regelbalk

 

Krishna Murâri

 

 

 

Canto 11

 

Hoofdstuk 25

 

De Drie Geaardheden der Natuur en Daarboven

(1) De Opperheer zei: 'O beste van alle personen, probeer dit te begrijpen wat Ik zeg over hoe en door welke van de geaardheden der natuur in hun zuivere staat [*] een persoon wordt beïnvloed. (2-5) Naar de geaardheid goedheid zijn er: gelijkmoedigheid, zinsbeheersing, tolerantie, onderscheidingsvermogen, boetvaardigheid, waarachtigheid, mededogen, heugenis, tevredenheid, verzaking, begeerteloosheid, gelovigheid, bescheidenheid en het genoegen vinden in zichzelf. Naar de geaardheid hartstocht zijn er: lusten, onderneming, zelfmisleiding, ongenoegen, hoogmoed, de hang naar zegeningen, partijdigheid, zinsbevrediging, overhaasten, hang naar lof, hoon, machtsvertoon en straffen met harde hand. Naar de geaardheid onwetendheid zijn er: intolerantie, hebzucht, bedrieglijkheid, geweld, aandacht vragen [bij vrouwen m.n.], huichelarij, lusteloosheid, ruzie, weeklagen, begoocheling, het lijden onder depressies, laksheid, valse verwachtingen, angst en indolentie. Dezen, de een na de ander beschreven, maken het leeuwendeel uit van de functies der geaardheden; verneem nu over hun combinaties [zie ook B.G. 14]. (6) O Uddhava, de alledaagse handelingen in de geest van 'ik' en 'mijn' zijn er zo van hun combinatie, net zoals de activiteiten van de geest, de zinnen, hun voorwerpen en de vormen van de levensadem er zijn als een combinatie van hen [zie ook 11.23: 49, 11.24: 7, 11.24: 13]. (7) Als een persoon verankerd is in religiositeit, economische ontwikkeling en zinsbevrediging brengt ieder van de geaardheden zich onderling vermengend hierbij het geloof, de weelde en het plezier met zich mee. (8) Als een persoon in het gezinsleven uitblinkt in toewijding [rajas] op het pad van het materiële genoegen [tamas] en later gevestigd raakt in religiositeit [sattva] is dit waarlijk een combinatie van de geaardheden. (9) Uit een persoon zijn kalmte kan worden afgeleid dat hij begaan is met de goedheid, uit zijn lust dat hij van de hartstocht is en uit zijn woede dat hij in de greep verkeert van de onwetendheid. (10) Als men Mij aanbidt met toewijding onafhankelijk van de resultaten behoort een dergelijke man, of even zo goed een dergelijke vrouw, te worden verstaan als zijnde van de geaardheid goedheid. (11) Als men Mij aanbidt in de hoop op zegeningen moet dat worden begrepen als zijnde van de geaardheid hartstocht, en met de bedoeling schade toe te brengen als zijnde van de onwetendheid [zie ook B.G. 17: 20-22]. (12) De geaardheden van sattva, tamas en rajas hebben zo betrekking op de individuele ziel en niet op Mij; men is aan hen gebonden daar zij, in de geest zich opwerpend, leiden tot de gehechtheid aan materiële effecten [zie ook B.G. 4: 14]. (13) Als de geaardheid goedheid - welke zuiver is, van het licht en goedgunstig - heerst over de anderen, zal een man gezegend zijn met geluk, religiositeit, kennis en andere goede eigenschappen [zie ook B.G. 14: 11, 18: 37]. (14) Als de hartstocht het wint van zowel de goedheid als de traagheid raakt men, dan van de gehechtheid, het partijdige en de verandering zijnde, gevangen in baatzuchtige arbeid, het hebben van een goede naam en het welvarend zijnd [zie ook B.G. 14: 12, 18: 38]. (15) Als de duisternis de hartstocht en de goedheid overvleugelt is iemands onderscheidingsvermogen verslagen, iemand in zijn bewustzijn overdekt, verliest men zijn initiatief en beland men in het weeklagen en de verbijstering, met teveel slapen, geweld en valse verwachtingen [zie ook B.G. 14: 13, 18: 39]. (16) Als de geest opheldert en de zinnen niet langer afleiden is er onbevreesdheid met het lichaam en onthechting van de geest; ken dat als de goedheid van Mijn positie. (17) De hartstocht moet je herkennen aan deze symptomen: de intelligentie is verstoord door te veel drukte, men slaagt er niet in zich los te maken van zijn zintuigen, men is niet op zijn gemak met het eigen lichaam en de geest is wispelturig. (18) Falen in de hogere functies van het bewustzijn, versuffen, zich niet kunnen concentreren, de geest teloor zien gaan, in het duister tasten en neerslachtig zijn moet je begrijpen als zijnde van de geaardheid onwetendheid. (19) Met het naar voren treden van de geaardheid goedheid neemt de kracht van de goddelijken toe, met de toename van hartstocht winnen de onverlichte zielen aan kracht en als de geaardheid onwetendheid toeneemt, o Uddhava, treedt de wildeman naar voren. (20) Weet dat de bewustzijnstoestand van het waken er is bij genade van de geaardheid goedheid, dat slaap een aanduiding vormt voor de hartstocht, dat de diepe slaap er is met de onwetendheid van het levende wezen, terwijl de vierde staat [het transcendentale] de drie doordringt [zie ook 7.7: 25 en B.G. 6: 16]. (21) Met de geaardheid goedheid klimmen personen hoger en hoger op, met de geaardheid onwetendheid gaat men met het hoofd naar beneden lager en lager en met de geaardheid hartstocht blijft men er tussenin hangen [zie ook B.G. 6: 45, 16: 19]. (22) Zij die sterven in de geaardheid goedheid gaan naar de hemel, zij die in hartstocht sterven gaan naar de wereld der mensen en zij die sterven in onwetendheid gaan naar de hel; zij echter die vrij zijn van de geaardheden gaan naar Mij [zie ook B.G. 9: 25, 14: 18]. (23) Werk plichtmatig gedaan als een offer aan Mij zonder de resultaten te verlangen, verkeert in de geaardheid goedheid, werk gedaan met het oog op een of ander resultaat verkeert in de geaardheid hartstocht en dat wat men doet met geweld en dergelijke verkeert in de geaardheid onwetendheid [17: 20-22]. (24) Kennis in de geaardheid goedheid is emancipatoir [van de verlichting], van de hartstocht is men meningen toegedaan en in onwetendheid is men materialistisch van overtuiging terwijl de spirituele kennis op Mij geconcentreerd wordt beschouwd als zijnde vrij van de geaardheden [zie ook 6.14: 2]. (25) Als men zijn verblijf heeft in het woud [men een kluizenaar is] is men van de geaardheid goedheid, als men onder de mensen verblijft [familie] is men van de hartstocht zo zegt men, en als men zich ophoudt in een gokhuis is men van de geaardheid onwetendheid, maar Mijn verblijf bevindt zich boven de geaardheden [zie ook 7.12: 22, 11.18: 25]. (26) Een werker vrij van gehechtheid is van de geaardheid goedheid, verblind door persoonlijke verlangens is men een man van de hartstocht, en als iemand die tewerk gaat in onwetendheid wordt hij beschouwd die weg viel van de heugenis [zie 11.22: 38-39]; hij die bij Mij zijn toevlucht heeft gezocht [echter] is vrij van de geaardheden. (27) Van de ziel verkeert het geloof in de goedheid, maar van de hartstocht is het geloof in vruchtdragend handelen; areligieus is van de geaardheid onwetendheid, maar dat geloof dat Mij ten dienst staat is transcendentaal aan de geaardheden. (28) Goedgunstig, zuiver en zonder moeite verkregen wordt voedsel beschouwd als zijnde van de geaardheid goedheid, [sterk] appellerend aan de zintuigen is het van de geaardheid hartstocht en als zijnde van de onwetendheid beschouwt men onzuivere voeding die iemand doet lijden [zie ook B.G. 17: 7-10]. (29) Geluk ontleend aan de ziel is van de geaardheid goedheid maar opgewekt door zinsobjecten is het van de hartstocht; van de geaardheid onwetendheid ontleent men zijn geluk aan misvatting en ontaarding, maar het geluk vrij van de geaardheden wordt in Mij gevonden [zie 11.15: 17 & B.G. 5: 21, maar ook 6: 7].

(30) En aldus behoren al dezen van de substantie, de plaats, de vrucht, de tijd, de kennis, de handeling, degene die handelt, het geloof, de staat van bewustzijn en de bestaansvormen en levensbestemmingen, tot de drie guna's. (31) Alle staten van bewustzijn, of men ze nu zag, hoorde of zich met zijn intelligentie voor de geest haalde, worden, samengesteld uit de guna's, ingesteld en gehandhaafd door de genieter subtiel van aard, o beste onder de mannen [zie ook linga]. (32) Het individu door wie, o zachtgeaarde, deze geaardheden der natuur worden overwonnen - die in samenhang met het karma als opeenvolgende stadia van het bestaan van een levend wezen als [deze drie groepen van] kwaliteiten zich manifesteren in de geest - bereikt, in de bhakti-yoga Mij toegewijd, zijn doel door de liefde die hij voor Mij heeft. (33) Daarom moeten, met het verworven hebben van dit lichaam, deze bron van kennis en wijsheid, zij die slim zijn in het aanbidden van Mij het van zich afschudden part of deel te hebben aan de geaardheden. (34) De wijze, de man van scholing, moet, vrij van dat deel hebben aan, zonder verbijstering zijn zinnen onderworpen hebbend, in dienst staande van de goedheid de hartstocht en de onwetendheid overwinnen. (35) In verbinding staand moet hij ook, vrij van het afhankelijk ervan zijn, de goedheid overwinnen zodat hij, met zijn intelligentie tot vrede in het verlost zijn van de guna's, Mij bereikt met het als een individuele ziel opgeven van de oorzaak van zijn geconditioneerd zijn. (36) Het levende wezen, als een individuele ziel door Mij aldus bevrijd uit de geaardheden der natuur die zich in zijn geest nestelden, is zo, door de Absolute Waarheid, volkomen en behoort noch naar het innerlijke noch naar het uiterlijke [van het leven nog langer] rond te dolen.'

 

 next        

 
 

 

 

Bronteksten (geen voorgaande versie in he Nederlands beschikbaar):

The Three Modes of Nature and Beyond

 

Tekst 1:

De Opperheer zei: 'O beste van alle personen, probeer dit te begrijpen wat Ik zeg over hoe en door welke van de geaardheden der natuur in hun zuivere staat [*] een persoon wordt beïnvloed.

The Supreme Personality of Godhead said: O best among men, please listen as I describe to you how the living entity attains a particular nature by association with individual material modes.

  

Tekst 2-5

Naar de geaardheid goedheid zijn er: gelijkmoedigheid, zinsbeheersing, tolerantie, onderscheidingsvermogen, boetvaardigheid, waarachtigheid, mededogen, heugenis, tevredenheid, verzaking, begeerteloosheid, gelovigheid, bescheidenheid en het genoegen vinden in zichzelf. Naar de geaardheid hartstocht zijn er: lusten, onderneming, zelfmisleiding, ongenoegen, hoogmoed, de hang naar zegeningen, partijdigheid, zinsbevrediging, overhaasten, hang naar lof, hoon, machtsvertoon en straffen met harde hand. Naar de geaardheid onwetendheid zijn er: intolerantie, hebzucht, bedrieglijkheid, geweld, aandacht vragen [bij vrouwen m.n.], huichelarij, lusteloosheid, ruzie, weeklagen, begoocheling, het lijden onder depressies, laksheid, valse verwachtingen, angst en indolentie. Dezen, de een na de ander beschreven, maken het leeuwendeel uit van de functies der geaardheden; verneem nu over hun combinaties [zie ook B.G. 14].

Mind and sense control, tolerance, discrimination, sticking to one's prescribed duty, truthfulness, mercy, careful study of the past and future, satisfaction in any condition, generosity, renunciation of sense gratification, faith in the spiritual master, being embarrassed at improper action, charity, simplicity, humbleness and satisfaction within oneself are qualities of the mode of goodness. Material desire, great endeavor, audacity, dissatisfaction even in gain, false pride, praying for material advancement, considering oneself different and better than others, sense gratification, rash eagerness to fight, a fondness for hearing oneself praised, the tendency to ridicule others, advertising one's own prowess and justifying one's actions by one's strength are qualities of the mode of passion. Intolerant anger, stinginess, speaking without scriptural authority, violent hatred, living as a parasite, hypocrisy, chronic fatigue, quarrel, lamentation, delusion, unhappiness, depression, sleeping too much, false expectations, fear and laziness constitute the major qualities of the mode of ignorance. Now please hear about the combination of these three modes.

  

 Tekst 6

(6) O Uddhava, de alledaagse handelingen in de geest van 'ik' en 'mijn' zijn er zo van hun combinatie, net zoals de activiteiten van de geest, de zinnen, hun voorwerpen en de vormen van de levensadem er zijn als een combinatie van hen [zie ook 11.23: 49, 11.24: 7, 11.24: 13]. (7) Als een persoon verankerd is in religiositeit, economische ontwikkeling en zinsbevrediging brengt ieder van de geaardheden zich onderling vermengend hierbij het geloof, de weelde en het plezier met zich mee.

My dear Uddhava, the combination of all three modes is present in the mentality of 'I' and 'mine.' The ordinary transactions of this world, which are carried out through the agency of the mind, the objects of perception, the senses and the vital airs of the physical body, are also based on the combination of the modes.

 

 Tekst 7

Als een persoon verankerd is in religiositeit, economische ontwikkeling en zinsbevrediging brengt ieder van de geaardheden zich onderling vermengend hierbij het geloof, de weelde en het plezier met zich mee.

When a person devotes himself to religiosity, economic development and sense gratification, the faith, wealth and sensual enjoyment obtained by his endeavors display the interaction of the three modes of nature.

 

Tekst 8

Als een persoon in het gezinsleven uitblinkt in toewijding [rajas] op het pad van het materiële genoegen [tamas] en later gevestigd raakt in religiositeit [sattva] is dit waarlijk een combinatie van de geaardheden.

When a man desires sense gratification, being attached to family life, and when he consequently becomes established in religious and occupational duties, the combination of the modes of nature is manifest.

 

Tekst 9

Uit een persoon zijn kalmte kan worden afgeleid dat hij begaan is met de goedheid, uit zijn lust dat hij van de hartstocht is en uit zijn woede dat hij in de greep verkeert van de onwetendheid.

A person exhibiting qualities such as self-control is understood to be predominantly in the mode of goodness. Similarly, a passionate person is recognized by his lust, and one in ignorance is recognized by qualities such as anger.

 

Tekst 10

Als men Mij aanbidt met toewijding onafhankelijk van de resultaten behoort een dergelijke man, of even zo goed een dergelijke vrouw, te worden verstaan als zijnde van de geaardheid goedheid.

Any person, whether man or woman, who worships Me with loving devotion, offering his or her prescribed duties unto Me without material attachment, is understood to be situated in goodness.

 

 Tekst 11

Als men Mij aanbidt in de hoop op zegeningen moet dat worden begrepen als zijnde van de geaardheid hartstocht, en met de bedoeling schade toe te brengen als zijnde van de onwetendheid [zie ook B.G. 17: 20-22].

When a person worships Me by his prescribed duties with the hope of gaining material benefit, his nature should be understood to be in passion, and one who worships Me with the desire to commit violence against others is in ignorance.

 

Tekst 12

De geaardheden van sattva, tamas en rajas hebben zo betrekking op de individuele ziel en niet op Mij; men is aan hen gebonden daar zij, in de geest zich opwerpend, leiden tot de gehechtheid aan materiële effecten [zie ook B.G. 4: 14].

The three modes of material nature - goodness, passion and ignorance - influence the living entity but not Me. Manifesting within his mind, they induce the living entity to become attached to material bodies and other created objects. In this way the living entity is bound up.

 

Tekst 13

Als de geaardheid goedheid - welke zuiver is, van het licht en goedgunstig - heerst over de anderen, zal een man gezegend zijn met geluk, religiositeit, kennis en andere goede eigenschappen [zie ook B.G. 14: 11, 18: 37].

When the mode of goodness, which is luminous, pure and auspicious, predominates over passion and ignorance, a man becomes endowed with happiness, virtue, knowledge and other good qualities.

  

Tekst 14

Als de hartstocht het wint van zowel de goedheid als de traagheid raakt men, dan van de gehechtheid, het partijdige en de verandering zijnde, gevangen in baatzuchtige arbeid, het hebben van een goede naam en het welvarend zijnd [zie ook B.G. 14: 12, 18: 38].

When the mode of passion, which causes attachment, separatism and activity, conquers ignorance and goodness, a man begins to work hard to acquire prestige and fortune. Thus in the mode of passion he experiences anxiety and struggle.

 

Tekst 15

Als de duisternis de hartstocht en de goedheid overvleugelt is iemands onderscheidingsvermogen verslagen, iemand in zijn bewustzijn overdekt, verliest men zijn initiatief en beland men in het weeklagen en de verbijstering, met teveel slapen, geweld en valse verwachtingen [zie ook B.G. 14: 13, 18: 39].

When the mode of ignorance conquers passion and goodness, it covers one's consciousness and makes one foolish and dull. Falling into lamentation and illusion, a person in the mode of ignorance sleeps excessively, indulges in false hopes, and displays violence toward others.

 

 Tekst 16

Als de geest opheldert en de zinnen niet langer afleiden is er onbevreesdheid met het lichaam en onthechting van de geest; ken dat als de goedheid van Mijn positie.

When consciousness becomes clear and the senses are detached from matter, one experiences fearlessness within the material body and detachment from the material mind. You should understand this situation to be the predominance of the mode of goodness, in which one has the opportunity to realize Me.

 

Tekst 17

De hartstocht moet je herkennen aan deze symptomen: de intelligentie is verstoord door te veel drukte, men slaagt er niet in zich los te maken van zijn zintuigen, men is niet op zijn gemak met het eigen lichaam en de geest is wispelturig.

You should discern the mode of passion by its symptoms - the distortion of the intelligence because of too much activity, the inability of the perceiving senses to disentangle themselves from mundane objects, an unhealthy condition of the working physical organs, and the unsteady perplexity of the mind.

  

 Tekst 18

Falen in de hogere functies van het bewustzijn, versuffen, zich niet kunnen concentreren, de geest teloor zien gaan, in het duister tasten en neerslachtig zijn moet je begrijpen als zijnde van de geaardheid onwetendheid.

When one's higher awareness fails and finally disappears and one is thus unable to concentrate his attention, his mind is ruined and manifests ignorance and depression. You should understand this situation to be the predominance of the mode of ignorance.

 

 Tekst 19

Met het naar voren treden van de geaardheid goedheid neemt de kracht van de goddelijken toe, met de toename van hartstocht winnen de onverlichte zielen aan kracht en als de geaardheid onwetendheid toeneemt, o Uddhava, treedt de wildeman naar voren. (

With the increase of the mode of goodness, the strength of the demigods similarly increases. When passion increases, the demoniac become strong. And with the rise of ignorance, O Uddhava, the strength of the most wicked increases.

 

Tekst 20

Weet dat de bewustzijnstoestand van het waken er is bij genade van de geaardheid goedheid, dat slaap een aanduiding vormt voor de hartstocht, dat de diepe slaap er is met de onwetendheid van het levende wezen, terwijl de vierde staat [het transcendentale] de drie doordringt [zie ook 7.7: 25 en B.G. 6: 16].

It should be understood that alert wakefulness comes from the mode of goodness, sleep with dreaming from the mode of passion, and deep, dreamless sleep from the mode of ignorance. The fourth state of consciousness pervades these three and is transcendental.

 

 Tekst 21

Met de geaardheid goedheid klimmen personen hoger en hoger op, met de geaardheid onwetendheid gaat men met het hoofd naar beneden lager en lager en met de geaardheid hartstocht blijft men er tussenin hangen [zie ook B.G. 6: 45, 16: 19].

Learned persons dedicated to Vedic culture are elevated by the mode of goodness to higher and higher positions. The mode of ignorance, on the other hand, forces one to fall headfirst into lower and lower births. And by the mode of passion one continues transmigrating through human bodies.

 

 Tekst 22

Zij die sterven in de geaardheid goedheid gaan naar de hemel, zij die in hartstocht sterven gaan naar de wereld der mensen en zij die sterven in onwetendheid gaan naar de hel; zij echter die vrij zijn van de geaardheden gaan naar Mij [zie ook B.G. 9: 25, 14: 18]. (

Those who leave this world in the mode of goodness go to the heavenly planets, those who pass away in the mode of passion remain in the world of human beings, and those dying in the mode of ignorance must go to hell. But those who are free from the influence of all modes of nature come to Me.

 

Tekst 23

Werk plichtmatig gedaan als een offer aan Mij zonder de resultaten te verlangen, verkeert in de geaardheid goedheid, werk gedaan met het oog op een of ander resultaat verkeert in de geaardheid hartstocht en dat wat men doet met geweld en dergelijke verkeert in de geaardheid onwetendheid [17: 20-22].

Work performed as an offering to Me, without consideration of the fruit, is considered to be in the mode of goodness. Work performed with a desire to enjoy the results is in the mode of passion. And work impelled by violence and envy is in the mode of ignorance.

 

Tekst 24

Kennis in de geaardheid goedheid is emancipatoir [van de verlichting], van de hartstocht is men meningen toegedaan en in onwetendheid is men materialistisch van overtuiging terwijl de spirituele kennis op Mij geconcentreerd wordt beschouwd als zijnde vrij van de geaardheden [zie ook 6.14: 2].

Absolute knowledge is in the mode of goodness, knowledge based on duality is in the mode of passion, and foolish, materialistic knowledge is in the mode of ignorance. Knowledge based upon Me, however, is understood to be transcendental.

 

Tekst 25

Als men zijn verblijf heeft in het woud [men een kluizenaar is] is men van de geaardheid goedheid, als men onder de mensen verblijft [familie] is men van de hartstocht zo zegt men, en als men zich ophoudt in een gokhuis is men van de geaardheid onwetendheid, maar Mijn verblijf bevindt zich boven de geaardheden [zie ook 7.12: 22, 11.18: 25].

Residence in the forest is in the mode of goodness, residence in a town is in the mode of passion, residence in a gambling house displays the quality of ignorance, and residence in a place where I reside is transcendental.

 

Tekst 26

Een werker vrij van gehechtheid is van de geaardheid goedheid, verblind door persoonlijke verlangens is men een man van de hartstocht, en als iemand die tewerk gaat in onwetendheid wordt hij beschouwd die weg viel van de heugenis [zie 11.22: 38-39]; hij die bij Mij zijn toevlucht heeft gezocht [echter] is vrij van de geaardheden.

A worker free of attachment is in the mode of goodness, a worker blinded by personal desire is in the mode of passion, and a worker who has completely forgotten how to tell right from wrong is in the mode of ignorance. But a worker who has taken shelter of Me is understood to be transcendental to the modes of nature.

 

Tekst 27

Van de ziel verkeert het geloof in de goedheid, maar van de hartstocht is het geloof in vruchtdragend handelen; areligieus is van de geaardheid onwetendheid, maar dat geloof dat Mij ten dienst staat is transcendentaal aan de geaardheden.

Faith directed toward spiritual life is in the mode of goodness, faith rooted in fruitive work is in the mode of passion, faith residing in irreligious activities is in the mode of ignorance, but faith in My devotional service is purely transcendental.

 

Tekst 28

Goedgunstig, zuiver en zonder moeite verkregen wordt voedsel beschouwd als zijnde van de geaardheid goedheid, [sterk] appellerend aan de zintuigen is het van de geaardheid hartstocht en als zijnde van de onwetendheid beschouwt men onzuivere voeding die iemand doet lijden [zie ook B.G. 17: 7-10].

Food that is wholesome, pure and obtained without difficulty is in the mode of goodness, food that gives immediate pleasure to the senses is in the mode of passion, and food that is unclean and causes distress is in the mode of ignorance.

 

Tekst 29

Geluk ontleend aan de ziel is van de geaardheid goedheid maar opgewekt door zinsobjecten is het van de hartstocht; van de geaardheid onwetendheid ontleent men zijn geluk aan misvatting en ontaarding, maar het geluk vrij van de geaardheden wordt in Mij gevonden [zie 11.15: 17 & B.G. 5: 21, maar ook 6: 7].

Happiness derived from the self is in the mode of goodness, happiness based on sense gratification is in the mode of passion, and happiness based on delusion and degradation is in the mode of ignorance. But that happiness found within Me is transcendental.

 

Tekst 30

En aldus behoren al dezen van de substantie, de plaats, de vrucht, de tijd, de kennis, de handeling, degene die handelt, het geloof, de staat van bewustzijn en de bestaansvormen en levensbestemmingen, tot de drie guna's.

Therefore material substance, place, result of activity, time, knowledge, work, the performer of work, faith, state of consciousness, species of life and destination after death are all based on the three modes of material nature.

 

Tekst 31

Alle staten van bewustzijn, of men ze nu zag, hoorde of zich met zijn intelligentie voor de geest haalde, worden, samengesteld uit de guna's, ingesteld en gehandhaafd door de genieter subtiel van aard, o beste onder de mannen [zie ook linga].

O best of human beings, all states of material being are related to the interaction of the enjoying soul and material nature. Whether seen, heard of or only conceived within the mind, they are without exception constituted of the modes of nature.

 

Tekst 32

Het individu door wie, o zachtgeaarde, deze geaardheden der natuur worden overwonnen - die in samenhang met het karma als opeenvolgende stadia van het bestaan van een levend wezen als [deze drie groepen van] kwaliteiten zich manifesteren in de geest - bereikt, in de bhakti-yoga Mij toegewijd, zijn doel door de liefde die hij voor Mij heeft.

O gentle Uddhava, all these different phases of conditioned life arise from work born of the modes of material nature. The living entity who conquers these modes, manifested from the mind, can dedicate himself to Me by the process of devotional service and thus attain pure love for Me.

 

Tekst 33

Daarom moeten, met het verworven hebben van dit lichaam, deze bron van kennis en wijsheid, zij die slim zijn in het aanbidden van Mij het van zich afschudden part of deel te hebben aan de geaardheden.

Therefore, having achieved this human form of life, which allows one to develop full knowledge, those who are intelligent should free themselves from all contamination of the modes of nature and engage exclusively in loving service to Me.

 

Tekst 34

De wijze, de man van scholing, moet, vrij van dat deel hebben aan, zonder verbijstering zijn zinnen onderworpen hebbend, in dienst staande van de goedheid de hartstocht en de onwetendheid overwinnen.

A wise sage, free from all material association and unbewildered, should subdue his senses and worship Me. He should conquer the modes of passion and ignorance by engaging himself only with things in the mode of goodness.

 

Tekst 35

In verbinding staand moet hij ook, vrij van het afhankelijk ervan zijn, de goedheid overwinnen zodat hij, met zijn intelligentie tot vrede in het verlost zijn van de guna's, Mij bereikt met het als een individuele ziel opgeven van de oorzaak van zijn geconditioneerd zijn.

Then, being fixed in devotional service, the sage should also conquer the material mode of goodness by indifference toward the modes. Thus pacified within his mind, the spirit soul, freed from the modes of nature, gives up the very cause of his conditioned life and attains Me.

 

Tekst 36

Het levende wezen, als een individuele ziel door Mij aldus bevrijd uit de geaardheden der natuur die zich in zijn geest nestelden, is zo, door de Absolute Waarheid, volkomen en behoort noch naar het innerlijke noch naar het uiterlijke [van het leven nog langer] rond te dolen.'

Freed from the subtle conditioning of the mind and from the modes of nature born of material consciousness, the living entity becomes completely satisfied by experiencing My transcendental form. He no longer searches for enjoyment in the external energy, nor does he contemplate or remember such enjoyment within himself.

 

 * Het woord natuur kan letterlijk worden genomen als de geaardheden in de zin van de seizoenen en hun bijbehorende primaire godheden. Krishna zegt dat Vishnu, die de oorspronkelijke beheerser boven de geaardheden is, de beste van alle goden is [10.89: 14-17], van de goedheid is [11.15: 15], de zuiverste geaardheid [B.G. 14: 6], die leidt tot de goddelijkheid die Hij is [B.G. 14: 14] en dat van de seizoenen Hij het lenteseizoen is [B.G. 10: 35]. Als zodanig is de lente/herfst Zijn seizoen van evenwicht en de geaardheid goedheid. Op de zelfde manier is de onbeweeglijkheid van de koude representatief voor de geaardheid onwetendheid beheerst door S'iva en de hyperactiviteit en hittte van de zomer een verto0n van de geaardheid hartstocht waarover Brahmâ heerst.

 

 

 

 

 

 

Voor deze vertaling werd de Vedabase van de BBT gebruikt die het werk van Svâmi Prabhupâda's
leerlingen biedt dat werd verricht voor het voltooien van zijn vertaling van het Bhâgavatam.

Zie de S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor de Vedabase en/of een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd  


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties