
Bronteksten
(geen voorgaande versie in het Nederlands beschikbaar):
Mârkandeya's
Prayers to Nara-Nârâyana Rishi
Tekst
1:
S'rî
S'aunaka zei: "O Sûta, moge u lang leven, o heilige man;
o beste der sprekers, spreekt u alstublieft tot ons, want u
bent voor de mensen die in de eindeloze duisternis ronddolen de
ziener van het tegendeel.
S'rî
S'aunaka said: O Sûta, may you live a long life! O
saintly one, best of speakers, please continue speaking to
us. Indeed, only you can show men the path out of the
ignorance in which they are wandering.
Tekst
2-5:
Mensen zeggen
dat de zoon van Mrikandu, de ziener [genaamd
Mârkandeya], met een buitengewoon lange levensduur
daadwerkelijk de enige was die overbleef bij het eindigen van
de kalpa
dat dit gehele universum omvatte. Hij, de meest vooraanstaande
afstammeling van Bhrigu, werd deze kalpa feitelijk geboren in
mijn eigen familie en we hebben in ons tijdperk tot nu toe nog
geen grote zondvloed die de hele schepping omvat zien plaats
vinden. Geheel alleen in deze grote oceaan ronddolend zag hij,
zo zegt men, slechts één enkele, wonderbaarlijke
persoonlijkheid, een baby jongetje, dat lag in de vouw van een
banyan-blad. Hierover verkeren wij in grote twijfel;
alstublieft, o yogî die door iedereen beschouwd wordt als
zijnde de grootste met betrekking tot de purâna's, maak
voor ons die er zo begerig naar uitzien hier een einde aan."
Authorities
say that Mârkandeya Rishi, the son of Mrikandu. was an
exceptionally long-lived sage who was the only survivor at
the end of Brahmâ's day, when the entire universe was
merged in the flood of annihilation. But this same
Mârkandeya Rishi, the foremost descendant of Bhrigu,
took birth in my own family during the current day of
Brahmâ, and we have not yet seen any total
annihilation in this day of Brahmâ. Also, it is well
known that Mârkandeya while wandering helplessly in
the great ocean of annihilation, saw in those fearful waters
a wonderful personality-an infant boy lying alone within the
fold of a banyan leaf. O Sûta, I am most bewildered
and curious about this great sage, Mârkandeya Rishi. O
great yogî, you are universally accepted as the
authority on all the Purânas. Therefore kindly dispel
my confusion.
Tekst
6
Sûta zei:
"O grote wijze, deze vraag van u neemt de lichtzinnigheid weg
van de ganse wereld daar ze voert tot de bespreking van het
verhaal van Nârâyana dat het vuil van Kali-yuga
wegneemt.
Sûta
Gosvâmî said: O great sage S'aunaka, your very
question will help remove everyone's illusion, for it leads
to the topics of Lord Nârâyana, which cleanse
away the contamination of this Kali age.
Tekst
7-11
Mârkandeya
die, ordelijk de vedische lofzangen samen met de religieuze
verplichtingen bestuderend, van zijn vader de
wedergeboorte-initiatie rituelen had ontvangen, was volkomen in
zijn verzakingen en studies. Zich aan de grote gelofte houdend
[zie yama]
droeg hij vredig met samengeklit haar en met boombast als zijn
kleren de waterpot, de bedelstaf, de heilige draad en de gordel
van het celibaat. Met het vel van een zwart hert en
gebedskralen van lotuszaden aanbad hij voor het heil van zijn
geregelde praktijk [zie niyama]
bij de overgangen van de dag tot de Heer in de gedaante van het
vuur, de zon, de goeroe, de geschoolden en de Allerhoogste
Ziel. 's Ochtends en 's avonds bracht hij met zijn stem onder
controle dat wat hij had ingezameld met bedelen naar zijn
geestelijk leraar en at hij mee ertoe uitgenodigd of vastte hij
indien dat niet zo was [zie ook 7.12;
5 en
7.14:
17]. Toen
hij op deze manier van boete en studie voor een eindeloos
aantal [miljoenen] jaren van aanbidding was geweest
voor de Meester der Zinnen, had hij overwonnen wat onmogelijk
te overwinnen was: de dood.
After
being purified by his father's performance of the prescribed
rituals leading to Mârkandeya's brahminical
initiation, Mârkandeya studied the Vedic hymns and
strictly observed the regulative principles. He became
advanced in austerity and Vedic knowledge and remained a
lifelong celibate. Appearing most peaceful with his matted
hair and his clothing made of bark, he furthered his
spiritual progress by carrying the mendicant's waterpot,
staff, sacred thread, brahmacârî belt, black
deerskin, lotus-seed prayer beads and bundles of kus'a
grass. At the sacred junctures of the day he regularly
worshiped the Supreme Personality of Godhead in five
forms-the sacrificial fire, the sun, his spiritual master,
the brâhmanas and the Supersoul within his heart.
Morning and evening he would go out begging, and upon
returning he would present all the food he had collected to
his spiritual master. Only when his spiritual master invited
him would he silently take his one meal of the day;
otherwise he would fast. Thus devoted to austerity and Vedic
study, Mârkandeya Rishi worshiped the supreme master
of the senses, the Personality of Godhead, for countless
millions of years, and in this way he conquered
unconquerable death.
Tekst
12
Brahmâ,
Bhrigu, S'iva, Daksha, de zoons van Brahmâ en de andere
menselijke wezens, de halfgoden, de voorvaderen en de geesten
raakten allen zeer verbaasd daarover.
Lord
Brahmâ, Bhrigu Muni, Lord S'iva, Prajâpati
Daksha, the great sons of Brahmâ, and many others
among the human beings, demigods, forefathers and ghostly
spirits-all were astonished by the achievement of
Mârkandeya Rishi.
Tekst
13
Met het op deze
manier middels zijn verzakingen, recitaties en zinsbeteugeling
standhouden met de grote gelofte, mediteerde de yogî op
de Heer in het Voorbije en ontdeed hij met zijn geest inwaarts
gekeerd zich van alle hindernissen.
In
this way the devotional mystic Mârkandeya maintained
rigid celibacy through penance, study of the Vedas and
self-discipline. With his mind thus free of all
disturbances, he turned it inward and meditated on the
Supreme Personality of Godhead, who lies beyond the material
senses.
Tekst
14
Met het aldus
met het grote van de yoga concentreren van zijn geest,
verstreek de enorme tijdspanne van zes manvantara's
[van 71 mahâyuga's
ieder].
While
the mystic sage thus concentrated his mind by powerful yoga
practice, the tremendous period of six lifetimes of Manu
passed by.
Tekst
15
In de zevende
periode van Manu raakte Purandara [Indra] die had
vernomen van de verzakingen bevreesd, o brahmaan, en besloot
hij hem te dwarsbomen.
O
brâhmana, during the seventh reign of Manu, the
current age, Lord Indra came to know of Mârkandeya's
austerities and became fearful of his growing mystic
potency. Thus he tried to impede the sage's penance.
Tekst
16
Hij stuurde
hemelse zangers en dansmeisjes, Cupido, het lenteseizoen, de
[naar sandelhout geurende] Malaya-bries, het kind van
de hartstocht en het kind van de bedwelming op de wijze
af.
To
ruin the sage's spiritual practice, Lord Indra sent Cupid,
beautiful celestial singers, dancing girls, the season of
spring and the sandalwood-scented breeze from the Malaya
Hills, along with greed and intoxication personified.
Tekst
17
O machtige, zij
begaven zich aldus naar zijn hermitage aan de noordzijde
gelegen van de Himâlaya's alwaar men de rivier de
Pushpabhadrâ aantreft en de bergpiek genaamd
Citrâ.
O
most powerful S'aunaka, they went to Mârkandeya's
hermitage, on the northern side of the Himâlaya
Mountains where the Pushpabhadrâ River passes by the
famous peak Citrâ.
Tekst
18-20
De goede plek
van de âs'rama waar vele tweemaal geboren zielen
waren gekomen om er te leven, werd omlijst door fijn geboomte
en klimplanten en kende overal bekkens vol van kristalhelder
water. Zoemend van de doldwaze bijen was het er druk van
allerlei vogelfamilies - opgewonden roepende koekoeken en druk
dansende, trotse pauwen. De winden die er woeien voerden de
verkoelende mistdruppels met zich mee van de watervallen en
vormden, omarmd door de bekoring der bloemen, een uitnodiging
voor de god van de liefde.
Groves
of pious trees decorated the holy âs'rama of
Mârkandeya Rishi, and many saintly brâhmanas
lived there, enjoying the abundant pure, sacred ponds.
The âs'rama resounded with the buzzing of
intoxicated bees and the cooing of excited cuckoos, while
jubilant peacocks danced about. Indeed, many families of
maddened birds crowded that hermitage. The springtime breeze
sent by Lord Indra entered there, carrying cooling drops of
spray from nearby waterfalls. Fragrant from the embrace of
forest flowers, that breeze entered the hermitage and began
evoking the lusty spirit of Cupid.
Tekst
21
Met de maan die
in de nacht rijzend zijn gezicht toonde, deed zich daar de
lente voor in reeksen van nieuwe spruiten en bloesems met de
veelvoud aan klimplanten die innig verstrengeld waren met de
bomen.
Springtime
then appeared in Mârkandeya's âs'rama.
Indeed, the evening sky, glowing with the light of the
rising moon, became the very face of spring, and sprouts and
fresh blossoms virtually covered the multitude of trees and
creepers.
Tekst
22
Gevolgd door
groepen zingende en muziekinstrumenten bespelende gandharva's,
liet de god van de liefde, de meester van hordes van hemelse
vrouwen, zich daar zien met zijn boog en zijn pijlen in zijn
hand.
Cupid,
the master of many heavenly women, then came there holding
his bow and arrows. He was followed by groups of Gandharvas
playing musical instruments and singing.
Tekst
23
De dienaren van
Indra troffen op die plek hem daar aan die, met het gebracht
hebben van zijn offers, met gesloten ogen neerzat in meditatie
zo onoverwinnelijk als het vuur zelve.
These
servants of Indra found the sage sitting in meditation,
having just offered his prescribed oblations into the
sacrificial fire. His eyes closed in trance, he seemed
invincible, like fire personified.
Tekst
24
De vrouwen
dansten recht voor hem en de zangers van de hemel zongen en
maakten muziek met trommels, cimbalen en
vînâ's.
The
women danced before the sage, and the celestial singers sang
to the charming accompaniment of drums, cymbals and
vînâs.
Tekst
25
Terwijl de
dienaren van Indra, het kind van de lente en het kind van de
begeerte poogden de geest van de wijze in beroering te krijgen,
legde de vijfkoppige Cupido (naar het zien, het horen, het
ruiken, het voelen en het proeven) een pijl aan op zijn boog.
While
the son of passion [greed personified], spring and
the other servants of Indra all tried to agitate
Mârkandeya's mind, Cupid drew his five-headed arrow
and fixed it upon his bow.
Tekst
26-27
Uit het haar
van Puñjikasthalî [een Apsara] die met
haar middel zwaar overhangen door haar geweldige borsten aan
het spelen was met een aantal ballen, vielen de bloemen uit hun
haarvlecht. Achter de ballen aanhollend, met haar ogen van
links naar rechts schietend, gleed de gordel van haar dunne
kleed los en tilde de wind de fijne stof van haar kledingstuk
op [zie ook 3.20:
35-36,
3.22:
17,
5.2:
14,
8.12:
17-24].
The
Apsarâ Puñjikasthalî made a show of
playing with a number of toy balls. Her waist seemed weighed
down by her heavy breasts, and the wreath of flowers in her
hair became disheveled. As she ran about after the balls,
glancing here and there, the belt of her thin garment
loosened, and suddenly the wind blew her clothes
away.
Tekst
28
Cupido, denkend
dat hij hem verslagen had, schoot toen zijn pijl weg, maar dit
alles gericht op de wijze bleek zo nutteloos als de pogingen
van een ongelovige.
Cupid,
thinking he had conquered the sage, then shot his arrow. But
all these attempts to seduce Mârkandeya proved futile,
just like the useless endeavors of an atheist.
Tekst
29
O wijze, op
deze manier trachtend de wijze in verlegenheid te brengen,
voelden ze hoe ze zich zelf brandden aan zijn vermogen en dus
zagen ze er, als kinderen die een slang hadden uitgelokt, van
af.
O
learned S'aunaka, while Cupid and his followers tried to
harm the sage, they felt themselves being burned alive by
his potency. Thus they stopped their mischief, just like
children who have aroused a sleeping snake.
Tekst
30
O brahmaan,
hoewel de volgelingen van Indra de grote muni grof hadden
verstoord, gaf hij niet in het minst toe aan de sentimenten van
het ego, hetgeen in het geheel niet zo verrassend is voor grote
zielen.
O
brâhmana, the followers of Lord Indra had impudently
attacked the saintly Mârkandeya, yet he did not
succumb to any influence of false ego. For great souls such
tolerance is not at all surprising.
Tekst
31
Ziend en horend
hoe onder de invloed van de brahmaanse ziener Kâmadeva
samen met zijn metgezellen machteloos bleken, verviel de
machtige koning van de hemel in een grote
verwondering.
The
mighty King Indra was most astonished when he heard of the
mystic prowess of the exalted sage Mârkandeya and saw
how Cupid and his associates had become powerless in his
presence.
Tekst
32
Met zijn op die
manier zich concentreren van zijn geest in verzaking, recitatie
en ingetogenheid manifesteerde de Allerhoogste Heer Zichzelf om
als Nara-Nârâyana van genade te zijn.
Desiring
to bestow His mercy upon the saintly Mârkandeya, who
had perfectly fixed his mind in self-realization through
penance, Vedic study and observance of regulative
principles, the Supreme Personality of Godhead personally
appeared before the sage in the forms of Nara and
Nârâyana.
Tekst
33-34
Van Hen twee
was de ene blank en de andere zwart; Hun ogen waren als
bloeiende lotussen, van Hun armen waren er vier, Hun kleding
bestond uit zwart hertenvel en uit boombast, Hun handen
allerzuiverst, droegen een waterpot en een rechte staf van
bamboe, en Hun heilige draad bestond er uit drie. Met
gebedskralen van lotuszaden die alle menselijke wezens zuiveren
en met de Veda's [in de vorm van bundels
darbha]
representeerden zij, aanbeden door de belangrijkste halfgoden,
gloedvol geel van kleur en lang van stuk stralend van het
licht, de verzaking.
One
of Them was of a whitish complexion, the other blackish, and
They both had four arms. Their eyes resembled the petals of
blooming lotuses, and They wore garments of black deerskin
and bark, along with the three-stranded sacred thread. In
Their hands, which were most purifying, They carried the
mendicant's waterpot, straight bamboo staff and lotus-seed
prayer beads, as well as the all-purifying Vedas in the
symbolic form of bundles of darbha grass. Their bearing was
tall and Their yellow effulgence the color of radiant
lightning. Appearing as austerity personified, They were
being worshiped by the foremost demigods.
Tekst
35
Hen ziend, Nara
en Nârâyana, voorwaar de persoonlijke manifestaties
van de Hoogste Persoonlijkheid van God, stond hij op om met het
grootste respect zijn eer te betonen en zich plat voorover te
werpen.
These
two sages, Nara and Nârâyana, were the direct
personal forms of the Supreme Lord. When Mârkandeya
Rishi saw Them, he immediately stood up and then with great
respect offered Them obeisances by falling down flat on the
ground like a stick.
Tekst
36
Hij was, omdat
hij Hen te zien kreeg, gelukkig in zijn hele lijf, geest en
zinnen met de haren op zijn lichaam recht overeind, en kon, met
de tranen die zijn ogen vulden, zijn blik niet op Hen
vestigen.
The
ecstasy of seeing Them completely satisfied
Mârkandeya's body, mind and senses and caused the
hairs on his body to stand on end and his eyes to fill with
tears. Overwhelmed, Mârkandeya found it difficult to
look at Them.
Tekst
37
Deemoedig met
gevouwen handen sprak hij begerig als hij was Hen te omarmen
verstikt aldus tot de twee Heren de lettergrepen 'na-ma-ha,
na-ma-ha' (mijn eerbetuigingen, mijn eerbetuigingen).
Standing
with his hands folded in supplication and his head bowed in
humility, Mârkandeya felt such eagerness that he
imagined he was embracing the two Lords. In a voice choked
with ecstasy, he repeatedly said, "I offer You my humble
obeisances."
Tekst
38
Met het Hen
bieden van zitplaatsen, het wassen van Hun voeten en insmeren
met sandelhout en andere geurige substanties, was hij van
aanbidding met wierook en bloemenslingers.
He
gave Them sitting places and washed Their feet, and then he
worshiped Them with presentations of arghya, sandalwood
pulp, fragrant oils, incense and flower garlands.
Tekst
39
Comfortabel
gezeten op Hun zitplaatsen klaar om Hun genade te betonen sprak
hij, opnieuw voor Hun voeten neerbuigend, het volgende tot de
Hoogst Aanbiddelijke Persoonlijkheden.
Mârkandeya
Rishi once again bowed down at the lotus feet of those two
most worshipable sages, who were sitting at ease, ready to
bestow all mercy upon him. He when addressed Them as
follows.
Tekst
40
S'rî
Mârkandeya zei: 'O Almachtige hoe kan ik U onder woorden
brengen door Wie werkelijk van alle belichaamde levende wezens
zowel als van Brahmâ, S'iva als van mijzelf de lucht van
ademen in gang wordt gezet en het leven vindt, het
spraakvermogen daarop volgt en door Wie de geest en de zinnen
in werking treden; niettemin wordt U voor degenen die van
aanbidding zijn een liefdevolle vriend.
S'rî
Mârkandeya said: O Almighty Lord, how can I possibly
describe You? You awaken the vital air, which then impels
the mind, senses and power of speech to act. This is true
for all ordinary conditioned souls and even for great
demigods like Brahmâ and S'iva. So it is certainly
true for me. Nevertheless, You become the intimate friend of
those who worship You.
Tekst
41
Deze
persoonlijke gedaante van de Fortuinlijke, o Opperheer, toont U
voor het uiteindelijke heil van het beëindigen van de
materiële ellende en het overwinnen van de dood; en net
zoals U, voor de bescherming op verschillende manieren andere
bovenzinnelijke lichamen manifesteert, verzwelgt U als U
eenmaal dit universum hebt geschapen, net als een spin, het in
zijn geheel weer.
O
Supreme Personality of Godhead, these two personal forms of
Yours have appeared to bestow the ultimate benefit for the
three worlds - the cessation of material misery and the
conquest of death. My Lord, although You create this
universe and then assume many transcendental forms to
protect it, You also swallow it up, just like a spider who
spins and later withdraws its web.
Tekst
42
Van Hem de
Beschermer, de Allerhoogste Beheerser van hen die zich bewegen
en die zich niet bewegen, wordt degene die zich bevindt aan
Zijn voetzolen nimmer geraakt door de emoties van
karma,
guna
en kâla;
het is voor U inderdaad voor wie de wijzen met de Veda in hun
hart zich ieder moment ter verering en meditatie in lof
neerbuigen, zodat ze mogen reiken tot.
Because
You are the protector and the supreme controller of all
moving and nonmoving beings, anyone who takes shelter of
Your lotus feet can never be touched by the contamination of
material work, material qualities or time. Great sages who
have assimilated the essential meaning of the Vedas offer
their prayers to You. To gain Your association, they bow
down to You at every opportunity and constantly worship You
and meditate upon You.
Tekst
43
Niets anders
dan het bereiken van Uw voeten, de eigenlijke vorm van de
bevrijding, brengt de persoon, die van alle kanten te vrezen
heeft o Heer, zijn heil; we weten dat Brahmâ, wiens tijd
twee parârdha's
beslaat, op grond hiervan hoogst bevreesd is, bang vanwege de
Tijd die U bent - en wat te zeggen van de wereldse levensvormen
door hem geschapen? [zie 10.13:
56]
My
dear Lord, even Lord Brahmâ, who enjoys his exalted
position for the entire duration of the universe, fears the
passage of time. Then what to speak of those whom
Brahmâ creates, the conditioned souls. They encounter
fearful dangers at every step of their lives. I do not know
of any relief from this fear except shelter at Your lotus
feet, which are the very form of liberation.
Tekst
44
Dus verzaak ik
om die reden deze overdekking van het zelf, het materiële
lichaam en alles erbij dat tijdelijk, enkel voor een ogenblik
herinnerd, niet-essentieel zijnde zo betekenisloos is, en ben
ik van aanbidding voor de voetzolen van U, de Intelligentie van
het Werkelijke en de Meester van de Ziel die de Absolute
Waarheid bent en van Wie men alles krijgt wat men zich maar kan
wensen.
Therefore
I worship Your lotus feet, having renounced my
identification with the material body and everything else
that covers my true self. These useless, insubstantial and
temporary coverings are merely presumed to be separate from
You, whose intelligence encompasses all truth. By attaining
You-the Supreme Godhead and the master of the soul-one
attains everything desirable.
Tekst
45
O Heer, o
Vriend van de Ziel, alhoewel de voortbrengselen van Uw
begoochelende vermogen bekend onder de namen
sattva,
rajas
en tamas,
er voor de doelstellingen van de handhaving, vernietiging en
schepping van dit universum zijn als [Uw] vermaak, is
het de [sattvische] goedheid die [met U]
voortbestaat voor de bevrijding en niet de andere twee welke de
mens gevaar, verbijstering en angst bezorgen [zie
ook
guna-avatâra's
en 10.89:
18].
O
my Lord, O supreme friend of the conditioned soul, although
for the creation, maintenance and annihilation of this world
You accept the modes of goodness, passion and ignorance,
which constitute Your illusory potency, You specifically
employ the mode of goodness to liberate the conditioned
souls. The other two modes simply bring them suffering,
illusion and fear.
Tekst
46
Omdat de
onbevreesdheid, het geluk van de ziel en de geestelijke wereld
worden bereikt via de geaardheid der goedheid beschouwen de
sâtvata's
dat en nimmer
enige andere [geaardheid] als de vorm van de
Oorspronkelijke Persoon; en om die reden aanbidden de
geestelijke autoriteiten in deze wereld de transcendentale
persoonlijke gedaante [Vishnu] van U, en de gedaante
van degenen met enkel U voor ogen [de vaishnava's], als
zijnde het dierbaarst, o Allerhoogste Heer [zie ook
1.2:
26].
O
Lord, because fearlessness, spiritual happiness and the
kingdom of God are all achieved through the mode of pure
goodness, Your devotees consider this mode, but never
passion and ignorance, to be a direct manifestation of You,
the Supreme Personality of Godhead. Intelligent persons thus
worship Your beloved transcendental form, composed of pure
goodness, along with the spiritual forms of Your pure
devotees.
Tekst
47
Hij, de
Allesdoordringende, Alomvattende Manifestatie en Meester van
het Universum, de Allerhoogste Persoonlijkheid van God, bied ik
mijn eerbetuigingen, daar Hij de hoogst aanbiddelijke godheid
Nârâyana is, de wijze die de beste der mensen die,
als de meester van de vedische geschriften met Zijn spraak
onder controle, zich bevindt in volmaakte zuiverheid [zie
hamsa].
I
offer my humble obeisances to Him, the Supreme Personality
of Godhead. He is the all-pervading and all-inclusive form
of the universe, as well as its spiritual master. I bow down
to Lord Nârâyana, the supremely worshipable
Deity appearing as a sage, and also to the saintly Nara, the
best of human beings, who is fixed in perfect goodness,
fully in control of his speech, and the propagator of the
Vedic literatures.
Tekst
48
Hij inderdaad
die, misleid door de begoochelende sluier over zijn ogen,
afgeleid raakt in zijn intelligentie over de Aanwezigheid in
zijn eigen zinnen, zijn hart en zelfs de voorwerpen
waargenomen, kan, ook al was zijn begrip oorspronkelijk
overdekt door Uw mâyâ, U kennen, de Geestelijk
Leraar van Allen, als hij de vedische kennis verwerft.
A
materialist, his intelligence perverted by the action of his
deceptive senses, cannot recognize You at all, although You
are always present within his own senses and heart and also
among the objects of his perception. Yet even though one's
understanding has been covered by Your illusory potency, if
one obtains Vedic knowledge from You, the supreme spiritual
master of all, he can directly understand You.
Tekst
49
De visie van de
Opperziel, het mysterie onthuld door de vedische teksten, is
waar de grote geleerden met de Ongeborene
[Brahmâ] voorop verbijsterd over raken in hun
pogingen om met allerlei filosofieën aan hun manier van
leven aan te passen de kwesties die Hem aangaan die het begrip
van de [geconditioneerde] geestelijke ziel te boven
gaat, Hij, de Allerhoogste Persoonlijkheid die mijn eerbetoon
geldt [vergelijk 1.3:
37,
4.31:
11,4.18:
5,
5.6.11,
5.14:
1,
7.15:
58,
11.19:
1,
11.20:
7 en B.G.
16:
23-24].
My
dear Lord, the Vedic literatures alone reveal confidential
knowledge of Your supreme personality, and thus even such
great scholars as Lord Brahmâ himself are bewildered
in their attempt to understand You through empirical
methods. Each philosopher understands You according to his
particular speculative conclusions. I worship that Supreme
Person, knowledge of whom is hidden by the bodily
designations covering the conditioned soul's spiritual
identity.
