Canto
3
Hoofdstuk 19: Het doden van de demon Hiranyâksha
(1) Maitreya zei: 'Het horen van de nectar-gelijke woorden vrij van zondige bedoelingen van Brahmâ, ontlokten een hartelijke lach aan de Heer die ze aanvaardde met een blik vol van liefde. (2) Toen, opspringend, bracht Hij de demonische vijand die onbevreesd voor Hem heen en weer sloop, een slag met Zijn strijdknots toe, zijwaarts op zijn kin. (3) Maar die klap werd door Hiranyâksha zijn knots gestopt, zodat de knots die aan de Heer Zijn handen ontglipte met een verrassend wonderbaarlijke gloed naar beneden wervelde. (4) Hoewel Hiranyâksha daardoor toen een uitstekende kans kreeg, viel hij niet aan, de gevechtscode respecterend dat in de strijd geen wapen hebben in acht moet worden genomen. Dit dreef de Heer verder. (5) Toen Zijn strijdknots viel, rees er een kreet van alarm op [van de toeschouwers] en moest de Almachtige Heer, toen Hij Hiranyâksha's rechtsgevoel zag, aan Zijn Sudars'ana-cakra denken. (6) Terwijl Hij Zijn werpschijf liet rondspinnen, werd Hij, spelend met de gemene zoon van Diti, die allerbelangrijkste van Zijn metgezellen, begroet met verschillende uitdrukkingen van ongeloof die de lucht vulden met: 'Alle geluk aan U, breng hem alstUblieft tot zijn einde.'
(7) Toen de Daitya Hem met Zijn schijf gewapend voor zich zag, klaar voor hem en hem aankijkend met ogen gelijk de blaadjes van lotusbloemen, raakte hij buiten zinnen van verontwaardiging en beet hij sissend als een slang op zijn lip in grote weerzin. (8) Met zijn angstwekkende enorme tanden en zijn beide starende vuurschietende ogen viel hij toen aan uitroepend: 'Zo wordt Je verslagen door Je eigen strijdknots!', en slingerde hem naar de Heer. (9) Die knots, o zoeker van de waarheid, werd, voor ogen van Zijn vijand, hoewel die de kracht had van een orkaan, speels door de rechtervoet van de Heer der offers die de vorm van een zwijn had aangenomen afgeweerd.
(10) Toen zei Hij: 'Raap hem maar op en probeer het nog eens, als je zo graag wilt winnen'. Op dat ogenblik, deed Hiranyâksha, aldus uitgedaagd, luid brullend opnieuw een uitval. (11) De strijdknots op zich af zien komend, ving de Heer hem, stevig op Zijn voeten staand, met gemak op, hem grijpend zoals Garuda dat zou met een slang. (12) De frustratie van zijn bravoure sloeg de trots van de grote demon aan diggelen en er geen zin meer in hebbend weigerde hij de knots weer terug te nemen die de Heer hem aanbood. (13) In plaats daarvan nam hij een drietand ter hand en laaiend als vuur stoof hij verwoed op de Heer der Offers in de gedaante van Varâha af, zoals iemand met kwaad in de zin dat zou tegen een brahmaan. (14) De glanzende drietand die de machtigste onder de Daitya's met al zijn kracht naar de Heer had geworpen werd in zijn vlucht met een lichtflits in stukken gehakt door de scherpe rand van de cakra, zoals Indra de vleugel van Garuda afsneed [toen hij ooit een pot nectar had weggegrist]. (15) Toen hij zijn drietand in stukken gehakt zag door de Heer Zijn werpschijf, werd hij woedend en ging hij Hem brullend te lijf waarbij hij de brede met het S'rîvatsa-teken gemerkte borst van de Heer hard met zijn vuist trof, waarna de demon uit het gezicht verdween. (16) Zo door hem getroffen, o Vidura, was de Allerhoogste Heer in Zijn eerste incarnatie als een zwijn niet in het minst beroerd en niet meer aangedaan dan een olifant geslagen met een bos bloemen. (17) De mensen eromheen echter zagen de Heer van de eenheid in de materie nu belaagd door een reeks van trucs en vol van angst dachten ze dat het einde van de wereld was aangebroken. (18) Felle winden raasden en in alle richtingen verspreidde zich door het stof een duisternis terwijl het stenen regende alsof een heel leger bezig was. (19) De hemellichten verdwenen achter massa's wolken waaruit het donderde en bliksemde, terwijl het de hele tijd pus, haar, bloed, ontlasting, urine en beenderen regende. (20) O zondenloze, bergen van allerlei soorten wapens die hun lading verschoten kwamen tevoorschijn en men zag naakte duivelinnen gewapend met drietanden en loshangende haren. (21) Vele woeste duivels en demonen te voet, te paard, op strijdwagens en met olifanten verschenen, die wrede moorddadige woorden riepen. (22) Volgend op dit magisch machtsvertoon van de demon gebrand op de vernietiging, lanceerde de geliefde genieter van de drie offers [van het luisteren, de goederen en de adem zie B.G. 4: 26-27] het wapen van Zijn meest uitnemende aanwezigheid [de Sudars'ana-cakra].
(23) Op dat moment doortrok een huivering het hart van Diti [de moeder van de demon] en zich de woorden van haar echtgenoot [Kas'yapa] herinnerend vloeide er bloed uit haar borsten. (24) Met zijn magische krachten verdreven kwam de demon opnieuw in het zicht van de Opperheer, en vol razernij omhelsde hij Hem om Hem te pletten, maar hij ontdekte dat de Heer zich buiten zijn greep bevond. (25) Hiranyâksha sloeg Heer Adhokshaja [Hij voorbij de controle der zinnen] met zijn vuist hard als een donderslag, maar kreeg van Hem een mep precies onder zijn oor, zoals de heer der Maruts [Indra] dat deed met de demon Vritra. (26) Hoewel door de onoverwinnelijke Heer slechts terloops geraakt, tolde het lichaam van de duivel in het rond; puilden zijn ogen uit hun kassen en viel hij, met zijn armen en benen levenloos en zijn haar in wanorde, als een gigantische boom geveld door de wind ter aarde.
(27) De zelfgeborene [Brahmâ] en de anderen die hem op de grond zagen met zijn bloed nog niet uit zijn gezicht weggetrokken en zijn tanden door zijn lip, zeiden, vol bewondering naderbij komend: 'O waarlijk wie is een dergelijke eindbestemming zo vergund?'. (28) Hij op wie de yogi's in afzondering mediteren verzonken in de eenheid, bevrijding zoekend uit het onwerkelijke van het lichaam - door een voet van Hem werd de zoon, het kroonjuweel van de Diti-mens, getroffen en wierp hij daadwerkelijk zijn lichaam af Hem in het gelaat starend. (29) Beide medewerkers van de Heer zijn vervloekt wederom voor enkele levens geboorte te nemen uit de goddelozen, waarna ze daadwerkelijk weer terug zullen keren.'
(30) De godbewusten zeiden: 'Alle eer aan U, Genieter Aller Offers die terwille van de handhaving de gedaante van de zuivere goedheid heeft aangenomen; tot het grote geluk van de wereld hebt U deze hier, die zoveel onheil stichtte, tot zijn einde gebracht. Met de toewijding tot Uw voeten, zijn we nu op ons gemak.'
(31) S'rî Maitreya zei: 'Na aldus de zo hoogst machtige Hiranyâksha te hebben gedood, keerde de Heer, de oorsprong van de zwijn-incarnatie terug naar Zijn verblijf, in één ononderbroken viering geprezen door hem die op de lotus is gezeten en de anderen. (32) Ik heb voor U, zoals het mij werd verteld, beste vriend, uiteengezet hoe door de handelingen van de Opperheer in het op Zich nemen van Zijn zwijn-incarnatie, Hiranyâksha, die zo'n grote macht had, in een groots gevecht werd gedood alsof hij een speeltje was'."
(33) Sûta zei: "Toen Vidura, de grote toegewijde, van de zoon van Kushâru [Maitreya], aldus vernam van de vertelling over de Allerhoogste Heer, bereikte hij het opperste geluk, o brahmaan [S'aunaka]. (34) Wat moet ik zeggen van het horen over de Heer met het S'rîvatsa merkteken, als zelfs de bekendheid van anderen, toegewijden trouw aan de verzen, tot dat genoegen kan voeren? (35) Toen de koning der olifanten [Gajendra] die door een krokodil werd aangevallen, mediteerde op de lotusvoeten terwijl zijn wijfjes weeklaagden werd hij snel van het gevaar verlost. (36) Wie zou er niet z'n toevlucht nemen tot Hem die zo gemakkelijk te aanbidden is voor mensen zonder pretenties; welke dankbare ziel zou geen dienst verlenen aan degene die onmogelijk te aanbidden is door hen die geen echte zoekers zijn? (37) Hij die daadwerkelijk verneemt van, zingt over en genoegen beleeft aan dit wonderlijke avontuur van de Allerhoogste die als een zwijn de aarde ophief uit de oceaan en Hiranyâksha doodde, zal terstond worden bevrijd, zelfs als hij een brahmaan aan zijn eind hielp, o tweemaal geborene! (38) Deze vertelling brengt een grote verdienste, is zeer heilig en brengt weelde, roem en een lang leven en zal alles doen toekomen wat men nodig heeft. Wie er ook maar naar luistert zal zijn levenskracht en zinnen erdoor gesterkt zien op het slagveld en aan het eind van zijn leven er de toevlucht van Nârâyana mee verkrijgen, o beste S'aunaka."
Tweede Editie, geladen 27 juni 2006.
Bronteksten:
De dood van de demon Hiranyâksha.
Maitreya zei: 'Het horen van de nectar-gelijke woorden vrij van zondige bedoelingen van Brahmâ, ontlokten een hartelijke lach aan de Heer die ze aanvaardde met een blik vol van liefde.S'rî Maitreya zei: Nadat Hij de woorden van Brahmâ, de schepper, vernomen had, die vrij van iedere zondige bedoeling en zoet als nectar waren, lachte de Heer hartelijk en nam zijn gebed met een liefdevolle blik aan. (Vedabase)
Toen, opspringend, bracht Hij de demonische vijand die onbevreesd voor Hem heen en weer sloop, een slag met Zijn strijdknots toe, zijwaarts op zijn kin.
De Heer, die uit Brahmâ's neusgat verschenen was, sprong op en haalde met Zijn knots uit naar de kin van Zijn vijand, de demon Hiranyâksha, die trots en onverschrokken voor Hem heen en weer stapte. (Vedabase)
Maar die klap werd door Hiranyâksha zijn knots gestopt, zodat de knots die aan de Heer Zijn handen ontglipte met een verrassend wonderbaarlijke gloed naar beneden wervelde.
Geraakt door de knots van de demon, gleed de knots van de Heer echter uit Zijn hand en viel wervelend naar beneden. Het was een wonderbaarlijk schouwspel, want de knots straalde en schitterde. (Vedabase)
Hoewel Hiranyâksha daardoor toen een uitstekende kans kreeg, viel hij niet aan, de gevechtscode respecterend dat in de strijd geen wapen hebben in acht moet worden genomen. Dit dreef de Heer verder.
Hoewel de demon een uitstekende gelegenheid had om zijn ongewapende vijand ongehinderd te treffen, respecteerde hij de regels van de strijd van man tegen man, waardoor de Allerhoogste Heer nog woedender werd. (Vedabase)
Toen Zijn strijdknots viel, rees er een kreet van alarm op [van de toeschouwers] en moest de Almachtige Heer, toen Hij Hiranyâksha's rechtsgevoel zag, aan Zijn Sudars'ana-cakra denken.
Toen Zijn knots op de grond viel en er uit de menigte halfgoden en rishi's die het gevecht bijwoonden een kreet van schrik opsteeg, beantwoordde de Godspersoon het rechtvaardigheidsgevoel van de demon door een beroep te doen op Zijn Sudars'ana-discus. (Vedabase)
Terwijl Hij Zijn werpschijf liet rondspinnen, werd Hij, spelend met de gemene zoon van Diti, die allerbelangrijkste van Zijn metgezellen, begroet met verschillende uitdrukkingen van ongeloof die de lucht vulden met: 'Alle geluk aan U, breng hem alstUblieft tot zijn einde.'
Terwijl de schijf begon rond te wentelen in de handen van de Heer en Hij van nabij strijd leverde met de leider van Zijn dienaars in Vaikunthha, die geboren was als Hiranyâksha, de laaghartige zoon van Diti, klonken er van alle kanten vreemde uitroepen van degenen die de strijd vanuit hun vliegtuigen gadesloegen. Ze wisten niet wie de Heer werkelijk was en riepen: "Moge U de overwinning behalen! Help hem alstublieft naar de andere wereld. Speel niet langer met hem. (Vedabase)"
Toen de Daitya Hem met Zijn schijf gewapend voor zich zag, klaar voor hem en hem aankijkend met ogen gelijk de blaadjes van lotusbloemen, raakte hij buiten zinnen van verontwaardiging en beet hij sissend als een slang op zijn lip in grote weerzin.
Toen de demon de Godspersoon, met Zijn ogen als lotusblaadjes gewapend met Zijn Sudars'ana-discus voor zich klaar zag staan, liep hij over van verontwaardiging. Hij begon te sissen als een slang en verbeet zich van wrok. (Vedabase)
Met zijn angstwekkende enorme tanden en zijn beide starende vuurschietende ogen viel hij toen aan uitroepend: 'Zo wordt Je verslagen door Je eigen strijdknots!', en slingerde hem naar de Heer.
De demon, die angstaanjagende slagtanden had, staarde de Godspersoon aan alsof hij Hem wilde verzengen. Hij sprong de lucht in, zwaaide met zijn knots naar de Heer en schreeuwde: "Je bent er geweest. (Vedabase)!"
Die knots, o zoeker van de waarheid, werd, voor ogen van Zijn vijand, hoewel die de kracht had van een orkaan, speels door de rechtervoet van de Heer der offers die de vorm van een zwijn had aangenomen afgeweerd.
O heilige Vidura, onder de ogen van Zijn vijand, trapte de Heer in zwijnegedaante - de genieter van alle offergaven - de knots, hoewel het met de kracht van een orkaan op Hem afkwam, speels met Zijn linkervoet opzij. (Vedabase)
Toen zei Hij: 'Raap hem maar op en probeer het nog eens, als je zo graag wilt winnen'. Op dat ogenblik, deed Hiranyâksha, aldus uitgedaagd, luid brullend opnieuw een uitval.
Toen zei de Heer: "Neem je wapen op en probeer het nog eens, als je Me zo graag wilt verslaan." Aldus uitgedaagd slingerde de demon onder luid gebrul zijn knots opnieuw naar de Heer. (Vedabase)
De strijdknots op zich af zien komend, ving de Heer hem, stevig op Zijn voeten staand, met gemak op, hem grijpend zoals Garuda dat zou met een slang.
Toen de Heer de knots op Zich af zag vliegen, zette Hij Zich schrap en ving hem met hetzelfde gemak op als Garuda, de koning van de vogels, een slang zou grijpen. (Vedabase)
De frustratie van zijn bravoure sloeg de trots van de grote demon aan diggelen en er geen zin meer in hebbend weigerde hij de knots weer terug te nemen die de Heer hem aanbood.
In zijn dapperheid gefrustreerd, voelde de grote demon zich vernederd en wist zich geen houding te geven. Hij wilde de knots niet meer terugnemen, toen de Godspersoon hem deze aanbood. (Vedabase)
In plaats daarvan nam hij een drietand ter hand en laaiend als vuur stoof hij verwoed op de Heer der Offers in de gedaante van Varâha af, zoals iemand met kwaad in de zin dat zou tegen een brahmaan.
Hij nam nu een drietand, die verslindend was als laaiend vuur, en slingerde die naar de Heer, de genieter van alle offerandes, zoals men boetedoeningen kan ondergaan om een heilige brâhmana kwaad te berokkenen. (Vedabase)
De glanzende drietand die de machtigste onder de Daitya's met al zijn kracht naar de Heer had geworpen werd in zijn vlucht met een lichtflits in stukken gehakt door de scherpe rand van de cakra, zoals Indra de vleugel van Garuda afsneed [toen hij ooit een pot nectar had weggegrist].
Door de krachtige demon uit alle macht weggeslingerd, vloog de drietand blikkerend door de lucht. Maar de Godspersoon sneed hem met Zijn scherpgerande Sudars'ana-discus aan stukken, zoals Indra Garuda een vleugel afhakte. (Vedabase)
Toen hij zijn drietand in stukken gehakt zag door de Heer Zijn werpschijf, werd hij woedend en ging hij Hem brullend te lijf waarbij hij de brede met het S'rîvatsa-teken gemerkte borst van de Heer hard met zijn vuist trof, waarna de demon uit het gezicht verdween.
Toen zijn drietand door de discus van de Godspersoon in stukken was gekliefd, werd de demon woest. Hij stormde op de Heer af en beukte Hem brullend met zijn harde vuist op de brede borst, die met het S'rîvatsa-teken gesierd was. Toen verdween hij uit het gezicht. (Vedabase)
Zo door hem getroffen, o Vidura, was de Allerhoogste Heer in Zijn eerste incarnatie als een zwijn niet in het minst beroerd en niet meer aangedaan dan een olifant geslagen met een bos bloemen.
Toen de Heer op deze wijze door de demon werd getroffen, o Vidura, voelde Hij, die als eerste zwijn verschenen was, nergens in Zijn lichaam ook maar de minste trilling, zoals ook een olifant niet veel zou merken wanneer hij met een bloemenkrans geslagen zou worden. (Vedabase)
De mensen eromheen echter zagen de Heer van de eenheid in de materie nu belaagd door een reeks van trucs en vol van angst dachten ze dat het einde van de wereld was aangebroken.
De demon wendde echter vele toverkunsten aan tegen de Godspersoon, die de Heer van yogamâyâ is. Toen de mensen dat zagen raakten ze in paniek en dachten dat het einde van het heelal nabij was. (Vedabase)
Felle winden raasden en in alle richtingen verspreidde zich door het stof een duisternis terwijl het stenen regende alsof een heel leger bezig was.
Er begonnen van alle kanten woeste winden te waaien. Stofwolken en hagelbuien verduisterden de lucht, terwijl vanuit alle richtingen massa's stenen kwamen aangevlogen, alsof ze door machinegeweren werden afgevuurd. (Vedabase)
De hemellichten verdwenen achter massa's wolken waaruit het donderde en bliksemde, terwijl het de hele tijd pus, haar, bloed, ontlasting, urine en beenderen regende.
De hemellichamen in de ruimte gingen schuil achter dichte wolkenmassa's, waarin het donderde en bliksemde. Het regende etter, haar, bloed, ontlasting, urine en botten. (Vedabase)
O zondenloze, bergen van allerlei soorten wapens die hun lading verschoten kwamen tevoorschijn en men zag naakte duivelinnen gewapend met drietanden en loshangende haren.
O zondeloze Vidura, de bergen vuurden allerlei wapens af en er verschenen naakte heksen met drietanden, die hun haar los hadden hangen. (Vedabase)
Vele woeste duivels en demonen te voet, te paard, op strijdwagens en met olifanten verschenen, die wrede moorddadige woorden riepen.
Horden gemene Yaksha's en Râkshasa's, te voet, te paard, op olifanten of in wagens, sloegen wrede en rauwe taal uit. (Vedabase)
Volgend op dit magisch machtsvertoon van de demon gebrand op de vernietiging, lanceerde de geliefde genieter van de drie offers [van het luisteren, de goederen en de adem zie B.G. 4: 26-27] het wapen van Zijn meest uitnemende aanwezigheid [de Sudars'ana-cakra].
Nu wierp de Heer, die persoonlijk van alle offers geniet, Zijn dierbare Sudars'ana, welke de magische strijdmacht die de demon opgeroepen had uiteen kon jagen. (Vedabase)
Op dat moment doortrok een huivering het hart van Diti [de moeder van de demon] en zich de woorden van haar echtgenoot [Kas'yapa] herinnerend vloeide er bloed uit haar borsten.
Op dat ogenblik ging er opeens een huivering door het hart van Diti heen, de moeder van Hiranyâksha. Ze herinnerde zich de woorden van haar man, Kas'yapa, en bloed vloeide uit haar borsten. (Vedabase)
Met zijn magische krachten verdreven kwam de demon opnieuw in het zicht van de Opperheer, en vol razernij omhelsde hij Hem om Hem te pletten, maar hij ontdekte dat de Heer zich buiten zijn greep bevond.
Toen de demon zag dat zijn magische strijdmacht verdreven was, verscheen hij opnieuw voor de Godspersoon, Kes'ava, en probeerde Hem razend in zijn armen te knellen met de bedoeling om Hem te vermorzelen. Maar tot zijn grote verbazing zag hij dat de Heer buiten de kring van zijn armen stond. (Vedabase)
Tekst 25:
Hiranyâksha sloeg Heer Adhokshaja [Hij voorbij de controle der zinnen] met zijn vuist hard als een donderslag, maar kreeg van Hem een mep precies onder zijn oor, zoals de heer der Maruts [Indra] dat deed met de demon Vritra.
De demon begon de Heer nu met zijn harde vuisten te slaan, maar Heer Adhokshaja raakte hem vlak onder zijn oor, net zoals Indra, de heer der Maruts, de demon Vritra trof. (Vedabase)
Hoewel door de onoverwinnelijke Heer slechts terloops geraakt, tolde het lichaam van de duivel in het rond; puilden zijn ogen uit hun kassen en viel hij, met zijn armen en benen levenloos en zijn haar in wanorde, als een gigantische boom geveld door de wind ter aarde.
Hoewel de Heer, die iedereen de baas is, hem niet meer dan een achteloze klap gegeven had, begon de demon in de rondte te tollen. Zijn ogen puilden uit hun kassen en met gebroken armen en benen en zijn haar in de war viel hij dood neer, als een woudreus die door de wind ontworteld is. (Vedabase)
De zelfgeborene [Brahmâ] en de anderen die hem op de grond zagen met zijn bloed nog niet uit zijn gezicht weggetrokken en zijn tanden door zijn lip, zeiden, vol bewondering naderbij komend: 'O waarlijk wie is een dergelijke eindbestemming zo vergund?'.
Aja [Brahmâ] en andere halfgoden verschenen ter plaatse om de demon met zijn vervaarlijke slagtanden op de grond te zien liggen. De tanden stonden hem in zijn lip en de kleur was nog niet van zijn gezicht verdwenen. Brahmâ zei vol bewondering: "Wat een gezegende dood!" (Vedabase)
Hij op wie de yogi's in afzondering mediteren verzonken in de eenheid, bevrijding zoekend uit het onwerkelijke van het lichaam - door een voet van Hem werd de zoon, het kroonjuweel van de Diti-mens, getroffen en wierp hij daadwerkelijk zijn lichaam af Hem in het gelaat starend.
Brahmâ vervolgde: Hij werd geveld door een voorpoot van de Heer, op wie yogi's, die zich van de wereld hebben afgezonderd en die ernaar streven uit hun onwerkelijke materiële lichaam verlost te worden, in mystieke trance mediteren. De ogen gericht op Zijn gelaat, heeft dit kroonjuweel van Diti's zoons zijn sterfelijk omhulsel afgeworpen. (Vedabase)
Beide medewerkers van de Heer zijn vervloekt wederom voor enkele levens geboorte te nemen uit de goddelozen, waarna ze daadwerkelijk weer terug zullen keren.'
Als gevolg van de vloek die op hen rust, zijn deze twee persoonlijke dienaren van de Allerhoogste Heer gedoemd in demonische families wedergeboren te worden. Na een paar van zulke wedergeboorten zullen ze tot hun oorspronkelijke positie terugkeren. (Vedabase)
De godbewusten zeiden: 'Alle eer aan U, Genieter Aller Offers die terwille van de handhaving de gedaante van de zuivere goedheid heeft aangenomen; tot het grote geluk van de wereld hebt U deze hier, die zoveel onheil stichtte, tot zijn einde gebracht. Met de toewijding tot Uw voeten, zijn we nu op ons gemak.'
De halfgoden zeiden tot de Heer: Alle eer aan U! U bent het immers die van alle offers geniet en die, om de wereld te redden, in zuivere goedheid de gedaante van een zwijn heeft aangenomen. Gelukkig voor ons is deze demon, die de werelden kwelde, door U gedood. Nu kunnen ook wij weer in alle rust Uw lotusvoeten toegewijd dienen. (Vedabase)
S'rî Maitreya zei: 'Na aldus de zo hoogst machtige Hiranyâksha te hebben gedood, keerde de Heer, de oorsprong van de zwijn-incarnatie terug naar Zijn verblijf, in één ononderbroken viering geprezen door hem die op de lotus is gezeten en de anderen.
S'rî Maitreya vervolgde: Na aldus de meest ontzagwekkende demon Hiranyâksha gedood te hebben, keerde de Allerhoogste Heer Hari, de oorsprong van alle zwijnen, terug naar Zijn eigen woning, waar het altijd feest is. Alle halfgoden, aangevoerd door Brahmâ, loofden de Heer. (Vedabase)
Ik heb voor U, zoals het mij werd verteld, beste vriend, uiteengezet hoe door de handelingen van de Opperheer in het op Zich nemen van Zijn zwijn-incarnatie, Hiranyâksha, die zo'n grote macht had, in een groots gevecht werd gedood alsof hij een speeltje was'."
Maitreya vervolgde: Mijn beste Vidura, ik heb u uitgelegd hoe de Godspersoon als het allereerste zwijn op aarde neerdaalde en in een geweldig gevecht een demon van ongekende dapperheid doodde alsof hij een stuk speelgoed was. Ik heb het u precies verteld zoals ik het van mijn eigen geestelijk leraar gehoord heb. (Vedabase)
Sûta zei: "Toen Vidura, de grote toegewijde, van de zoon van Kushâru [Maitreya], aldus vernam van de vertelling over de Allerhoogste Heer, bereikte hij het opperste geluk, o brahmaan [S'aunaka].
S'rî Sûta Gosvâmî vervolgde: Mijn beste brâhmana, Kshattâ [Vidura], de grote toegewijde van de Heer, ervoer bovenzinnelijke gelukzaligheid door naar het verhaal over het spel en vermaak van de Allerhoogste Godspersoon te luisteren. Hij hoorde het uit gezaghebbende bron, namelijk van de wijze Kaushârava [Maitreya], en was zeer voldaan. (Vedabase)
Wat moet ik zeggen van het horen over de Heer met het S'rîvatsa merkteken, als zelfs de bekendheid van anderen, toegewijden trouw aan de verzen, tot dat genoegen kan voeren?
De mensen zullen zelfs bovenzinnelijk geluk ervaren wanneer ze horen over het doen en laten van de toegewijden, wier roem onsterfelijk is, om maar te zwijgen van het geluk dat ze ervaren wanneer ze iets vernemen over het spel en vermaak van de Heer, op wiens borst het S'rîvatsa-teken prijkt. (Vedabase)
Toen de koning der olifanten [Gajendra] die door een krokodil werd aangevallen, mediteerde op de lotusvoeten terwijl zijn wijfjes weeklaagden werd hij snel van het gevaar verlost.
De Godspersoon verloste de olifantenkoning die, toen hij door een krokodil werd aangevallen, mediteerde op de lotusvoeten van de Heer. De vrouwtjesolifanten die bij hem waren, huilden en de Heer redde hen van het dreigende gevaar. (Vedabase)
Wie zou er niet z'n toevlucht nemen tot Hem die zo gemakkelijk te aanbidden is voor mensen zonder pretenties; welke dankbare ziel zou geen dienst verlenen aan degene die onmogelijk te aanbidden is door hen die geen echte zoekers zijn?
Welke dankbare ziel zou zo'n grote meester als de Godspersoon geen liefdedienst willen bewijzen? De Heer is gemakkelijk te behagen door onberispelijke toegewijden die alleen bij Hem bescherming zoeken, terwijl het de onrechtvaardige moeilijk valt Hem tevreden te stellen. (Vedabase)
Hij die daadwerkelijk verneemt van, zingt over en genoegen beleeft aan dit wonderlijke avontuur van de Allerhoogste die als een zwijn de aarde ophief uit de oceaan en Hiranyâksha doodde, zal terstond worden bevrijd, zelfs als hij een brahmaan aan zijn eind hielp, o tweemaal geborene!
O brâhmana's, wie dit prachtige verhaal hoort over het doden van de demon Hiranyâksha door de Heer, die als eerste zwijn verscheen om de wereld te redden, of wie het vertelt of ervan geniet, is dadelijk bevrijd van de terugslagen van zijn zonden, ook al had hij een brâhmana gedood. (Vedabase)
Deze vertelling brengt een grote verdienste, is zeer heilig en brengt weelde, roem en een lang leven en zal alles doen toekomen wat men nodig heeft. Wie er ook maar naar luistert zal zijn levenskracht en zinnen erdoor gesterkt zien op het slagveld en aan het eind van zijn leven er de toevlucht van Nârâyana mee verkrijgen, o beste S'aunaka."
Dit allerheiligste verhaal schenkt buitengewone verdienste, rijkdom, roem, levensduur en vervulling van alles wat men zich maar kan wensen. Voor de strijder op het slagveld vergroot het de kracht van zijn vitale organen en van zijn ledematen. Wie er in zijn laatste ogenblikken naar luistert, o beste S'aunaka, wordt direct overgebracht naar de allerhoogste woning van de Heer. (Vedabase)
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van
Prabhupâda.
De (deel)afbeelding van het Naimishâranya woud op deze pagina
is van Puskar
Dasa
Produktie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties