
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
The
Glories of S'rîmad-Bhâgavatam
Tekst
1:
Sûta zei:
"De Godheid met bovenzinnelijke gebeden geprezen door
Brahmâ, Indra, Rudra en de kinderen van de hemel
[Maruts];
de Godheid waar de Sâma-veda zangers met arrangementen
van mantra's met de Veda's, hun leden [de
anga's],
en de upanishad's
over zingen; de Godheid waar de yogî's, Hem in hun geest
ziend, zich in de meditatieve positie op concentreren; de
Godheid wiens einde niet bekend is aan welke verlichte of
onverlichte ziel ook; Hem biedt ik mijn
eerbetuigingen.
Sûta
Gosvâmî said: Unto that personality whom
Brahmâ, Varuna, Indra, Rudra and the Maruts praise by
chanting transcendental hymns and reciting the Vedas with
all their corollaries, pada-kramas and Upanishads, to whom
the chanters of the Sâma Veda always sing, whom the
perfected yogîs see within their minds after fixing
themselves in trance and absorbing themselves within Him,
and whose limit can never be found by any demigod or
demon-unto that Supreme Personality of Godhead I offer my
humble obeisances.
Tekst
2:
Door de
schurende randen van de stenen van de berg Mandara,
allerzwaarst roterend op de rug van Hem, werd de Hoogste
Persoonlijkheid van God in de gedaante van een schildpad
[Kûrma]
slaperig; mogen jullie allen beschermd zijn door de winden en
de eb en vloed-getijden van het water die de sporen zijn
overgebleven naar de gang van zijn ademhalen.
When
the Supreme Personality of Godhead appeared as Lord
Kûrma, a tortoise, His back was scratched by the
sharp-edged stones lying on massive, whirling Mount Mandara,
and this scratching made the Lord sleepy. May you all be
protected by the winds caused by the Lord's breathing in
this sleepy condition. Ever since that time, even up to the
present day, the ocean tides have imitated the Lord's
inhalation and exhalation by piously coming in and going
out.
Tekst
3:
Luistert
alstublieft naar een opsomming van het tellen van dezen
[deze verzen van de purâna], de bedoeling van de
onderwerpen behandeld, het wegschenken ervan en de glorie van
een dergelijk kado doen, en het lezen en reciteren ervan en
dergelijke.
Now
please hear a summation of the verse length of each of the
Purânas. Then hear of the prime subject and purpose of
this Bhâgavata Purâna, the proper method of
giving it as a gift, the glories of such gift-giving, and
finally the glories of hearing and chanting this
literature.
Tekst
4-9
De
Brahmâ Purâna telt tienduizend verzen, de Padma
Purâna vijfenvijftigduizend, de S'rî Vishnu
Purâna drieëntwintigduizend en de S'iva Purâna
vierentwintigduizend. Het S'rîmad-Bhâgavatam
achttienduizend, de Nârada Purâna
vijfentwintigduizend, de Mârkandeya Purâna
negenduizend en de Agni Purâna
vijftienduizend-vierhonderd. De Bhavishya Purâna heeft er
veertienduizend-vijfhonderd, de Brahma-vaivarta Purâna
achttienduizend en de Linga Purâna elfduizend. De
Varâha Purâna vierentwintigduizend, de Skanda
Purâna eenentachtigduizend-eenhonderd en de Vâmana
Purâna wordt beschreven in tienduizend. Van de
Kûrma Purâna zegt men dat het er zeventienduizend
zijn, de Matsya Purâna heeft er veertienduizend, verder
zijn er de Garuda Purâna met negentienduizend en de
Brahmânda Purâna zo met twaalfduizend. In totaal
staan er in de Purâna's op deze manier zo'n
vierhonderdduizend van hen beschreven [*].
Achttienduizend, zoals gezegd, zijn er van het
Bhâgavatam
[zie verder onder purâna].
The
Brahmâ Purâna consists of ten thousand verses,
the Padma Purâna of fifty-five thousand, S'rî
Vishnu Purâna of twenty-three thousand, the S'iva
Purâna of twenty-four thousand and
S'rîmad-Bhâgavatam of eighteen thousand. The
Nârada Purâna has twenty-five thousand verses,
the Mârkandeya Purâna nine thousand, the Agni
Purâna fifteen thousand four hundred, the Bhavishya
Purâna fourteen thousand five hundred, the
Brahma-vaivarta Purâna eighteen thousand and the Linga
Purâna eleven thousand. The Varâha Purâna
contains twenty-four thousand verses, the Skanda
Purâna eighty-one thousand one hundred, the
Vâmana Purâna ten thousand, the Kûrma
Purâna seventeen thousand, the Matsya Purâna
fourteen thousand, the Garuda Purâna nineteen thousand
and the Brahmânda Purâna twelve thousand. Thus
the total number of verses in all the Purânas is four
hundred thousand. Eighteen thousand of these, once again,
belong to the beautiful Bhâgavatam.
Tekst
10
Deze
[wijsheid] werd door de Allerhoogste Persoonlijkheid
van God [Narâyâna,
zie 3.8-10]
genadig allereerst ten volle geopenbaard aan Brahmâ die
beducht voor een materieel bestaan neerzat op de lotus die
groeide uit Zijn navel [zie ook 1.1:
1].
It
was to Lord Brahmâ that the Supreme Personality of
Godhead first revealed the S'rîmad-Bhâgavatam in
full. At the time, Brahmâ, frightened by material
existence, was sitting on the lotus flower that had grown
from the Lord's navel.
Tekst
11-12
Van het begin
tot het einde vol van verslagen over de onthechting brengt het,
met de nectar van zijn vele vertellingen over de Heer Zijn spel
en vermaak, de geheiligden en goddelijken in verrukking. Naar
de essentie van alle vedântafilosofie heeft het de Ene
Werkelijkheid die Zijns Gelijke Niet Kent, die wordt
gekenschetst als de Absolute Waarheid [brahma, het
onpersoonlijke] niet verschillend van de Ene Ziel
[âtma, het persoonlijke], als zijn belangrijkste
onderwerp en de zaligheid [van emancipatie in toegewijde
dienst ofwel kaivalya] als het ene uiteindelijke doel
[**].
From
beginning to end, the S'rîmad-Bhâgavatam is full
of narrations that encourage renunciation of material life,
as well as nectarean accounts of Lord Hari's transcendental
pastimes, which give ecstasy to the saintly devotees and
demigods. This Bhâgavatam is the essence of all
Vedânta philosophy because its subject matter is the
Absolute Truth, which, while nondifferent from the spirit
soul, is the ultimate reality, one without a second. The
goal of this literature is exclusive devotional service unto
that Supreme Truth.
Tekst
13
Hij die het
Bhâgavatam in volle glorie ['in het volle van de
gouden troon'] als geschenk kado doet op de dag van de
volle maan in de maand Bhâdra
[Augustus/September] bereikt de hoogste
bestemming.
If
on the full moon day of the month of Bhâdra one places
S'rîmad-Bhâgavatam on a golden throne and gives
it as a gift, he will attain the supreme transcendental
destination.
Tekst
14
Andere
klassieke verzamelingen van verhalen [andere bijbels,
purâna's, of heilige geschriften] stralen alleen naar
voren in de vergadering van de vromen voor zolang de grote
oceaan van nectar van het Bhâgavatam niet wordt
gehoord.
All
other Puranic scriptures shine forth in the assembly of
saintly devotees only as long as that great ocean of nectar,
S'rîmad-Bhâgavatam, is not heard.
Tekst
15
Van het
S'rîmad Bhâgavatam wordt inderdaad gezegd dat die
de essentie is van alle vedische filosofie; voor degene
bevredigd door de nectargelijke smaak ervan bestaat er nimmer
enige aantrekking van een andere kant.
S'rîmad-Bhâgavatam
is declared to be the essence of all Vedânta
philosophy. One who has felt satisfaction from its nectarean
mellow will never be attracted to any other
literature.
Tekst
16
In verhouding
tot alle purâna's is deze net wat de Ganges is in
verhouding tot alle rivieren die naar de zee stromen, Acyuta is
in verhouding tot al de godheden en S'ambhu
[S'iva] is in verhouding tot alle toegewijden.
Just
as the Gangâ is the greatest of all rivers, Lord
Acyuta the supreme among deities and Lord S'ambhu
[S'iva] the greatest of Vaishnavas, so
S'rîmad-Bhâgavatam is the greatest of all
Purânas.
Tekst
17
Op dezelfde
manier als Kâs'î [Benares] inderdaad
onovertroffen is onder de heilige plaatsen, is het
S'rîmad-Bhâgavatam zo onder de Purâna's, o
tweemaal geborenen.
O
brâhmanas, in the same way that the city of
Kâs'î is unexcelled among holy places,
S'rîmad-Bhâgavatam is supreme among all the
Purânas.
Tekst
18
Het
S'rîmad Bhâgavatam is de smetteloze purâna
waarin, meest geliefd onder de vaishnava's, door enkel de
allerbesten van de toegewijden, de spirituele, geestelijke
kennis volmaakt zuiver en allerhoogst wordt bezongen; daarin
wordt, tezamen met de kennis, de onthechting en de toewijding,
de vrijheid van alle vruchtdragende arbeid geopenbaard welke de
persoon zal verlossen die, met toewijding luisterend en naar
behoren lezend en reciterend, serieus is in zijn overtuiging.
S'rîmad-Bhâgavatam
is the spotless Purâna. It is most dear to the
Vaishnavas because it describes the pure and supreme
knowledge of the paramahamsas. This Bhâgavatam reveals
the means for becoming free from all material work, together
with the processes of transcendental knowledge, renunciation
and devotion. Anyone who seriously tries to understand
S'rîmad-Bhâgavatam, who properly hears and
chants it with devotion, becomes completely
liberated.
Tekst
19
Ik mediteer op
het onvergelijkelijke licht van de toorts van de
Onvergankelijke Waarheid Vrij van Zorgen, lang geleden
geopenbaard aan de goddelijkheid ['Ka' ofwel
Brahmâ], door welke deze transcendentale kennis
zuiver en onbesmet werd uitgesproken voor Nârada, de
grote wijze die hem in de gedaante van zijn persoon overdroeg
aan Krishna-dvaipâyana Vyâsa, die hem toen
uiteenzette voor de koning van de yogî's
[S'ukadeva] die uit mededogen toen
[Parîkchit] de genade van de Fortuinlijke er mee
voorlichtte.
I
meditate upon that pure and spotless Supreme Absolute Truth,
who is free from suffering and death and who in the
beginning personally revealed this incomparable torch light
of knowledge to Brahmâ. Brahmâ then spoke it to
the sage Nârada, who narrated it to
Krishna-dvaipâyana Vyâsa. S'rîla
Vyâsa revealed this Bhâgavatam to the greatest
of sages, S'ukadeva Gosvâmî, and S'ukadeva
mercifully spoke it to Mahârâja
Parîkshit.
Tekst
20
Eerbetuigingen
voor Hem, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, Heer
Vâsudeva, de Opperste Getuige die dit genadevol overdroeg
aan de godheid verlangend naar bevrijding.
We
offer our obeisances to the Supreme Personality of Godhead,
Lord Vâsudeva, the all-pervading witness, who
mercifully explained this science to Brahmâ when he
anxiously desired salvation.
Tekst
21
Eerbetuigingen
voor hem, de koning van de yogî's, S'ukadeva
Gosvâmî, de persoonlijke manifestatie van de
Absolute Waarheid die de verlossing bracht voor
[Parîkchit] de genade van Vishnu die werd gebeten
door de slang van het materieel bestaan.
I
offer my humble obeisances to S'rî S'ukadeva
Gosvâmî, the best of mystic sages and a personal
manifestation of the Absolute Truth. He saved
Mahârâja Parîkshit, who was bitten by the
snake of material existence.
Tekst
22
O Heer, omdat U
onze Meester bent, de Heer der Goddelijkheid, alstUblieft maak
het zo dat leven na leven de bhakti aan Uw voeten zich
voordoet.
O
Lord of lords, O master, please grant us pure devotional
service at Your lotus feet, life after life.
Tekst
23
Ik biedt mijn
eerbetuigingen aan Hem de Allerhoogste Heer wiens in samenkomst
zingen van de heilige naam alle zonden vernietigt en voor wie
buigend de misère wordt uitgebannen.
I
offer my respectful obeisances unto the Supreme Lord, Hari,
the congregational chanting of whose holy names destroys all
sinful reactions, and the offering of obeisances unto whom
relieves all material suffering.
*
Vervolgens,
zo bevestigt de Matsya Purâna, komen er bij de
purâna ook nog eens de honderdduizend verzen gevonden in
de Itihâsa (het afzonderlijke verhaal) van Vyâsa's
Mahâbhârata en een vijfentwintigduizend van de
Itihâsa van Vâlmîki's Ramâyana. Aldus
bedraagt het totale aantal verzen van de volledige verzameling
van klassieke verhalen vijfhonderdvijfentwintigduizend [de
kleinere upa-purâna's niet meegerekend].
**
Dit herinnert aan het thema van Krishna als de Tijd,
Kâla, en Krishna als de persoon, de Opperziel, de
Oorspronkelijke Persoon. De wereld lijkt verdeeld te zijn in
impersonalistische wetenschap, filosofie en regeren enerzijds
en personalistische religie van onthechting en persoonlijk
sentiment in burgelijke gehechtheid anderzijds. Maar met het
respecteren van de Tijd zoals het hoort vinden van de persoon
en met het respecteren van de persoon zoals het hoort vinden
van de Tijd is het probleem opgelost wetende dat de eenheid van
het persoonlijke en het onpersoonlijke onze gelijkgezinde
vriend en begeleidende vader in het voorbije Heer Krishna is
die er als het laatste woord aan toe voegt: (in B.G.
18:
6)
'Maar met al deze handelingen moet zonder twijfel, ze
verrichtend uit plichtsbesef, de associatie met hun resultaten
worden opgegeven; dat, o zoon van Prithâ, is Mijn laatste
en beste woord erover.' Aldus zijn we, vrij van nevenmotieven -
zoals dit boek werd geschreven in dankbaarheid voor een sociale
uitkering -, van emancipatie in toegewijde dienst.