regelbalk


 

Canto 3

S'rî S'rî Gurv-ashthaka

 

Hoofdstuk 5: Vidura spreekt met Maitreya

(1) S'rî S'uka zei: 'Aan de bron van de hemelse rivier [de Ganges], zat de beste van de Kuru's, Vidura die nader tot de Onfeilbare was gekomen, voor Maitreya Muni neer, wiens kennis peilloos was, en met een volmaakt respect stelde hij beleefd vragen vanuit zijn voldoening in de bovenzinnelijkheid. (2) Vidura zei: 'Terwille van het geluk is iedereen in deze wereld bezig met vruchtdragende aktiviteiten, maar door die aktiviteiten bereikt men nooit het geluk of een ander idee van tevredenheid, in tegendeel, op die manier vindt men zeker het ongeluk. Alstublieft, o grootste, wees zo goed ons in te lichten over wat de juiste benadering is onder welke omstandigheden. (3) Vanwege hun mededogen met de gewone man, die zijn gelaat afwendde van Heer Krishna en die onder de invloed van de materiële wereld altijd ongelukkig is met het verwaarlozen van zijn plichten jegens God, trekken de grote zielen van opoffering rond voor het heil van de Heer der drie werelden. (4) Derhalve, o grootste onder de heiligen, instrueer me alstUblieft over het pad ten gunste van het volmaakt dienen van de Allerhoogste Heer die, verblijvend in het hart van de levende wezens, de zuivere toegewijden beloont met de kennis van de primaire werkelijkheid waardoor men van de geschiedenis leert [de Veda]. (5) Hoe stelt de Allerhoogste Heer en heerser over de drie werelden die aan Zichzelf genoeg heeft, hoewel Hij zonder verlangens is, middels Zijn transcendentale aktiviteiten in het gecreëerde universum, de regulerende beginselen in terwille van de handhaving ervan? (6) Hoe kan Hij, terugkerend naar Zijn vorm in het universum, daarin neerliggen zonder Zich te bekommeren over Zijn bestaan als de Heer der Vereniging die de enige ware oorspronkelijke bezitter is naar wie talloze anderen dienovereenkomstig het bestaan binnen gaan? (7) Waarom is het zo dat, in het vertonen van Zijn spel en vermaak voor het welzijn van de tweemaal geborenen, de koeien en zij die toegewijd zijn, en met Zijn te werk gaan in verschillende incarnaties, het denken nooit voldaan is ondanks het voortdurend horen over de onderliggende gunstige eigenschappen van de Heer? (8) Door de werkelijkheid van welke differentiatie plant de Koning aller koningen en werelden van de laagsten af aan met hen daarin voorzeker de existentie zoals die zich voordoet van de levende bestaansvormen in hun verschillende bezigheden? (9) En, beschrijf ons alstUblieft o leider onder de brahmanen, hoe de Heer van de mens, Nârâyana, maatregelen trof, terwille van hen die geboren zijn, voor de differentiatie van hun betrekkingen, de specifieke vormen ervan als ook hun verspreide culturen.

(10) O mijn Heer, ik hoorde bij monde van Vyâsadeva herhaaldelijk over het hogere en lagere van deze bezigheden, maar ik ben maar weinig tevreden over het geluk daaraan ontleend zonder te horen van de nectar van de verhalen over Krishna. (11) Wie kan er bevrediging vinden [zonder de nectar]; door de gesprekken die de oren bereiken over de reis naar de voeten, wordt, door Hem die in de samenleving als zodanig wordt aanbeden door de grote toegewijden, de gebondenheid van de mens in zijn genegenheid voor zijn familie doorsneden! (12) De wijze Krishna-dvaipâyana Vyâsa, die ook uw vriend is, heeft de bovenzinnelijke kwaliteiten van de Opperheer in de Mahâbhârata beschreven die er alleen maar is om de aandacht van de mensen die behagen scheppen in het luisteren naar wereldse onderwerpen weg te trekken in de richting van de verhalen van de Heer. (13) Dat belang van geloof zal onverschilligheid teweegbrengen voor andere zaken; hij die zich voortdurend de voeten van de Heer heugt heeft de gelukzaligheid bereikt die zonder meer alle misère uitbant. (14) Ik heb het te doen met al de onwetende zieligheid van die zieligen die door hun zonden in verval verkeren van waakzaamheid jegens God en die de jaren van hun leven verspillen met nutteloze filosofische oefeningen, denkbeeldige doelen en een diversiteit aan rituelen. (15) Derhalve, o Maitreya, het goede fortuin behartigend van een ieder, beschrijf ons alstUblieft wat de essentie is van al de onderwerpen: de verhandelingen over de Heer die als de nectar van bloemen het glorieuze is van het pelgrimeren. (16) Alstublieft verhaal over alles wat betrekking heeft op de transcendentale bovenmenselijke handelingen die door de Heer zijn volbracht middels Zijn aanvaarden van incarnaties die zich toespitsen op het handhaven van het geschapene van Zijn universum.'

(17) S'rî S'uka zei: 'Aldus deed de grote wijze in de Heer, Maitreya, Vidura de grote eer dit voor hem uiteen te zetten met het oog op het uiteindelijke welzijn van allen. (18) S'rî Maitreya zei: 'Alle zegen voor u, o goedgeaarde, het feit dat u het me vraagt voor het heil van allen is bewijs van de goedheid van uw genade om de heerlijkheden van de ziel in het Transcendentale van de geest in deze wereld te verkondigen. (19) Het verbaast me niet u hier te vinden, zonder afwijkingen in uw denken, in het aanvaarden van de Allerhoogste Persoonlijkheid onze Heer, o Vidura, daar u werd geboren uit het zaad van Vyâsa. (20) U bent degene die geboren werd dankzij de vloek van de machtige wijze Mândavya Muni als de incarnatie van Yamarâja, de heerser over de dood, uit de dienstmaagd van de broeder [Vicitravîrya] en de zoon [Vyâsadeva] van Satyavatî [zie stamboom]. (21) U, uwe goedheid, wordt gerekend tot de eeuwige metgezellen van de Heer, die, op Zijn terugkeer naar Zijn woning, mij de kennis en opdracht heeft gegeven u te instrueren. (22) Derhalve zal ik u systematisch het spel en vermaak uit de doeken doen met betrekking tot de Allerhoogste Heer Zijn enorm uitgebreide uitwendige energie voor de handhaving, schepping en beëindiging van de kosmische werkelijkheid.

(23) De ene en Allerhoogste Heer was er voorafgaand aan de schepping als de ziel van de levende wezens in het beheersen van het zelf en opgegaan in het verlangen ervan wordt Hij gezien als zijnde verschillend met verschillende kenmerken. (24) Te dien tijde werd Hij met dit alles niet gezien als de onbetwiste eigenaar in de kosmische schepping en dacht men over Hem dat Hij niet bestond met Zijn volkomen deelaspecten ongemanifesteerd naar de macht van Zijn manifeste innerlijk vermogen. (25) De uitwendige energie wordt door de perfektie van de ziener, die de Heer is, gezien als de macht van de werking van oorzaak en gevolg en wordt de mâyâ [of de illusoire invloed der materie] genoemd, o fortuinlijke, waaruit de Almachtige deze wereld heeft opgebouwd. (26) Het Opperste Levende Wezen bezwangerde, door de incarnatie van de Oorspronkelijke Persoon, welke de volkomen expansie is van de oorspronkelijke ziel, door het zaad van de levende wezens, onder de invloed van de tijd, de uitwendige energie in het zijn van de Transcendentie naar de geaardheden van mâyâ. (27) Daarop volgend kwam, door de interactie van de tijd, uit het ongemanifesteerde, het totaal van de zuivere goedheid tot stand dat kon wortelen in het belichaamde om het hoogste licht van volledige universa te manifesteren. (28) Dat eindtotaal - welk eveneens moet worden beschouwd als een volkomen expansie van de ziel naar de geaardheid en de tijd - differentieerde, als het vergaarbekken van de wezens in wording, zich in de vele verschillende vormen van het gezichtsbereik van de Persoonlijkheid van God en hiervan zag men het verlangen te scheppen tot stand komen.

(29) Het grote van de causale waarheid [mahâtattva], getransformeerd in de materiële werkelijkheid van het valse ego, gaf aanleiding tot effecten, de materiële oorzaak en de doener en aldus ontsprongen aan de zintuigen van het zelf de materiële ingrediënten van de drie soorten van vals ego bekend als de geaardheden der goedheid, hartstocht en onwetendheid die men vindt op het mentale vlak. (30) Door de omvorming van deze werkelijkheid werd, in interactie met de geaardheid goedheid, de geest gegenereerd en manifesteerde door deze interactie zich het fenomeen van al de goddelijken die de bron vormen van de materiële kennis. (31) De zinnen zijn zeker van de geaardheid hartstocht en zo is dat dus ook in hoofdzaak waar voor de kennis van zaken en vruchtdragende activiteiten die erbij komen kijken. (32) Uit de traagheid werden de subtiele zinsobjecten [van het geluid] gerealiseerd en daarvan kan de ether worden gezien als de symbolische representatie van de Opperziel. (33) De Allerhoogste Heer die, als de [cyclische] tijd de uitwendige energie vermengend, met Zijn blik de ether bestrijkt, schiep van de aanraking van het in contact komen met de ether de lucht. (34) De lucht, eveneens getransformeerd door de uiterst machtige ether deed toen het bliksemen [de bio-electriciteit] der zintuiglijke gewaarwording ontstaan en dat gaf op die manier het licht van de wereld om te zien. (35) Het interacteren van de lucht en de blik van het Allerhoogste met die electriciteit schiep door de tijdmix van de materiële energie de smaak [voor het leven] in water. (36) Vervolgens kwam het geëlectrificeerde water, als gevolg van het omvormende overzien door het Allerhoogste van de aarde, tot de kwaliteit van de geur in het gedeeltelijk vermengen van de cyclische [eeuwige] tijd met de uitwendige materiële energie.

(37) Begrijp dat, te beginnen met de ether, alle materiële elementen, en o allervriendelijkste, het grote aantal van hun superieure en inferieure kwaliteiten, de laatst gelegde hand zijn van de Allerhoogste. (38) De goddelijken van al deze fysieke elementen zijn deel en geheel van Vishnu en worden belichaamd als deel en geheel van het cyclische van de tijd naar de uitwendige energie. Omdat ze vanwege hun verschillende verplichtingen niet in staat zijn [tot de volledigheid] spreken ze fascinerende gebeden uit voor de Heer. (39) De goddelijken zeiden: 'Onze eerbetuigingen aan Uw lotusvoeten, o Heer, in nood gaven we ons aan hen over daar ze de beschermende paraplu zijn die beschutting biedt aan de grote wijzen die met alle macht al de grote vormen van ellende van het materiële leven in z'n geheel over boord zetten. (40) O Vader, vanwege het feit dat in deze materiële wereld, o Heer, de individuele zielen altijd in verlegenheid verkeren door de drie vormen van ellende [voortkomend uit jezelf, anderen en de natuur] zijn ze nooit gelukkig, maar in het winnen van Uw (Super-)ziel, o Allerhoogste, de schaduw van Uw lotusvoeten, zijn ze vol van de kennis en vinden ze beschutting. (41) Bij iedere stap hun toevlucht nemend tot de voeten der pelgrimage, vinden zij die speuren naar Uw lotusgelijke gezicht er de bescherming die wordt gedragen op de vleugelen der vedische hymnen van de wijzen aan de beste der rivieren [de Ganges], wiens helderheid van geest bevrijdt van de terugslagen der zonde. (42) De meditatie die met geloof en door eenvoudig te luisteren alsook door toewijding het hart zuivert met de kracht van de kennis der onthechting, verplicht hen die tot vrede kwamen te gaan voor het heiligdom van Uw voeten. (43) Laten wij allen, terwille van de geboorte in, de standvastigheid met en het internaliseren met de pijnigende materiële werkelijkheid, de beschutting zoeken van de incarnaties van Uw lotusvoeten die de toevlucht zijn, o Heer, en die de moed van de toegewijden met heugenis beloont. (44) Vanwege het verstrikt raken en aldus verkeren van het materiële lichaam in de geest van ik en mijn, zijn wij als personen verzonken in een ongewenste volijver en zien we U als ver van ons staand hoewel we in Uw [universele] lichaam aanwezig zijn; laat ons daarom Uw lotusvoeten aanbidden, o Heer. (45) Zij [Uw voeten] zijn er zeker voor diegenen onder de materiële invloed die door hun zintuiglijke waarneming vervreemd zijn van het innerlijke waarnemen, o Allerhoogste, en daarom nooit Uw grootheid kunnen zien, maar voor hen die Uw goddelijk handelen wel zien is er het genoegen van het transcendentale. (46) O Heer, zij die van een serieuze houding zijn komen eenvoudig door het drinken van de nectar van de verhalen tot verlichte toegewijde dienst, de volle strekking der verzaking en de intelligentie waarin zij snel de spirituele levenssfeer bereiken waar geen achteloosheid bestaat [Vaikunthha]. (47) Voor anderen van de bovenzinnelijke realisatie van het zich verenigen in de kracht van het machtig overwinnen van de materiële natuur, bent U ook die ene vredestichtende Oorspronkelijke Persoon waarin zij binnengaan, maar voor hen is het een hoop werk terwijl dat voor hen die U dienen niet zo is. (48) O Oorspronkelijke, daarom zijn we [nu] allen de Uwe; omdat voor het heil van de schepping der wereld wij de één na de ander geschapen werden en in het verleden gescheiden waren door onze eigen handelingen naar de drie geaardheden en zodoende, in het netwerk van onze eigen geneugten, niet in staat waren U te behagen. (49) O Ongeborene, leidt ons in ons pogen U op het juiste moment offers te brengen zodat we zowel de maaltijd kunnen delen alsook de voorzieningen voor U en zeker ook al degenen waar we mee leven, en dat we, met onze offerdiensten, daarmee het voedsel in vrede mogen genieten. (50) O Heer, U bent voor ons, de godsbewusten en onze orden, de ene en dezelfde oorspronkelijke grondlegger; U o Heer, hoewel U ongeboren bent, bent voor de energie, de oorzaak van de materiële geaardheden en de activiteiten werkelijk gelijk het ingebrachte zaad voor het verwekken van de variëteit. (51) O Allerhoogste Ziel, zeg ons wat wij, die allen werden geschapen van en voor de totaliteit van de kosmos, voor U zouden moeten doen, en gun ons in het bijzonder de visie van Uw persoonlijke plan en het vermogen, o Heer, te werken en te handelen overeenkomstig onze verschillende afdelingen [van statusoriëntaties en hun overstijging].

 

next                                 

 
   Tweede Editie, geladen 10 mei, 2006.

   

 

Bronteksten:

 Gesprekken tussen Vidura en Maitreya.

 

Tekst 1:

S'rî S'uka zei: 'Aan de bron van de hemelse rivier [de Ganges], zat de beste van de Kuru's, Vidura die nader tot de Onfeilbare was gekomen, voor Maitreya Muni neer, wiens kennis peilloos was, en met een volmaakt respect stelde hij beleefd vragen vanuit zijn voldoening in de bovenzinnelijkheid.

S'ukadeva Gosvâmî zei: Zo bereikte Vidura, de beste van de Kuru's, wiens toegewijde dienst aan de Heer volmaakt was, de bron van de hemelse Ganges [Haridvara], waar Maitreya, de grote, peilloos geleerde wijze, gezeten was. Vidura, volmaakt in zachtmoedigheid en voldaan in het bovenzinnelijke, richtte zich tot hem met de volgende vragen. (Vedabase)

 

Tekst 2:

Vidura zei: 'Terwille van het geluk is iedereen in deze wereld bezig met vruchtdragende aktiviteiten, maar door die aktiviteiten bereikt men nooit het geluk of een ander idee van tevredenheid, in tegendeel, op die manier vindt men zeker het ongeluk. Alstublieft, o grootste, wees zo goed ons in te lichten over wat de juiste benadering is onder welke omstandigheden.

Vidura zei: O grote wijze, iedereen in deze wereld verricht baatzuchtige activiteiten om zijn geluk te vinden, maar men is nooit voldaan, noch wordt het leed verzacht. Zulke activiteiten brengen iemand alleen maar verder in het slop. Laat ons daarom alstUblieft zien hoe we leven moeten om werkelijk gelukkig te worden. (Vedabase

 

Tekst 3:

Vanwege hun mededogen met de gewone man, die zijn gelaat afwendde van Heer Krishna en die onder de invloed van de materiële wereld altijd ongelukkig is met het verwaarlozen van zijn plichten jegens God, trekken de grote zielen van opoffering rond voor het heil van de Heer der drie werelden.

O mijn heer, grote menslievende zielen zwerven namens de Allerhoogste Godspersoon door de wereld om hun mededogen te tonen jegens de gevallen zielen, die er afkerig van zijn om zich aan de Heer te onderwerpen. (Vedabase)

 

Tekst 4:

Derhalve, o grootste onder de heiligen, instrueer me alstUblieft over het pad ten gunste van het volmaakt dienen van de Allerhoogste Heer die, verblijvend in het hart van de levende wezens, de zuivere toegewijden beloont met de kennis van de primaire werkelijkheid waardoor men van de geschiedenis leert [de Veda].

Geef me daarom, o grote wijze, onderricht in de bovenzinnelijke toegewijde dienst aan de Heer, opdat degene die Zich in ieders hart bevindt, zo goed wil zijn om van binnenuit kennis van de Absolute Waarheid te geven volgens de aloude vedische beginselen, welke alleen worden geopenbaard aan hen die door toegewijde dienst gezuiverd zijn. (Vedabase)

 

Tekst 5:

Hoe stelt de Allerhoogste Heer en heerser over de drie werelden die aan Zichzelf genoeg heeft, hoewel Hij zonder verlangens is, middels Zijn transcendentale aktiviteiten in het gecreëerde universum, de regulerende beginselen in terwille van de handhaving ervan?

O grote wijze, wees zo goed te vertellen hoe de Allerhoogste Godspersoon, de onafhankelijke, begeerteloze Heer der drie werelden en bestuurder van alle energieën, als incarnatie verschijnt en de kosmische openbaring zodanig creëert, dat de instandhouding ervan volmaakt geregeld is. (Vedabase)

 

Tekst 6:

Hoe kan Hij, terugkerend naar Zijn vorm in het universum, daarin neerliggen zonder Zich te bekommeren over Zijn bestaan als de Heer der Vereniging die de enige ware oorspronkelijke bezitter is naar wie talloze anderen dienovereenkomstig het bestaan binnen gaan?

Hij ligt terneer op Zijn eigen hart dat is uitgespreid in de vorm van de ruimte, en terwijl Hij daarin de hele schepping plaatst, expandeert Hij Zich in vele levende wezens, die als verschillende levenssoorten worden geopenbaard. Hij hoeft Zich niet in te spannen voor Zijn levensonderhoud, aangezien Hij de meester van alle mystieke vermogens is en de eigenaar van alles. Zo onderscheidt Hij Zich van de levende wezens. (Vedabase)

 

Tekst 7:

Waarom is het zo dat, in het vertonen van Zijn spel en vermaak voor het welzijn van de tweemaal geborenen, de koeien en zij die toegewijd zijn, en met Zijn te werk gaan in verschillende incarnaties, het denken nooit voldaan is ondanks het voortdurend horen over de onderliggende gunstige eigenschappen van de Heer?

U kunt misschien ook vertellen over de zegenrijke kenmerken van de Heer in de gedaante van Zijn verschillende incarnaties, die neerdalen ter wille van de tweemaal geborenen, de koeien en de halfgoden. Onze geest raakt nooit volkomen verzadigd, ook al horen we onophoudelijk over Zijn bovenzinnelijke activiteiten. (Vedabase)

 

Tekst 8:

Door de werkelijkheid van welke differentiatie plant de Koning aller koningen en werelden van de laagsten af aan met hen daarin voorzeker de existentie zoals die zich voordoet van de levende bestaansvormen in hun verschillende bezigheden?

De Koning aller koningen heeft verschillende planeten en woongebieden gecreëerd, waar levende wezens hun plaats vinden naar gelang de invloed van de geaardheden der natuur en naar gelang de aard van hun werk, en Hij heeft hun verschillende koningen en heersers geschapen. (Vedabase)

  

Tekst 9:

En, beschrijf ons alstUblieft o leider onder de brahmanen, hoe de Heer van de mens, Nârâyana, maatregelen trof, terwille van hen die geboren zijn, voor de differentiatie van hun betrekkingen, de specifieke vormen ervan als ook hun verspreide culturen.

O voornaamste onder de brâhmana's, beschrijf alstublieft ook hoe Nârâyana, de schepper van het heelal, de Heer die Zichzelf voldoende is, verschil heeft aangebracht in aard, activiteiten, gedaante, uiterlijk en namen van de verschillende schepselen. (Vedabase)

 

Tekst 10

O mijn Heer, ik hoorde bij monde van Vyâsadeva herhaaldelijk over het hogere en lagere van deze bezigheden, maar ik ben maar weinig tevreden over het geluk daaraan ontleend zonder te horen van de nectar van de verhalen over Krishna.

O heer, ik heb bij herhaling uit de mond van Vyâsadeva vernomen over deze hogere en lagere klassen in de menselijke samenleving, en ik heb genoeg over deze minder belangrijke zaken en de vreugde van dien gehoord. Ze hebben me niet de voldoening geschonken van de nectar van de verhandelingen over Krishna. (Vedabase)

 

Tekst 11

Wie kan er bevrediging vinden; door de gesprekken die de oren bereiken over de reis naar de voeten, wordt, door Hem die in de samenleving als zodanig wordt aanbeden door de grote toegewijden, de gebondenheid van de mens in zijn genegenheid voor zijn familie doorsneden!

Wie kan zich als mens voldaan voelen als hij niet genoeg hoort spreken over de Heer, wiens lotusvoeten alle pelgrimsoorden te zamen zijn, en die door grote wijzen en toegewijden aanbeden wordt? Zulk spreken kan iemand losmaken van de gehechtheid aan zijn familie, gewoon doordat het zijn oren binnendringt. (Vedabase)

 

Tekst 12:

De wijze Krishna-dvaipâyana Vyâsa, die ook uw vriend is, heeft de bovenzinnelijke kwaliteiten van de Opperheer in de Mahâbhârata beschreven die er alleen maar is om de aandacht van de mensen die behagen scheppen in het luisteren naar wereldse onderwerpen weg te trekken in de richting van de verhalen van de Heer.

Uw vriend, de grote wijze Krishna-dvaipâyana Vyâsa, heeft in zijn grote werk, het Mahâbhârata, reeds de bovenzinnelijke eigenschappen van de Heer beschreven. Maar het hele idee ervan is de aandacht van de gewone mensen, die sterk geneigd zijn om naar wereldse verhalen te luisteren, op krsna-kathâ [de Bhagavad-gîtâ] te richten. (Vedabase)

  

Tekst 13:

Dat belang van geloof zal onverschilligheid teweegbrengen voor andere zaken; hij die zich voortdurend de voeten van de Heer heugt heeft de gelukzaligheid bereikt die zonder meer alle misère uitbant.

Iemand die graag steeds naar die verhalen wil luisteren, wordt als gevolg van krsna-kathâ steeds onverschilliger tegenover al het andere. Dit voortdurende denken aan Krishna's lotusvoeten bevrijdt de toegewijde - die zo bovenzinnelijke gelukzaligheid ervaart - onmiddellijk van alle ellende. (Vedabase)

  

Tekst 14:

Ik heb het te doen met al de onwetende zieligheid van die zieligen die door hun zonden in verval verkeren van waakzaamheid jegens God en die de jaren van hun leven verspillen met nutteloze filosofische oefeningen, denkbeeldige doelen en een diversiteit aan rituelen.

O wijze, mensen die vanwege hun zondige activiteiten afkerig zijn van de beschrijvingen van het Bovenzinnelijke, en daardoor niet begrijpen wat het Mahâbhârata [Bhagavad-gîtâ] te zeggen heeft, worden door de beklagenswaardigen beklaagd. Ook ik beklaag hen, omdat ik zie hoe hun levensduur door de eeuwige tijd wordt opgeslokt, terwijl ze zich bezighouden met filosofische speculatie, theorieën over het uiteindelijke doel van het leven en het uitvoeren van allerlei rituelen. (Vedabase)

 

Tekst 15:

Derhalve, o Maitreya, het goede fortuin behartigend van een ieder, beschrijf ons alstUblieft wat de essentie is van al de onderwerpen: de verhandelingen over de Heer die als de nectar van bloemen het glorieuze is van het pelgrimeren.

O Maitreya, o vriend der bedroefden, alleen de heerlijkheid van de Heer kan de mensen overal ter wereld goed doen. Beschrijf daarom alstUblieft, als een bij die honing uit de bloemen heeft gepuurd, de essentie van alle onderwerpen: de geschiedenis van de Heer. (Vedabase)

 

Tekst 16:

Alstublieft verhaal over alles wat betrekking heeft op de transcendentale bovenmenselijke handelingen die door de Heer zijn volbracht middels Zijn aanvaarden van incarnaties die zich toespitsen op het handhaven van het geschapene van Zijn universum.'

Bespreek alstUblieft al die bovenmenselijke, transcendente activiteiten van de Opperbestuurder, de Godspersoon, die verschenen is in de gedaante van avatâra's die uitgerust waren met al het vermogen waarmee de hele kosmische schepping kan worden geopenbaard en in stand gehouden. (Vedabase)

 

Tekst 17:

S'rî S'uka zei: 'Aldus deed de grote wijze in de Heer, Maitreya, Vidura de grote eer dit voor hem uiteen te zetten met het oog op het uiteindelijke welzijn van allen.

S'ukadeva Gosvâmî zei: De grote wijze Maitreya Muni bewees Vidura omstandig eer en begon vervolgens op zijn verzoek ter wille van ieders hoogste welzijn te spreken. (Vedabase)

 

Tekst 18:

S'rî Maitreya zei: 'Alle zegen voor u, o goedgeaarde, het feit dat u het me vraagt voor het heil van allen is bewijs van de goedheid van uw genade om de heerlijkheden van de ziel in het Transcendentale van de geest in deze wereld te verkondigen.

Sri Maitreya zei: O Vidura, alle eer aan u! U hebt me gevraagd naar het hoogste goed en betoont daardoor uw genade zowel aan de wereld als aan mij, omdat u altijd in gedachten aan het Bovenzinnelijke opgaat. (Vedabase)

 

Tekst 19:

Het verbaast me niet u hier te vinden, zonder afwijkingen in uw denken, in het aanvaarden van de Allerhoogste Persoonlijkheid onze Heer, o Vidura, daar u werd geboren uit het zaad van Vyâsa.

O Vidura, het is geenszins verwonderlijk dat u de Heer aanvaard hebt, zonder ooit uw gedachten van Hem af te laten dwalen, want u bent geboren uit het zaad van Vyâsadeva. (Vedabase)

 

Tekst 20:

U bent degene die geboren werd dankzij de vloek van de machtige wijze Mândavya Muni als de incarnatie van Yamarâja, de heerser over de dood, uit de dienstmaagd van de broeder [Vicitravîrya] en de zoon [Vyâsadeva] van Satyavatî [zie stamboom].

Ik weet dat u nu, tengevolge van de vloek van Mândavya Muni, hier als Vidura leeft, maar dat u vroeger Koning Yamarâja was, de machtige heer van de gestorvenen. U bent door Vyâsadeva, de zoon van Satyavatî, verwekt bij de bijvrouw van zijn broer. (Vedabase)

 

Tekst 21:

U, uwe goedheid, wordt gerekend tot de eeuwige metgezellen van de Heer, die, op Zijn terugkeer naar Zijn woning, mij de kennis en opdracht heeft gegeven u te instrueren.

U bent een der eeuwige metgezellen van de Allerhoogste Godspersoon, ter wille van wie de Heer bij Zijn terugkeer naar Zijn woning bij mij Zijn opdracht achterliet. (Vedabase)

 

Tekst 22:

Derhalve zal ik u systematisch het spel en vermaak uit de doeken doen met betrekking tot de Allerhoogste Heer Zijn enorm uitgebreide uitwendige energie voor de handhaving, schepping en beëindiging van de kosmische werkelijkheid.

Daarom zal ik u het spel en vermaak beschrijven waardoor de Godspersoon Zijn bovenzinnelijke vermogen uitbreidt ter wille van achtereenvolgens schepping, instandhouding en vernietiging van de kosmische wereld. (Vedabase)

 

Tekst 23:

De ene en Allerhoogste Heer was er voorafgaand aan de schepping als de ziel van de levende wezens in het beheersen van het zelf en opgegaan in het verlangen ervan wordt Hij gezien als zijnde verschillend met verschillende kenmerken.

De Godspersoon, de meester van alle levende wezens, bestond vóór de schepping als de weergaloze Ene. Slechts door Zijn wil kan de schepping tot stand komen en gaat alles weer in Hem op. Dit Allerhoogste Zelf wordt met verschillende namen gekend. (Vedabase)

 

Tekst 24:

Te dien tijde werd Hij met dit alles niet gezien als de onbetwiste eigenaar in de kosmische schepping en dacht men over Hem dat Hij niet bestond met Zijn volkomen deelaspecten ongemanifesteerd naar de macht van Zijn manifeste innerlijk vermogen.

De Heer, de onbetwiste eigenaar van alles, was de enige ziende. De kosmische openbaring was toen niet aanwezig, en zonder Zijn volkomen en afgescheiden delen voelde Hij Zich onvolmaakt. De stoffelijke energie bevond zich in een sluimertoestand, terwijl het innerlijke vermogen geopenbaard was. (Vedabase)

 

Tekst 25:

De uitwendige energie wordt door de perfektie van de ziener, die de Heer is, gezien als de macht van de werking van oorzaak en gevolg en wordt de mâyâ [of de illusoire invloed der materie] genoemd, o fortuinlijke, waaruit de Almachtige deze wereld heeft opgebouwd.

De Heer is de ziende, en de uitwendige energie, die gezien wordt, werkt bij de openbaring van de kosmos tegelijk als oorzaak en als gevolg. O hoogste gelukkige Vidura, deze uitwendige energie staat bekend als mâyâ of illusie, en het is alleen door haar toedoen dat de hele stoffelijke openbaring mogelijk wordt gemaakt. (Vedabase)

 

Tekst 26:

Het Opperste Levende Wezen bezwangerde, door de incarnatie van de Oorspronkelijke Persoon, welke de volkomen expansie is van de oorspronkelijke ziel, door het zaad van de levende wezens, onder de invloed van de tijd, de uitwendige energie in het zijn van de Transcendentie naar de geaardheden van mâyâ.

In de gedaante van de bovenzinnelijke purusha-avatâra, de volkomen expansie van de Heer, bevrucht het Allerhoogste Levend Wezen de stoffelijke natuur. (met haar drie geaardheden), en zo verschijnen de levende wezens, onder invloed van de eeuwige tijd. (Vedabase)

 

Tekst 27:

Daarop volgend kwam, door de interactie van de tijd, uit het ongemanifesteerde, het totaal van de zuivere goedheid tot stand dat kon wortelen in het belichaamde om het hoogste licht van volledige universa te manifesteren.

Onder invloed van de werking van de eeuwige tijd werd vervolgens het hoogste geheel der stof, het mahat-tattva, geopenbaard, waarin de zuivere goedheid, de Allerhoogste, uit Zijn eigen gedaante het zaad van de kosmische openbaring zaaide. (Vedabase)

 

Tekst 28:

Dat eindtotaal - welk eveneens moet worden beschouwd als een volkomen expansie van de ziel naar de geaardheid en de tijd - differentieerde, als het vergaarbekken van de wezens in wording, zich in de vele verschillende vormen van het gezichtsbereik van de Persoonlijkheid van God en hiervan zag men het verlangen te scheppen tot stand komen.

Daarna differentieerde het mahat-tattva, het reservoir van de wezens in wording, zich in allerlei verschillende vormen. Het mahat-tattva is voornamelijk in de geaardheid onwetendheid, en het verwekt het vals ego. Het is een volkomen expansie van de Godspersoon, met volledig bewustzijn van scheppingsbeginselen en tijd voor vruchtvorming. (Vedabase)

 

Tekst 29:

Het grote van de causale waarheid [mahâtattva], getransformeerd in de materiële werkelijkheid van het valse ego, gaf aanleiding tot effecten, de materiële oorzaak en de doener en aldus ontsprongen aan de zintuigen van het zelf de materiële ingrediënten van de drie soorten van vals ego bekend als de geaardheden der goedheid, hartstocht en onwetendheid die men vindt op het mentale vlak.

Het mahat-tattva, de grote oorzakelijke waarheid, transformeert zich tot vals ego, dat zich in drieën openbaart - als oorzaak, gevolg en de verrichter. Al deze activiteiten spelen zich af op het mentale vlak en zijn gebaseerd op de materiële elementen, de grofstoffelijke zintuigen en het speculeren van de geest. Het vals ego komt voor in drie verschillende geaardheden - goedheid, hartstocht en onwetendheid. (Vedabase)

 

Tekst 30:

Door de omvorming van deze werkelijkheid werd, in interactie met de geaardheid goedheid, de geest gegenereerd en manifesteerde door deze interactie zich het fenomeen van al de goddelijken die de bron vormen van de materiële kennis.

Het vals ego wordt door wisselwerking met de geaardheid goedheid tot geest [het mentale] getransformeerd. Alle halfgoden, die de wereld der verschijnselen besturen, zijn voortbrengselen van hetzelfde beginsel, namelijk de wisselwerking van vals ego en de geaardheid goedheid. (Vedabase)

 

Tekst 31:

De zinnen zijn zeker van de geaardheid hartstocht en zo is dat dus ook in hoofdzaak waar voor de kennis van zaken en vruchtdragende activiteiten die erbij komen kijken.

De zinnen zijn voorzeker het produkt van de inwerking van de geaardheid hartstocht op het vals ego, en kennis van speculatief-filosofische aard en baatzuchtige activiteiten zijn dan ook overwegend het produkt van de geaardheid hartstocht. (Vedabase)

 

Tekst 32:

Uit de traagheid werden de subtiele zinsobjecten [van het geluid] gerealiseerd en daarvan kan de ether worden gezien als de symbolische representatie van de Opperziel.

De ruimte is een produkt van het geluid, en geluid is de transformatie van egoïstische hartstocht. Daarmee vertegenwoordigt de ruimte in symbolische zin de Allerhoogste Ziel. (Vedabase)

 

Tekst 33:

De Allerhoogste Heer die, als de [cyclische] tijd de uitwendige energie vermengend, met Zijn blik de ether bestrijkt, schiep van de aanraking van het in contact komen met de ether de lucht.

Daarop liet de Godspersoon Zijn blik over de ruimte gaan, gedeeltelijk vermengd met eeuwige tijd en uitwendige energie, en zo ontwikkelde zich de tastzin, waaruit de lucht in de ruimte voortkwam. (Vedabase)

 

Tekst 34:

De lucht, eveneens getransformeerd door de uiterst machtige ether deed toen het bliksemen [de bio-electriciteit] der zintuiglijke gewaarwording ontstaan en dat gaf op die manier het licht van de wereld om te zien.

Daarna verwekte de uiterst machtige lucht, in wisselwerking met de ruimte, de zintuiglijke waarneming van vorm, en de waarneming van vorm transformeerde zich tot elektriciteit, het licht waarmee de wereld wordt gezien. (Vedabase)

 

Tekst 35:

Het interacteren van de lucht en de blik van het Allerhoogste met die electriciteit schiep door de tijdmix van de materiële energie de smaak [voor het leven] in water.

Toen de lucht geladen werd met elektriciteit en de Allerhoogste Zijn blik erop wierp, vond, onder toevoeging van eeuwige tijd en uitwendige energie, de schepping van water en smaak plaats. (Vedabase)

 

Tekst 36:

Vervolgens kwam het geëlectrificeerde water, als gevolg van het omvormende overzien door het Allerhoogste van de aarde, tot de kwaliteit van de geur in het gedeeltelijk vermengen van de cyclische [eeuwige] tijd met de uitwendige materiële energie.

Daarna wierp de Allerhoogste Godspersoon Zijn blik op het water, dat voortgebracht was door elektriciteit, en werd het vermengd met eeuwige tijd en uitwendige energie. Zo werd het getransformeerd tot aarde, waarvan geur de eerste eigenschap is. (Vedabase)

 

Tekst 37:

Begrijp dat, te beginnen met de ether, alle materiële elementen, en o allervriendelijkste, het grote aantal van hun superieure en inferieure kwaliteiten, de laatst gelegde hand zijn van de Allerhoogste.

O zachtmoedige, alle lagere en hogere eigenschappen van alle elementen der natuur, vanaf ruimte tot en met aarde, zijn slechts te danken aan de vervolmakende aanraking van de blik van de Allerhoogste Godspersoon. (Vedabase)

 

Tekst 38:

De goddelijken van al deze fysieke elementen zijn deel en geheel van Vishnu en worden belichaamd als deel en geheel van het cyclische van de tijd naar de uitwendige energie. Omdat ze vanwege hun verschillende verplichtingen niet in staat zijn [tot de volledigheid] spreken ze fascinerende gebeden uit voor de Heer.

De halfgoden die alle bovengenoemde elementen der natuur besturen, zijn gevolmachtigde expansies van S'rî Vishnu. Ze zijn belichaamd door de eeuwige tijd in de sfeer van de uitwendige energie en maken volkomen deel van Hem uit. Omdat ze niet in staat waren de verschillende taken die hun in de kosmos waren toevertrouwd, te verrichten, brachten ze de Heer de volgende indrukwekkende gebeden. (Vedabase)

 

Tekst 39:

De goddelijken zeiden: 'Onze eerbetuigingen aan Uw lotusvoeten, o Heer, in nood gaven we ons aan hen over daar ze de beschermende paraplu zijn die beschutting biedt aan de grote wijzen die met alle macht al de grote vormen van ellende van het materiële leven in z'n geheel over boord zetten.

De halfgoden zeiden: O Heer, Uw lotusvoeten zijn voor de overgegeven zielen als een regenscherm, dat hen tegen alle ellenden van het stoffelijke bestaan beschut. De wijzen, die deze bescherming genieten, werpen alle stoffelijke ellenden van zich af. Daarom buigen we ons eerbiedig voor Uw lotusvoeten neer. (Vedabase)

 

Tekst 40:

O Vader, vanwege het feit dat in deze materiële wereld, o Heer, de individuele zielen altijd in verlegenheid verkeren door de drie vormen van ellende [voortkomend uit jezelf, anderen en de natuur] zijn ze nooit gelukkig, maar in het winnen van Uw. (Super-)ziel, o Allerhoogste, de schaduw van Uw lotusvoeten, zijn ze vol van de kennis en vinden ze beschutting.

O Vader, o Heer, o Godspersoon, de levende wezens in de stoffelijke wereld kunnen nooit gelukkig zijn, omdat ze door de drie soorten ellende worden overmand. Daarom zoeken ze hun heil bij de schaduw van Uw lotusvoeten, die vervuld zijn van kennis; en derhalve doen wij hetzelfde. (Vedabase)

 

Tekst 41:

Bij iedere stap hun toevlucht nemend tot de voeten der pelgrimage, vinden zij die speuren naar Uw lotusgelijke gezicht er de bescherming die wordt gedragen op de vleugelen der vedische hymnen van de wijzen aan de beste der rivieren [de Ganges], wiens helderheid van geest bevrijdt van de terugslagen der zonde.

De lotusvoeten van de Heer zijn op zichzelf de toevlucht van alle pelgrimsoorden. De grote wijzen, helder van geest, gedragen door de vleugelen der Veda's, zijn altijd op zoek naar het nest van Uw lotusgelaat. Sommige van hen geven zich bij elke stap aan Uw lotusvoeten over door hun toevlucht te zoeken bij de beste der rivieren [de Ganges], die iemand van alle terugslagen van zijn zondig doen en laten bevrijden kan. (Vedabase)

 

Tekst 42:

De meditatie die met geloof en door eenvoudig te luisteren alsook door toewijding het hart zuivert met de kracht van de kennis der onthechting, verplicht hen die tot vrede kwamen te gaan voor het heiligdom van Uw voeten.

Alleen al door met toewijding en diep verlangen over Uw lotusvoeten te horen en innerlijk op hen te mediteren, raakt men direct door kennis verlicht en vindt men door de onthechting van dien vrede. Daarom moeten we onze toevlucht zoeken bij het heiligdom van Uw lotusvoeten. (Vedabase)

 

Tekst 43:

Laten wij allen, terwille van de geboorte in, de standvastigheid met en het internaliseren met de pijnigende materiële werkelijkheid, de beschutting zoeken van de incarnaties van Uw lotusvoeten die de toevlucht zijn, o Heer, en die de moed van de toegewijden met heugenis beloont.

O Heer, U openbaart Zich in incarnaties ten behoeve van schepping, instandhouding en vernietiging van de kosmos, en daarom zoeken we allen onze toevlucht bij Uw lotusvoeten, omdat ze Uw toegewijden altijd aan U doen denken en moed verlenen. (Vedabase)

 

Tekst 44:

Vanwege het verstrikt raken en aldus verkeren van het materiële lichaam in de geest van ik en mijn, zijn wij als personen verzonken in een ongewenste volijver en zien we U als ver van ons staand hoewel we in Uw [universele] lichaam aanwezig zijn; laat ons daarom Uw lotusvoeten aanbidden, o Heer.

O Heer, mensen die verstrikt zijn in ongewenste, gretige bemoeienis met het tijdelijke lichaam en familieleden, en vast zitten in gedachten van "ik" en "mijn", kunnen Uw lotusvoeten niet zien, ook al bevinden die zich in hun eigen lichaam. Maar laten wij in elk geval onze toevlucht bij Uw lotusvoeten zoeken. (Vedabase)

 

Tekst 45:

Zij [Uw voeten] zijn er zeker voor diegenen onder de materiële invloed die door hun zintuiglijke waarneming vervreemd zijn van het innerlijke waarnemen, o Allerhoogste, en daarom nooit Uw grootheid kunnen zien, maar voor hen die Uw goddelijk handelen wel zien is er het genoegen van het transcendentale.

O grote Allerhoogste Heer, mensen die overtredingen begaan en wier innerlijke blik te veel vertroebeld is door uiterlijke, materialistische activiteiten, kunnen Uw lotusvoeten niet zien. Uw zuivere toegewijden echter, die geen ander doel hebben dan op bovenzinnelijke wijze van Uw doen en laten te genieten, kunnen ze wel aanschouwen. (Vedabase)

 

Tekst 46:

O Heer, zij die van een serieuze houding zijn komen eenvoudig door het drinken van de nectar van de verhalen tot verlichte toegewijde dienst, de volle strekking der verzaking en de intelligentie waarin zij snel de spirituele levenssfeer bereiken waar geen achteloosheid bestaat [Vaikunthha].

O Heer, mensen die door hun ernstige instelling het peil der verlichte toegewijde dienst bereiken, bevatten de diepste betekenis van onthechting en kennis, en bereiken Vaikunthhaloka in de geestelijke wereld, door zich slechts te laven aan de nectar van hetgeen er over U verteld wordt. (Vedabase)

 

Tekst 47:

Voor anderen van de bovenzinnelijke realisatie van het zich verenigen in de kracht van het machtig overwinnen van de materiële natuur, bent U ook die ene vredestichtende Oorspronkelijke Persoon waarin zij binnengaan, maar voor hen is het een hoop werk terwijl dat voor hen die U dienen niet zo is.

Anderen, die vrede vinden door bovenzinnelijke zelfverwerkelijking, en die door grote kracht en kennis de geaardheden van de natuur hebben overwonnen, gaan u eveneens binnen, maar zij lijden veel pijn, terwijl de toegewijde alleen toegewijde dienst verricht en daarom niets van die pijn voelt. (Vedabase)

 

Tekst 48:

O Oorspronkelijke, daarom zijn we [nu] allen de Uwe; omdat voor het heil van de schepping der wereld wij de één na de ander geschapen werden en in het verleden gescheiden waren door onze eigen handelingen naar de drie geaardheden en zodoende, in het netwerk van onze eigen geneugten, niet in staat waren U te behagen.

O oorspronkelijke Persoon, daarom behoren we slechts U alleen toe. Hoewel we Uw schepselen zijn, worden we de een na de ander geboren onder de invloed van de drie geaardheden van de natuur, en zijn daardoor in ons handelen van elkaar gescheiden. Daarom konden we na de schepping niet eendrachtig samenwerken voor Uw bovenzinnelijke plezier. (Vedabase)

 

Tekst 49:

O Ongeborene, leidt ons in ons pogen U op het juiste moment offers te brengen zodat we zowel de maaltijd kunnen delen alsook de voorzieningen voor U en zeker ook al degenen waar we mee leven, en dat we, met onze offerdiensten, daarmee het voedsel in vrede mogen genieten.

O ongeborene, verlicht ons alstUblieft aangaande de wijze waarop we U alle genietbare granen en goederen kunnen offeren, zodat zowel wij als alle overige wezens in deze wereld, ons zonder problemen in stand kunnen houden en makkelijk de levensbehoeften, zowel voor U als voor onszelf, bijeen kunnen brengen. (Vedabase)

 

Tekst 50:

O Heer, U bent voor ons, de godsbewusten en onze orden, de ene en dezelfde oorspronkelijke grondlegger; U o Heer, hoewel U ongeboren bent, bent voor de energie, de oorzaak van de materiële geaardheden en de activiteiten werkelijk gelijk het ingebrachte zaad voor het verwekken van de variëteit.

U bent de oorspronkelijke Persoon, de bron van alle halfgoden en van de verschillende levensgradaties; U bent ook de oudste en U bent onveranderd. O Heer, U kent oorsprong noch meerdere. U hebt de uitwendige energie bevrucht met het zaad van alle levende wezens bijeen, maar Zelf bent U ongeboren. (Vedabase)

 

Tekst 51:

O Allerhoogste Ziel, zeg ons wat wij, die allen werden geschapen van en voor de totaliteit van de kosmos, voor U zouden moeten doen, en gun ons in het bijzonder de visie van Uw persoonlijke plan en het vermogen, o Heer, te werken en te handelen overeenkomstig onze verschillende afdelingen [van statusoriëntaties en hun overstijging].

O Allerhoogste Zelf, geef alstUblieft aan ons, die in het begin uit het mahat-tattva de totale kosmische energie, geschapen zijn, Uw welwillende aanwijzingen hoe we moeten handelen. Schenk ons alstUblieft uw volmaakte kennis en vermogen, opdat we U kunnen dienen in de verschillende onderdelen van de verdere schepping. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 
 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De afbeelding van Maitreya Muni en Vidura op deze pagina is van
Prasanta dasa
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties