
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Lord
Krishna's Explanation of the Vedic Path
Tekst
1:
S'rî
Uddhava zei: 'O Heer van het Universum, hoeveel
basiselementen
van de schepping zijn er opgesomd door de zieners? O Meester
over negen, elf en vijf plus drie hoorde ik Je spreken [zie
ook 11.19:
14].
Sommigen zeggen dat er zesentwintig zijn, anderen spreken van
vijfentwintig of van zeven, sommigen hebben het over negen,
sommigen over vier en anderen over elf, terwijl weer anderen
spreken van zestien, zeventien of dertien. Je zou ons, o
Eeuwige Allerhoogste, moeten uitleggen wat het is dat de wijzen
in gedachten hebben die zich zo verschillend uitdrukken.'
Uddhava
inquired: My dear Lord, O master of the universe, how many
different elements of creation have been enumerated by the
great sages? I have heard You personally describe a total of
twenty-eight - God, the jîva soul, the mahat-tattva,
false ego, the five gross elements, the ten senses, the
mind, the five subtle objects of perception and the three
modes of nature. But some authorities say that there are
twenty-six elements, while others cite twenty-five or else
seven, nine, six, four or eleven, and even others say that
there are seventeen, sixteen or thirteen. What did each of
these sages have in mind when he calculated the creative
elements in such different ways? O supreme eternal, kindly
explain this to me.
Tekst
4
De Allerhoogste
Heer zei: 'Met hen [de elementen] alomtegenwoordig
spreken de brahmanen, die het met Mijn mâyâ
opnemen, dienovereenkomstig zoals het hen het beste past; wat
zou er per slot van rekening onmogelijk zijn voor hen als ze
zich uitspreken?
Lord
Krishna replied - Because all material elements are present
everywhere, it is reasonable that different learned
brâhmanas have analyzed them in different ways. All
such philosophers spoke under the shelter of My mystic
potency, and thus they could say anything without
contradicting the truth.
Tekst
5
'Dit is niet
zoals jij het zegt, wat ik zeg is dat het zo is': dit is wat
mijn ondoorgrondelijke energieën doen met hen die logisch
argumenteren [zie ook 6.4:
31].
When
philosophers argue, 'I don't choose to analyze this
particular case in the same way that you have,' it is simply
My own insurmountable energies that are motivating their
analytic disagreements.
Tekst
6
Van hen die in
de omgang met elkaar argumenteren over het onderwerp zal, als
men gelijkmoedigheid en zinsbeheersing heeft bereikt, het
verschil in hun standpunt verdwijnen en bijgevolg de tweestrijd
tot een einde komen.
By
interaction of My energies different opinions arise. But for
those who have fixed their intelligence on Me and controlled
their senses, differences of perception disappear, and
consequently the very cause for argument is removed.
Tekst
7
Omdat de
verschillende elementen elkaar wederzijds doordringen, o beste
onder de mannen, wil de spreker dienovereenkomstig een
beschrijving geven met het opsommen van hun oorzaken en
resulterende effecten.
O
best among men, because subtle and gross elements mutually
enter into one another, philosophers may calculate the
number of basic material elements in different ways,
according to their personal desire.
Tekst
8
In ieder van
dezen [deze beschrijvingen] ziet men dat andere
elementen zich in een voorgaand element voordoen of anders in
een later element zelfs, of dat een bepaald element in anderen
is binnengegaan [*].
All
subtle material elements are actually present within their
gross effects; similarly, all gross elements are present
within their subtle causes, since material creation takes
place by progressive manifestation of elements from subtle
to gross. Thus we can find all material elements within any
single element.
Tekst
9
Om die reden is
het zo dat, hoezeer deze sprekers uit op berekeningen zich ook
uitdrukken in termen van voorgaande of erop volgende elementen,
We het aanvaarden daar het ontspruit aan de rede.
Therefore,
no matter which of these thinkers is speaking, and
regardless of whether in their calculations they include
material elements within their previous subtle causes or
else within their subsequent manifest products, I accept
their conclusions as authoritative, because a logical
explanation can always be given for each of the different
theories.
Tekst
10
Het proces van
zelfverwerkelijking neemt bij een persoon bevangen door
onwetendheid zijn aanvang niet; het kan zich niet voordoen op
basis van zijn eigen kracht, en dus moet er iemand zijn die
bekend met de werkelijkheid de geestelijke kennis kan verlenen
[vergelijk 11.21:
10].
Because
a person who has been covered by ignorance since time
immemorial is not capable of effecting his own
self-realization, there must be some other personality who
is in factual knowledge of the Absolute Truth and can impart
this knowledge to him.
Tekst
11
De
dienovereenkomstige kennis is een kwaliteit van de
materiële natuur [genaamd sattva]; er bestaat wat
dit [deze kwaliteit] betreft niet de geringste
ongelijkheid tussen de persoon en de Beheerser - de gedachte
dat ze verschillend zouden zijn [als zodanig] is
zinloos [zie B.G. 18:
20 en
9:
15 en
**].
According
to knowledge in the material mode of goodness, there is no
qualitative difference between the living entity and the
supreme controller. The imagination of qualitative
difference between them is useless speculation.
Tekst
12
De
materiële natuur [prakriti]
is wat de geaardheden samenbindt; deze geaardheden als de
oorzaken van behouden, voortbrengen en eindigen, en
overeenkomstig van de goedheid, hartstocht en onwetendheid
zijnde, behoren tot de materiële wereld en niet tot de
geestelijke ziel [zie ook B.G. 3:
27].
Nature
exists originally as the equilibrium of the three material
modes, which pertain only to nature, not to the
transcendental spirit soul. These modes - goodness, passion
and ignorance - are the effective causes of the creation,
maintenance and destruction of this universe.
Tekst
13
In deze wereld
is de geaardheid van de goedheid van kennis, de geaardheid
hartstocht van vruchtdragende arbeid [karma] en de
geaardheid duisternis van onwetendheid; de interactie van de
geaardheden wordt de Tijd genoemd en wat er van nature is vormt
de draad [de mahat-tattva
is de sûtra,
zie ook 11.12:
19 -21].
In
this world the mode of goodness is recognized as knowledge,
the mode of passion as fruitive work, and the mode of
darkness as ignorance. Time is perceived as the agitated
interaction of the material modes, and the totality of
functional propensity is embodied by the primeval
sûtra, or mahat-tattva.
Tekst
14
De ziel die
geniet [purusha], de materiële natuur
[prakriti], het kenbare [mahat-tattva], de
vereenzelviging met de vorm [ahankâra], de ether,
de lucht, het vuur, het water en de aarde vormen aldus de negen
elementen der schepping door Mij beschreven.
I
have described the nine basic elements as the enjoying soul,
nature, nature's primeval manifestation of the mahat-tattva,
false ego, ether, air, fire, water and earth.
Tekst
15
Horen,
aanraken, zien, ruiken en proeven zijn de vijf
[zintuigen] waarmee kennis wordt vergaard; het
spraakorgaan, de handen, de geslachtsdelen, de anus en de benen
staan voor hun werking, o mijn beste, en de geest is er voor
beiden.
Hearing,
touch, sight, smell and taste are the five knowledge
acquiring senses, My dear Uddhava, and speech, the hands,
the genitals, the anus and the legs constitute the five
working senses. The mind belongs to both these
categories.
Tekst
16
Geluiden,
tactiele kwaliteiten, smaken, geuren en vormen [of
kleuren] zijn de categorieën van de zinsobjecten
[zie vishaya]
en de spraak, het vervaardigen, het uitscheiden [via anus
en genitaliën] en het voortbewegen zijn de functies
die door hen gedekt worden.
Sound,
touch, taste, smell and form are the objects of the
knowledge-acquiring senses, and movement, speech, excretion
and manufacture are functions of the working senses.
Tekst
17
In het begin
van de schepping is de persoon van de genieter onbetrokken
overgeleverd aan het getuige zijn van de materiële natuur
van dit universum dat middels de geaardheden van
sattva
en de anderen de grofstoffelijke manifestaties en meer subtiele
oorzaken belichaamt [2.10:
10].
In
the beginning of creation nature assumes, by the modes of
goodness, passion and ignorance, its form as the embodiment
of all subtle causes and gross manifestations within the
universe. The Supreme Personality of Godhead does not enter
the interaction of material manifestation but merely glances
upon nature.
Tekst
18
De elementen in
de gehele manifeste werkelijkheid die transformatie ondergaan
vormen, vermengd door de kracht van de natuur, het ei van het
universum, met het door het overschouwen van de Heer bereikt
hebben van hun vermogens [2.5:
35,3.20:
14-15,
3.26:
51-53,
3.32:
29,
5.26:
38,
11.6:
16].
As
the material elements, headed by the mahat-tattva, are
transformed, they receive their specific potencies from the
glance of the Supreme Lord, and being amalgamated by the
power of nature, they create the universal egg.
Tekst
19
Erover sprekend
als slechts zeven elementen hebbend: de vijf van de
materiële elementen beginnend met de ether en de
individuele kenner met de Opperziel, zijn er van de
fundamentele basis van deze twee het lichaam, de zinnen en de
levensadem [ofwel worden er al de materiële fenomenen
voortgebracht].
According
to some philosophers there are seven elements, namely earth,
water, fire, air and ether, along with the conscious spirit
soul and the Supreme Soul, who is the basis of both the
material elements and the ordinary spirit soul. According to
this theory, the body, senses, life air and all material
phenomena are produced from these seven elements.
Tekst
20
Hierin aldus
ook uit zes bestaande: de vijf elementen met de Bovenzinnelijke
Persoon als het zesde element samengev0egd met hen, werd deze
schepping uit Hemzelf geschapen uitgezonden met Hem erin
binnengaand.
Other
philosophers state that there are six elements - the five
physical elements (earth, water, fire, air and ether) and
the sixth element, the Supreme Personality of Godhead. That
Supreme Lord, endowed with the elements that He has brought
forth from Himself, creates this universe and then
personally enters within it.
Tekst
21
In het geval
van er zo vier te hebben doen zich het vuur, het water en de
aarde voor uit het Zelf en kwam er door hen dan de geboorte van
het zichtbare eindresultaat van deze cosmos tot stand.
Some
philosophers propose the existence of four basic elements,
of which three - fire, water and earth - emanate from the
fourth, the Self. Once existing, these elements produce the
cosmic manifestation, in which all material creation takes
place.
Tekst
22
Er zeventien
tellend is er de overweging van de vijf grofstoffelijke
elementen, de vijf zinsobjecten en de vijf zinnen samen met de
ene geest en de ziel als de zeventiende.
Some
calculate the existence of seventeen basic elements, namely
the five gross elements, the five objects of perception, the
five sensory organs, the mind, and the soul as the
seventeenth element.
Tekst
23
Op dezelfde
manier telt men er zestien met inderdaad de ziel aangewezen als
de geest en er evenzo dertien met de grofstoffelijke elementen,
de vijf zinnen, de geest en [het individuele en het
superieure van] de ziel.
According
to the calculation of sixteen elements, the only difference
from the previous theory is that the soul is identified with
the mind. If we think in terms of five physical elements,
five senses, the mind, the individual soul and the Supreme
Lord, there are thirteen elements.
Tekst
24
Naar het getal
elf heeft men in dezen de ziel, de grofstoffelijke elementen en
de zinnen; en negen heeft men er ook met de acht natuurlijke
elementen [de grofstoffelijke, de geest, de intelligentie
en het valse ego] als zeker ook de Genieter
daarboven.
Counting
eleven, there are the soul, the gross elements and the
senses. Eight gross and subtle elements plus the Supreme
Lord would make nine.
Tekst
25
Op deze manier
werden er verschillende opsommingen van de elementen bedacht
door de wijzen. Ze worden allen logisch onderbouwd met
rationele argumenten; aan welke schittering zou het ook
ontbreken met de geschoolden?'
Thus
great philosophers have analyzed the material elements in
many different ways. All of their proposals are reasonable,
since they are all presented with ample logic. Indeed, such
philosophical brilliance is expected of the truly
learned.
Tekst
26
S'rî
Uddhava zei: 'Omdat zowel de natuur als de genieter, hoewel in
de grond verschillend, elkaar wederzijds herbergen o Krishna,
lijkt er geen verschil tussen hen te bestaan; de ziel ziet men
in de materiële natuur als ook de natuur in de ziel
[zie ook B.G. 18:
16].
S'rî
Uddhava inquired - Although nature and the living entity are
constitutionally distinct, O Lord Krishna, there appears to
be no difference between them, because they are found
residing within one another. Thus the soul appears to be
within nature and nature within the soul.
Tekst
27
AlsJeblieft, o
Lotusogige, als de Alwetende, de Eigenlijke Expert in het Weten
en het Redeneren, maak met Je woorden een einde aan de grote
twijfel in mijn hart.
O
lotus-eyed Krishna, O omniscient Lord, kindly cut this great
doubt out of my heart with Your own words, which exhibit
Your great skill in reasoning.
Tekst
28
De kennis
hebben de levende wezens inderdaad van Jou en met het vermogen
van Jou van buiten wordt ze weggestolen; Jij alleen kent de
volmaaktheid van het illusieverwekkend vermogen van Jouwzelf en
niemand anders [zie ook B.G. 15:
15].'
From
You alone the knowledge of the living beings arises, and by
Your potency that knowledge is stolen away. Indeed, no one
but Yourself can understand the real nature of Your illusory
potency.
Tekst
29
De Allerhoogste
Heer zei: 'Prakriti en purusha [de natuur en de
genieter] onderhevig aan deze transformatie gebaseerd op
het vermengen van de guna's
van de schepping, zijn aldus verschillend, o beste van alle
personen.
The
Supreme Personality of Godhead said - O best among men,
material nature and its enjoyer are clearly distinct. This
manifest creation undergoes constant transformation, being
founded upon the agitation of the modes of nature.
Tekst
30
Mijn beste, de
begoochelende energie bestaande uit de geaardheden vestigt de
veelvoud van de manifestaties en de waarnemingen van deze
verschillen die, onderhevig aan verandering, drie aspecten
kennen: die van adhyâtma - de ene, van
adhidaiva [- de natuur] en van
adhibhûta, de ander [zie ook
kles'a's
en
1.17:
19].
My
dear Uddhava, My material energy, comprising three modes and
acting through them, manifests the varieties of creation
along with varieties of consciousness for perceiving them.
The manifest result of material transformation is understood
in three aspects - adhyâtmic, adhidaivic and
adhibhautic.
Tekst
31
Zoals het
aanzien [de ene], de vorm [natuur] en het
gereflecteerde beeld [de ander] van de zon, op zichzelf
staand in de hemel, in dezen samenwerken voor de opening van
het oog om zich te kunnen manifesteren, is de Superziel, die
van deze [drie] afzonderlijk aanwezig is als de
bovenzinnelijke ervaring [de Ene], de oorzaak [de
Natuur], en het waar te nemen fenomeen [de Ander],
er als de perfectie van de realisatie.
Sight,
visible form and the reflected image of the sun within the
aperture of the eye all work together to reveal one another.
But the original sun standing in the sky is self-manifested.
Similarly, the Supreme Soul, the original cause of all
entities, who is thus separate from all of them, acts by the
illumination of His own transcendental experience as the
ultimate source of manifestation of all mutually manifesting
objects.
Tekst
32
Zo is het ook
met het [orgaan, het voorwerp en de functie van de]
tastzin en dergelijken, het horen en dergelijken, de tong en
dergelijken, de neus en dergelijken en met dat wat behoort tot
het bewustzijn [de ziener].
Similarly,
the sense organs, namely the skin, ears, eyes, tongue and
nose - as well as the functions of the subtle body, namely
conditioned consciousness, mind, intelligence and false ego
- can all be analyzed in terms of the threefold distinction
of sense, object of perception and presiding deity.
Tekst
33
De
transformatie bewerkstelligd door deze onrust van de
geaardheden welke zijn wortel vond in de primaire natuur
[pradhâna]
is de oorzaak van de verbijstering en verscheidenheid van het
valse ego - onderhevig aan verandering in onwetendheid de zaken
naar zijn hand zettend - dat in de drie aspecten [als
vermeld] werd opgewekt door de grotere werkelijkheid
[van het mahat-tattva,
zie ook ***].
When
the three modes of nature are agitated, the resultant
transformation appears as the element false ego in three
phases - goodness, passion and ignorance. Generated from the
mahat-tattva, which is itself produced from the unmanifest
pradhâna, this false ego becomes the cause of all
material illusion and duality.
Tekst
34
De volle kennis
van de Superziel ontberend is inderdaad de speculatie van te
zeggen 'het is er' en te zeggen 'het is er niet' [aangaande
het verschil tussen prakriti en purusha], gebrand als men
is op het bespreken van het verschil, een zinloze - alhoewel
die welzeker aanhoudt met mensen die hun aandacht hebben
afgewend van Mij die [kwalitatief] gelijk is aan
henzelf.'
The
speculative argument of philosophers - 'This world is real',
'No, it is not real' - is based upon incomplete knowledge of
the Supreme Soul and is simply aimed at understanding
material dualities. Although such argument is useless,
persons who have turned their attention away from Me, their
own true Self, are unable to give it up.
Tekst
35-36
S'rî
Uddhava zei: 'Op welke manier nemen zij wiens geesten door de
vruchtdragende handelingen die ze verrichtten zijn afgeleid van
Jou, o Meester, hogere en lagere materiële lichamen aan en
laten ze die weer los? AlsJeblieft Govinda leg me dat uit wat
door hen die niet zo spiritueel zijn niet wordt begrepen
aangezien ze, merendeels van kennis over de materiële
wereld, onder de dominantie ervan gebukt gaan.'
S'rî
Uddhava said - O supreme master, the intelligence of those
dedicated to fruitive activities is certainly deviated from
You. Please explain to me how such persons accept superior
and inferior bodies by their materialistic activities and
then give up such bodies. O Govinda, this topic is very
difficult for foolish persons to understand. Being cheated
by illusion in this world, they generally do not become
aware of these facts.
Tekst
37
De Allerhoogste
Heer zei: 'De geest van mensen verenigd met hun vijf zintuigen
wordt gevormd door het karma; dat de geestelijke ziel volgt
welke, daarvan gescheiden, van de ene wereld naar de andere
reist [zie ook linga,
vâsanâ
en B.G. 2:
22].
Lord
Krishna said: The material mind of men is shaped by the
reactions of fruitive work. Along with the five senses, it
travels from one material body to another. The spirit soul,
although different from this mind, follows it.
Tekst
38
De geest die
trouw op de waargenomen zinsobjecten of dat wat in navolging
werd gehoord [als de vedische autoriteit] mediteert,
verheft zich en lost weer op afhankelijk van het karma, waarna
de herinnering verloren gaat.
The
mind, bound to the reactions of fruitive work, always
meditates on the objects of the senses, both those that are
seen in this world and those that are heard about from Vedic
authority. Consequently, the mind appears to come into being
and to suffer annihilation along with its objects of
perception, and thus its ability to distinguish past and
future is lost.
Tekst
39
Opgegaan in de
voorwerpen van de waarneming herinnert hij [in een ander
lichaam] zich niet langer zijn voorgaande zelf; de
volledige vergeetachtigheid wat betreft deze of gene oorzaak
staat inderdaad bekend als zijnde de dood.
When
the living entity passes from the present body to the next
body, which is created by his own karma, he becomes absorbed
in the pleasurable and painful sensations of the new body
and completely forgets the experience of the previous body.
This total forgetfulness of one's previous material
identity, which comes about for one reason or another, is
called death.
Tekst
40
Wat men
geboorte noemt, o grote gever, is, net als in een droom of in
een fantasie, de identificatie van een persoon in alle
opzichten.
O
most charitable Uddhava, what is called birth is simply a
person's total identification with a new body. One accepts
the new body just as one completely accepts the experience
of a dream or a fantasy as reality.
Tekst
41
En op deze
manier ziet hij, zoals in een droom of een fantasie zich niet
het voorgaande herinnerend, daarin zichzelf alsof hij geen
verleden zou hebben [*4
en B.G. 4:
5].
Just
as a person experiencing a dream or daydream does not
remember his previous dreams or daydreams, a person situated
in his present body, although having existed prior to it,
thinks that he has only recently come into being.
Tekst
42
Vanwege het
vergroven berustend bij de zinnen doet zich in deze ene
objectieve werkelijkheid deze drievoudige werkelijkheid voor
[in de kwaliteiten van een hogere, lagere geboorte of een
er tussenin] welke, zoals een persoon de verwekker van
slecht nageslacht kan zijn, het verschil van de innerlijke en
uiterlijke werkelijkheid tot gevolg heeft.
Because
the mind, which is the resting place of the senses, has
created the identification with a new body, the threefold
material variety of high, middle and low class appears as if
present within the reality of the soul. Thus the self
creates external and internal duality, just as a man might
give birth to a bad son.
Tekst
43
Want geschapen
lichamen, mijn beste, vinden en verliezen hun bestaan met de
stuwkracht van de tijd die men niet opgemerkt, die men in zijn
subtiliteit niet kan zien.
My
dear Uddhava, material bodies are constantly undergoing
creation and destruction by the force of time, whose
swiftness is imperceptible. But because of the subtle nature
of time, no one sees this.
Tekst
44
Als van de
vlammen van een kaars en de stromen van een rivier of de
vruchten van een boom zijn net zo van alle materiële
lichamen de situaties en dergelijke van de verschillende stadia
geschapen.
The
different stages of transformation of all material bodies
occur just like those of the flame of a candle, the current
of a river, or the fruits of a tree.
Tekst
45
'Dit is
dezelfde fysieke persoon' is evenzo goed een onjuiste
uitdrukking als 'dit licht dat van de lamp afstraalt is
hetzelfde' of 'dat water stromend in de rivier is hetzelfde';
dit is het denken van mensen die hun leven vergooien [zie
ook 6.16:
58,
7.6:
1-2]!
Although
the illumination of a lamp consists of innumerable rays of
light undergoing constant creation, transformation and
destruction, a person with illusory intelligence who sees
the light for a moment will speak falsely, saying, 'This is
the light of the lamp.' As one observes a flowing river,
ever-new water passes by and goes far away, yet a foolish
person, observing one point in the river, falsely states,
'This is the water of the river.' Similarly, although the
material body of a human being is constantly undergoing
transformation, those who are simply wasting their lives
falsely think and say that each particular stage of the body
is the person's real identity
Tekst
46
Zoals met het
vuur opgesloten in hout neemt hij uit het zaad van zijn
handelingen niet zijn geboorte noch komt deze persoon te
overlijden; hij heeft het bij het verkeerde
eind.
A
person does not actually take birth out of the seed of past
activities, nor, being immortal, does he die. By illusion
the living being appears to be born and to die, just as fire
in connection with firewood appears to begin and then cease
to exist.
Tekst
47
Bevruchting,
ontwikkeling in de baarmoeder, geboorte, kleutertijd,
kindertijd, jeugd, middelbare leeftijd, ouderdom en dood vormen
zo de negen staten van het lichaam.
Impregnation,
gestation, birth, infancy, childhood, youth, middle age, old
age and death are the nine ages of the body.
Tekst
48
Van het omgaan
met de geaardheden neemt iemand somtijds aan en legt hij weer
af deze voorzeker grootse en ook mindere lichamelijke
toestanden bereikt door zijn mentale strevingen.
Although
the material body is different from the self, because of the
ignorance due to material association one falsely identifies
oneself with the superior and inferior bodily conditions.
Sometimes a fortunate person is able to give up such mental
concoction.
Tekst
49
Men kan zijn
eigen geboorte en dood afleiden uit de geboorte van zijn eigen
zoon en dood van zijn eigen vader; van zelf-herinnering zijnde
is men niet langer van dat alles wat, onderhevig aan
ontwikkeling en vernietiging, wordt gekenmerkt door deze
dualiteiten.
By
the death of one's father or grandfather one can surmise
one's own death, and by the birth of one's son one can
understand the condition of one's own birth. A person who
thus realistically understands the creation and destruction
of material bodies is no longer subject to these
dualities.
Tekst
50
Hij die in
kennis van een boom zijn zaad en zijn wasdom de getuige is
losstaand van de geboorte en dood van die boom, is op dezelfde
manier de getuige die los staat van de [geboorte en dood
van] het fysieke lichaam.
One
who observes the birth of a tree from its seed and the
ultimate death of the tree after maturity certainly remains
a distinct observer separate from the tree. In the same way,
the witness of the birth and death of the material body
remains separate from it.
Tekst
51
De
onintelligente persoon die er niet in slaagt op deze manier de
persoon van de materiële natuur te onderscheiden, keert,
door dat kontakt met de werkelijkheid volledig verbijsterd,
terug naar de materiële oceaan [zie ook B.G.
9:
21-22 en
1.7:
5].
An
unintelligent man, failing to distinguish himself from
material nature, thinks nature to be real. By contact with
it he becomes completely bewildered and enters into the
cycle of material existence.
Tekst
52
In samenhang
met de geaardheid goedheid gaat hij naar gelang zijn karma naar
de wijzen en de goden, met de geaardheid hartstocht gaat hij
naar de mensen en de onverlichte zielen [of demonisch
bezetenen] en met de geaardheid der duisternis gaat hij
naar de geesten en het dierenrijk [zie ook B.G.
6.41-42,
9.25;
17:
4].
Made
to wander because of his fruitive work, the conditioned
soul, by contact with the mode of goodness, takes birth
among the sages or demigods. By contact with the mode of
passion he becomes a demon or human being, and by
association with the mode of ignorance he takes birth as a
ghost or in the animal kingdom.
Tekst
53
Precies zoals
met het gadeslaan van dansende en zingende personen men er toe
komt ze na te doen, wordt op dezelfde manier de afgewende
[de ziel], in zijn intelligentie geplaatst voor de
kwaliteiten der geaardheden, er niettemin toe aangezet ze te
volgen [zie ook 11.21:
19-21].
Just
as one may imitate persons whom one sees dancing and
singing, similarly the soul, although never the doer of
material activities, becomes captivated by material
intelligence and is thus forced to imitate its
qualities.
Tekst
54-55
Zoals bomen
bewegen met het water dat ook beweegt en de aarde lijkt rond te
draaien met ogen die rond draaien, is de ervaring van de
mentale indrukken van de zinsobjecten niet werkelijk aangezien
zij drogbeelden zijn als de dingen die men ziet in een droom,
zoals het ook het geval is met het materiële leven van de
ziel [d.w.z. het verkeerde leven dat moet worden gemeden
door de wijzen].
The
soul's material life, his experience of sense gratification,
is actually false, O descendant of Das'ârha, just like
trees' appearance of quivering when the trees are reflected
in agitated water, or like the earth's appearance of
spinning due to one's spinning his eyes around, or like the
world of a fantasy or dream.
Tekst
56
Voor degene die
mediteert op de zinsobjecten houdt het materiële bestaan,
ookal is het afwezig [ofwel dat men als een ziel niet de
materie is], niet op, precies zoals de onaangename dingen
niet ophouden die in een droom naar voren
treden[*5].
For
one who is meditating on sense gratification, material life,
although lacking factual existence, does not go away, just
as the unpleasant experiences of a dream do not.
Tekst
57
Daarom Uddhava,
schep geen behagen in de zinsobjecten die onwaar zijn met de
zintuigen, zie hoe gebaseerd op de illusie van de
materiële dualiteit men faalt in de realisatie van de
ziel.
Therefore,
O Uddhava, do not try to enjoy sense gratification with the
material senses. See how illusion based on material
dualities prevents one from realizing the self.
Tekst
58-59
Als men
beledigd, verwaarloosd, belachelijk gemaakt of benijd wordt
door slechte mensen, of anderszins de middelen van bestaan
ontzegd worden, men bestraft of vastbindt; of men bij herhaling
wordt bespuwd of ondergeplast wordt door onwetende mensen,
behoort hij die zich het Allerhoogste wenst aldus geschokt in
moeilijkheden verkerend, zichzelf te redden door zijn toevlucht
te nemen tot zijn essentie [zie ook 5.5:
30].'
Even
though neglected, insulted, ridiculed or envied by bad men,
or even though repeatedly agitated by being beaten, tied up
or deprived of one's occupation, spat upon or polluted with
urine by ignorant people, one who desires the highest goal
in life should in spite of all these difficulties use his
intelligence to keep himself safe on the spiritual
platform.
Tekst
60
S'rî
Uddhava zei: 'Hoe hou ik dat in gedachten, alsJeblieft, o Beste
Aller Sprekers, zeg ons dat.
S'rî
Uddhava said: O best of all speakers, please explain to me
how I may properly understand this.
Tekst
61
De aanvallen
van andere mensen op mijzelf is wat ik het allermoeilijkst
vindt; behalve voor hen dan die gefixeerd in Jouw dharma in
vrede verwijlen aan Jouw lotusvoeten, is zelfs voor de
geschoolden, o Ziel van het Universum, zonder twijfel de
materiële conditionering het sterkst.'
O
soul of the universe, the conditioning of one's personality
in material life is very strong, and therefore it is very
difficult even for learned men to tolerate the offenses
committed against them by ignorant people. Only Your
devotees, who are fixed in Your loving service and who have
achieved peace by residing at Your lotus feet, are able to
tolerate such offenses.
*:
Twee voorbeelden: potten zijn gemaakt van aarde die er bestond
als een voorgaand element of behoren tot het gruis dat er was
als een latere substantie, of anders nam de tijd ze als een
ander element allen tezamen door in ze door te dringen. Of de
elementen van de natuur verschenen zich uitbreidend in de
ruimte die aan hen vooraf ging en alle behoren ze tot de
fysieke vorm die naderhand tot stand kwam, en de vitale adem
ging ze allen binnen als een ander element.
**:
De paramparâ voegt hier toe: 'S'rî Caitanya
Mahâprabhu beschreef de eigenlijke situatie als
acintya-bhedâbheda-tattva - de hoogste genieter en
de beheerste levende wezens zijn gelijktijdig één
en verschillend. In de materiële geaardheid goedheid wordt
de eenheid waargenomen. Als men dan vordert, tot het stadium
vis'uddha-sattva, of gezuiverde spirituele goedheid,
vindt men geestelijke verscheidenheid in de kwalitatieve
eenheid, waarmee men zijn kennis van de Absolute Waarheid
vervolmaakt' [zie ook siddhânta].
***:
Om de basistermen in dit hoofdstuk gebruikt van elkaar te
onderscheiden: Prakriti is de materiële natuur met
haar levende wezens en guna's, pradhâna is de
voorwereldlijke, ongedifferentieerde staat van de materie,
zonder de specifieke schepselen en guna's en de
mahat-tattva vormt de totaliteit van de grotere
werkelijkheid van dat alles, die ook wel bekend staat als het
principe van het intellect of de kosmische intelligentie. De
purusha is de oorspronkelijke persoon die de genieter
is: de Heer en de levende wezens die qua kwaliteit hetzelfde
zijn.
*4:
Naar de welbekende uitzondering die de regel bevestigt stelt
S'rîla Vis'vanâtha Cakravartî Thhâkura
hier dat met de mystieke macht van jâti-smara men
zich zijn voorgaande geboorte kan herinneren. Patañjali
in de Yoga Sutra III.18 zegt: 'In de waarneming van de
subliminale impressies of samskâra's is er de
kennis van een voorgaand leven'.
*5:
Het klassieke filosofische standpunt hier verdedigd is: 'Als
men een lichaam heeft is men een ziel, als men een lichaam is
is men een varken', waar het varken hier de gevallen ziel is
die telkens weer terug keert naar een materialistisch
bestaan.
