regelbalk


 

Canto 3

S'rî Krishna Caitanya

 

 

Hoofdstuk 14: De Bevruchting van Diti in de Avond

(1) S'rî S'uka zei: 'Na van de wijze de beschrijving te hebben gehoord van het verhaal over de Allerhoogste Persoonlijkheid die voor het opheffen van de wereld als een zwijn verscheen, verzocht Vidura, gezworen als hij was, hem met gevouwen handen om meer, aangezien hij zich niet geheel voldaan voelde. (2) Vidura zei: 'O belangrijkste onder de wijzen, luisterend naar u hoorde ik dat de demon Hiranyâksha werd gedood door de Allerhoogste Persoon, het oorspronkelijke doel der offers. (3) Om welke redenen kwam het in Zijn spel en vermaak, toen Hij de aarde ophief op Zijn slagtanden, o brahmaan, tot een gevecht met de koning der demonen? (4) Alstublieft vertel deze trouwe persoon, deze toegewijde, tot in detail over Zijn verschijnen, o grote wijze, daar ik, met mijn nieuwsgierige geest, nog niet genoeg heb gehoord.

(5) Maitreya zei: 'Mijn beste toegewijde, grote held, dat wat u, uit uw goede zelf, me vraagt over de onderwerpen aangaande de Allerhoogste Persoonlijkheid vormt de bron der bevrijding van geboorte en dood voor degenen die gedoemd zijn te sterven. (6) Omdat hij als kind van Nârada over hen vernam, plaatste de zoon van koning Uttânapâda [Dhruva], toen hij [bij zijn dood] opsteeg naar het verblijf van de Heer, zijn voeten op het hoofd van de dood. (7) Lang geleden hoorde ik Brahmâ, de God der Goden, de geschiedenis van deze gebeurtenissen beschrijven naar aanleiding van vragen gesteld door de halfgoden.

(8) O Vidura, op een avond smeekte Diti, de dochter van Daksha, in sexuele nood haar echtgenoot Kas'yapa, de zoon van Marîci, om een kind te verwekken. (9) Na het aanbidden van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid Aller Offers met uitgietingen op de tong van het offervuur, zat hij volledig verzonken in de tempelkamer terwijl de zon onderging.

(10) Diti zei: 'O geleerde, Cupido heeft naar mij toe voor jou al zijn pijlen opgevat, mijn arme zelf in verlegenheid opjagend als een dolle olifant die een bananenboom te lijf gaat. (11) Wees daarom zo goed voor me, ik ben van streek als ik zie hoe goed het je andere vrouwen gaat; schenk me volledige genoegdoening met al de welvaart voor jou. (12) De roem van de echtgenoot die van zijn vrouw houdt zal zich in de wereld verspreiden daar van de kinderen van een goede echtgenoot als jij, de samenleving zich zeker uitbreidt. (13) Lang geleden vroeg onze vader, de hoogst welvarende Daksha, vol genegenheid ieder van zijn dochters: 'Aan wie geef je de voorkeur als je echtgenoot, mijn kind?' (14) Hij, zijn kinderen het beste wensend, schonk, met achting voor hun wensen, ze alle dertien weg; ze zijn in hun gedrag je nu allemaal trouw. (15) Wees daarom zo aardig mijn wensen te vervullen, o lotus-ogige; de verzoeken van hen die in nood verkeren en een groot persoon benaderen zullen, o grote, toch zeker niet vergeefs zijn?'

(16) Aldus, o held, gaf de zoon van Marîci de arme en praatgrage in kalmerende bewoordingen antwoord, daar ze zeer ontdaan was besmet door de lust. (17) 'Ik zal doen wat je ook maar van me vraagt, mijn liefste zo gekweld. Door wie anders dan door jou zouden de drie perfecties der bevrijding [dharma, artha, kâma: het regelen van de religie, de economie en de zinsbevrediging] kunnen worden bereikt? (18) Levend met een echtgenote kan een persoon die alle levensstadia doorloopt en zijn eigen roeping naleeft, de gevaarlijke oceaan van het materiële bestaan oversteken zoals men een zee met zeewaardige schepen doorkruist. (19) De echtgenote wordt, met al [de perfecties met] wat zij verlangt, beschouwd als de betere helft van iemands lichaam. Met het aan haar, o respectabele, overlaten van alle [materiële] verantwoordelijkheden, zal een man zich zonder zorgen bewegen. (20) De zinnen zijn, voor andere levensorden dan die van de huishouders, moeilijk te overwinnen vijanden; wij die aldus onze toevlucht nemen kunnen ze gemakkelijk de baas zoals de bevelhebber van een veste dat kan met binnendringende plunderaars. (21) Nimmer zullen we in staat zijn te beantwoorden wat jij allemaal voor ons gedaan hebt, o koningin van het huis; ons gehele leven niet, noch in het volgende leven, noch zullen anderen die waardering hebben voor je kwaliteiten dat kunnen. (22) Laat mij, dat gezegd hebbende, er onverwijld zorg voor dragen dit belang van jou te behartigen; wacht enkel een paar seconden zodat men mij niets te verwijten heeft. (23) Dit ogenblik is hoogst ongeschikt, het is de verschrikkelijke tijd waarin de akelige geesten en hun meester daadwerkelijk iemands constante metgezel zijn. (24) Om deze tijd van de dag, o kuise, in de schemering, trekt [S'iva] de Heer en weldoener der spookachtigen die hem omringen, als hun koning rond op de rug van de stier [Nandî]. (25) Met de schoonheid van het smetteloze stralende lichaam van de halfgod besmeurd met het stof en de rook opgewaaid van het verbranden van de doden, en met zijn samengeklitte haar overdekt door as, ziet je [zuster's, d.w.z. Satî's] echtgenoot [allen] met zijn drievoudige blik [van zon, maan en vuur]. (26) Hij ziet niemand in deze wereld als zijn verwant noch staat men los van hem; hij ziet niemand als groter noch beschouwt hij wie dan ook evenmin als misdadig; gezworen eerbiedigen wij verplicht aan hem zijn voeten, ons verzekerend van de overblijfselen van wat hij afwees van het geofferde voedsel. (27) Hoewel er wat betreft zijn onberispelijke karakter, dat wordt nagevolgd door de wijzen in hun verlangen de onwetendheid van de massa te ontmantelen, niemand is van een gelijke grootheid, treedt hij niettemin, terwille van de realisatie der toegewijden, persoonlijk op als een antagonist [naakt en besmeurd met as]. (28) De onfortuinlijken die in hun aktiviteiten daadwerkelijk om hem lachen, niet wetend van zijn bedoeling van bezig zijn in het zelf, vertroetelen hun lichaam - dat uiteindelijk slechts hondenvoer is - als was het de ziel zelve, met luxe als kleding, bloemenslingers en smeersels. (29) Goden als Brahmâ zijn, als de beschermers van de riten, in hun optreden gelijkgericht met hem, de heerser over de materiële energie onder wiens gezag de schepping zijn bestaan vindt; het antagonistisch optreden van dit grootse karakter is, bij God, slechts een nabootsing [in het op zich nemen van het karma].

(30) Maitreya zei: 'Ondanks op die manier door haar echtgenoot te zijn geïnformeerd, greep ze, met haar zinnen gedreven door Cupido, de kleding van de grote brahmaanse wijze vast, als was ze een schaamteloze publieke vrouw. (31) Hij, de koppigheid van zijn vrouw over de verboden daad begrijpend, bracht het aanbiddelijke lot zijn eerbetuigingen en vleide zich in afzondering neer met zijn vrouw. (32) Daarna een bad nemend mediteerde hij, met behulp van de zuivere geest van het Absolute zijn adem en zijn stem beheersend in gebed, op het licht der eeuwigheid. (33) O zoon van Bharata, Diti, beschaamd over de foute daad, benaderde de geleerde wijze met haar gezicht naar beneden gewend en sprak beleefd tot hem. (34) Diti zei: 'Laat deze zwangerschap van mij, o brahmaan, edelste van allen, niet door Rudra een einde vinden, daar ik zeker een overtreding heb begaan tegenover de meester der schepselen. (35) Ik betuig Rudra de eer, de woeste grote halfgod die alle verlangens vervult, de al-gunstige en vergevingsgezinde, die onmiddellijk woedend terecht wijst. (36) Moge hij, de hoogste, grote en genadige persoon, de aangetrouwde broer die gehuwd is met Satî ['de kuise', de zuster van Diti] over ons tevreden zijn, hij die de God van alle vrouwen is en zelfs van genade is voor de slechten.'

(37) Maitreya zei: 'Voor haar eigen kinderen het welzijn in de wereld wensend en bevend door het zich hebben afgekeerd van de regels en voorschriften van de avond, werd de echtgenote toegesproken door deze vader van de mensheid. (38) Kas'yapa zei: 'Door je verontreinigde geest, het onteren van de heiligheid van het moment alsook door het al te onverschillig staan tegenover mijn aanwijzingen, was je te onachtzaam jegens de goden. (39) O ongelukkige, uit je noodlottige baarmoeder zullen twee zoons vol minachting geboorte nemen, die een voortdurende treurnis onder de bestuurders van al de drie werelden zullen veroorzaken, o hoogmoedige. (40) Ze zullen arme en onschuldige levende wezens doden, vrouwen kwellen en de grote zielen kwaad maken. (41) Als dat gebeurt zal de Hoogste Persoonlijkheid en Heer van het Universum in grote woede het welzijn van de mensen in het algemeen verlangend, hen doden, in eigen persoon nederdalend als was Hij de gesel der bergen met de bliksemschicht [Indra].'

(42) Diti zei: 'Ter plekke te worden gedood door de werpschijf in handen van de Fortuinlijke is het beste; ik wens dat mijn zonen nooit eindigen als gevolg van de woede der brahmanen, o echtgenoot. (43) Een persoon bestraft door de vloek van een brahmaan en hij die andere levende wezens in angst doet leven, wordt noch door hen die van de hel zijn, noch door welke vormen van leven dan ook die de overtreder bereikt, begunstigd.'

(44-45) Kas'yapa zei: 'Het betreurd hebbend en boetvaardig zijnde in een onmiddellijke, gepaste bekentenis en door je grote bewondering voor de Allerhoogste Persoonlijkheid, Heer S'iva en je respect voor mij, zal er voorzeker uit een van de twee zoons [Hiranyakas'ipu] een zoon worden geboren [Prahlâda] die de goedkeuring van de toegewijden zal wegdragen; zijn bovenzinnelijke glorie zal als zijnde gelijk aan de glorie van de Allerhoogste Heer worden verkondigd. (46) Zoals goud van een inferieure kwaliteit door zuivering wordt veredeld, zullen heilige personen, die zuivering zoeken in het nastreven van het vrij zijn van vijandigheid, in het voetspoor van het karakter van deze ziel treden. (47) Hij, de Opperheer, door wiens genade dit universum zijn geluk vindt vanwege Zijn omnipotentie in de speciale zorg voor Zijn toegewijden, zal zeer tevreden zijn over zijn onwankelbare intelligentie. (48) Hij zal zeker de beste der toegewijden zijn, de grootste ziel met de grootste invloed en goed gerijpt door de toegewijde dienst [*]; met zijn geest in extatische liefde, zal hij ongetwijfeld Vaikunthha [de plaats zonder angst, de hemel] bereiken bij het verlaten van deze materiële wereld. (49) Hij zal een deugdzaam en gekwalificeerd vergaarbekken van goede kwaliteiten zijn; hij zal zich verheugen op het geluk van anderen en van streek zijn als anderen ongelukkig zijn; hij zal zonder vijanden zijn en een eind maken aan alle treurnis in de wereld zoals de maan dat doet na te hebben geleden onder de zomerzon. (50) Je kleinkind zal, in zich en buiten zich, de zuivere gedaante [van de Heer] met de lotusogen aanschouwen, die de vorm aanneemt die Zijn toegewijde zich wenst, die het sieraad is van de prachtige Godin van het Geluk en wiens gezicht is gesierd met schitterende oorhangers.

(51) Maitreya zei: 'In het horen dat haar kleinzoon een grote toegewijde zou zijn schiep Diti een groot behagen en eveneens wetend van het doden van haar twee zoons door Krishna raakte haar geest hoogst voldaan.

 

next                            

 
Tweede Editie, geladen 18 juni, 2006.

 

 

 

Bronteksten:

Diti in de avond bevrucht

 

Tekst 1:

S'rî S'uka zei: 'Na van de wijze de beschrijving te hebben gehoord van het verhaal over de Allerhoogste Persoonlijkheid die voor het opheffen van de wereld als een zwijn verscheen, verzocht Vidura, gezworen als hij was, hem met gevouwen handen om meer, aangezien hij zich niet geheel voldaan voelde.

S'ukadeva Gosvâmî zei: Nadat hij van de grote wijze Maitreya over het verschijnen van de Heer als Varâha had vernomen, vroeg Vidura, die een gelofte had afgelegd, hem met gevouwen handen om hem meer over de bovenzinnelijke activiteiten van de Heer te vertellen, omdat hij zich nog niet voldaan voelde. (Vedabase)

 

Tekst 2:

Vidura zei: 'O belangrijkste onder de wijzen, luisterend naar u hoorde ik dat de demon Hiranyâksha werd gedood door de Allerhoogste Persoon, het oorspronkelijke doel der offers.

S'rî Vidura zei: O eerste onder de grote wijzen, ik heb via de geestelijke erfopvolging vernomen dat Hiranyâksha, de eerste demon, verslagen werd door dezelfde Godspersoon, de verpersoonlijking van alle offerandes [Heer Zwijn]. (Vedabase)

 

Tekst 3:

Om welke redenen kwam het in Zijn spel en vermaak, toen Hij de aarde ophief op Zijn slagtanden, o brahmaan, tot een gevecht met de koning der demonen?

Wat was de oorzaak, o brâhmana, van de strijd tussen de demonenvorst en Heer Zwijn, toen de Heer bij wijze van spel de aarde omhoogtilde? (Vedabase)

 

Tekst 4:

Alstublieft vertel deze trouwe persoon, deze toegewijde, tot in detail over Zijn verschijnen, o grote wijze, daar ik, met mijn nieuwsgierige geest, nog niet genoeg heb gehoord.

Mijn geest is zeer nieuwsgierig geworden en daarom voel ik me niet tevreden met alleen dit ene verhaal over de verschijning van de Heer. Vertel deze trouwe toegewijde daarom alstublieft steeds meer. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Maitreya zei: 'Mijn beste toegewijde, grote held, dat wat u, uit uw goede zelf, me vraagt over de onderwerpen aangaande de Allerhoogste Persoonlijkheid vormt de bron der bevrijding van geboorte en dood voor degenen die gedoemd zijn te sterven.

De grote wijze Maitreya zei: O krijger, de door u gestelde vraag past een toegewijde wonderwel, omdat ze de verschijning van de Godspersoon betreft. Hij is de oorzaak van bevrijding uit de keten van geboorte en dood van alle stervelingen. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Omdat hij als kind van Nârada over hen vernam, plaatste de zoon van koning Uttânapâda [Dhruva], toen hij [bij zijn dood] opsteeg naar het verblijf van de Heer, zijn voeten op het hoofd van de dood.

Door te luisteren naar wat de wijze [Nârada] over deze onderwerpen vertelde, raakte de zoon van koning Uttânapâda [Dhruva] verlicht inzake de Godspersoon en steeg, nadat hij zijn voet op het hoofd van de dood had gezet, naar de woning van de Heer op. (Vedabase)

  

Tekst 7:

Lang geleden hoorde ik Brahmâ, de God der Goden, de geschiedenis van deze gebeurtenissen beschrijven naar aanleiding van vragen gesteld door de halfgoden.

Deze geschiedenis van de strijd tussen de Heer als zwijn en de demon Hiranyâksha hoorde ik jaren geleden uit de mond van Brahmâ, de eerste onder de halfgoden, toen de andere halfgoden hem ernaar vroegen. (Vedabase)

 

Tekst 8:

O Vidura, op een avond smeekte Diti, de dochter van Daksha, in sexuele nood haar echtgenoot Kas'yapa, de zoon van Marîci, om een kind te verwekken.

Door lust bevangen smeekte Diti, de dochter van Daksha, haar echtgenoot Kas'yapa, de zoon van Marîci, in het avonduur, om gemeenschap met haar te hebben teneinde een kind te verwekken. (Vedabase)

  

Tekst 9:

Na het aanbidden van de Oorspronkelijke Persoonlijkheid Aller Offers met uitgietingen op de tong van het offervuur, zat hij volledig verzonken in de tempelkamer terwijl de zon onderging.

De zon ging onder, en de wijze zat in trance, nadat hij een offerande had opgedragen aan de Allerhoogste Godspersoon, Vishnu, wiens tong het offervuur is. (Vedabase)

 

Tekst 10

Diti zei: 'O geleerde, Cupido heeft naar mij toe voor jou al zijn pijlen opgevat, mijn arme zelf in verlegenheid opjagend als een dolle olifant die een bananenboom te lijf gaat.

Daar uitte de schone Diti haar verlangen: O geleerde, Cupido kwelt me geweldig met zijn pijlen, zoals een dolle olifant een bananenboom heen en weer schudt. (Vedabase)

 

Tekst 11

Wees daarom zo goed voor me, ik ben van streek als ik zie hoe goed het je andere vrouwen gaat; schenk me volledige genoegdoening met al de welvaart voor jou.

Toon me daarom uw goedheid en wees me volledig genadig. Ik verlang ernaar om zonen te hebben en wanneer ik de voorspoed van uw andere vrouwen zie, doet me dat veel pijn. Als u deze daad verricht, dan zal u gelukkig worden. (Vedabase)

 

Tekst 12:

De roem van de echtgenoot die van zijn vrouw houdt zal zich in de wereld verspreiden daar van de kinderen van een goede echtgenoot als jij, de samenleving zich zeker uitbreidt.

Een vrouw wordt in de wereld geëerd door de zegen van haar man, en een man als u zal roem oogsten door kinderen te krijgen, omdat het nu eenmaal de bedoeling is dat u het aantal levende wezens vergroot. (Vedabase)

  

Tekst 13:

Lang geleden vroeg onze vader, de hoogst welvarende Daksha, vol genegenheid ieder van zijn dochters: 'Aan wie geef je de voorkeur als je echtgenoot, mijn kind?'

In lang vervlogen dagen vroeg onze vader, de hoogst welvarende Daksha, die zijn dochters toegenegen was, ons ieder afzonderlijk wie we het liefst als echtgenoot wilden hebben. (Vedabase)

 

  

Tekst 14:

Hij, zijn kinderen het beste wensend, schonk, met achting voor hun wensen, ze alle dertien weg; ze zijn in hun gedrag je nu allemaal trouw.

Toen onze welmenende vader, Daksha, onze wensen had vernomen, schonk hij dertien van zijn dochters aan u, en sindsdien zijn we u allemaal trouw gebleven. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Wees daarom zo aardig mijn wensen te vervullen, o lotus-ogige; de verzoeken van hen die in nood verkeren en een groot persoon benaderen zullen, o grote, toch zeker niet vergeefs zijn?'

O lotusogige, zegen me alstublieft door mijn verlangen te vervullen. Wanneer iemand zich in nood tot een grote persoonlijkheid wendt, mogen zijn smeekbeden niet tevergeefs zijn. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Aldus, o held, gaf de zoon van Marîci de arme en praatgrage in kalmerende bewoordingen antwoord, daar ze zeer ontdaan was besmet door de lust.

O held [Vidura], omdat Diti zodanig overmand was door de besmetting van de lust, was ze zwak en praatzuchtig, en de zoon van Marîci sprak haar met gepaste woorden kalmerend toe. (Vedabase)

 

Tekst 17:

'Ik zal doen wat je ook maar van me vraagt, mijn liefste zo gekweld. Door wie anders dan door jou zouden de drie perfecties der bevrijding [dharma, artha, kâma: het regelen van de religie, de economie en de zinsbevrediging] kunnen worden bereikt?

O gekwelde, ik zal dadelijk elke wens vervullen die je maar koestert, want wie anders dan jij is er de oorzaak van dat de drie stadia die aan bevrijding vooraf gaan, volmaakt uitgevoerd worden? (Vedabase)

 

Tekst 18:

Levend met een echtgenote kan een persoon die alle levensstadia doorloopt en zijn eigen roeping naleeft, de gevaarlijke oceaan van het materiële bestaan oversteken zoals men een zee met zeewaardige schepen doorkruist.

Zoals men de oceaan kan oversteken met een zeewaardig vaartuig, kan men de gevaarlijke zee van het materiële bestaan oversteken door zijn leven met een vrouw te delen. (Vedabase)

 

Tekst 19:

De echtgenote wordt, met al [de perfecties met] wat zij verlangt, beschouwd als de betere helft van iemands lichaam. Met het aan haar, o respectabele, overlaten van alle [materiële] verantwoordelijkheden, zal een man zich zonder zorgen bewegen.

O eerbiedige, een vrouw is zo'n goede hulp, dat ze vanwege haar aandeel in alle voorspoed brengende activiteiten, de betere helft van het lichaam van de man wordt genoemd. Een man kan alle verantwoordelijkheid aan de vrouw overlaten en onbekommerd het zijnde doen. (Vedabase)

 

Tekst 20:

De zinnen zijn, voor andere levensorden dan die van de huishouders, moeilijk te overwinnen vijanden; wij die aldus onze toevlucht nemen kunnen ze gemakkelijk de baas zoals de bevelhebber van een veste dat kan met binnendringende plunderaars.

Zoals de bevelhebber van een fort aanvallende plunderaars gemakkelijk kan afslaan, kan een man die de bescherming van een vrouw zoekt, de zinnen overwinnen, die in de andere levensorden onoverwinnelijk zijn. (Vedabase)

 

Tekst 21:

Nimmer zullen we in staat zijn te beantwoorden wat jij allemaal voor ons gedaan hebt, o koningin van het huis; ons gehele leven niet, noch in het volgende leven, noch zullen anderen die waardering hebben voor je kwaliteiten dat kunnen.

O koningin van het huis, wij kunnen niet doen wat jij doet, noch kunnen we je terugbetalen voor wat je gedaan hebt, ook al zouden we ons daar ons hele leven of zelfs na onze dood nog voor inspannen. Het is onmogelijk je terug te betalen, zelfs voor iemand die goede eigenschappen weet te waarderen. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Laat mij, dat gezegd hebbende, er onverwijld zorg voor dragen dit belang van jou te behartigen; wacht enkel een paar seconden zodat men mij niets te verwijten heeft.

Ook al zal ik je onmogelijk kunnen terugbetalen, toch zal ik dadelijk je lust bevredigen zodat je een kind kunt hebben. Maar je zult eerst even moeten wachten, zodat niemand me een verwijt zal kunnen maken. (Vedabase)

 

Tekst 23:

Dit ogenblik is hoogst ongeschikt, het is de verschrikkelijke tijd waarin de akelige geesten en hun meester daadwerkelijk iemands constante metgezel zijn.

Dit tijdstip is bijzonder ongunstig, omdat nu de gruwelijk uitziende geesten en de vaste metgezellen van de heer der geesten zich vertonen. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Om deze tijd van de dag, o kuise, in de schemering, trekt [S'iva] de Heer en weldoener der spookachtigen die hem omringen, als hun koning rond op de rug van de stier [Nandî].

Heer S'iva, de koning der geesten, reist op dit uur rond op de rug van zijn stier, omringd door geesten die hem voor hun bestwil vergezellen. (Vedabase)

 

Tekst 25:

Met de schoonheid van het smetteloze stralende lichaam van de halfgod besmeurd met het stof en de rook opgewaaid van het verbranden van de doden, en met zijn samengeklitte haar overdekt door as, ziet je [zuster's, d.w.z. Satî's] echtgenoot [allen] met zijn drievoudige blik [van zon, maan en vuur].

Het lichaam van Heer S'iva, de jongere broer van je man, is roodachtig, en hoewel hij vlekkeloos is, zit hij onder de as. Zijn haar is grauw van het stof dat van de lijkverbrandingsplaats opwervelt en hij ziet met drie ogen. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Hij ziet niemand in deze wereld als zijn verwant noch staat men los van hem; hij ziet niemand als groter noch beschouwt hij wie dan ook evenmin als misdadig; gezworen eerbiedigen wij verplicht aan hem zijn voeten, ons verzekerend van de overblijfselen van wat hij afwees van het geofferde voedsel.

Heer S'iva beschouwt niemand als bloedverwant, maar toch is er niemand die niet met hem verbonden is. Hij ziet niemand als bijzonder goed of bijzonder slecht. We doen de overblijfselen van zijn maaltijd eer aan en leggen de gelofte af aan te nemen wat hij verwerpt. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Hoewel er wat betreft zijn onberispelijke karakter, dat wordt nagevolgd door de wijzen in hun verlangen de onwetendheid van de massa te ontmantelen, niemand is van een gelijke grootheid, treedt hij niettemin, terwille van de realisatie der toegewijden, persoonlijk op als een antagonist [naakt en besmeurd met as].

Hoewel niemand in de materiële wereld Heer S'iva kan evenaren of overtreffen, en hoewel grote zielen zijn onberispelijke karakter tot voorbeeld nemen om zo alle onwetendheid weg te vagen, blijft hij zich toch als een duivel gedragen om alle toegewijden van de Heer te bevrijden. (Vedabase)

 

Tekst 28:

De onfortuinlijken die in hun aktiviteiten daadwerkelijk om hem lachen, niet wetend van zijn bedoeling van bezig zijn in het zelf, vertroetelen hun lichaam - dat uiteindelijk slechts hondenvoer is - als was het de ziel zelve, met luxe als kleding, bloemenslingers en smeersels.

Ongelukkige, dwaze mensen, die niet weten dat hij in zijn eigen zelf opgaat, lachen hem uit. Zulke dwazen houden zich bezig met het optooien van hun lichaam - dat niets dan voer voor de honden is - met mooie kleren, sieraden, bloemenkransen en smeersels. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Goden als Brahmâ zijn, als de beschermers van de riten, in hun optreden gelijkgericht met hem, de heerser over de materiële energie onder wiens gezag de schepping zijn bestaan vindt; het antagonistisch optreden van dit grootse karakter is, bij God, slechts een nabootsing [in het op zich nemen van het karma].

De religieuze riten waar hij zich aan houdt, worden ook in acht genomen door halfgoden als Brahmâ. Hij is de bestuurder van de materiële energie, die de schepping van de stoffelijke wereld veroorzaakt. Hij is groot, en daarom zijn zijn duivelse trekken slechts uiterlijke schijn. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Maitreya zei: 'Ondanks op die manier door haar echtgenoot te zijn geïnformeerd, greep ze, met haar zinnen gedreven door Cupido, de kleding van de grote brahmaanse wijze vast, als was ze een schaamteloze publieke vrouw.

Maitreya zei: Hoewel Diti door haar echtgenoot was ingelicht, preste Cupido haar om haar lust te bevredigen. Als een schaamteloze prostituée greep ze de grote wijze brâhmana bij zijn kleren. (Vedabase)

 

Tekst 31:

Hij, de koppigheid van zijn vrouw over de verboden daad begrijpend, bracht het aanbiddelijke lot zijn eerbetuigingen en vleide zich in afzondering neer met zijn vrouw.

Begrijpend wat zijn vrouw van hem wilde, was hij verplicht de verboden daad te verrichten. Na zijn eerbetuigingen aan het aanbiddenswaardige lot te hebben gebracht, legde hij zich dus in afzondering met haar neer. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Daarna een bad nemend mediteerde hij, met behulp van de zuivere geest van het Absolute zijn adem en zijn stem beheersend in gebed, op het licht der eeuwigheid.

Daarop baadde de brâhmana zich en beteugelde zijn spraak door in trance te mediteren op het eeuwige licht en binnensmonds de heilige gâyatrî-mantra's te chanten. (Vedabase)

 

 

Tekst 33:

O zoon van Bharata, Diti, beschaamd over de foute daad, benaderde de geleerde wijze met haar gezicht naar beneden gewend en sprak beleefd tot hem.

O zoon van de Bharata-dynastie, daarna kwam Diti, het hoofd gebogen vanwege haar onjuiste daad, naar haar man en sprak als volgt. (Vedabase)

 

Tekst 34:

Diti zei: 'Laat deze zwangerschap van mij, o brahmaan, edelste van allen, niet door Rudra een einde vinden, daar ik zeker een overtreding heb begaan tegenover de meester der schepselen.

De schone Diti zei: O dierbare brâhmana, zorg alstublieft dat het embryo in mijn baarmoeder niet gedood wordt door Heer S'iva, de heer van alle levende wezens, vanwege de grote overtreding die ik tegenover hem begaan hebt. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Ik betuig Rudra de eer, de woeste grote halfgod die alle verlangens vervuld, de al-gunstige en vergevingsgezinde, die onmiddellijk woedend terecht wijst.

Laat me mijn eerbetuigingen brengen aan de boze Heer S'iva, de grote halfgod, die niet alleen erg woest is, maar tegelijk alle materiële verlangens vervult. Hij is alzegenrijk en vergevingsgezind, maar uit woede kan hij onmiddellijk straffen. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Moge hij, de hoogste, grote en genadige persoon, de aangetrouwde broer die gehuwd is met Satî ['de kuise', de zuster van Diti] over ons tevreden zijn, hij die de God van alle vrouwen is en zelfs van genade is voor de slechten.'

Moge hij tevreden over ons zijn, omdat hij mijn zwager is, de man van mijn zuster Satî. Hij is ook de heer die de aanbidding van alle vrouwen verdient. Hij is de van alle volmaaktheden vervulde en kan zijn genade bewijzen aan vrouwen, die zelfs door de onbeschaafde jagers verontschuldigd worden. (Vedabase)

 

Tekst 37:

Maitreya zei: 'Voor haar eigen kinderen het welzijn in de wereld wensend en bevend door het zich hebben afgekeerd van de regels en voorschriften van de avond, werd de echtgenote toegesproken door deze vader van de mensheid.

Maitreya zei: De grote wijze Kas'yapa wendde zich tot zijn vrouw, die stond te beven uit vrees dat ze hem beledigd had. Ze besefte dat ze hem van het dagelijks opzeggen van zijn avondgebeden afhield, maar ze verlangde dat het haar kinderen goed zou gaan in de wereld. (Vedabase)

 

Tekst 38:

Kas'yapa zei: 'Door je verontreinigde geest, het onteren van de heiligheid van het moment alsook door het al te onverschillig staan tegenover mijn aanwijzingen, was je te onachtzaam jegens de goden.

De geleerde Kas'yapa zei: Doordat je geest bezoedeld was en je het tijdstip niet wist te respecteren, doordat je mijn aanwijzingen in de wind sloeg en je onverschillig was jegens de halfgoden, was alles ongunstig. (Vedabase)

 

Tekst 39:

O ongelukkige, uit je noodlottige baarmoeder zullen twee zoons vol minachting geboorte nemen, die een voortdurende treurnis onder de bestuurders van al de drie werelden zullen veroorzaken, o hoogmoedige.

O hooghartige, er zullen uit je verdoemde schoot twee verachtelijke zoons geboren worden. O ongelukkige vrouw, ze zullen de drie werelden onophoudelijk verdriet bezorgen! (Vedabase)

 

Tekst 40:

Ze zullen arme en onschuldige levende wezens doden, vrouwen kwellen en de grote zielen kwaad maken.

Ze zullen arme, onschuldige wezens doden, vrouwen kwellen en de grote zielen tergen. (Vedabase

 

Tekst 41:

Als dat gebeurt zal de Hoogste Persoonlijkheid en Heer van het Universum in grote woede het welzijn van de mensen in het algemeen verlangend, hen doden, in eigen persoon nederdalend als was Hij de gesel der bergen met de bliksemschicht [Indra].'

Dan zal de Heer van het universum, de Allerhoogste Godspersoon, die het beste met iedereen voorheeft, neerdalen om hen te doden, zoals Indra met zijn bliksem de bergen verbrijzelt. (Vedabase)

 

Tekst 42:

Diti zei: 'Ter plekke te worden gedood door de werpschijf in handen van de Fortuinlijke is het beste; ik wens dat mijn zonen nooit eindigen als gevolg van de woede der brahmanen, o echtgenoot.

Diti zei: Het is uitstekend dat mijn zoons grootmoedig gedood zullen worden door de handen van de Godspersoon, met behulp van Zijn Sudars'ana-wapen. O mijn man, mogen ze niet worden gedood door de woede van de toegewijde brâhmana's. (Vedabase)

 

Tekst 43:

Een persoon bestraft door de vloek van een brahmaan en hij die andere levende wezens in angst doet leven, wordt noch door hen die van de hel zijn, noch door welke vormen van leven dan ook die de overtreder bereikt, begunstigd.'

Iemand die door een brâhmana vervloekt is of andere levende wezens altijd angst aanjaagt, verkrijgt noch de gunst van hen die al in de hel zijn, noch van hen onder wie hij geboren is. (Vedabase)

 

Tekst 44-45:

Kas'yapa zei: 'Het betreurd hebbend en boetvaardig zijnde in een onmiddellijke, gepaste bekentenis en door je grote bewondering voor de Allerhoogste Persoonlijkheid, Heer S'iva en je respect voor mij, zal er voorzeker uit een van de twee zoons [Hiranyakas'ipu] een zoon worden geboren [Prahlâda] die de goedkeuring van de toegewijden zal wegdragen; zijn bovenzinnelijke glorie zal als zijnde gelijk aan de glorie van de Allerhoogste Heer worden verkondigd.

De geleerde Kas'yapa zei: Vanwege je verdriet, berouw en juiste overwegingen en ook om je onwankelbare geloof in de Allerhoogste Godspersoon en je verering voor Heer S'iva en voor mij, zal een van de zoons [Prahlâda] van je zoon [Hiranyakas'ipu] een erkende toegewijde van de Heer zijn en zal zijn roem even wijd verbreid worden als die van de Godspersoon. (Vedabase)

  

Tekst 46:

Zoals goud van een inferieure kwaliteit door zuivering wordt veredeld, zullen heilige personen, die zuivering zoeken in het nastreven van het vrij zijn van vijandigheid, in het voetspoor van het karakter van deze ziel treden.

Zoals goud van lage kwaliteit door zuivering kan worden veredeld, zullen heiligen hem in karakter trachten te evenaren, door naar vrijheid van vijandschap te streven. Op die manier volgen ze in zijn voetspoor. (Vedabase)

 

Tekst 47:

Hij, de Opperheer, door wiens genade dit universum zijn geluk vindt vanwege Zijn omnipotentie in de speciale zorg voor Zijn toegewijden, zal zeer tevreden zijn over zijn onwankelbare intelligentie.

Iedereen zal tevreden over hem zijn, omdat de Godspersoon, de allerhoogste bestuurder van het universum, Zich altijd voldaan voelt over een toegewijde die buiten Hem geen verlangens kent. (Vedabase)

 

Tekst 48:

Hij zal zeker de beste der toegewijden zijn, de grootste ziel met de grootste invloed en goed gerijpt door de toegewijde dienst [*]; met zijn geest in extatische liefde, zal hij ongetwijfeld Vaikunthha [de plaats zonder angst, de hemel] bereiken bij het verlaten van deze materiële wereld.

Die hoogst verheven toegewijde zal verruimde intelligentie en uitgebreide invloed bezitten en de grootste der grote zielen zijn. Door gevorderde toegewijde dienst zal hij zeker in staat van bovenzinnelijke vervoering verkeren en na het verlaten van deze wereld in de geestelijke ruimte binnengaan. (Vedabase)

 

Tekst 49:

Hij zal een deugdzaam en gekwalificeerd vergaarbekken van goede kwaliteiten zijn; hij zal zich verheugen op het geluk van anderen en van streek zijn als anderen ongelukkig zijn; hij zal zonder vijanden zijn en een eind maken aan alle treurnis in de wereld zoals de maan dat doet na te hebben geleden onder de zomerzon.

Hij zal een ware bron zijn van alle goede eigenschappen. Hij zal blij en gelukkig zijn bij het geluk van anderen, verdriet hebben om andermans verdriet en geen vijanden kennen. Hij zal het verdriet van alle universa teniet doen, zoals de maan de hitte van de zomerzon verzacht. (Vedabase)

 

Tekst 50:

Je kleinkind zal, in zich en buiten zich, de zuivere gedaante [van de Heer] met de lotusogen aanschouwen, die de vorm aanneemt die Zijn toegewijde zich wenst, die het sieraad is van de prachtige Godin van het Geluk en wiens gezicht is gesierd met schitterende oorhangers.

Je kleinzoon zal zowel in zijn hart als voor zijn ogen de Allerhoogste Godspersoon kunnen aanschouwen, wiens gemalin de schone geluksgodin is. Hij kan verschijnen in de gedaante die Zijn toegewijde verlangt te zien. Zijn gelaat is altijd fraai met oorringen getooid. (Vedabase)

 

Tekst 51:

Maitreya zei: 'In het horen dat haar kleinzoon een grote toegewijde zou zijn schiep Diti een groot behagen en eveneens wetend van het doden van haar twee zoons door Krishna raakte haar geest hoogst voldaan.

De wijze Maitreya zei: Toen ze hoorde dat haar kleinzoon een groot toegewijde zou zijn en dat haar zoons door Krsna gedood zouden worden, voelde Diti zich innerlijk zeer tevreden. (Vedabase)

 

Bij vers 48: Goed gerijpt betekend gerijpt in drie stadia: sthâyi-bhâva, een bepaalde emotionele relatie hebben met God; anubhâva, bepaalde emoties in die relaties ervaren, en mahâbhâva of het stadium waarin men extatische gevoelens van liefde voor God ervaart.

 
 
 
 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties