take the sannyâsa order of
life. (Vedabase)
Tekst
13
Met het volgens
de voorschriften hebben aanbeden en alles wat hij had hebben
overhandigd aan de leider van de plechtigheid, behoort hij, met
het positioneren van het offervuur in zijn levensadem, vrij van
verwachtingen sannyâsa
te nemen [zie ook 9.6*].
Having
worshiped Me according to scriptural injunctions and having
given all one's property to the sacrificial priest, one
should place the fire sacrifice within oneself. Thus, with
the mind completely detached, one should enter the
sannyâsa order of life. (Vedabase)
Tekst
14
Aan de
geschoolde die uit respect voor de waarheid
sannyâsa neemt verschijnen de halfgoden in de
gedaante van zijn oorspronkelijke vrouw [en andere
verleidingen] die hindernissen voor hem opwerpt; aan hen
voorbijgaand moet de sannyâsî
voor het hogere gaan [zie ook B.G. 6:
25,
1.19:
2-3,
5.6:
4,
11.4:
7].
'This
man taking sannyâsa is going to surpass us and go back
home, back to Godhead.' Thus thinking, the demigods create
stumbling blocks on the path of the sannyâsî by
appearing before him in the shape of his former wife or
other women and attractive objects. But the
sannyâsî should pay the demigods and their
manifestations no heed. (Vedabase)
Tekst
15
Zo de wijze het
al wenst kleding te dragen, bedekt hij zich met een lendendoek
[of kaupîna]. Niet meer meedragend dan het
hoogst noodzakelijke van een staf en een waterpot geeft hij al
het overige op.
If
the sannyâsî desires to wear something
besides a mere kaupîna, he may use another
cloth around his waist and hips to cover the
kaupîna. Otherwise, if there is no emergency,
he should not accept anything besides his danda and
waterpot. (Vedabase)
Tekst
16
Hij behoort
zijn voet te plaatsen waar zijn ogen hem zeggen dat het velig
is [om niet te trappen op levende wezens], hij behoort
water te drinken dat hij filtreerde met zijn kleed, hij behoort
zich te bedienen van waarachtige en zuivere woorden en hij moet
dat doen wat zijn geest hem ingeeft als zijnde
zuiver.
A
saintly person should step or place his foot on the ground
only after verifying with his eyes that there are no living
creatures, such as insects, who might be injured by his
foot. He should drink water only after filtering it through
a portion of his cloth, and he should speak only words that
possess the purity of truth. Similarly, he should perform
only those activities his mind has carefully ascertained to
be pure. (Vedabase)
Tekst
17
Zwijgzaamheid,
terughoudendheid en het stoppen van de ademhaling vormen de
strikte discipline voor de stem, het lichaam en de geest. Van
hem bij wie er geen sprake is van dezen, Mijn beste, kan men
ondanks zijn bamboestokken niet zeggen dat hij een echte
sannyâsî
is [zie ook tridanda].
One
who has not accepted the three internal disciplines of
avoiding useless speech, avoiding useless activities and
controlling the life air can never be considered a
sannyâsî merely because of his carrying
bamboo rods. (Vedabase)
Tekst
18
Als hij uit
gaat bedelen bij de vier varna's
moet hij de onreine huishoudens [de zondige, vervuilde]
uit de weg gaan als hij willekeurig zeven verschillende huizen
benadert waar hij genoegen moet nemen met wat hem wordt
toebedeeld [zie ook cakra,
vergelijk 1.4:
8].
Rejecting
those houses that are polluted and untouchable, one should
approach without previous calculation seven houses and be
satisfied with that which is obtained there by begging.
According to necessity, one may approach each of the four
occupational orders of society. (Vedabase)
Tekst
19
Ergens buitenaf
zich naar een waterbekken begevend moet hij, erdoor schoon
gewassen, in stilte plichtsgetrouw uitdelen wat werd ingezameld
en vervolgens wat ervan overbleef schoonmaken en in zijn geheel
verorberen.
Taking
the food gathered through begging, one should leave the
populated areas and go to a reservoir of water in a secluded
place. There, having taken a bath and washed one's hands
thoroughly, one should distribute portions of the food to
others who may request it. One should do this without
speaking. Then, having thoroughly cleansed the remnants, one
should eat everything on one's plate, leaving nothing for
future consumption. (Vedabase)
Tekst
20
Zich alleen en
vrij van gehechtheid over deze aarde rondbewegend, met zijn
zinnen volledig onder controle en innerlijk voldaan in zijn
realisatie van het Ware Zelf, is hij, stabiel op het spirituele
vlak, van een gelijkgezinde blik [B.G. 5:
18, zie
bhajan].
Without
any material attachment, with senses fully controlled,
remaining enthusiastic, and satisfied in realization of the
Supreme Lord and his own self, the saintly person should
travel about the earth alone. Having equal vision
everywhere, he should be steady on the spiritual platform.
(Vedabase)
Tekst
21
Zich ophoudend
op een afgezonderde en veilige plek en met zijn bewustzijn
gezuiverd in zijn liefde voor Mij, behoort de wijze zich te
concentreren op enkel de ziel als zijnde niet-verschillend van
Mij.
Dwelling
in a safe and solitary place, his mind purified by constant
thought of Me, the sage should concentrate on the soul
alone, realizing it to be nondifferent from Me.
(Vedabase)
Tekst
22
Mediterend op
het zelf als zijnde gebonden en niet gebonden [zie
11.10]
is er, als men stabiel in de kennis de zinnen die zich laten
leiden door zinneprikkeling heeft ingeperkt, de volledige
controle over hen en de bevrijding.
By
steady knowledge a sage should clearly ascertain the nature
of the soul's bondage and liberation. Bondage occurs when
the senses are deviated to sense gratification, and complete
control of the senses constitutes liberation.
(Vedabase)
Tekst
23
Met de zes
afdelingen [de zinnen en de geest] volledig onder
controle dankzij het bewustzijn dat hij van Mij heeft, moet de
wijze, met het ervaren hebben van het grotere geluk in de ziel,
derhalve leven in onthechting van de zinledigheid van de lust.
Therefore,
completely controlling the five senses and the mind by
Krishna consciousness, a sage, having experienced spiritual
bliss within the self, should live detached from
insignificant material sense gratification.
(Vedabase)
Tekst
24
Hij behoort te
reizen naar de zuivere toevluchtsoorden op aarde met rivieren,
bergen en wouden. De steden, dorpen en weidegronden moet hij
enkel betreden om aalmoezen te bedelen bij hen die leven
terwille van het lichaam.
The
sage should travel in sanctified places, by flowing rivers
and within the solitude of mountains and forests. He should
enter the cities, towns and pasturing grounds and approach
ordinary working men only to beg his bare sustenance.
(Vedabase)
Tekst
25
De levensorde
die zich ophoudt in het woud moet altijd de positie innemen van
het bedelen, omdat door het voedsel dat wordt verkregen door
verzamelen [of van de bijstand leven] men snel de
bevrijding, vrijheid van illusie en een gezuiverd bestaan zal
vinden.
One
in the vânaprastha order of life should always
practice taking charity from others, for one is thereby
freed from illusion and quickly becomes perfect in spiritual
life. Indeed, one who subsists on food grains obtained in
such u humble manner purifies his existence.
(Vedabase)
Tekst
26
Men moet nimmer
het vergankelijke dat men waarneemt in de directe ervaring
aanzien voor de uiteindelijke werkelijkheid; met een bewustzijn
vrij van gehechtheid behoort men af te zien van alle materieel
gemotiveerde handelingen in deze wereld en in de
volgende.
One
should never see as ultimate reality those material things
which obviously will perish. With consciousness free from
material attachment, one should retire from all activities
meant for material progress in this life and the next.
(Vedabase)
Tekst
27
Met moet met de
aandacht naar binnen gericht zich afkeren van het universum dat
in het Zelf geheel is verknoopt met de geest, de spraak en de
levensadem [zie ahankâra].
Men moet niet aan die begoochelende materiële energie
blijven denken.
One
should logically consider the universe, which is situated
within the Lord, and one's own material body, which is
composed of mind, speech and life air, to be ultimately
products of the Lord's illusory energy. Thus situated in the
self, one should give up one's faith in these things and
should never again make them the object of one's meditation.
(Vedabase)
Tekst
28
Of het nu
iemand betreft die zich heeft overgegeven aan de kennis der
zelfverwerkelijking en onthecht is van uiterlijke
verschijningsvormen, of dat het nu gaat om iemand die als Mijn
toegewijde niet [meer] naar de bevrijding verlangt
[als een paramahamsa],
in beide gevallen geeft men het op met wat er aan rituelen en
kentekenen staat voorgeschreven voor de levensfase [de
âs'rama]; zo iemand wordt verondersteld de
regels en voorschriften te zijn ontgroeid [zie ook
10.78:
31-32,
3.29:
25 en
5.1*].
A
learned transcendentalist dedicated to the cultivation of
knowledge and thus detached from external objects, or My
devotee who is detached even from desire for liberation -
both neglect those duties based on external rituals or
paraphernalia. Thus their conduct is beyond the range of
rules and regulations. (Vedabase)
Tekst
29
Hoewel
intelligent moet hij genieten als was hij een kind, hoewel zeer
bekwaam behoort hij te handelen als was hij onontwikkeld,
hoewel hij hoogst geschoold is behoort hij zich uit te laten
als was hij verstrooid en hoewel zeer goed op de hoogte van de
voorschriften, moet hij leven zonder enige terughoudendheid
['ronddolen als een koe'].
Although
most wise, the paramahamsa should enjoy life like a child,
oblivious to honor and dishonor; although most expert, he
should behave like a stunted, incompetent person; although
most learned, he should speak like an insane person; and
although a scholar learned in Vedic regulations, he should
behave in an unrestricted manner. (Vedabase)
Tekst
30
Hij moet zich
nimmer strikt houden aan wat volgens de Veda's zou moeten
[te weten, de vruchtdragende plechtigheden], noch
behoort hij tegen ze in te gaan; hij moet niet een scepticus
zijn, noch partijdig enkel maar praten terwille van het
argument.
A
devotee should never engage in the fruitive rituals
mentioned in the karma-kânda section of the
Vedas, nor should he become atheistic, acting or speaking in
opposition to Vedic injunctions. Similarly, he should never
speak like a mere logician or skeptic or take any side
whatsoever in useless arguments. (Vedabase)
Tekst
31
Iemand die de
heiligheid vond moet zich nooit storen aan andere mensen, noch
moet hij anderen storen of ooit als een dier met wie dan ook
een negatieve sfeer creëren voor het belang van het
lichaam [vijandig zijn wat betreft het territorium, het
voedsel e.d.]; in plaats daarvan moet hij barse woorden
over zijn kant laten gaan en nimmer wie dan ook kleineren
[zie ook B.G. 12:
15].
A
saintly person should never let others frighten or disturb
him and, similarly, should never frighten or disturb other
people. He should tolerate the insults of others and should
never himself belittle anyone. He should never create
hostility with anyone for the sake of the material body, for
he would thus be no better than an animal. (Vedabase)
Tekst
32
De Allerhoogste
is de Ziel die zich bevindt in zowel alle levende wezens als in
het eigen lichaam. Net zoals de maan in verschillende
waterbekkens wordt weerspiegelt zijn ook de materiële
lichamen individuele vonken [of reflecties] van de Ene
[zie ook B.G. 6:
29 &
13:
34].
The
one Supreme Lord is situated within all material bodies and
within everyone's soul. Just as the moon is reflected in
innumerable reservoirs of water, the Supreme Lord, although
one, is present within everyone. Thus every material body is
ultimately composed of the energy of the one Supreme Lord.
(Vedabase)
Tekst
33
Hecht verankerd
in de eigen overtuiging moet men [de
sannyâsî] er niet over in zitten als er
soms geen [of niet het juiste] voedsel voorhanden is,
en ook moet men niet staan te juichen als er genoeg van is;
beide zaken zijn bij God geregeld.
If
at times one does not obtain proper food one should not be
depressed, and when one obtains sumptuous food one should
not rejoice. Being fixed in determination, one should
understand both situations to be under the control of God.
(Vedabase)
Tekst
34
Men moet zich
ervoor inspannen om te eten en naar behoren de eigen
persoonlijke levenskracht in stand te houden. Met die kracht
immers bezint men zich op de spirituele waarheid welke, eenmaal
begrepen, tot bevrijding leidt [zie B.G.
6:
16].
If
required, one should endeavor to get sufficient foodstuffs,
because it is always necessary and proper to maintain one's
health. When the senses, mind and life air are fit, one can
contemplate spiritual truth, and by understanding the truth
one is liberated. (Vedabase)
Tekst
35
Al het
voedsel, alle kleding en al het beddegoed dat hij op zijn weg
vindt moet de wijze accepteren, of het nu van een goede of een
slechte kwaliteit is [zie ook 7.13].
A
sage should accept the food, clothing and bedding - be they
of excellent or inferior quality - that come of their own
accord. (Vedabase)
Tekst
36
Algemene
reinheid, het wassen van de handen, het nemen van een bad en
andere reguliere plichten moeten door degene die tot spiritueel
inzicht is gekomen zonder enige dwangmatigheid worden
uitgevoerd, precies zoals Ik, de Beheerser, handel naar Mijn
eigen wilsbesluit.
Just
as I, the Supreme Lord, execute regulative duties by My own
free will, similarly, one who has realized knowledge of Me
should maintain general cleanliness, purify his hands with
water, take bath and execute other regulative duties not by
force but by his own free will. (Vedabase)
Tekst
37
Aan het idee
dat men een afgezonderd bestaan zou leiden komt een einde als
men zich Mij realiseert. In een enkel geval houdt zo'n idee
stand totdat het lichaam het begeeft, maar dan zal daarna zich
met Mij alles ten goede keren.
A
realized soul no longer sees anything as separate from Me,
for his realized knowledge of Me has destroyed such illusory
perception. Since the material body and mind were previously
accustomed to this kind of perception, it may sometimes
appear to recur; but at the time of death the self-realized
soul achieves opulences equal to Mine. (Vedabase)
Tekst
38
Ongelukkig over
de gevolgen van een wellustig leven moet degene die Mij nog
niet serieus in overweging heeft genomen, met de weerzin die
zich opwierp in het verlangen naar de spirituele volmaaktheid,
het als zijn plicht zien een wijze [bonafide] persoon
[van gepaste referentie] te benaderen, een goeroe
[zie ook B.G. 16:
23-24,
4:
34 &
17:
14].
One
who is detached from sense gratification, knowing its result
to be miserable, and who desires spiritual perfection, but
who has not seriously analyzed the process for obtaining Me,
should approach a bona fide and learned spiritual master.
(Vedabase)
Tekst
39
De toegewijde
moet met veel geloof en respect, vrij van afgunst net zo lang
de geestelijk leraar die Mij belichaamt dienen, totdat hij een
duidelijk inzicht heeft verkregen in het spirituele [zie
ook 11.17:
27].
Until
a devotee has clearly realized spiritual knowledge, he
should continue with great faith and respect and without
envy to render personal service to the guru, who is
nondifferent from Me. (Vedabase)
Tekst
40-41
Hij dan die
niet de zes ondeugden de baas is [de anartha's],
hij die zich als de wagenmenner van het lichaam laat leiden
door de zinnen, hij die niet onthecht verstoken is van de
kennis, hij die de staf
met de drie stokken
aanwendt voor het verwerven van een inkomen en hij die Mij,
zichzelf en de goddelijken binnenin zichzelf ontkent, is, omdat
hij niet heeft afgerekend met de besmetting en aldus het dharma
bederft, zowel in deze wereld als in de volgende het spoor
bijster.
One
who has not controlled the six forms of illusion [lust,
anger, greed, excitement, false pride and intoxication],
whose intelligence, the leader of the senses, is extremely
attached to material things, who is bereft of knowledge and
detachment, who adopts the sannyâsa order of
life to make a living, who denies the worshipable demigods,
his own self and the Supreme Lord within himself, thus
ruining all religious principles, and who is still infected
by material contamination, is deviated and lost both in this
life and the next. (Vedabase)
Tekst
42
Het is de aard
van een bedelmonnik om gelijkmoedig en geweldloos te zijn,
boete en onderscheidingsvermogen kenmerkt degene die in het
woud leeft, de huishouder biedt onderdak en houdt
offerplechtigheden en een celibataire novice dient de
âcârya.
The
main religious duties of a sannyâsî are
equanimity and nonviolence, whereas for the
vânaprastha austerity and philosophical
understanding of the difference between the body and soul
are prominent. The main duties of a householder are to give
shelter to all living entities and perform sacrifices, and
the brahmacârî is mainly engaged in
serving the spiritual master. (Vedabase)
Tekst
43
Het celibaat,
de verzaking, de reinheid, de tevredenheid en het vriendelijk
zijn voor alle levende wezens zoals men dat kan zien bij allen
die Mij aanbidden, vormt ook de weg van de huishouder die zijn
vrouw benadert als de tijd er rijp voor is [zie ook B.G.
7:
11].
A
householder may approach his wife for sex only at the time
prescribed for begetting children. Otherwise, the
householder should practice celibacy, austerity, cleanliness
of mind and body, satisfaction in his natural position, and
friendship toward all living entities. Worship of Me is to
be practiced by all human beings, regardless of social or
occupational divisions. (Vedabase)
Tekst
44
Degene die
aldus overeenkomstig zijn aard Mij aanbidt en niets en niemand
anders toegewijd is, zal zich Mij realiseren in alle levende
wezens en komt tot een vastberaden toegewijde dienst tot
Mij.
One
who worships Me by his prescribed duty, having no other
object of worship, and who remains conscious of Me as
present in all living entities, achieves unflinching
devotional service unto Me. (Vedabase)
Tekst
45
Middels een
niet aflatende devotie, Uddhava, komt hij tot Mij, de
Allerhoogste Beheerser van Al de Werelden, de Absolute Waarheid
en Uiteindelijke Oorzaak die alles in het leven roept en aan
alles een einde maakt.
My
dear Uddhava, I am the Supreme Lord of all worlds, and I
create and destroy this universe, being its ultimate cause.
I am thus the Absolute Truth, and one who worships Me with
unfailing devotional service comes to Me. (Vedabase)
Tekst
46
Als hij zo
overeenkomstig zijn eigen plichtsbesef zijn bestaan gezuiverd
heeft, en begiftigd met kennis en wijsheid geheel doordrongen
is van Mijn verheven positie, zal hij Mij zeer spoedig
bereiken.
Thus,
one who has purified his existence by execution of his
prescribed duties, who fully understands My supreme position
and who is endowed with scriptural and realized knowledge,
very soon achieves Me. (Vedabase)
Tekst
47
Allen die het
varnâs'rama-systeem volgen kenmerken zich door een
traditionele gedragscode die het dharma verzekert. Dit
plichtsbesef gecombineerd met Mijn bhakti geeft de hoogste
volmaaktheid des levens.
Those
who are followers of this varnâs'rama system accept
religious principles according to authorized traditions of
proper conduct. When such varnâs'rama duties are
dedicated to Me in loving service, they award the supreme
perfection of life. (Vedabase)
Tekst
48
O vrome ziel,
hiermee heb Ik je, zoals je vroeg, de middelen beschreven
waarmee men zich als toegewijde volmaakt kan inzetten
overeenkomstig de eigen aard en men tot Mij, de Allerhoogste
kan komen.'
My
dear saintly Uddhava, I have now described to you, just as
you inquired, the means by which My devotee, perfectly
engaged in his prescribed duty, can come back to Me, the
Supreme Personality of Godhead. (Vedabase)
*
S'rîla Bhaktisiddhânta Sarasvatî
Thhâkur citerend uit de Manu-samhitâ wijst erop dat
het woord medhyaih ofwel 'zuiver' in deze context
betekent dat terwijl hij verblijft in het woud een wijze geen
dranken gebaseerd op honing moet aanvaarden, noch het vlees van
dieren, schimmels, paddestoelen, mierikswortel of welke
hallucinogene of bedwelmende kruiden dan ook, ook niet onder
het voorwendsel van medicinaal gebruik.
**
Shastri C.L. Goswami geeft hier als commentaar bij zijn
vertaling van het boek: 'De s'ruti stelt vast dat een
brâhmana een kluizenaar kan blijken te zijn
wanneer ook maar vairâgya zich in hem voordoet,
ongeacht het levensstadium waarin hij zich
bevindt'.