regelbalk



 
Canto 5
Nârada Muni
 
 

Hoofdstuk 11: Jada Bharata Onderricht Koning Rahûgana

(1) De brahmaan [Jada Bharata] zei: 'Met een gebrek aan ervaring gebruik makend van de termen van hen die ervaring hebben, maakt u nog niet beter dan hen die ervaren zijn! Deze zaken van werelds en sociaal gedrag worden door de intelligenten niet besproken in combinatie met beschouwingen over de Absolute Waarheid. (2) Om deze reden o Koning, wordt onder hen die met name in combinatie met de Veda's [veda-vâdî] belang stellen in de eindeloos toenemende zorg voor de rituelen van een materiële huishouding, zo goed als nooit de eigenlijke spirituele wetenschap [tattva-vâda] aangetroffen die zichzelf zo duidelijk openbaart bij hen die gevorderd zijn in de zuiverheid. (3) Hoewel men [materialistisch/moralistisch] afdoende op de hoogte is van de woorden, is de zeer verheven kijk op de ware bedoeling van de Veda niet direct de hunne, daar het geluk van een werelds leven te vergelijken is met een droom waarvan men persoonljk [slechts] later inziet dat men die achter zich moet laten. (4) palanquinZolang als iemands geest onder de controle staat van de geaardheid hartstocht, goedheid of onwetendheid, zijn handelingen - gunstig of anderszins - door het [dwingend] gezag van de zinnen van waarnemen en handelen, automatisch het gevolg, net zoals dat is met een  zich vrij rondbewegende olifant. (5) Die geest begaan met zovele verlangens [vâsanâ's] is, voortgedreven door de geaardheden der natuur, gehecht aan materieel geluk. Als de belangrijkste van de zestien kenmerken typerend voor een materieel bestaan [de materiële, de handelende en de waarnemende plus de geest] doolt de geest losgeslagen rond met vele namen zich manifesterend in verschillende fysieke verschijningen van een hogere en lagere kwaliteit [vergelijk B.G. 3: 27]. (6) Voortgebracht door de begoocheling der materie die het oorspronkelijke levende wezen omhult, schept de geest voor zichzelf de vicieuze cirkel [de valse orde] van materiële acties en reacties [karma] zodat in de loop van de tijd het geluk, het ongeluk en het andere zeer ernstige resultaat wordt behaald dat verschilt van deze twee [namelijk onmatigheid]. (7) Zolang de geest er is manifesteren zich ook steeds de uiterlijke kenmerken - van bijvoorbeeld gezet of slank zijn - die getuigen van [de kwaliteit van] de kenner van het veld [de individuele ziel]. Om die reden spreken de geleerden van het denken als zijnde de oorzaak van het in hogere dan wel in lagere levensomstandigheden verwikkeld zijn in de guna's, de geaardheden van de materiële natuur, of hun tegendeel. (8) Gebonden aan de guna's raakt het levende wezen geconditioneerd, maar vrij van de geaardheden is er het hoogste voordeel [der zaligheid]. Net als de pit van een lamp brandend rook produceert of anders juist geplaatst de geklaarde boter geniet [en helder brandt], neemt de geest gebonden aan de geaardhedend zijn toevlucht tot uiteenlopende materiële handelingen of verkeert anders [helder functionerend] in zijn ware positie [van gericht zijn op de ziel].

(9) Er zijn elf bezigheden van de geest in samenhang met de vijf zinnen van het handelen, de vijf zintuigen van het waarnemen en de hoogmoed. De geleerden, o held, spreken van de velden van handelen van die elf praktijken als zijnde de verschillende plichten, de verschillende zinsobjecten en de verschillende plaatsen [te weten de privésfeer, openbare gelegenheden, de werkplek en de favoriete vereniging of club, zie B.G. 13: 1-4]. (10) De reuk, de vorm, de tast, de smaak, en het gehoor [de kennende zinnen]; de uitscheiding, de geslachtsgemeenschap, het zich bewegen, de spraak en de handigheid [de zinnen van handelen] met het elfde element van het aanvaarden van het idee van 'mijn', kent aldus het 'ik' [of egobewustzijn] aan dit lichaam toe waarvan sommigen beweerden dat dat het twaalfde element is. (11) Al deze elf bezigheden van de geest worden door de elementen, door de natuur zelf, door de cultuur, door het karma en door de tijd omgevormd tot vele honderden, duizenden en miljoenen [overwegingen] die niet uit elkaar volgen noch uit zichzelf ontstaan, maar [worden veroorzaakt door] de kenner van het veld. (12) De zuivere kenner van het veld neemt al deze verschillende activiteiten van de geest waar die, dan weer manifest [tijdens het waken] en dan weer afwezig [tijdens de slaap], zich voordoen in de overmaat [het eindeloze stromen] van de onzuivere geest van het aan karma gebonden levende wezen, een rusteloosheid die al sedert de vroegste tijden wordt gecreëerd door de [vanwege de Tijd eeuwig veranderlijke] uitwendige energie. (13-14) Deze kenner van het veld is [oorspronkelijk] de alles doordringende, alomtegenwoordige, authentieke persoon, de Oudste die men ziet en over wie men verneemt als bestaande bij de gratie van Zijn eigen licht. Hij is de nimmer geboren, bovenzinnelijke Nârâyana, de Allerhoogste Heer Vâsudeva. Hij is, zoals de lucht aanwezig is in het lichaam, op basis van Zijn eigen vermogen aanwezig in de ziel als de heerser van de bewegende en niet-bewegende wezens. Hij is de Superziel der expansie die binnenging en dus heerst als de Fortuinlijke in het voorbije. Hij is de toevlucht en kenner van iedereen in ieder bereik. Hij is de vitaliteit zelve die in deze materiële wereld verscheen [zie ook B.G. 9: 10 & 15: 15].

(15) Zolang de belichaamde ziel o Koning, niet vrij is van deze invloed van de materiële wereld door in vrijheid van gehechtheden de spirituele orde te vestigen en de zes vijanden [het denken en de waarnemende zinnen] te overwinnen, zal hij moeten rondwaren in deze materiële wereld. (16) Zolang men deze geest heeft die, als het symptoom van de gefixeerdheid van de ziel, voor het levend wezen de ontstaansgrond vormt van al de wereldse misère van het weeklagen, de illusie, de ziekte, de gehechtheid, de hebzucht en de vijandigheid, heeft men te kampen met het 'ik' en 'mijn' [het egoïsme] dat er het gevolg van is. (17) Deze geest, die formidabele vijand die zich ontwikkelt door nalatigheid, is zeer machtig. Hij die vrij van illusie het wapen inzet van het eerbetoon aan de voeten van de geestelijk leraar en de Heer, overwint de valsheid van het persoonlijke die de ziel heeft overdekt.'

next                          

 
Derde herziene editie, geladen 3  juli 2011. 
 

 

 

Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:

Tekst 1

De brahmaan [Jada Bharata] zei: 'Met een gebrek aan ervaring gebruik makend van de termen van hen die ervaring hebben, maakt u nog niet beter dan hen die ervaren zijn! Deze zaken van werelds en sociaal gedrag worden door de intelligenten  niet besproken in combinatie met beschouwingen over de Absolute Waarheid.
De brahmaan [Jada Bharata] zei: 'Door een gebrek aan ervaring spreekt u niet over het belangrijkste gebruik makend van de termen van hen die de ervaring hebben; deze zaken van werelds en sociaal gedrag behoort men in feite te bespreken met de intelligenten die wèl behept zijn met zo'n verfijnde zin voor de waarheid. (Vedabase)

 

Tekst 2

Om deze reden o Koning, wordt onder hen die met name in combinatie met de Veda's [veda-vâdî] belang stellen in de eindeloos toenemende zorg voor de rituelen van een materiële huishouding, zo goed als nooit de eigenlijke spirituele wetenschap [tattva-vâda] aangetroffen die zichzelf zo duidelijk openbaart bij hen die gevorderd zijn in de zuiverheid.

Om deze reden, o Koning, wordt inderdaad onder hen, die met name met de Veda's [veda-vâdî] belang stellen in de eindeloos toenemende zorg voor de rituelen van een materiële huishouding, zo goed als nooit de eigenlijke spirituele wetenschap [tattva-vâda] gevonden die zichzelf zo duidelijk openbaart bij hen die gevorderd zijn in de zuiverheid. (Vedabase)

 

Tekst 3

Hoewel men [materialistisch/moralistisch] afdoende op de hoogte is van de woorden, is de zeer verheven kijk op de ware bedoeling van de Veda niet direct de hunne, daar het geluk van een werelds leven te vergelijken is met een droom waarvan men persoonljk [slechts] later inziet dat men die achter zich moet laten.

Hoewel afdoende bekend met de woorden, is de zeer verheven rechtstreekse kijk op de ware bedoeling van de Veda niet de hunne, daar het geluk van een werelds leven bij voorbeeld als een droom is waarvan men zich vanzelf zal realiseren dat die onwerkelijk is. (Vedabase)

 

Tekst 4

Zolang als iemands geest onder de controle staat van de geaardheid hartstocht, goedheid of onwetendheid, zijn handelingen - gunstig of anderszins - door het [dwingend] gezag van de zinnen van waarnemen en handelen, automatisch het gevolg, net zoals dat is met een  zich vrij rondbewegende olifant.

Zo lang als iemands geest onder de kontrole staat van de geaardheid hartstocht, de goedheid of de duisternis, breiden akties, gunstig of anderszins, zich met de zinnen van handelen en waarnemen, uit als bij een olifant die zich vrij rondbeweegt. (Vedabase)

 

Tekst 5

Die geest begaan met zovele verlangens [vâsanâ's] is, voortgedreven door de geaardheden der natuur, gehecht aan materieel geluk. Als de belangrijkste van de zestien kenmerken typerend voor een materieel bestaan [de materiële, de handelende en de waarnemende plus de geest] doolt de geest losgeslagen rond met vele namen zich manifesterend in verschillende fysieke verschijningen van een hogere en lagere kwaliteit [vergelijk B.G. 3: 27].

Die geest begaan met zo vele verlangens is, voortgedreven door de geaardheden der natuur, gehecht aan materieel geluk; als de belangrijkste van de zestien elementen van het materieel bestaan [de fysieke, de handelende en de waarnemende plus de geest] doolt hij, vervreemd, rond in benamingen [in upâdhi's - veronderstellingen] en doet hij zich in verschillende gedaanten voor in lichamen van een hogere en lagere kwaliteit [vergelijk B.G. 3:27]. (Vedabase)

 

Tekst 6

Voortgebracht door de begoocheling der materie die het oorspronkelijke levende wezen omhult, schept de geest voor zichzelf de vicieuze cirkel [de valse orde] van materiële acties en reacties [karma] zodat in de loop van de tijd het geluk, het ongeluk en het andere zeer ernstige resultaat wordt behaald dat verschilt van deze twee [namelijk onmatigheid].

Het ongeluk, het geluk en de ernstige onmatigheid in de loop van de tijd als resultaat verworven, schept de geest die de materiële natuur omarmt die het wezen zelf vangt in het vicieuze van materiële aktie en reaktie. (Vedabase)


Tekst 7

Zolang de geest er is manifesteren zich ook steeds de uiterlijke kenmerken - van bijvoorbeeld gezet of slank zijn - die getuigen van [de kwaliteit van] de kenner van het veld [de individuele ziel]. Om die reden spreken de geleerden van het denken als zijnde de oorzaak van het in hogere dan wel in lagere levensomstandigheden verwikkeld zijn in de guna's, de geaardheden van de materiële natuur, of hun tegendeel.

Om die reden spreken de geleerden van het denken als zijnde de oorzaak van het opgaan in de materiële geaardheden - de kwaliteiten ontberend - in hogere en lagere toestanden, waarvan de voor die tijd gemanifesteerde uiterlijke kenmerken van het levend wezen, van bijvoorbeeld gezet of slank zijn, het bewijs vormen. (Vedabase)

 

Tekst 8

Gebonden aan de guna's raakt het levende wezen geconditioneerd, maar vrij van de geaardheden is er het hoogste voordeel [der zaligheid]. Net als de pit van een lamp brandend rook produceert of anders juist geplaatst de geklaarde boter geniet [en helder brandt], neemt de geest gebonden aan de geaardhedend zijn toevlucht tot uiteenlopende materiële handelingen of verkeert anders [helder functionerend] in zijn ware positie [van gericht zijn op de ziel].

De aantrekking tot de geaardheden vormt de konditionering aan de materiële wereld, maar als de geest van het levend wezen er is voor het uiteindelijke goed van het zich boven hen bevinden is hij als een lamp; een pit die de geklaarde boter geniet leidt verkeerd brandend ongetwijfeld tot een walmende vlam, maar naar behoren brandend in gebondenheid aan de brandstof van het karma vormt de vlammende rusteloze geest in kontrast het bewijs van de klare werkelijkheid. (Vedabase)


 

Tekst 9

Er zijn elf bezigheden van de geest in samenhang met de vijf zinnen van het handelen, de vijf zintuigen van het waarnemen en de hoogmoed. De geleerden, o held, spreken van de velden van handelen van die elf praktijken als zijnde de verschillende plichten, de verschillende zinsobjecten en de verschillende plaatsen [te weten de privésfeer, openbare gelegenheden, de werkplek en de favoriete vereniging of club, zie B.G. 13: 1-4].

Voorzeker heeft men er de elf van de geest van de vijf zinnen van handelen, de vijf zintuigen van het kennen en de verraderlijkheid [of de valsheid van het ego, het zich met hen identificeren]; van de verschillende aktiviteiten, de verschillende zinsobjecten en de plaats waar ze zich voordoen - van die elf functies zeggen de geleerden, o held, dat zij de handelingsgebieden vormen [zie B.G. 13: 1-4]. (Vedabase)

 

Tekst 10

De reuk, de vorm, de tast, de smaak, en het gehoor [de kennende zinnen]; de uitscheiding, de geslachtsgemeenschap, het zich bewegen, de spraak en de handigheid [de zinnen van handelen] met het elfde element van het aanvaarden van het idee van 'mijn', kent aldus het 'ik' [of egobewustzijn] aan dit lichaam toe waarvan sommigen beweerden dat dat het twaalfde element is.

De reuk, de vorm, de tast, de smaak, en het gehoor [de kennende zinnen]; de uitscheiding, de geslachtsgemeenschap, het zich bewegen, de spraak en de handigheid [de zinnen van handelen] met het elfde element van het aanvaarden van het idee van 'mijn', kent aldus het 'ik' aan dit lichaam toe waarvan sommigen beweerden dat dat het twaalfde element is. (Vedabase)

 

Tekst 11

Al deze elf bezigheden van de geest worden door de elementen, door de natuur zelf, door de cultuur, door het karma en door de tijd omgevormd tot vele honderden, duizenden en miljoenen [overwegingen] die niet uit elkaar volgen noch uit zichzelf ontstaan, maar [worden veroorzaakt door] de kenner van het veld.

Door de elementen, door de natuur zelf, door de kultuur, door het karma en door de tijd, worden al deze elf van de geest omgevormd in de honderden, duizenden en miljoenen van hen, die niet uit elkaar volgen noch uit zichzelf ontstaan, maar van de kenner van het veld afkomstig zijn. (Vedabase)


Tekst 12

De zuivere kenner van het veld neemt al deze verschillende activiteiten van de geest waar die, dan weer manifest [tijdens het waken] en dan weer afwezig [tijdens de slaap], zich voordoen in de overmaat [het eindeloze stromen] van de onzuivere geest van het aan karma gebonden levende wezen, een rusteloosheid die al sedert de vroegste tijden wordt gecreëerd door de [vanwege de Tijd eeuwig veranderlijke] uitwendige energie.

De kenner van het veld ziet gezuiverd al deze verschillende aktiviteiten van de geest van het ongezuiverde individuele wezen in aktie, die vanaf de vroegste tijden worden gecreëerd door de uitwendige energie; somtijds gemanifesteerd [als tijdens het waken] en somtijds niet gemanifesteerd [als in dromen]. (Vedabase)

 

Tekst 13-14

Deze kenner van het veld is [oorspronkelijk] de alles doordringende, alomtegenwoordige, authentieke persoon, de Oudste die men ziet en over wie men verneemt als bestaande bij de gratie van Zijn eigen licht. Hij is de nimmer geboren, bovenzinnelijke Nârâyana, de Allerhoogste Heer Vâsudeva. Hij is, zoals de lucht aanwezig is in het lichaam, op basis van Zijn eigen vermogen aanwezig in de ziel als de heerser van de bewegende en niet-bewegende wezens. Hij is de Superziel der expansie die binnenging en dus heerst als de Fortuinlijke in het voorbije. Hij is de toevlucht en kenner van iedereen in ieder bereik. Hij is de vitaliteit zelve die in deze materiële wereld verscheen [zie ook B.G. 9: 10 & 15: 15].

De kenner van het veld is [dan] de alles doorvarende, alomtegenwoordige, authentieke persoon; de Oorspronkelijke, die wordt gezien en waarvan men hoort als bestaand bij Zijn eigen licht; die nimmer geboren is, die de bovenzinnelijke is, de Ene Nârâyana waarin alle wezens rusten, de Allerhoogste Heer, de Ene Vâsudeva haven van bewustzijn; Hij die bij Zijn eigen vermogen in de ziel bestaat als de beheerser, van even zo goed de lucht als de bewegende en niet bewegende wezens; Hij is de Superziel der expansie die binnenging en dus heerst als de Fortuinlijke in het voorbije en de toevlucht en kenner is van iedereen in ieder bereik; het vitale zelve dat in deze materiële wereld verscheen [zie ook B.G 9: 10 & 15: 15]. (Vedabase)

 

Tekst 15

Zolang de belichaamde ziel o Koning, niet vrij is van deze invloed van de materiële wereld door in vrijheid van gehechtheden de spirituele orde te vestigen en de zes vijanden [het denken en de waarnemende zinnen] te overwinnen, zal hij moeten rondwaren in deze materiële wereld.

Zolang als de belichaamde, o Koning, niet vrij is van deze invloed van de materiële wereld, door in vrijheid van gehechtheden ontwaakt te zijn naar de orde van het kennen van de spirituele waarheid en het overwinnen van de zes vijanden [het denken en de waarnemende zinnen], zal hij tot die tijd rondwaren in deze materiële wereld. (Vedabase)
 
Tekst 16

Zolang men deze geest heeft die, als het symptoom van de gefixeerdheid van de ziel, voor het levend wezen de ontstaansgrond vormt van al de wereldse misère van het weeklagen, de illusie, de ziekte, de gehechtheid, de hebzucht en de vijandigheid, heeft men te kampen met het 'ik' en 'mijn' [het egoïsme] dat er het gevolg van is.

Zolang men deze geest heeft, die als symptoom van de fixatie van de ziel, voor het levend wezen de ontstaansgrond is van al de wereldse misère van het weeklagen, de illusie, de ziekte, de gehechtheid, de hebzucht en de vijandigheid, krijgt men de consequentie van het egotisme. (Vedabase)

 

Tekst 17

Deze geest, die formidabele vijand die zich ontwikkelt door nalatigheid, is zeer machtig. Hij die vrij van illusie het wapen inzet van het eerbetoon aan de voeten van de geestelijk leraar en de Heer, overwint de valsheid van het persoonlijke die de ziel heeft overdekt.'

Deze geest, die formidabele vijand, is zeer machtig, zich zo ontwikkelend door nalatigheid; hij, die vrij van illusie, het wapen inzet van het eerbetoon aan de voeten van de geestelijk leraar en de Heer, zal het vervalste van het persoonlijke overwinnen dat de ziel heeft overdekt. ' (Vedabase)

 

 
 

 

 

Creative Commons License
De tekst en de audio worden aangeboden onder de

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License
.

Het schilderij is getiteld: 'Supersoul' en is © van Johannes Ptok.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties