
Bronteksten
(geen voorgaande versie in he Nederlands beschikbaar):
The
Three Modes of Nature and Beyond
Tekst
1:
De Opperheer
zei: 'O beste van alle personen, probeer dit te begrijpen wat
Ik zeg over hoe en door welke van de geaardheden der natuur in
hun zuivere staat [*]
een persoon wordt beïnvloed.
The
Supreme Personality of Godhead said: O best among men,
please listen as I describe to you how the living entity
attains a particular nature by association with individual
material modes.
Tekst
2-5
Naar de
geaardheid goedheid zijn er: gelijkmoedigheid, zinsbeheersing,
tolerantie, onderscheidingsvermogen, boetvaardigheid,
waarachtigheid, mededogen, heugenis, tevredenheid, verzaking,
begeerteloosheid, gelovigheid, bescheidenheid en het genoegen
vinden in zichzelf. Naar de geaardheid hartstocht zijn er:
lusten, onderneming, zelfmisleiding, ongenoegen, hoogmoed, de
hang naar zegeningen, partijdigheid, zinsbevrediging,
overhaasten, hang naar lof, hoon, machtsvertoon en straffen met
harde hand. Naar de geaardheid onwetendheid zijn er:
intolerantie, hebzucht, bedrieglijkheid, geweld, aandacht
vragen [bij vrouwen m.n.], huichelarij, lusteloosheid,
ruzie, weeklagen, begoocheling, het lijden onder depressies,
laksheid, valse verwachtingen, angst en indolentie. Dezen, de
een na de ander beschreven, maken het leeuwendeel uit van de
functies der geaardheden; verneem nu over hun combinaties
[zie ook B.G. 14].
Mind
and sense control, tolerance, discrimination, sticking to
one's prescribed duty, truthfulness, mercy, careful study of
the past and future, satisfaction in any condition,
generosity, renunciation of sense gratification, faith in
the spiritual master, being embarrassed at improper action,
charity, simplicity, humbleness and satisfaction within
oneself are qualities of the mode of goodness. Material
desire, great endeavor, audacity, dissatisfaction even in
gain, false pride, praying for material advancement,
considering oneself different and better than others, sense
gratification, rash eagerness to fight, a fondness for
hearing oneself praised, the tendency to ridicule others,
advertising one's own prowess and justifying one's actions
by one's strength are qualities of the mode of passion.
Intolerant anger, stinginess, speaking without scriptural
authority, violent hatred, living as a parasite, hypocrisy,
chronic fatigue, quarrel, lamentation, delusion,
unhappiness, depression, sleeping too much, false
expectations, fear and laziness constitute the major
qualities of the mode of ignorance. Now please hear about
the combination of these three modes.
Tekst
6
(6)
O Uddhava, de alledaagse handelingen in de geest van 'ik' en
'mijn' zijn er zo van hun combinatie, net zoals de activiteiten
van de geest, de zinnen, hun voorwerpen en de vormen van de
levensadem er zijn als een combinatie van hen [zie ook
11.23:
49,
11.24:
7,
11.24:
13].
(7)
Als een persoon verankerd is in religiositeit, economische
ontwikkeling en zinsbevrediging brengt ieder van de geaardheden
zich onderling vermengend hierbij het geloof, de weelde en het
plezier met zich mee.
My
dear Uddhava, the combination of all three modes is present
in the mentality of 'I' and 'mine.' The ordinary
transactions of this world, which are carried out through
the agency of the mind, the objects of perception, the
senses and the vital airs of the physical body, are also
based on the combination of the modes.
Tekst
7
Als een persoon
verankerd is in religiositeit, economische ontwikkeling en
zinsbevrediging brengt ieder van de geaardheden zich onderling
vermengend hierbij het geloof, de weelde en het plezier met
zich mee.
When
a person devotes himself to religiosity, economic
development and sense gratification, the faith, wealth and
sensual enjoyment obtained by his endeavors display the
interaction of the three modes of nature.
Tekst
8
Als een persoon
in het gezinsleven uitblinkt in toewijding [rajas] op
het pad van het materiële genoegen [tamas] en
later gevestigd raakt in religiositeit [sattva] is dit
waarlijk een combinatie van de geaardheden.
When
a man desires sense gratification, being attached to family
life, and when he consequently becomes established in
religious and occupational duties, the combination of the
modes of nature is manifest.
Tekst
9
Uit een persoon
zijn kalmte kan worden afgeleid dat hij begaan is met de
goedheid, uit zijn lust dat hij van de hartstocht is en uit
zijn woede dat hij in de greep verkeert van de onwetendheid.
A
person exhibiting qualities such as self-control is
understood to be predominantly in the mode of goodness.
Similarly, a passionate person is recognized by his lust,
and one in ignorance is recognized by qualities such as
anger.
Tekst
10
Als men Mij
aanbidt met toewijding onafhankelijk van de resultaten behoort
een dergelijke man, of even zo goed een dergelijke vrouw, te
worden verstaan als zijnde van de geaardheid
goedheid.
Any
person, whether man or woman, who worships Me with loving
devotion, offering his or her prescribed duties unto Me
without material attachment, is understood to be situated in
goodness.
Tekst
11
Als men Mij
aanbidt in de hoop op zegeningen moet dat worden begrepen als
zijnde van de geaardheid hartstocht, en met de bedoeling schade
toe te brengen als zijnde van de onwetendheid [zie ook B.G.
17:
20-22].
When
a person worships Me by his prescribed duties with the hope
of gaining material benefit, his nature should be understood
to be in passion, and one who worships Me with the desire to
commit violence against others is in ignorance.
Tekst
12
De geaardheden
van sattva, tamas en rajas hebben zo betrekking op de
individuele ziel en niet op Mij; men is aan hen gebonden daar
zij, in de geest zich opwerpend, leiden tot de gehechtheid aan
materiële effecten [zie ook B.G. 4:
14].
The
three modes of material nature - goodness, passion and
ignorance - influence the living entity but not Me.
Manifesting within his mind, they induce the living entity
to become attached to material bodies and other created
objects. In this way the living entity is bound up.
Tekst
13
Als de
geaardheid goedheid - welke zuiver is, van het licht en
goedgunstig - heerst over de anderen, zal een man gezegend zijn
met geluk, religiositeit, kennis en andere goede eigenschappen
[zie ook B.G. 14:
11,
18:
37].
When
the mode of goodness, which is luminous, pure and
auspicious, predominates over passion and ignorance, a man
becomes endowed with happiness, virtue, knowledge and other
good qualities.
Tekst
14
Als de
hartstocht het wint van zowel de goedheid als de traagheid
raakt men, dan van de gehechtheid, het partijdige en de
verandering zijnde, gevangen in baatzuchtige arbeid, het hebben
van een goede naam en het welvarend zijnd [zie ook B.G.
14:
12,
18:
38].
When
the mode of passion, which causes attachment, separatism and
activity, conquers ignorance and goodness, a man begins to
work hard to acquire prestige and fortune. Thus in the mode
of passion he experiences anxiety and struggle.
Tekst
15
Als de
duisternis de hartstocht en de goedheid overvleugelt is iemands
onderscheidingsvermogen verslagen, iemand in zijn bewustzijn
overdekt, verliest men zijn initiatief en beland men in het
weeklagen en de verbijstering, met teveel slapen, geweld en
valse verwachtingen [zie ook B.G. 14:
13,
18:
39].
When
the mode of ignorance conquers passion and goodness, it
covers one's consciousness and makes one foolish and dull.
Falling into lamentation and illusion, a person in the mode
of ignorance sleeps excessively, indulges in false hopes,
and displays violence toward others.
Tekst
16
Als de geest
opheldert en de zinnen niet langer afleiden is er
onbevreesdheid met het lichaam en onthechting van de geest; ken
dat als de goedheid van Mijn positie.
When
consciousness becomes clear and the senses are detached from
matter, one experiences fearlessness within the material
body and detachment from the material mind. You should
understand this situation to be the predominance of the mode
of goodness, in which one has the opportunity to realize
Me.
Tekst
17
De hartstocht
moet je herkennen aan deze symptomen: de intelligentie is
verstoord door te veel drukte, men slaagt er niet in zich los
te maken van zijn zintuigen, men is niet op zijn gemak met het
eigen lichaam en de geest is wispelturig.
You
should discern the mode of passion by its symptoms - the
distortion of the intelligence because of too much activity,
the inability of the perceiving senses to disentangle
themselves from mundane objects, an unhealthy condition of
the working physical organs, and the unsteady perplexity of
the mind.
Tekst
18
Falen in de
hogere functies van het bewustzijn, versuffen, zich niet kunnen
concentreren, de geest teloor zien gaan, in het duister tasten
en neerslachtig zijn moet je begrijpen als zijnde van de
geaardheid onwetendheid.
When
one's higher awareness fails and finally disappears and one
is thus unable to concentrate his attention, his mind is
ruined and manifests ignorance and depression. You should
understand this situation to be the predominance of the mode
of ignorance.
Tekst
19
Met het naar
voren treden van de geaardheid goedheid neemt de kracht van de
goddelijken toe, met de toename van hartstocht winnen de
onverlichte zielen aan kracht en als de geaardheid onwetendheid
toeneemt, o Uddhava, treedt de wildeman naar voren.
(
With
the increase of the mode of goodness, the strength of the
demigods similarly increases. When passion increases, the
demoniac become strong. And with the rise of ignorance, O
Uddhava, the strength of the most wicked increases.
Tekst
20
Weet dat de
bewustzijnstoestand van het waken er is bij genade van de
geaardheid goedheid, dat slaap een aanduiding vormt voor de
hartstocht, dat de diepe slaap er is met de onwetendheid van
het levende wezen, terwijl de vierde staat [het
transcendentale] de drie doordringt [zie ook
7.7:
25 en B.G.
6:
16].
It
should be understood that alert wakefulness comes from the
mode of goodness, sleep with dreaming from the mode of
passion, and deep, dreamless sleep from the mode of
ignorance. The fourth state of consciousness pervades these
three and is transcendental.
Tekst
21
Met de
geaardheid goedheid klimmen personen hoger en hoger op, met de
geaardheid onwetendheid gaat men met het hoofd naar beneden
lager en lager en met de geaardheid hartstocht blijft men er
tussenin hangen [zie ook B.G. 6:
45,
16:
19].
Learned
persons dedicated to Vedic culture are elevated by the mode
of goodness to higher and higher positions. The mode of
ignorance, on the other hand, forces one to fall headfirst
into lower and lower births. And by the mode of passion one
continues transmigrating through human bodies.
Tekst
22
Zij die sterven
in de geaardheid goedheid gaan naar de hemel, zij die in
hartstocht sterven gaan naar de wereld der mensen en zij die
sterven in onwetendheid gaan naar de hel; zij echter die vrij
zijn van de geaardheden gaan naar Mij [zie ook B.G.
9:
25,
14:
18].
(
Those
who leave this world in the mode of goodness go to the
heavenly planets, those who pass away in the mode of passion
remain in the world of human beings, and those dying in the
mode of ignorance must go to hell. But those who are free
from the influence of all modes of nature come to Me.
Tekst
23
Werk
plichtmatig gedaan als een offer aan Mij zonder de resultaten
te verlangen, verkeert in de geaardheid goedheid, werk gedaan
met het oog op een of ander resultaat verkeert in de geaardheid
hartstocht en dat wat men doet met geweld en dergelijke
verkeert in de geaardheid onwetendheid
[17:
20-22].
Work
performed as an offering to Me, without consideration of the
fruit, is considered to be in the mode of goodness. Work
performed with a desire to enjoy the results is in the mode
of passion. And work impelled by violence and envy is in the
mode of ignorance.
Tekst
24
Kennis in de
geaardheid goedheid is emancipatoir [van de
verlichting], van de hartstocht is men meningen toegedaan
en in onwetendheid is men materialistisch van overtuiging
terwijl de spirituele kennis op Mij geconcentreerd wordt
beschouwd als zijnde vrij van de geaardheden [zie ook
6.14:
2].
Absolute
knowledge is in the mode of goodness, knowledge based on
duality is in the mode of passion, and foolish,
materialistic knowledge is in the mode of ignorance.
Knowledge based upon Me, however, is understood to be
transcendental.
Tekst
25
Als men zijn
verblijf heeft in het woud [men een kluizenaar is] is
men van de geaardheid goedheid, als men onder de mensen
verblijft [familie] is men van de hartstocht zo zegt
men, en als men zich ophoudt in een gokhuis is men van de
geaardheid onwetendheid, maar Mijn verblijf bevindt zich boven
de geaardheden [zie ook 7.12:
22,
11.18:
25].
Residence
in the forest is in the mode of goodness, residence in a
town is in the mode of passion, residence in a gambling
house displays the quality of ignorance, and residence in a
place where I reside is transcendental.
Tekst
26
Een werker vrij
van gehechtheid is van de geaardheid goedheid, verblind door
persoonlijke verlangens is men een man van de hartstocht, en
als iemand die tewerk gaat in onwetendheid wordt hij beschouwd
die weg viel van de heugenis [zie 11.22:
38-39];
hij die bij Mij zijn toevlucht heeft gezocht [echter]
is vrij van de geaardheden.
A
worker free of attachment is in the mode of goodness, a
worker blinded by personal desire is in the mode of passion,
and a worker who has completely forgotten how to tell right
from wrong is in the mode of ignorance. But a worker who has
taken shelter of Me is understood to be transcendental to
the modes of nature.
Tekst
27
Van de ziel
verkeert het geloof in de goedheid, maar van de hartstocht is
het geloof in vruchtdragend handelen; areligieus is van de
geaardheid onwetendheid, maar dat geloof dat Mij ten dienst
staat is transcendentaal aan de geaardheden.
Faith
directed toward spiritual life is in the mode of goodness,
faith rooted in fruitive work is in the mode of passion,
faith residing in irreligious activities is in the mode of
ignorance, but faith in My devotional service is purely
transcendental.
Tekst
28
Goedgunstig,
zuiver en zonder moeite verkregen wordt voedsel beschouwd als
zijnde van de geaardheid goedheid, [sterk] appellerend
aan de zintuigen is het van de geaardheid hartstocht en als
zijnde van de onwetendheid beschouwt men onzuivere voeding die
iemand doet lijden [zie ook B.G. 17:
7-10].
Food
that is wholesome, pure and obtained without difficulty is
in the mode of goodness, food that gives immediate pleasure
to the senses is in the mode of passion, and food that is
unclean and causes distress is in the mode of
ignorance.
Tekst
29
Geluk ontleend
aan de ziel is van de geaardheid goedheid maar opgewekt door
zinsobjecten is het van de hartstocht; van de geaardheid
onwetendheid ontleent men zijn geluk aan misvatting en
ontaarding, maar het geluk vrij van de geaardheden wordt in Mij
gevonden [zie 11.15:
17 & B.G.
5:
21, maar ook
6:
7].
Happiness
derived from the self is in the mode of goodness, happiness
based on sense gratification is in the mode of passion, and
happiness based on delusion and degradation is in the mode
of ignorance. But that happiness found within Me is
transcendental.
Tekst
30
En aldus
behoren al dezen van de substantie, de plaats, de vrucht, de
tijd, de kennis, de handeling, degene die handelt, het geloof,
de staat van bewustzijn en de bestaansvormen en
levensbestemmingen, tot de drie guna's.
Therefore
material substance, place, result of activity, time,
knowledge, work, the performer of work, faith, state of
consciousness, species of life and destination after death
are all based on the three modes of material nature.
Tekst
31
Alle staten van
bewustzijn, of men ze nu zag, hoorde of zich met zijn
intelligentie voor de geest haalde, worden, samengesteld uit de
guna's, ingesteld en gehandhaafd door de genieter subtiel van
aard, o beste onder de mannen [zie ook linga].
O
best of human beings, all states of material being are
related to the interaction of the enjoying soul and material
nature. Whether seen, heard of or only conceived within the
mind, they are without exception constituted of the modes of
nature.
Tekst
32
Het individu
door wie, o zachtgeaarde, deze geaardheden der natuur worden
overwonnen - die in samenhang met het karma als opeenvolgende
stadia van het bestaan van een levend wezen als [deze drie
groepen van] kwaliteiten zich manifesteren in de geest -
bereikt, in de bhakti-yoga Mij toegewijd, zijn doel door de
liefde die hij voor Mij heeft.
O
gentle Uddhava, all these different phases of conditioned
life arise from work born of the modes of material nature.
The living entity who conquers these modes, manifested from
the mind, can dedicate himself to Me by the process of
devotional service and thus attain pure love for Me.
Tekst
33
Daarom moeten,
met het verworven hebben van dit lichaam, deze bron van kennis
en wijsheid, zij die slim zijn in het aanbidden van Mij het van
zich afschudden part of deel te hebben aan de geaardheden.
Therefore,
having achieved this human form of life, which allows one to
develop full knowledge, those who are intelligent should
free themselves from all contamination of the modes of
nature and engage exclusively in loving service to
Me.
Tekst
34
De wijze, de
man van scholing, moet, vrij van dat deel hebben aan, zonder
verbijstering zijn zinnen onderworpen hebbend, in dienst
staande van de goedheid de hartstocht en de onwetendheid
overwinnen.
A
wise sage, free from all material association and
unbewildered, should subdue his senses and worship Me. He
should conquer the modes of passion and ignorance by
engaging himself only with things in the mode of
goodness.
Tekst
35
In verbinding
staand moet hij ook, vrij van het afhankelijk ervan zijn, de
goedheid overwinnen zodat hij, met zijn intelligentie tot vrede
in het verlost zijn van de guna's, Mij bereikt met het als een
individuele ziel opgeven van de oorzaak van zijn
geconditioneerd zijn.
Then,
being fixed in devotional service, the sage should also
conquer the material mode of goodness by indifference toward
the modes. Thus pacified within his mind, the spirit soul,
freed from the modes of nature, gives up the very cause of
his conditioned life and attains Me.
Tekst
36
Het levende
wezen, als een individuele ziel door Mij aldus bevrijd uit de
geaardheden der natuur die zich in zijn geest nestelden, is zo,
door de Absolute Waarheid, volkomen en behoort noch naar het
innerlijke noch naar het uiterlijke [van het leven nog
langer] rond te dolen.'
Freed
from the subtle conditioning of the mind and from the modes
of nature born of material consciousness, the living entity
becomes completely satisfied by experiencing My
transcendental form. He no longer searches for enjoyment in
the external energy, nor does he contemplate or remember
such enjoyment within himself.
*
Het woord natuur kan letterlijk worden genomen als de
geaardheden in de zin van de seizoenen en hun bijbehorende
primaire godheden. Krishna zegt dat Vishnu, die de
oorspronkelijke beheerser boven de geaardheden is, de beste van
alle goden is [10.89:
14-17],
van de goedheid is [11.15:
15],
de zuiverste geaardheid [B.G. 14:
6],
die leidt tot de goddelijkheid die Hij is [B.G.
14:
14]
en dat van de seizoenen Hij het lenteseizoen is [B.G.
10:
35].
Als zodanig is de lente/herfst Zijn seizoen van evenwicht en de
geaardheid goedheid. Op de zelfde manier is de onbeweeglijkheid
van de koude representatief voor de geaardheid onwetendheid
beheerst door S'iva en de hyperactiviteit en hittte van de
zomer een verto0n van de geaardheid hartstocht waarover
Brahmâ heerst.
