regelbalk


 

Canto 3

Govindam Âdi Purusham

  

 

Hoofdstuk 7: Verdere Vragen van Vidura.  

(1) S'rî S'uka zei: 'Op die manier met Maitreya Muni pratend, formuleerde de geleerde zoon van Dvaipâyana Vyâsa, Vidura, respectvol een verzoek. (2) Vidura zei: 'O brahmaan, hoe kan van de Opperheer, hoewel Hij van het volkomen geheel en het onveranderlijke is, het spel en vermaak plaatsvinden van handelen met de geaardheden der natuur terwijl Hij zich er Zelf buiten bevindt? (3) Jongens die met andere jongens willen spelen zijn geestdriftig wat betreft hun spel, maar in welk opzicht is dat anders met iemand die aan zichzelf genoeg heeft en te allen tijde onthecht is? (4) De Allerhoogste Heer bracht het universum teweeg uitgerust met de drie geaardheden; door het vermogen van haar ziel worden al dezen gehandhaafd en omgekeerd ook weer beëindigd. (5) Hoe kan Hij, het Zuivere Zelf wiens bewustzijn, noch door Hemzelf, noch door anderen, noch door enige tijd, plaats of omstandigheid is versluiered, in de normale positie van een levend wezen verwikkeld zijn in onwetendheid? (6) De Ene Opperheer bevindt zich in alle levende wezens; door welke soort van activiteiten is er ofwel het ongeluk ofwel de belemmering van de levende wezens? (7) Hierover, o hooggeleerde, in onwetendheid lijdend, bezorgt mijn geest mij moeilijkheden en daarom, o allergrootste, neem de grote onzuiverheid van mijn denken weg.

(8) S'rî S'uka zei: 'Hij, er op deze manier toe aangespoord door Vidura die zo bezorgd was over de realiteit, gedroeg zich als een grote wijze en deed alsof hij verbaasd was en gaf toen zonder aarzeling godsbewust antwoord. (9) Maitreya zei: 'Te beweren dat men van de Allerhoogste Heer in staat van illusie verkeert, dat van het eeuwig verloste van Zijn Heerlijkheid er onvolkomenheid zou zijn of het idee van gebondenheid, leidt tot een logische tegenspraak. (10) Van dat soort verwarring van het zich identificerende zelf van mensen is men op die manier beroofd van betekenis; alsof men van buitenaf zichzelf ziet met het hoofd eraf gehakt. (11) Zoals vanwege de kwaliteit van water de erin gespiegelde maan rimpelt, vormt de kwaliteit van het lichaam een drogbeeld voor de getuige die ervan verschilt. (12) In dit bestaan neemt, in bhakti-yoga ten gunste van de Fortuinlijke, dat [begoocheld zijn] geleidelijk aan af, als men bij de genade van Vâsudeva te werk gaat in onthechting. (13) Als de zinnen, van de waarnemende ziel die betrokken raakt in transcendentie tot de Heer, op die manier hun bevrediging vinden, is het volledig gedaan met de misère alsof men van een gezonde nachtrust heeft genoten. (14) Als men al een einde kan maken aan allerlei soorten van ellende door eenvoudig te luisteren naar de herhaalde verklaringen over de kwaliteiten van Murarî [Krishna als de vijand van Mura], wat kan men dan wel niet verwachten van het, zoals het hart het ingeeft, dienen van het stof van Zijn lotusvoeten?

(15) Vidura zei: 'O almachtige, u hebt mijn twijfels bestreden met het wapen van uw overtuigende bewoordingen o Heer, nu is mijn geest wat betreft beide [God en het levend wezen], o allerhoogste, tot een volmaakte eenheid gekomen. (16) O geleerde, u heb volkomen gelijk als u stelt dat [redeneren vanuit] de begoochelende energie van de Heer voor de ziel niet het juiste pad vormt; het bewijst zich als zijnde betekenisloos zonder de basis van de wortel van het Allerhoogste waarbuiten men het eenvoudig bij het verkeerde eind heeft. (17) In deze wereld genieten hij die het traagst van begrip is en hij die van een bovenzinnelijke intelligentie is het geluk, terwijl de personen die zich daartussen bevinden lijden. (18) Ingezien hebbend en overtuigd zijnd van dat wat niet essentieel is, van dat wat niet de ziel is, ben ik door de dienst van uw voeten, aldus in staat [de misvatting dat de Heer de oorzaak van de illusie zou vormen] op te geven. (19) In het dienen van de Persoonlijkheid van God die de onversaagde vijand van de demon Madhu is, ontwikkelt men, in verschillende relaties [râsa's] naar de voeten, het hoogst extatische dat het leed verdrijft. (20) Van hen die het er slecht van afbrengen qua versobering ziet men zelden dat ze zich op het pad van dienst bevinden naar het Koninkrijk Gods [Vaikunthha] waarin de Heer zonder ophouden door de goddelijken wordt verheerlijkt als de heerser over alle levende wezens.

(21) Na de schepping van eerst het volledige van de materiële energie, manifesteerde zich in een geleidelijk proces van differentiatie [evolutie] de universele gedaante tezamen met de zintuigen en organen waarin later de Almachtige binnenging [voor Zijn incarnaties]. (22) Hij die de oorspronkelijke persoon wordt genoemd heeft duizenden ledematen, benen en handen levend in al de werelden van het universum overeenkomstig de evolutie van ieder van hen. (23) U verklaarde hoe er drie verschillende soorten van leven zijn [naar de geaardheden] waarin men tien soorten van levenskracht met de [vijf] zinnen en hun [vijfvoudig] belang heeft; beschrijf alstublieft voor me wat de specifieke capaciteiten zijn van de maatschappelijke onderverdelingen. (24) In dezen [in deze onderverdelingen] heeft, met de zonen en familieleden van de verschillende generaties, dat vermogen zich uitgespreid in verschillende vormen van bestaan. (25) Wie waren al de Manu's [hoofden van het tijdperk], en de navolgende generaties zeker ook, waartoe Hij was besloten als de eerste of de vader van de levende wezens [de prajâpati, of Brahmâ] van de geslachten, en wie waren hun nakomelingen? (26) Welke werelden staan er aan het hoofd en welke aardse werelden bevinden zich daaronder, o zoon van Mitrâ; beschrijf alstublieft wat hun situatie is en wat de uitgebreidheid van hun wereldse lokaties is. (27) Beschrijf me de generaties en onderafdelingen van het onmenselijke, menselijke en bovenmenselijke, zoals geboren uit reptielen [en vogels], uit baarmoeders, uit vocht, uit tweemaal geborenen en uit de aarde [de planten]. (28) Wees zo goed de incarnaties naar de geaardheden der materiële natuur te beschrijven voor de schepping, handhaving en vernietiging van het universum en de grootse activiteiten van de ene Persoonlijkheid van God die de uiteindelijke toevlucht vormt.

(29) Wat zijn naar de desbetreffende afdelingen van de statusoriëntaties van leeftijd en roeping in de samenleving de belichamingen, het karakter en de geboorten van de wijzen en hun activiteiten en de verdelingen van de Veda in categorieën? (30) En wat zijn de offers en methoden van de expansies van het yogavermogen, o meester, en wat is het pad van de toegewijde dienst, in het niet-materiële belang als ook in de analytische studie, in het zich verhouden tot de Persoonlijkheid van God met regulerende beginselen? (31) De wegen en onvolkomenheden der ongelovigen, zij die die zich tegendraads gedragen, en de situatie en bewegingen van de individuele zielen zoveel als die er zijn naar de geaardheden en de soorten van arbeid; wat zijn ze? (32) En wat zijn de, onderling niet strijdige, belangen van de religiositeit, economische ontwikkeling, zinsbevrediging en verlossing, de middelen van bestaan, de regels van de wet, de schriftuurlijke voorschriften, en wat zijn de verschillende regulerende beginselen? (33) Hoe zijn de periodieke respectbetuigingen geregeld, o brahmaan, naar dat wat de voorvaderen tot stand hebben gebracht en hoe zijn de tijdsperioden ingesteld naar de planeten, de sterren en hemellichten? (34) Wat mag men verwachten van liefdadigheid, boetedoening en het aanleggen van vergaarbekkens en wat zijn de voorgeschreven plichten van iemand die van huis weg is of van een man die zich in gevaar bevindt? (35) Alstublieft beschrijf me, o zondeloze, hoe Hij als ofwel de Allerhoogste Persoon, de Vader van de Religie, de Heerser over Allen, of als al dezen tezamen, volledig kan worden tevredengesteld? (36) O beste onder de brahmanen, alstublieft beschrijf de geestelijk leraren die zo genadig zijn voor de behoeftigen, en die hun volgelingen, hun leerlingen en zonen, zelfs dat vertellen waar ze niet om vroegen. (37) O allergrootste, hoeveel ontbindingen zijn er voor de elementen van de natuur, wie zijn zij die daarin vervolgens worden gered, en wie zijn zij die [van lof zijnde] zich bij Hem mogen voegen in Zijn sluimertoestand? (38) En wat is de wezensaard en identiteit van zowel de individuele persoon als het Allerhoogste, wat is het leidmotief van de vedische wijsheid en wat beweegt de goeroe en zijn leerlingen? (39) Hoe is, vanuit een persoon zijn toewijding als ook vanuit zijn onthechting, er op deze wereld de bron van de onafhankelijke spirituele kennis, zoals hooggehouden door de onberispelijke toegewijden?

(40) Ik stelde al deze vragen in het verlangen te weten van het spel en vermaak van de Heer; alstublieft beantwoord ze voor mij als een vriend voor die onwetenden die hun visie verloren met de uitwendige energie. (41) Al de Veda's, offers, boetedoeningen en liefdadigheid, laten zich zeer zeker nog niet eens ten dele vergelijken met, o smetteloze, de geborgenheid die de individuele ziel wordt geboden door iemand die de kennis overdraagt [zoals u].

(42) S'rî S'uka zei: 'Hij [Maitreya], de eerste onder de wijzen zo goed bekend met de verhalen [Purâna's], was, aldus ondervraagd door de voornaamste onder de Kuru's afdoende tevredengesteld en geïnspireerd, en zo gestimuleerd over de onderwerpen betreffende de Heer, gaf hij Vidura glimlachend antwoord.'

 

 

next                                   

 
    Tweede Editie, geladen 19 mei, 2006.

 

 

Bronteksten:

Verdere vragen van Vidura

 

Text 1:

S'rî S'uka zei: 'Op die manier met Maitreya Muni pratend, formuleerde de geleerde zoon van Dvaipâyana Vyâsa, Vidura, respectvol een verzoek.

S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: O koning, terwijl Maitreya de grote wijze aldus sprak, bracht Vidura, de geleerde zoon van Dvaipâyana Vyâsa, beminnelijk de volgende vraag naar voren. (Vedabase)

 

Text 2:

Vidura zei: 'O brahmaan, hoe kan van de Opperheer, hoewel Hij van het volkomen geheel en het onveranderlijke is, het spel en vermaak plaatsvinden van handelen met de geaardheden der natuur terwijl Hij zich er Zelf buiten bevindt?

S'rî Vidura zei: O grote brâhmana, hoe is de Allerhoogste Godspersoon, aangezien Hij het volkomen geheel is en onveranderlijk, met de materiële geaardheden van de natuur en hun activiteiten verbonden? Is dit Zijn spel, hoe vinden de activiteiten van de Onveranderlijke dan plaats, en vertonen ze kenmerken die los staan van de geaardheden der natuur? (Vedabase)

 

Text 3:

Jongens die met andere jongens willen spelen zijn geestdriftig wat betreft hun spel, maar in welk opzicht is dat anders met iemand die aan zichzelf genoeg heeft en te allen tijde onthecht is?

Jongens spelen graag met andere jongens, of zoeken allerlei vertier, omdat ze door het verlangen daartoe worden aangezet. Maar zo'n verlangen kan zich onmogelijk bij de Heer voordoen, omdat Hij voldaan is in Zichzelf en altijd overal van onthecht is. (Vedabase)

 

Text 4:

De Allerhoogste Heer bracht het universum teweeg uitgerust met de drie geaardheden; door het vermogen van haar ziel worden al dezen gehandhaafd en omgekeerd ook weer beëindigd.

Door Zijn vermogen van de drie geaardheden der natuur, die onder Zijn bescherming staat, heeft de Heer dit universum laten scheppen. Door haar houdt Hij de schepping in stand en ontbindt haar ook telkens weer. (Vedabase)

 

Text 5:

Hoe kan Hij, het Zuivere Zelf wiens bewustzijn, noch door Hemzelf, noch door anderen, noch door enige tijd, plaats of omstandigheid is versluiered, in de normale positie van een levend wezen verwikkeld zijn in onwetendheid?

De zuivere ziel is zuiver bewustzijn en is nooit zonder bewustzijn, hetzij door omstandigheden, hetzij door tijd, plaats, droom of andere oorzaken. Hoe raakt ze dan met onwetendheid verbonden? (Vedabase)

 

Text 6:

De Ene Opperheer bevindt zich in alle levende wezens; door welke soort van activiteiten is er ofwel het ongeluk ofwel de belemmering van de levende wezens?

Als Superziel bevindt de Heer Zich in het hart van ieder levend wezen. Waarom lopen de activiteiten van de levende wezens dan op ongeluk en ellende uit? (Vedabase)

 

Text 7:

 Hierover, o hooggeleerde, in onwetendheid lijdend, bezorgt mijn geest mij moeilijkheden en daarom, o allergrootste, neem de grote onzuiverheid van mijn denken weg.

O grote wijze, mijn geest is geheel van streek door het verdriet van deze onwetendheid en daarom verzoek ik u om opheldering. (Vedabase)

 

Text 8:

S'rî S'uka zei: 'Hij, er op deze manier toe aangespoord door Vidura die zo bezorgd was over de realiteit, gedroeg zich als een grote wijze en deed alsof hij verbaasd was en gaf toen zonder aarzeling godsbewust antwoord.

S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: O koning, aldus, door de weetgierige Vidura aangespoord, scheen Maitreya eerst verrast, maar gaf toen zonder aarzelen antwoord, omdat hij volkomen God-bewust was. (Vedabase)

  

Text 9:

Maitreya zei: 'Te beweren dat men van de Allerhoogste Heer in staat van illusie verkeert, dat van het eeuwig verloste van Zijn Heerlijkheid er onvolkomenheid zou zijn of het idee van gebondenheid, leidt tot een logische tegenspraak.

S'rî Maitreya zei: Sommige geconditioneerde zielen komen aan met de theorie dat het Allerhoogste Brahman, of de Godspersoon, onderhevig is aan illusie, of mâyâ, en tegelijk beweren ze dat Hij ongebonden is. Dat gaat tegen alle logica in. (Vedabase)

 

Text 10

Van dat soort verwarring van het zich identificerende zelf van mensen is men op die manier beroofd van betekenis; alsof men van buienaf zichzelf ziet met het hoofd eraf gehakt.

Het levend wezen is in verwarring aangaande zijn ware identiteit. Zijn leven heeft niets werkelijks, zoals iemand die in zijn droom zijn hoofd afgehakt ziet worden. (Vedabase)

 

Text 11

Zoals vanwege de kwaliteit van water de erin gespiegelde maan rimpelt, vormt de kwaliteit van het lichaam een drogbeeld voor de getuige die ervan verschilt.

Zoals voor het oog van de toeschouwer de maan, weerspiegeld in het water, schijnt te bewegen door aanraking met de eigenschappen van het water, schijnt het zelf in aanraking met de stof de eigenschappen van de stof te hebben. (Vedabase)

 

Text 12:

In dit bestaan neemt, in bhakti-yoga ten gunste van de Fortuinlijke, dat [begoocheld zijn] geleidelijk aan af, als men bij de genade van Vâsudeva te werk gaat in onthechting.

Deze onjuiste zelfindentificatie kan echter door de genade van de Godspersoon, Vâsudeva, geleidelijk worden verminderd door middel van toegewijde dienst in de geest van onthechting. (Vedabase)

  

Text 13:

Als de zinnen, van de waarnemende ziel die betrokken raakt in transcendentie tot de Heer, op die manier hun bevrediging vinden, is het volledig gedaan met de misère alsof men van een gezonde nachtrust heeft genoten.

Wanneer de zinnen voldoening vinden in degene die alles ziet, de Superziel, de Godspersoon, en in Hem opgaan, is het volkomen gedaan met alle ellende, als na een diepe slaap. (Vedabase)

  

Text 14:

Als men al een einde kan maken aan allerlei soorten van ellende door eenvoudig te luisteren naar de herhaalde verklaringen over de kwaliteiten van Murarî [Krishna als de vijand van Mura], wat kan men dan wel niet verwachten van het, zoals het hart het ingeeft, dienen van het stof van Zijn lotusvoeten?

Alleen al door over de bovenzinnelijke naam, gedaante enz. van de Godspersoon, S'rî Krishna te spreken of erover te horen, kan men een eind maken aan eindeloze ellende. Wat dan te zeggen van hen die aangetrokken zijn geraakt tot het dienen van het geurige stof van de lotusvoeten van de Heer? (Vedabase)

 

Text 15:

 Vidura zei: 'O almachtige, u hebt mijn twijfels bestreden met het wapen van uw overtuigende bewoordingen o Heer, nu is mijn geest wat betreft beide [God en het levend wezen], o allerhoogste, tot een volmaakte eenheid gekomen.

Vidura zei: O machtige wijze, o heer, door uw overtuigende woorden is nu al mijn twijfel over de Allerhoogste Godspersoon en de levende wezens uit de weg geruimd. Mijn geest bevat alles nu volmaakt. (Vedabase)

 

Text 16:

 O geleerde, u heb volkomen gelijk als u stelt dat [redeneren vanuit] de begoochelende energie van de Heer voor de ziel niet het juiste pad vormt; het bewijst zich als zijnde betekenisloos zonder de basis van de wortel van het Allerhoogste waarbuiten men het eenvoudig bij het verkeerde eind heeft.

O grote wijze, uw uitleg is heel goed, zoals het moet zijn. De verwarring van de gebonden ziel kent geen andere oorzaak dan het bewegen van de uitwendige energie van de Heer. (Vedabase)

 

Text 17:

In deze wereld genieten hij die het traagst van begrip is en hij die van een bovenzinnelijke intelligentie is het geluk, terwijl de personen die zich daartussen bevinden lijden.

Twee soorten mensen zijn gelukkig in deze wereld: de laagsten onder de dwazen en degenen die aan het verstand ontstegen zijn. Iedereen daar tussenin lijdt pijn. (Vedabase)

 

Text 18:

 Having aknowledged and being convinced of what is insubstantial, of that what is not the soul, am I, by the service of your feet, thus able to give up [the notion that one is in illusion because of the Lord].

Maar ik ben aan u verplicht, mijn waarde heer, omdat ik nu begrijpen kan dat deze stoffelijke openbaring geen substantie bezit, al lijkt ze echt. Ik ben er van overtuigd dat ik door uw voeten te dienen van mijn onjuiste zienswijze af kan komen. (Vedabase)

 

Text 19:

In het dienen van de Persoonlijkheid van God die de onversaagde vijand van de demon Madhu is, ontwikkelt men, in verschillende relaties [râsa's] naar de voeten, het hoogst extatische dat het leed verdrijft.

Door de voeten van de geestelijk leraar te dienen kan men geleidelijk bovenzinnelijke vervoering gaan ervaren in het dienen van de Godspersoon, de onveranderlijke vijand van de demon Madhu. Door Hem te dienen komt men het leed van de materie te boven. (Vedabase)

 

Text 20:

Van hen die het er slecht van afbrengen qua versobering ziet men zelden dat ze zich op het pad van dienst bevinden naar het Koninkrijk Gods [Vaikunthha] waarin de Heer zonder ophouden door de goddelijken wordt verheerlijkt als de heerser over alle levende wezens.

Mensen die weinig sober zijn, kunnen zich zelden de dienst verwerven van de zuivere toegewijden die voortgaan op de terugweg naar Gods koninkrijk, Vaikunthha. Zuivere toegewijden gaan volkomen op in het verheerlijken van de Allerhoogste, die de meester der halfgoden en de bestuurder van alle levende wezens is. (Vedabase)

 

Text 21:

Na de schepping van eerst het volledige van de materiële energie, manifesteerde zich in een geleidelijk proces van differentiatie [evolutie] de universele gedaante tezamen met de zintuigen en organen waarin later de Almachtige binnenging [voor Zijn incarnaties].

Nadat Hij de totale materiële energie, het mahat-tattva, geschapen had en daarbij de reusachtige kosmische gedaante met de zintuigen en hun vermogens had geopenbaard, ging de Allerhoogste erin binnen. (Vedabase)

 

Text 22:

Hij die de oorspronkelijke persoon wordt genoemd heeft duizenden ledematen, benen en handen levend in al de werelden van het universum overeenkomstig de evolutie van ieder van hen.

De purusha-incarnatie die neerligt op de Oceaan der Oorzaken wordt de oorspronkelijke purusha van de stoffelijke schepping genoemd, en in Zijn virât-gedaante, waarin alle planeten en hun bewoners verblijven, bezit Hij duizenden benen en armen. (Vedabase)

 

Text 23:

U verklaarde hoe er drie verschillende soorten van leven zijn [naar de geaardheden] waarin men tien soorten van levenskracht met de [vijf] zinnen en hun [vijfvoudig] belang heeft; beschrijf alstublieft voor me wat de specifieke capaciteiten zijn van de maatschappelijke onderverdelingen.

O grote brâhmana, u hebt me verteld dat de reusachtige virât-gedaante en Zijn zinnen, zinsobjecten en tien soorten lucht, bestaat met drie vormen van levenskracht. Leg me nu, als u wilt, de verschillende vermogens daarvan uit. (Vedabase)

 

Text 24:

In dezen [in deze onderverdelingen] heeft, met de zonen en familieleden van de verschillende generaties, dat vermogen zich uitgespreid in verschillende vormen van bestaan.

O heer, ik denk dat de vaardigheden geopenbaard in de gedaanten van zoons, kleinzoons en verdere familieleden, zich over het hele universum verbreid hebben in verschillende variëteiten en soorten. (Vedabase)

 

Text 25:

 Wie waren al de Manu's [hoofden van het tijdperk], en de navolgende generaties zeker ook, waartoe Hij was besloten als de eerste of de vader van de levende wezens [de prajâpati, of Brahmâ] van de geslachten, en wie waren hun nakomelingen?

O geleerde brâhmana, beschrijf alstublieft hoe de leider van alle halfgoden, namelijk Prajâpati Brahmâ, de verschillende Manu's als hoofden der tijdvakken aanstelde. Beschrijf alstublieft eveneens de Manu's, alsook de afstammelingen van deze Manu's. (Vedabase)

 

Text 26:

Welke werelden staan er aan het hoofd en welke aardse werelden bevinden zich daaronder, o zoon van Mitrâ; beschrijf alstublieft wat hun situatie is en wat de uitgebreidheid van hun wereldse lokaties is.

O zoon van Mitrâ, beschrijf alstublieft hoe de planeten zich boven de aarde bevinden en ook eronder, en vermeld alstublieft hun afmetingen alsook die van de aardse planeten. (Vedabase)

  

Text 27:

Beschrijf me de generaties en onderafdelingen van het onmenselijke, menselijke en bovenmenselijke, zoals geboren uit reptielen [en vogels], uit baarmoeders, uit vocht, uit tweemaal geborenen en uit de aarde [de planten].

Beschrijf alstublieft ook de verschillende categorien levende wezens: de beneden-menselijke, de mensen, degenen die embryonaal geboren zijn, degenen die uit zweet geboren zijn, degenen die tweemaal geboren zijn [vogels] en de planten en groenten. Beschrijf alstublieft ook hun generaties en onderafdelingen. (Vedabase)

 

Text 28:

Wees zo goed de incarnaties naar de geaardheden der materiële natuur te beschrijven voor de schepping, handhaving en vernietiging van het universum en de grootse activiteiten van de ene Persoonlijkheid van God die de uiteindelijke toevlucht vormt.

Beschrijf alstublieft eveneens de incarnaties van de drie geaardheden van de stoffelijke natuur - Brahmâ, Vishnu en Mahes'vara - en beschrijf alstublieft ook de incarnaties van de Allerhoogste Godspersoon en Zijn grootmoedige activiteiten. (Vedabase)

 

Text 29:

Wat zijn naar de desbetreffende afdelingen van de statusoriëntaties van leeftijd en roeping in de samenleving de belichamingen, het karakter en de geboorten van de wijzen en hun activiteiten, en wat zijn de verdelingen van de Veda in categorieën?

O grote wijze, wees zo goed de geledingen en fasen van de menselijke maatschappij te beschrijven aan de hand van kenmerken en symptomen van innerlijk evenwicht en zinsbeteugeling. Beschrijf alstublieft ook de geboorte van de grote wijzen en de afdelingen van de Veda's. (Vedabase)

 

Text 30:

En wat zijn de offers en methoden van de expansies van het yogavermogen, o meester, en wat is het pad van de toegewijde dienst, in het niet-materiële belang als ook in de analytische studie, in het zich verhouden tot de Persoonlijkheid van God met regulerende beginselen?

Beschrijf alstublieft ook de verschillende offerandes, en de weg der mystieke krachten, het analytisch onderzoek van kennis en de toegewijde dienst - en dat alles met de bijbehorende regels. (Vedabase)

 

Text 31:

 De wegen en onvolkomenheden der ongelovigen, zij die die zich tegendraads gedragen, en de situatie en bewegingen van de individuele zielen zoveel als die er zijn naar de geaardheden en de soorten van arbeid; wat zijn ze?

Beschrijf alstublieft ook de onvolkomenheden en tegenstrijdigheden van de ongelovige atheïsten, de feiten over het kruisen, en de bewegingen van de levende wezens in de verschillende levenssoorten naar gelang hun specifieke aard en werk. (Vedabase)

 

Text 32:

En wat zijn de, onderling niet strijdige, belangen van de religiositeit, economische ontwikkeling, zinsbevrediging en verlossing, de middelen van bestaan, de regels van de wet, de schriftuurlijke voorschriften, en wat zijn de verschillende regulerende beginselen?

U kunt ook de niet-tegenstrijdige oorzaken beschrijven van godsdienstigheid, economische ontwikkeling, zinsbevrediging en het streven naar bevrijding, en eveneens de verschillende middelen van bestaan en de verschillende stelsels van recht en orde, zoals ze beschreven worden in de geopenbaarde geschriften. (Vedabase)

 

Text 33:

Hoe zijn de periodieke respectbetuigingen geregeld, o brahmaan, naar dat wat de voorvaderen tot stand hebben gebracht en hoe zijn de tijdsperioden ingesteld naar de planeten, de sterren en hemellichten?

Leg alstublieft ook uit wanneer en hoe men zijn respect moet betuigen aan de voorouders, hoe Pitriloka geschapen is, hoe het gesteld is met de tijd op de planeten, sterren en overige hemellichamen, en wat hun respectievelijke posities zijn. (Vedabase)

 

Text 34:

Wat mag men verwachten van liefdadigheid, boetedoening en het aanleggen van vergaarbekkens en wat zijn de voorgeschreven plichten van iemand die van huis weg is of van een man die zich in gevaar bevindt?

Spreek alstublieft ook over het resultaat van baatzuchtige activiteiten als liefdadigheid, boetedoening en het graven van waterbekkens. En beschrijf alstublieft de situatie van mensen die van huis weg zijn en ook wat de plicht is van iemand die zich in een moeilijke positie bevindt. (Vedabase)

 

Text 35:

Alstublieft beschrijf me, o zondeloze, hoe Hij als ofwel de Allerhoogste Persoon, de Vader van de Religie, de Heerser over Allen, of als al dezen tezamen, volledig kan worden tevredengesteld?

O zondeloze, aangezien de Godspersoon, de bestuurder van alle levende wezens, de vader is van alle religie en van allen die vroom willen leven - beschrijf me alstublieft hoe men Hem volkomen tevreden kan stellen. (Vedabase)

 

Text 36:

O beste onder de brahmanen, alstublieft beschrijf de geestelijk leraren die zo genadig zijn voor de behoeftigen, en die hun volgelingen, hun leerlingen en zonen, zelfs dat vertellen waar ze niet om vroegen.

O beste onder de brâhmana's, de geestelijke leraren zijn de behoeftigen zeer welgezind. Ze zijn altijd goed voor hun volgelingen, leerlingen en zonen, en geven hun zelfs ongevraagd alle kennis. (Vedabase)

 

Text 37:

O allergrootste, hoeveel ontbindingen zijn er voor de elementen van de natuur, wie zijn zij die daarin vervolgens worden gered, en wie zijn zij die [van lof zijnde] zich bij Hem mogen voegen in Zijn sluimertoestand?

Beschrijf alstublieft hoe vaak de elementen van de stoffelijke natuur ontbonden worden en wie er na de ontbindingen ervan overblijft om de Heer te dienen tijdens Zijn slaap. (Vedabase)

 

Text 38:

En wat is de wezensaard en identiteit van zowel de individuele persoon als het Allerhoogste, wat is het leidmotief van de vedische wijsheid en wat beweegt de goeroe en zijn leerlingen?

Wat is de waarheid over de levende wezens en de Allerhoogste Godspersoon? Wat is hun identiteit? Wat is er vooral waardevol in de kennis van de Veda's en waaraan dienen de geestelijk leraar en zijn leerlingen zich te houden? (Vedabase)

 

Text 39:

Hoe is, vanuit een persoon zijn toewijding als ook vanuit zijn onthechting, er op deze wereld de bron van de onafhankelijke spirituele kennis, zoals hooggehouden door de onberispelijke toegewijden?

Onberispelijke toegewijden van de Heer hebben de bron van deze kennis aangewezen. Hoe kan men kennis van toegewijde dienst en onthechting verkrijgen zonder de hulp van zulke toegewijden? (Vedabase)

 

Text 40:

Ik stelde al deze vragen in het verlangen te weten van het spel en vermaak van de Heer; alstublieft beantwoord ze voor mij als een vriend voor die onwetenden die hun visie verloren met de uitwendige energie.

Mijn waarde wijze, ik heb u al deze vragen gesteld om het spel en vermaak te leren kennen van Hari, de Allerhoogste Godsperoon. U bent de vriend van iedereen. Beschrijf dit alles dus alstublieft ten bate van hen die hun geestelijke visie zijn verloren. (Vedabase)

 

Text 41:

Al de Veda's, offers, boetedoeningen en liefdadigheid, laten zich zeer zeker nog niet eens ten dele vergelijken met, o smetteloze, de geborgenheid die de individuele ziel wordt geboden door iemand die de kennis overdraagt [zoals u].

O vlekkeloze, uw antwoorden op al deze vragen zullen vrijheid van alle ellende schenken. Zulke liefdadigheid is beter dan alle vedische vormen van liefdadigheid, offerandes, boetedoening enz. (Vedabase)

 

Text 42:

S'rî S'uka zei: 'Hij [Maitreya], de eerste onder de wijzen zo goed bekend met de verhalen [Purâna's], was, aldus ondervraagd door de voornaamste onder de Kuru's afdoende tevredengesteld en geïnspireerd, en zo gestimuleerd over de onderwerpen betreffende de Heer, gaf hij Vidura glimlachend antwoord.'

S'rî S'ukadeva Gosvâmî zei: Zo begon de eerste onder de wijzen, die altijd geestdriftig was om alles te beschrijven wat met de Godspersoon te maken heeft, de verhalen van de Purâna's te vertellen, nadat hij daar door Vidura om gevraagd was. Het inspireerde hem ten zeerste om over de transcendente activiteiten van de Heer te kunnen spreken. (Vedabase)
    
 

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
De afbeelding van de mediterende persoon op deze pagina is van
Jagat-karana devî dâsî
Produktie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd


 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties