
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Aila-gîtâ
Tekst
1:
De Allerhoogste
Heer zei: 'Met het hebben verworven van dit menselijk lichaam
bereikt men, vanuit Mijn dharma op Mij gericht, de Opperziel
van het Spiritueel Geluk, Mij, die Zich bevindt in het
hart.
The
Supreme Personality of Godhead said - Having achieved this
human form of life, which affords one the opportunity to
realize Me, and being situated in My devotional service, one
can achieve Me, the reservoir of all pleasure and the
Supreme Soul of all existence, residing within the heart of
every living being.
Tekst
2
Toegewijd in de
spirituele kennis raakt een persoon die bevrijd is van de
oorzaak van een afzonderlijk bestaan dat is gebaseerd op de
geaardheden der natuur, levend temidden van deze natuurlijke
kwaliteiten, niet verstrikt in de trivialiteit van die effecten
van de natuur - die met hun begoochelen van de zinnen niet
wezenlijk zijn ondanks het feit dat men ze
ziet.
A
person fixed in transcendental knowledge is freed from
conditioned life by giving up his false identification with
the products of the material modes of nature. Seeing these
products as simply illusion, he avoids entanglement with the
modes of nature, although constantly among them. Because the
modes of nature and their products are simply not real, he
does not accept them.
Tekst
3
Men moet nooit
en te nimmer de omgang zoeken met de onwaarachtigen die zich
wijden aan het bevredigen van hun geslachtsdelen en magen daar
hij die dergelijke mensen navolgt in de donkerste put beland,
net als een blinde die zich laat leiden door een blinde.
One
should never associate with materialists, those dedicated to
gratifying their genitals and bellies. By following them one
falls into the deepest pit of darkness, just like a blind
man who follows another blind man.
Tekst
4
De nakomeling
van Ilâ [Aila of Purûravâ, zie ook
9.14:
15-16], de
welbekende grote keizer, zong dit machtige lied met het,
verbijsterd als hij was, in gescheidenheid van Urvas'î
uiteindelijk zijn weeklagen onder controle krijgen in de
onthechting die hij voelde.
The
following song was sung by the famous emperor
Purûravâ. When deprived of his wife,
Urvas'î, he was at first bewildered, but by
controlling his lamentation he began to feel
detachment.
Tekst
5
Toen hij naakt
stond en ze hem verliet riep de koning als een gek om haar die
er van tussen ging, haar nazittend vol leed uitbrengend: 'O
mijn echtgenote, o jij vreselijke vrouw, alsjeblieft stop!'
When
she was leaving him, even though he was naked he ran after
her just like a madman and called out in great distress, 'O
my wife, O terrible lady! Please stop!
Tekst
6
Nog steeds niet
voldaan met het bevredigen van onbeduidende lusten voor zo vele
jaren, besefte hij, in zijn geest aangetrokken tot
Urvas'î, niet hoe de dagen en nachten waren gekomen en
gegaan.
Although
for many years Purûravâ had enjoyed sex pleasure
in the evening hours, still he was not satisfied by such
insignificant enjoyment. His mind was so attracted to
Urvas'î that he did not notice how the nights were
coming and going.
Tekst
7
Aila zei: 'Hoe
betreurenswaardig is de mate van mijn begoocheling; met mijn
bewustzijn besmet door de lust had ik, in de kraag gegrepen
door deze godin, niet door hoe mijn levensperioden waren
voorbij gegaan.
King
Aila said - Alas, just see the extent of my delusion! This
goddess was embracing me and held my neck in her grip. My
heart was so polluted by lust that I had no idea how my life
was passing.
Tekst
8
Onder haar
invloed had ik, helaas, voor zo vele jaren die zo vele dagen
omvatten, er werkelijk geen idee van of de zon nu op- of
onderging.
That
lady cheated me so much that I did not even see the rising
or setting of the sun. Alas, for so many years I passed my
days in vain!
Tekst
9
Hoe
onfortuinlijk die totale verbijstering van mezelf om reden
waarvan het lichaam van deze machtige keizer, dit kroonjuweel
der koningen, een speelgoedbeest werd van de
vrouwen!
Alas,
although I am supposed to be a mighty emperor, the crown
jewel of all kings on this earth, just see how my
bewilderment has rendered me a toy animal in the hands of
women!
Tekst
10
Met het
achterlaten van mij, de machtige heerser, met mijn hele
koninkrijk erbij als was ik een grasspriet, holde ik aldus, het
uitroepend als een waanzinnige, naakt achter de vrouw
aan.
Although
I was a powerful lord with great opulence, that woman gave
me up as if I were no more than an insignificant blade of
grass. And still, naked and without shame, I followed her,
crying out to her like a madman.
Tekst
11
Waar nu blijf
ik met de invloed, kracht, heerschappij van de persoon die ik
ben? Wie liep er nu achter deze vrouw aan die er tussenuit
kneep, waarbij ze net als een ezel met de hoef ter afstraffing
me in het gezicht trapte?
Where
are my so-called great influence, power and sovereignty?
Just like an ass being kicked in the face by his she-ass, I
ran after that woman, who had already given me up.
Tekst
12
Wat baat de
kennis, de verzakingen en de boete, het hebben geluisterd naar
de geschriften, of wat voor nut heeft de afzondering en stilte
voor hem wiens geest werd weggestolen door de vrouwen?
What
is the use of a big education or the practice of austerities
and renunciation, and what is the use of studying religious
scriptures, of living in solitude and silence, if, after all
that, one's mind is stolen by a woman?
Tekst
13
Naar de hel met
de dwaas die ik ben niet bekend met wat goed is voor zijn eigen
heil, ik die dacht dat hij een geleerde was met het bereiken
van de positie van het heer en meester zijn, maar net als een
os of een ezel door de vrouwen werd overweldigd!
To
hell with me! I am such a fool that I didn't even know what
was good for me, although I arrogantly thought I was highly
intelligent. Although I achieved the exalted position of a
lord, I allowed myself to be conquered by women as if I were
a bullock or a jackass.
Tekst
14
Met het voor zo
vele jaren dienen van Urvas'î haar lippen kreeg ik, met
de lust aan mijn geest ontsproten, nimmer genoeg van de nectar,
net als een vuur dat nimmer bevredigd is met de offergaven.
Even
after I had served the so-called nectar of the lips of
Urvas'î for many years, my lusty desires kept rising
again and again within my heart and were never satisfied,
just like a fire that can never be extinguished by the
oblations of ghee poured into its flames.
Tekst
15
Wie, behalve de
Heer der Wijzen Innerlijk Tevreden, de Opperheer Voorbij de
Zinnen, zou er toe in staat zijn iemand anders te verlossen die
zijn verstand heeft verloren aan een dame van
plezier?
Who
but the Supreme Personality of Godhead, who lies beyond
material perception and is the Lord of self-satisfied sages,
can possibly save my consciousness, which has been stolen by
a prostitute?
Tekst
16
Van mij, traag
van geest, nam, zelfs al was ik door de godin op de hoogte
gesteld met woorden goed geformuleerd, de verwarring niet af,
met het mezelf niet overwonnen hebben [zie
9.14:
20-22].
Because
I allowed my intelligence to become dull and because I
failed to control my senses, the great confusion in my mind
did not go away, even though Urvas'î herself gave me
wise counsel with well-spoken words.
Tekst
17
Waaruit zou
haar overtreding nu bestaan ten opzichte van een 'ziener' zoals
wij die, een stuk touw voor een slang houdend, de werkelijke
identiteit niet inziet; ik ben immers degene die zijn zinnen
niet de baas was.
How
can I blame her for my trouble when I myself am ignorant of
my real, spiritual nature? I did not control my senses, and
so I am like a person who mistakenly sees a harmless rope as
a snake.
Tekst
18
Wat heeft dit
vuile lijf, onrein, vol van kwalijke luchten, nu te bieden, wat
stellen die 'bloeiende kwaliteiten' en zo voorts nu voor
eigenlijk, voorzeker vormen ze een valse schijn zich voordoend
door onwetendheid!
What
is this polluted body anyway - so filthy and full of bad
odors? I was attracted by the fragrance and beauty of a
woman's body, but what are those so-called attractive
features? They are simply a false covering created by
illusion.
Tekst
19-20
Of het nu het
eigendom is van de ouders, de echtgenote, de werkgever, het
vuur, de honden en de jakhalzen, de ziel of de vrienden kan men
nooit bepalen. Aan dat walgelijke materiële lichaam
gehecht raken omdat het zo aantrekkelijk is, in de vrouwelijke
vorm met zo'n lief neusje, zo'n mooie glimlach en mooi gezicht,
stevent men af op de laagste bestemming.
One
can never decide whose property the body actually is. Does
it belong to one's parents, who have given birth to it, to
one's wife, who gives it pleasure, or to one's employer, who
orders the body around? Is it the property of the funeral
fire or of the dogs and jackals who may ultimately devour
it? Is it the property of the indwelling soul, who partakes
in its happiness and distress, or does the body belong to
intimate friends who encourage and help it? Although a man
never definitely ascertains the proprietor of the body, he
becomes most attached to it. The material body is a polluted
material form heading toward a lowly destination, yet when a
man stares at the face of a woman he thinks, 'What a
good-looking lady! What a charming nose she's got, and see
her beautiful smile!
Tekst
21
In welk opzicht
verschilt men van wormen in het genieten van wat is
samengesteld uit huid, vlees, bloed, spieren, vet, beenmerg en
been, urine, ontlasting en pus?
What
difference is there between ordinary worms and persons who
try to enjoy this material body composed of skin, flesh,
blood, muscle, fat, marrow, bone, stool, urine and
pus?
Tekst
22
Hij die weet
wat het beste voor hem is, moet nimmer er ook maar aan beginnen
het aan te leggen met vrouwen of mannen aangetrokken tot
vrouwen, om geen enkele andere reden dan het feit dat de geest
verenigd met de zinnen reikend naar de zinsobjecten van streek
raakt [vergelijk 5.5:
2,
7.12:
9,
9.19:
17,
9.14:
36].
Yet
even one who theoretically understands the actual nature of
the body should never associate with women or with men
attached to women. After all, the contact of the senses with
their objects inevitably agitates the mind.
Tekst
23
Een ding dat
men niet ziet of hoort geeft geen aanleiding tot mentale
beroering; de geest van degene die de levenskrachten [de
zinnen] inperkt vindt, aldus gestopt, de
vrede.
Therefore
one should never let his senses associate freely with women
or with men attached to women. Even those who are highly
learned cannot trust the six enemies of the mind; what to
speak, then, of foolish persons like me.
Tekst
24
Als de
zintuigen, deze zes vijanden [shath-varga],
nog zelfs niet door de wijzen kunnen worden vertrouwd, wat dan
te zeggen van personen als ik; het is om die reden dat men niet
de omgang moet zoeken met vrouwen of mannen aangetrokken tot
vrouwen [zie ook yoshita].'
Therefore
one should never let his senses associate freely with women
or with men attached to women. Even those who are highly
learned cannot trust the six enemies of the mind; what to
speak, then, of foolish persons like me.
Tekst
25
De Allerhoogste
Heer zei: 'Hij aldus als de beste onder de koningen en de
halfgoden het zo zingend, gaf, zich Mij, de Opperziel, in
zichzelf realiserend de wereld van Urvas'î op en werd
waarlijk vreedzaam toen zijn illusie werd weggenomen door het
geestelijke inzicht.
The
Supreme Personality of Godhead said - Having thus chanted
this song, Mahârâja Purûravâ,
eminent among the demigods and human beings, gave up the
position he had achieved in the planet of Urvas'î. His
illusion cleansed away by transcendental knowledge, he
understood Me to be the Supreme Soul within his heart and so
at last achieved peace.
Tekst
26
Iemand met
gezond verstand moet daarom het slechte [of begeertige van
het] gezelschap van zich afzetten en zich hechten aan de
godvruchtigen [met inbegrip van de devi's,
om geen seksist te zijn]; daar bij de woorden van de
heiligen wordt gekapt met de diepe gehechtheid van de
geest.
An
intelligent person should therefore reject all bad
association and instead take up the association of saintly
devotees, whose words cut off the excessive attachment of
one's mind.
Tekst
27
De toegewijden
die met hun geesten gevestigd op Mij niet afhankelijk zijn
[van lusten] zijn volledig van de vrede met een gelijke
blik vrij van bezitsdrang, vals ego, dualiteiten en begeerte.
My
devotees fix their minds on Me and do not depend upon
anything material. They are always peaceful, endowed with
equal vision, and free from possessiveness, false ego,
duality and greed.
Tekst
28
O hoogst
fortuinlijke ziel, voortdurend doen zich onder die hoogst
fortuinlijke zielen de discussies voor over Mij; van personen
die deel nemen in deze gesprekken worden de zonden geheel
uitgewist.
O
greatly fortunate Uddhava, in the association of such
saintly devotees there is constant discussion of Me, and
those partaking in this chanting and hearing of My glories
are certainly purified of all sins.
Tekst
29
Zij die
luisteren, zingen en ze daadwerkelijk met respect ter harte
nemen, zij aldus besloten trouw van ziel, bereiken de bhakti
voor Mij.
Whoever
hears, chants and respectfully takes to heart these topics
about Me becomes faithfully dedicated to Me and thus
achieves My devotional service.
Tekst
30
Wat anders zou
er nog overblijven [om te bereiken] voor de toegewijde
die het heeft gebracht tot de toegewijde dienst aan Mij, Hij
van de Talloze Kwaliteiten, de Absolute Waarheid die de
Ervaring van het Geestelijk Geluk Omvat.
What
more remains to be accomplished for the perfect devotee
after achieving devotional service unto Me, the Supreme
Absolute Truth, whose qualities are innumerable and who am
the embodiment of all ecstatic experience?
Tekst
31
Net als de
koude, de angst en de duisternis zich zal oplossen voor hem die
zijn beroep doet op het allerhoogste van het vuur
[Agni] wordt evenzo de traagheid van begrip, het gevoel
van onveiligheid en de onwetendheid weggenomen van degene die
de godvruchten van dienst is.
Just
as cold, fear and darkness are eradicated for one who has
approached the sacrificial fire, so dullness, fear and
ignorance are destroyed for one engaged in serving the
devotees of the Lord.
Tekst
32
Voor hen die
kopje onder gaan en weer boven komen drijven in de
verschrikkelijke oceaan van het materiële leven zijn de
vrome toegewijden, vreedzaam in hun begrip van het Absolute,
een hoogst verheven toevlucht die net is als wat een sterk
schip in het water is voor een drenkeling [vergelijk
11.23:
28 en
11.17:
44].
The
devotees of the Lord, peacefully fixed in absolute
knowledge, are the ultimate shelter for those who are
repeatedly rising and falling within the fearful ocean of
material life. Such devotees are just like a strong boat
that comes to rescue persons who are at the point of
drowning.
Tekst
33
Met het voedsel
inderdaad als het leven zelf van de levende wezens, met Mij als
de toevlucht van hen die in nood verkeren en de religie als
dé verworvenheid voor mensen die overlijden, vormen de
toegewijden de toevlucht voor hen die er beducht voor zijn af
te glijden.
Just
as food is the life of all creatures, just as I am the
ultimate shelter for the distressed, and just as religion is
the wealth of those who are passing away from this world, so
My devotees are the only refuge of persons fearful of
falling into a miserable condition of life.
Tekst
34
De toegewijden
schenken je de ogen waar de zon het uitwendige vergunt na te
zijn opgegaan; de toegewijden zijn degenen die te aanbidden
zijn, je [ware] familie, even zo goed als ze je
eigenlijke ziel zijn en Mij eveneens [zie ook b.v.
1.1:
15,
3.5:
47,
3.6:
28,
11.2:
6].
My
devotees bestow divine eyes, whereas the sun allows only
external sight, and that only when it is risen in the sky.
My devotees are one's real worshipable deities and real
family; they are one's own self, and ultimately they are
nondifferent from Me.
Tekst
35
Hij zich
overgevend aan het opperste [Purûravâ] om
die reden, reisde, aldus bevrijd van het verlangen naar de
wereld van Urvas'î, verlost van alle gehechtheid en
waarlijk in zichzelf tevreden rond over deze
aarde.'
Thus
losing his desire to be on the same planet as Urvas'î,
Mahârâja Purûravâ began to wander
the earth free of all material association and completely
satisfied within the self.
