Canto
7
Hoofdstuk 5: Prahlâda Mahârâja, de Heilige Zoon van Hiranyakas'ipu
(1) S'rî Nârada zei: 'Om als hun priester op te treden werd door de Asura's de machtigste die er was, S'ukrâcârya ['de belangrijkste leraar'], gekozen. Zijn twee zoons Shanda en Amarka leefden in de buurt van waar de daitya koning zijn verblijf had. (2) De koning stuurde de jongen Prahlâda, die goed op de hoogte was van de morele richtlijnen, naar hen toe om tezamen met andere asura kinderen zich de leerstof van de boeken der materiële kennis eigen te maken. (3) Luisterend en herhalend wat de leraren onderwezen over wat allemaal moest beschouwd worden als zijnde het goed en kwaad van jezelf en van anderen, vond hij dat het een slecht staaltje filosofie betrof. (4) Toen eens de Asura despoot zijn zoon op zijn schoot zette, o zoon van Pându, vroeg hij: 'Vertel me mijn zoon, wat denk jij nou zelf dat het beste zou zijn?'
(5) S'rî Prahlâda ['de vreugde van het begrijpen'] zei: 'O heiligste excellentie der Asura's, ik denk dat allen die een lichaam hebben, vanwege het feit dat ze het tijdelijke voor het ware aanzien, een intelligentie hebben die altijd vol van zorgen is; met het opgeven van die versluiering van de ziel, dat huishoudelijk belang wat niets anders is dan een overwoekerde put, kan men er beter zeker van zijn het bos in te gaan en zijn toevlucht te zoeken bij de Heer.'
(6) S'rî Nârada zei: 'De Daitya die hoorde hoe zijn zoon bij zijn volle verstand met zoveel woorden de kant van de vijand koos, lachte over de intelligentie van de kleine jongen en hield het erop dat hij door een verkeerde mentaliteit was beïnvloed: (7) 'Laat deze jongen maar beter beschermd zijn op school zodat zijn intelligentie vrij blijft van de invloed van op Vishnu georiënteerde brahmanen die zich anders voordoen dan ze zijn.'
(8) Teruggebracht naar die plek [de guru-kula], riepen de daitya priesters Prahlâda bij zich en ondervroegen ze hem, terwijl ze hem met een zachte stem en aangename woorden geruststelden. (9) 'Lief kind, Prahlâda, het beste zij je toegewenst, vertel ons de waarheid en lieg niet, welke van de andere kinderen hebben je deze verkeerde manier van denken bijgebracht? (10) Zeg ons, kwam deze tegendraadse zienswijze van kwaadwilligen of was het iets van jezelf; wij, al je leraren branden van verlangen hier achter te komen, o beste van de familie.'
(11) S'rî Prahlâda zei: 'Dat praten over anderen in termen van goed en kwaad is iets dat hoort bij mensen die van een materiële levensovertuiging zijn; denkend over wat men ziet is men eenvoudigweg begoocheld door het uiterlijke dat door Hem geschapen is, de Allerhoogste Heer die ik mijn respect betoon [zie ook B.G. 5: 18]. (12) Als Hij tevreden is over de persoon is het dierlijk begrip van deze tijdgebonden manier van onderscheid maken tussen het 'ik' van iemand anders en het 'ik' van jezelf tenietgedaan. (13) Van Hem, deze Superziel kunnen zij, wiens intelligentie en dienstverlening is bedorven door de 'Ik' en 'gij' manier van denken, zich zeer moeilijk verzekeren; zij, die van Brahmâ [hier: de valse leraren], van wie de navolgers op het vedisch pad in de war zijn, hebben inderdaad mijn intelligentie tegenover zich geplaatst. (14) O brahmanen, net zoals ijzer uit zichzelf beweegt in de nabijheid van een magneet is dienovereenkomstig mijn intelligentie simpelweg bepaald door de wil van de cakra in Zijn hand [zie b.v. 5.14: 29].'
(15) S'rî Nârada zei: 'Na dit alles de brahmanen gezegd te hebben viel de grote geest stil en werd hij hardvochtig terechtgewezen door de dienaren van de koning die het allemaal niks vonden en zeer boos op hem waren: (16) 'O haal me een stok voor hem, deze sintel van de dynastie, die met zijn corrupte denkwijze ons naar beneden haalt; voor hem is de vierde optie der diplomatie, de danda [de roede], de geëigende oplossing [volgend op dâna, wettelijk bepaalde liefdadigheid; sâma, gunstig stemmen en bheda, het verdelen van posten]. (17) In het sandelhoutbos van de Daitya's is deze jongen geboren als een boom vol doornen die dient als handvat voor de bijl die Vishnu is die ons bij de wortel omhakt!'
(18) Op deze wijze op verschillende manieren hem in woord en daad bedreigend, onderrichten zij Prahlâda in wat de geschriften te bieden hadden over de [eerste] drie doelen in het leven [de purusârtha's van dharma, artha en kâma]. (19) Nadat zijn leraren hem alles hadden bijgebracht wat er maar te weten viel over de vier beginselen der diplomatie werd hij, door zijn moeder gebaad en opgesierd, naar de daitya heerser gebracht. (20) De jongen hem ten voeten gevallen werd door de Asura bemoedigd met zegeningen en aan een langdurige omhelzing met beide armen van zijn kant, ontleende hij een grote vreugde. (21) Hem op zijn schoot nemend besnoof hij zijn hoofd en bevochtigde hij hem met het vocht van zijn tranen, en met een lach op zijn gezicht zei hij het volgende, o Yudhishthhira.
(22) Hiranyakas'ipu zei: 'Welnu Prahlâda mijn zoon, nu je zo goed onderricht bent, zeg me eens iets aardigs van wat jij, o liefde van mijn leven, al die tijd zo hebt geleerd van je leraren.'
(23-24) S'rî Prahlâda zei: 'Luisteren, zingen, je Vishnu herinneren, aandacht besteden aan de voeten, het brengen van offers en gebeden, een dienaar worden, een vriend zijn en je ziel en zaligheid overgeven zijn voor alle mensen van opoffering de negen verschillende handelwijzen waaruit de bhakti bestaat die men moet opbrengen voor de Allerhoogste Heer Vishnu; dat alles bij elkaar beschouw ik als het toppunt van wat men kan leren.'
(25) Toen hij zijn zoon dit hoorde zeggen zei Hiranyakas'ipu, met lippen trillend van woede, daarop tegen de zoon van de goeroe [die Prahlâda's leraar was] het volgende: (26) 'Jij ontaarde brahmaan! Wat krijgen we nou, kies je nu partij voor de vijand door zo achterbaks deze onzin te onderrichten zonder je te bekommeren om mijn jongen zoals het hoort, dwaas die je bent! (27) Werkelijk, wat zijn er toch een hoop oneerlijke mensen in de wereld die, in het belazeren van hun vrienden, zich maar voor het vertoon uitdossen; in de loop van de tijd kan men van hen zich de zonde zien manifesteren zoals een ziekte dat doet bij mensen die verkeerd leven.'
(28) De zoon van de goeroe zei: 'Dit wat uw zoon zegt is in het geheel niet wat wij hem hebben bijgebracht, noch heeft iemand anders hem dat geleerd, o vijand van Indra; dit is zijn eigen natuurlijke toeneiging, o Koning, wees niet vertoornd jegens ons over die klaarblijkelijke misser van hem.'
(29) S'rî Nârada zei: 'Aldus van de leraar een antwoord gekregen hebbend richtte de Asura zich wederom tot zijn zoon: 'Als je dit niet vernomen hebt uit de mond van je leraar, vanwaar dan stamt deze kwalijke voorkeur van je, o mislukkeling?'
(30) S'rî Prahlâda zei: 'Personen gehecht aan hun materiële leven ontwikkelen vanwege een gebrek aan controle over hun zinnen, in hun telkens weer opnieuw herkauwen van het gekauwde, een leven dat tot de hel voert; nimmer zijn ze Krishna [zie B.G. 4: 4-5] toegenegen omdat anderen het zeggen of omdat ze het zelf inzien, noch zullen ze dat zijn door een combinatie van die twee [zie ook B.G. 2: 44]. (31) Zij die uit zijn op de waarde van het uiterlijke hebben er in hun ambities geen idee van wat het doel van hun leven, Vishnu, is; hoewel ze worden geleid zijn ze, als blindemannen geleid door een blinde, zwaar in touwen gebonden aan de dictaten van de materiële natuur. (32) Zo lang als het bewustzijn van deze mensen niet in contact staat met de Voeten van de Roem, zolang als ze niet de heiliging aanvaarden van de orde [of het stof] van de voeten van hen die vrij van de gebondenheid zijn, ligt de verdwijning van het ongewenste, wat de opzet is van al de groten, buiten hun bereik.'
(33) Na aldus gesproken te hebben hield de zoon op. Hiranyakas'ipu in zijn woede blind voor de zelfverwerkelijking, wierp hem van zijn schoot op de grond. (34) Overmand door verontwaardiging zei hij woedend met bloed doorlopen ogen: 'Mannen, maak meteen een eind aan zijn leven, breng hem weg naar zijn dood! (35) Hij hier is de moordenaar van mijn broer, hij, die zo laag zijn eigen weldoeners heeft opgegeven, is als een dienaar aan de voeten Vishnu, dezelfde die zijn oom heeft gedood. (36) En voor Vishnu deugt hij ook niet met de schamele vijf jaren dat hij oud is en met zijn zo onbetrouwbaar het eraan gegeven hebben van de slecht te verzaken liefde van zijn vader en zijn moeder. (37) Zelfs afkomstig van anderen is een kind een zegen zo groot als een geneeskrachtig kruid dat van elders stamt; maar een zoon geboren uit jezelf die van slechte wil is behoort net als met een verziekte arm of been worden afgezet, schadelijk als hij is voor het welzijn van het lichaam dat op zijn verwijdering nog een gelukkig leven kan hebben. (38) Alleszins moet hij worden gedood, hij die etend, neerliggend en zittend met ons, zich voordoend als een vriend evenzo goed een vijand is als de onbeheersbare zinnen zijn voor een wijze.'
(39-40) De handlangers die ter harte hadden genomen wat hun leider allemaal had te zeggen brulden toen schrikwekkend met de scherpste drietanden in hun handen, met angstaanjagende tanden en gezichten en hun rode haren en snorren: 'Laten we hem in stukken hakken', en vielen toen Prahlâda, die daar stilletjes zat, met hun spiesen aan op zijn weke delen. (41) Maar met hem wiens geest was verzonken in het Allerhoogste Absolute van de Fortuinlijke, de Ziel van een Ieder die voor de zinnen niet waar te nemen is, sorteerden ze geen effect precies zoals goede daden dat niet doen met een onwaardig iemand. (42) O Yudhishthhira, de daitya despoot onder de indruk toen hij zag hoe al de pogingen ijdel bleken, voorzag toen vastberaden in tal van manieren om hem ter dood te brengen. (43-44) Hem pletten met een olifant, met de gifslangen van de koning aanvallen, met toverspreuken de verdoemenis afroepen, hem van grote hoogten werpen, trucs verzinnen, hem opsluiten, gif toedienen en onderwerpen aan uithongering, koude, wind, vuur en water en met het uitstorten van rotsblokken, was de demon niet in staat zijn zoon, de zondeloze, ter dood te brengen en met het in dat lang volgehouden pogen mislukt zijn verkeerde hij in grote zorgen:
(45) 'Van de overmaat aan deze onheilige uitingen en de verschillende manieren uitgedacht om hem te doden, van al deze verraderlijkheden en wantoestanden vond hij verlichting op eigen kracht! (46) Mij zo nabij en enkel maar een kind is hij niettemin onwankelbaar nergens bang voor; net zoals een geslagen hond altijd zijn staart zal krom houden, zal hij nooit mijn wandaden vergeten. (47) Ongetwijfeld zal deze grenzenloze heerlijkheid en onvergankelijkheid van zijn, van welke kant belaagd ook, voor niets en niemand bang zijn, vroeg of laat de reden van mijn dood zijn.'
(48) Aldus liet hij het hoofd hangen en verloor hij een groot deel van zijn glans. Shanda en Amarka, de twee zonen van de leraar der voorschriften, spraken toen in verholen bewoordingen tot hem. (49) 'Door u alleen overwonnen beven al de leiders van de drie werelden vol van angst voor het heffen van uw wenkbrauwen; u hebt van hem niets te vrezen o meester, noch zien we in waarom u zich eigenlijk zorgen zou moeten maken over de kwaliteiten en fouten van dit of dat kind. (50) Houd hem, totdat onze goeroe S'ukrâcârya er weer is, vastgebonden met de touwen van Varuna zodat hij, bang, er niet vandoor gaat; geholpen door de meer ervarenen zal de intelligentie wel komen als zijn persoon wat ouder is.'
(51) Op deze manier van advies gediend nam hij in acht wat de zoons van de geestelijk leraar hem hadden gezegd en aldus werd Prahlâda praktisch onderricht over wat de burgerdeugden waren van koningen. (52) De formele plicht, de economie en het reguleren van het verlangen werden keer op keer systematisch aan Prahlâda uiteengezet o Koning, die evenzo nederig was als onderworpen [vergelijk B.G. 14: 20 & 26]. (53) Wat de leraren hem voorhielden betreffende de drie wegen - de opvoeding die hij kreeg van mensen die putten uit een opgelegde dualiteit, beschouwde hij niet als een werkelijk goede instructie [vergelijk 6.3: 20-25]. (54) Als de leraren druk waren met hun eigen burgerplichten namen de jongens van zijn leeftijd de kans waar om op hem een beroep te doen. (55) Hij, de grote intelligentie, sprak dan tot hen, hen in aangename bewoordingen glimlachend en geleerd uitleggend hoe genadevol het is om bij God te blijven. (56-57) Zij, de jongens die hun speelgoed opgaven, raakten dan allen, oprecht vol van bewondering voor zijn woorden, geestelijk bevrijd van de aanwijzingen en de vorming door hen [de leraren] die er genoegen in schiepen in termen van tegenstellingen te spreken. Ze zaten om hem heen o Koning van de macht, met hun harten en ogen vrijgemaakt op hem gevestigd die vol van medeleven sprak als een echte vriend en een groot voorbeeld van een Asura vol van toewijding.
Tweede editie, geladen 19 juni 2007
![]()
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî Nârada zei: 'Om als hun priester op te treden werd door de Asura's de machtigste die er was, S'ukrâcârya ['de belangrijkste leraar'], gekozen. Zijn twee zoons Shanda en Amarka leefden in de buurt van waar de daitya koning zijn verblijf had.S'rî Nârada zei: 'Om als hun priester op te treden werd door de asura's de machtigste die er was, S'ukrâcârya ['de leraar naar geslacht'], gekozen. Zijn twee zoons Shanda en Amarka leefden in de buurt van waar de daitya koning zijn verblijf had. (Vedabase)
De koning stuurde de jongen Prahlâda, die goed op de hoogte was van de morele richtlijnen, naar hen toe om tezamen met andere asura kinderen zich de leerstof van de boeken der materiële kennis eigen te maken.
De koning stuurde de jongen Prahlâda die wel bekend was met de morele richtlijnen naar hen twee om uit de leerboeken onderricht te ontvangen tezamen met andere asura kinderen. (Vedabase)
Luisterend en herhalend wat de leraren onderwezen over wat allemaal moest beschouwd worden als zijnde het goed en kwaad van jezelf en van anderen, vond hij dat het een slecht staaltje filosofie betrof.
Luisterend en herhalend wat de leraren onderwezen over wat volgens het denken allemaal niet zou deugen van de dingen van iemand zelf en van anderen, vond hij dat het een slecht staaltje filosofie betrof. (Vedabase)
Toen eens de Asura despoot zijn zoon op zijn schoot zette, o zoon van Pându, vroeg hij: 'Vertel me mijn zoon, wat denk jij nou zelf dat het beste zou zijn?'
Toen eens de asura despoot zijn zoon op zijn schoot zette, o zoon van Pându, vroeg hij: 'Vertel me mijn zoon, wat denk jij nou zelf dat het beste zou zijn?' (Vedabase)
S'rî Prahlâda ['de vreugde van het begrijpen'] zei: 'O heiligste excellentie der Asura's, ik denk dat allen die een lichaam hebben, vanwege het feit dat ze het tijdelijke voor het ware aanzien, een intelligentie hebben die altijd vol van zorgen is; met het opgeven van die versluiering van de ziel, dat huishoudelijk belang wat niets anders is dan een overwoekerde put, kan men er beter zeker van zijn het bos in te gaan en zijn toevlucht te zoeken bij de Heer.'
S'rî Prahlâda ['de vreugde van het begrijpen'] zei: 'O heiligste excellentie der asura's, ik denk dat allen die een lichaam hebben, vanwege het feit dat ze het tijdelijke voor het ware aanzien, een intelligentie hebben die altijd vol van zorgen is; met het opgeven van die versluiering van de ziel, dat huishoudelijk belang wat niets anders is dan een overwoekerde put, kan men er beter zeker van zijn het bos in te gaan en zijn toevlucht te zoeken bij de Heer.' (Vedabase)
S'rî Nârada zei: 'De Daitya die hoorde hoe zijn zoon bij zijn volle verstand met zoveel woorden de kant van de vijand koos, lachte over de intelligentie van de kleine jongen en hield het erop dat hij door een verkeerde mentaliteit was beïnvloed:
S'rî Nârada zei: 'De daitya die hoorde hoe zijn zoon bij zijn volle verstand met zoveel woorden de kant van de vijand koos, lachte over de intelligentie van de kleine jongen en dacht van hem dat hij negatief beïnvloed was door de verkeerde mentaliteit: (Vedabase)
'Laat deze jongen maar beter beschermd zijn op school zodat zijn intelligentie vrij blijft van de invloed van op Vishnu georiënteerde brahmanen die zich anders voordoen dan ze zijn.'
'Laat deze jongen maar beter beschermd zijn op school zodat zijn intelligentie vrij blijft van de invloed van de tweemaal geborenen van Vishnu die zich voordoen in verschillende gedaanten.' (Vedabase)
Teruggebracht naar die plek [de guru-kula], riepen de daitya priesters Prahlâda bij zich en ondervroegen ze hem, terwijl ze hem met een zachte stem en aangename woorden geruststelden.
Teruggebracht naar die plek [de guru-kula], riepen de daitya priesters Prahlâda bij zich en ondervroegen ze hem, hem met een zachte stem en aangename woorden geruststellend. (Vedabase)
'Lief kind, Prahlâda, het beste zij je toegewenst, vertel ons de waarheid en lieg niet, welke van de andere kinderen hebben je deze verkeerde manier van denken bijgebracht?
'Lief kind, Prahlâda, het beste zij je toegewenst, vertel ons de waarheid en lieg niet, welke van de andere kinderen hebben je deze verkeerde manier van denken bijgebracht? (Vedabase)
Zeg ons, kwam deze tegendraadse zienswijze van kwaadwilligen of was het iets van jezelf; wij, al je leraren branden van verlangen hier achter te komen, o beste van de familie.'
Zeg ons, kwam deze tegendraadse zienswijze van kwaadwilligen of was het iets van jezelf; wij, al je leraren branden van verlangen hier achter te komen, o beste van de familie.' (Vedabase)
S'rî Prahlâda zei: 'Dat praten over anderen in termen van goed en kwaad is iets dat hoort bij mensen die van een materiële levensovertuiging zijn; denkend over wat men ziet is men eenvoudigweg begoocheld door het uiterlijke dat door Hem geschapen is, de Allerhoogste Heer die ik mijn respect betoon [zie ook B.G. 5: 18].
S'rî Prahlâda zei: 'Of het nu van vreemden is of van jezelf, op die manier redeneert men over mensen met een verkeerd idee; denkend over wat men ziet is men eenvoudigweg begoocheld door het uiterlijke dat door Hem geschapen is; de Allerhoogste Heer die ik mijn respekt betoon [zie ook B.G. 5:18]. (Vedabase)
Als Hij tevreden is over de persoon is het dierlijk begrip van deze tijdgebonden manier van onderscheid maken tussen het 'ik' van iemand anders en het 'ik' van jezelf tenietgedaan.
Als Hij tevreden is over de persoon is het dierlijk begrip van deze tijdgebonden manier van onderscheid maken tussen het 'Ik' van iemand anders en het 'Ik' van jezelf te niet gedaan. (Vedabase)
Van Hem, deze Superziel kunnen zij, wiens intelligentie en dienstverlening is bedorven door de 'Ik' en 'gij' manier van denken, zich zeer moeilijk verzekeren; zij, die van Brahmâ [hier: de valse leraren], van wie de navolgers op het vedisch pad in de war zijn, hebben inderdaad mijn intelligentie tegenover zich geplaatst.
Van Hem, deze Superziel kunnen zij, wiens intelligentie en dienstverlening is bedorven door de 'Ik' en 'Gij' manier van denken, zich zeer moeilijk verzekeren; zij, die van Brahmâ [hier: de valse leraren], van wie de navolgers op het vedisch pad in de war zijn, hebben inderdaad mijn intelligentie tegenover zich geplaatst. (Vedabase)
O brahmanen, net zoals ijzer uit zichzelf beweegt in de nabijheid van een magneet is dienovereenkomstig mijn intelligentie simpelweg bepaald door de wil van de cakra in Zijn hand [zie b.v. 5.14: 29].'
O brahmanen, net zoals ijzer uit zichzelf beweegt in de nabijheid van een magneet is dienovereenkomstig mijn intelligentie simpelweg bepaald door de wil van de cakra in Zijn hand [zie b.v. 5.14:29].' (Vedabase)
S'rî Nârada zei: 'Na dit alles de brahmanen gezegd te hebben viel de grote geest stil en werd hij hardvochtig terechtgewezen door de dienaren van de koning die het allemaal niks vonden en zeer boos op hem waren:
S'rî Nârada zei: 'Na dit alles de brahmanen gezegd te hebben viel de grote geest stil en werd hij hardvochtig terechtgewezen door de dienaren van de koning die het allemaal niks vonden en zeer boos op hem waren: (Vedabase)
'O haal me een stok voor hem, deze sintel van de dynastie, die met zijn corrupte denkwijze ons naar beneden haalt; voor hem is de vierde optie der diplomatie, de danda [de roede], de geëigende oplossing [volgend op dâna, wettelijk bepaalde liefdadigheid; sâma, gunstig stemmen en bheda, het verdelen van posten].
'O laten we een stok ter hand nemen, deze sintel van de dynastie, die met zijn corrupte denkwijze ons naar beneden haalt; voor hem is de vierde optie der diplomatie, de danda [de roede], de geëigende oplossing [volgend op dâna, wettelijk bepaalde liefdadigheid; sâma, gunstig stemmen en bheda, het verdelen van posten]. (Vedabase)Tekst 17
In het sandelhoutbos van de Daitya's is deze jongen geboren als een boom vol doornen die dient als handvat voor de bijl die Vishnu is die ons bij de wortel omhakt!'
In het sandelhoutbos van de daityas is deze jongen geboren als een doornenboom die dient als handvat voor de bijl die Vishnu is die ons bij de wortel omhakt!' (Vedabase)
Op deze wijze op verschillende manieren hem in woord en daad bedreigend, onderrichten zij Prahlâda in wat de geschriften te bieden hadden over de [eerste] drie doelen in het leven [de purusârtha's van dharma, artha en kâma].
Op deze wijze op verschillende manieren hem in woord en daad bedreigend, onderrichten zij Prahlâda over wat de geschriften allemaal wel niet zouden zeggen over de drie doelen in het leven [de purusârtha's van dharma, artha en kâma]. (Vedabase)
Nadat zijn leraren hem alles hadden bijgebracht wat er maar te weten viel over de vier beginselen der diplomatie werd hij, door zijn moeder gebaad en opgesierd, naar de daitya heerser gebracht.
Nadat zijn leraren hem alles hadden bijgebracht wat er maar te weten viel over de vier beginselen der diplomatie werd hij, door zijn moeder gebaad en opgesierd, naar de daitya heerser gebracht. (Vedabase)
De jongen hem ten voeten gevallen werd door de Asura bemoedigd met zegeningen en aan een langdurige omhelzing met beide armen van zijn kant, ontleende hij een grote vreugde.
De jongen hem ten voeten gevallen werd door de asura bemoedigd met zegeningen en een langdurige omhelzing met beide armen van zijn kant, welke hem grote vreugde schonk. (Vedabase)
Hem op zijn schoot nemend besnoof hij zijn hoofd en bevochtigde hij hem met het vocht van zijn tranen, en met een lach op zijn gezicht zei hij het volgende, o Yudhishthhira.
Hem op zijn schoot nemend besnoof hij zijn hoofd en bevochtigde hij met het water van zijn tranen hem terwijl hij met een lach op zijn gezicht het volgende zei, o Yudhishthhira. (Vedabase)
Hiranyakas'ipu zei: 'Welnu Prahlâda mijn zoon, nu je zo goed onderricht bent, zeg me eens iets aardigs van wat jij, o liefde van mijn leven, al die tijd zo hebt geleerd van je leraren.'
Hiranyakas'ipu zei. 'Welnu Prahlâda mijn zoon, nu je zo goed onderricht bent, zeg me eens iets aardigs van wat jij, o liefde van mijn leven, al die tijd zo hebt geleerd van je leraren.' (Vedabase)
S'rî Prahlâda zei: 'Luisteren, zingen, je Vishnu herinneren, aandacht besteden aan de voeten, het brengen van offers en gebeden, een dienaar worden, een vriend zijn en je ziel en zaligheid overgeven zijn voor alle mensen van opoffering de negen verschillende handelwijzen waaruit de bhakti bestaat die men moet opbrengen voor de Allerhoogste Heer Vishnu; dat alles bij elkaar beschouw ik als het toppunt van wat men kan leren.'
S'rî Prahlâda zei: 'Luisteren, zingen, je Vishnu herinneren, aandacht besteden aan de voeten, het brengen van offers en gebeden, een dienaar worden, een vriend zijn en je ziel en zaligheid overgeven zijn voor alle mensen van opoffering de negen manieren die de bhakti uitmaken die men moet opbrengen voor de Allerhoogste Heer Vishnu; dat alles bij elkaar beschouw ik als het toppunt van wat je kan leren.' (Vedabase)
Toen hij zijn zoon dit hoorde zeggen zei Hiranyakas'ipu, met lippen trillend van woede, daarop tegen de zoon van de goeroe [die Prahlâda's leraar was] het volgende:
Toen hij zijn zoon dit hoorde zeggen zei Hiranyakas'ipu, met lippen trillend van woede, daarop tegen de zoon van de goeroe [die Prahlâda's leraar was] het volgende: (Vedabase)
'Jij ontaarde brahmaan! Wat krijgen we nou, kies je nu partij voor de vijand door zo achterbaks deze onzin te onderrichten zonder je te bekommeren om mijn jongen zoals het hoort, dwaas die je bent!
'Jij ontaarde brahmaan! Wat krijgen we nou, kies je partij voor de vijand zo achterbaks deze onzin onderrichtend zonder je naar behoren te bekommeren om mijn jongen, dwaas die je bent! (Vedabase)
Werkelijk, wat zijn er toch een hoop oneerlijke mensen in de wereld die, in het belazeren van hun vrienden, zich maar voor het vertoon uitdossen; in de loop van de tijd kan men van hen zich de zonde zien manifesteren zoals een ziekte dat doet bij mensen die verkeerd leven.'
Werkelijk, wat zijn er toch een hoop oneerlijke mensen in de wereld die, hun vrienden belazerend zich maar voor het vertoon uitdossen; in de loop van de tijd kan men van hen zich de zonde zien manifesteren zoals een ziekte dat doet bij mensen die verkeerd leven. (Vedabase)
De zoon van de goeroe zei: 'Dit wat uw zoon zegt is in het geheel niet wat wij hem hebben bijgebracht, noch heeft iemand anders hem dat geleerd, o vijand van Indra; dit is zijn eigen natuurlijke toeneiging, o Koning, wees niet vertoornd jegens ons over die klaarblijkelijke misser van hem.'
De zoon van de goeroe zei: 'Dit wat uw zoon zegt is in het geheel niet wat wij hem hebben bijgebracht, noch heeft iemand anders hem dat geleerd, o vijand van Indra; dit is zijn eigen natuurlijke toeneiging, o Koning, wees niet vertoornd jegens ons over die klaarblijkelijke misser van hem.' (Vedabase)
S'rî Nârada zei: 'Aldus van de leraar een antwoord gekregen hebbend richtte de Asura zich wederom tot zijn zoon: 'Als je dit niet vernomen hebt uit de mond van je leraar, vanwaar dan stamt deze kwalijke voorkeur van je, o mislukkeling?'
S'rî Nârada zei: 'Aldus van de leraar een antwoord gekregen hebbend richtte de asura zich wederom tot zijn zoon: 'Als je dit niet vernomen hebt uit de mond van je leraar, vanwaar dan stamt deze kwalijke voorkeur van je, o mislukkeling?' (Vedabase)
S'rî Prahlâda zei: 'Personen gehecht aan hun materiële leven ontwikkelen vanwege een gebrek aan controle over hun zinnen, in hun telkens weer opnieuw herkauwen van het gekauwde, een leven dat tot de hel voert; nimmer zijn ze Krishna [zie B.G. 4: 4-5] toegenegen omdat anderen het zeggen of omdat ze het zelf inzien, noch zullen ze dat zijn door een combinatie van die twee [zie ook B.G. 2: 44].
S'rî Prahlâda zei: 'Personen gehecht aan hun materiële leven ontwikkelen vanwege een gebrek aan kontrole over hun zinnen, in hun telkens weer opnieuw herkauwen van het gekauwde, een leven dat tot de hel voert; nimmer zijn ze Krishna [zie B.G. 4-5] toegenegen omdat anderen het zeggen of omdat ze het van zichzelf begrijpen, noch zullen ze dat zijn door een kombinatie van die twee [zie ook B.G. 2:44]. (Vedabase)
Zij die uit zijn op de waarde van het uiterlijke hebben er in hun ambities geen idee van wat het doel van hun leven, Vishnu, is; hoewel ze worden geleid zijn ze, als blindemannen geleid door een blinde, zwaar in touwen gebonden aan de dictaten van de materiële natuur.
Zij die denken dat de uiterlijkheid van waarde is hebben er in hun ambities geen idee van wat het doel van hun leven, Vishnu, is; hoewel ze worden geleid zijn ze, als blindemannen geleid door een blinde, zwaar in touwen gebonden aan de diktaten van de materiële natuur. (Vedabase)
Zo lang als het bewustzijn van deze mensen niet in contact staat met de Voeten van de Roem, zolang als ze niet de heiliging aanvaarden van de orde [of het stof] van de voeten van hen die vrij van de gebondenheid zijn, ligt de verdwijning van het ongewenste, wat de opzet is van al de groten, buiten hun bereik.'
Zo lang als het bewustzijn van deze mensen niet in kontakt staat met de Voeten van de Roem, zolang als ze niet de heiliging aanvaarden van de orde [of het stof] van de voeten van hen die vrij van de gebondenheid zijn, ligt de verdwijning van het ongewenste, wat de opzet is van al de groten, buiten hun bereik.' (Vedabase)
Na aldus gesproken te hebben hield de zoon op. Hiranyakas'ipu in zijn woede blind voor de zelfverwerkelijking, wierp hem van zijn schoot op de grond.
Aldus gesproken hebbend hield de zoon op. Hiranyakas'ipu in woede ontstoken en blind voor de zelfverwerkelijking wierp hem van zijn schoot op de grond. (Vedabase)
Overmand door verontwaardiging zei hij woedend met bloed doorlopen ogen: 'Mannen, maak meteen een eind aan zijn leven, breng hem weg naar zijn dood!
Overmand door verontwaardiging en woede en met bloed doorlopen ogen zei hij: 'Mannen, maak meteen een einde aan zijn leven, voer deze hier, zeker van de dood, van me weg! (Vedabase)
Hij hier is de moordenaar van mijn broer, hij, die zo laag zijn eigen weldoeners heeft opgegeven, is als een dienaar aan de voeten Vishnu, dezelfde die zijn oom heeft gedood.
Hij hier is de moordenaar van mijn broer, hij, die zo laag zijn eigen weldoeners heeft opgegeven, is als een dienaar aan de voeten van die zelfde Vishnu die zijn oom heeft gedood. (Vedabase)
En voor Vishnu deugt hij ook niet met de schamele vijf jaren dat hij oud is en met zijn zo onbetrouwbaar het eraan gegeven hebben van de slecht te verzaken liefde van zijn vader en zijn moeder.
En voor Vishnu deugt hij ook niet met het met zijn ampele vijf jaren zo onbetrouwbaar eraan gegeven hebben van de slecht te verzaken liefde van zijn vader en zijn moeder. (Vedabase)
Zelfs afkomstig van anderen is een kind een zegen zo groot als een geneeskrachtig kruid dat van elders stamt; maar een zoon geboren uit jezelf die van slechte wil is behoort net als met een verziekte arm of been worden afgezet, schadelijk als hij is voor het welzijn van het lichaam dat op zijn verwijdering nog een gelukkig leven kan hebben.
Zelfs afkomstig van anderen is een kind een zegen zo groot als een geneeskrachtig kruid dat van elders stamt; maar een zoon geboren uit jezelf die van slechte wil is behoort net als met een verziekte arm of been worden afgezet, schadelijk als hij is voor het welzijn van het lichaam dat op zijn verwijdering nog een gelukkig leven kan hebben. (Vedabase)
Alleszins moet hij worden gedood, hij die etend, neerliggend en zittend met ons, zich voordoend als een vriend evenzo goed een vijand is als de onbeheersbare zinnen zijn voor een wijze.'
Alleszins moet hij worden gedood, hij die etend, neerliggend en zittend met ons, zich voordoend als een vriend even zo goed een vijand is als onbeheersbare zinnen zijn voor een wijze.' (Vedabase)
De handlangers die ter harte hadden genomen wat hun leider allemaal had te zeggen brulden toen schrikwekkend met de scherpste drietanden in hun handen, met angstaanjagende tanden en gezichten en hun rode haren en snorren: 'Laten we hem in stukken hakken', en vielen toen Prahlâda, die daar stilletjes zat, met hun spiesen aan op zijn weke delen.
De handlangers die ter harte hadden genomen wat hun leider allemaal had te zeggen brulden toen waarlijk met de scherpste drietanden in hun handen, met angstaanjagende tanden en gezichten en hun rode haren en snorren, vreeswekkend: 'Laten we hem in stukken hakken', en vielen toen Prahlâda, die daar stilletjes zat, met hun spiesen aan op zijn weke delen. (Vedabase)
Maar met hem wiens geest was verzonken in het Allerhoogste Absolute van de Fortuinlijke, de Ziel van een Ieder die voor de zinnen niet waar te nemen is, sorteerden ze geen effect precies zoals goede daden dat niet doen met een onwaardig iemand.
Maar met hem wiens geest was verzonken in het Allerhoogste Absolute van de Fortuinlijke, de Ziel van een Ieder die voor de zinnen niet waar te nemen is, sorteerden ze geen effect precies zoals goede daden dat niet doen met een onwaardig iemand. (Vedabase)
O Yudhishthhira, de daitya despoot onder de indruk toen hij zag hoe al de pogingen ijdel bleken, voorzag toen vastberaden in tal van manieren om hem ter dood te brengen.
O Yudhishthhira, de daitya despoot geïntimideerd toen hij zag hoe al de pogingen ijdel bleken, voorzag toen vastberaden in tal van manieren om hem ter dood te brengen. (Vedabase)
Hem pletten met een olifant, met de gifslangen van de koning aanvallen, met toverspreuken de verdoemenis afroepen, hem van grote hoogten werpen, trucs verzinnen, hem opsluiten, gif toedienen en onderwerpen aan uithongering, koude, wind, vuur en water en met het uitstorten van rotsblokken, was de demon niet in staat zijn zoon, de zondeloze, ter dood te brengen en met het in dat lang volgehouden pogen mislukt zijn verkeerde hij in grote zorgen:
Hem pletten met een olifant, met de gifslangen van de koning aanvallen, met toverspreuken van verdoemenis, hem van grote hoogten werpend, truuks verzinnend, hem opsluitend, gif toedienend en onderwerpend aan uithongering, koude, wind, vuur en water en met het uitstorten van rotsblokken, was de demon niet in staat zijn zoon, de zondenloze, ter dood te brengen en met het in dat lang volgehouden pogen mislukt zijn verkeerde hij in grote zorgen: (Vedabase)
'Van de overmaat aan deze onheilige uitingen en de verschillende manieren uitgedacht om hem te doden, van al deze verraderlijkheden en wantoestanden vond hij verlichting op eigen kracht!
'Van de overmaat aan deze onheilige uitingen en de verschillende manieren uitgedacht om hem te doden, van al deze verraderlijkheden en wantoestanden vond hij verlichting op eigen kracht! (Vedabase)
Mij zo nabij en enkel maar een kind is hij niettemin onwankelbaar nergens bang voor; net zoals een geslagen hond altijd zijn staart zal krom houden, zal hij nooit mijn wandaden vergeten.
Mij zo nabij en enkel maar een kind is hij niettemin stevig verankerd in een volledige onbevreesdheid; hij zal mijn wandaden nooit vergeten precies zoals honden altijd hun staart zullen krom houden. (Vedabase)
Ongetwijfeld zal deze grenzenloze heerlijkheid en onvergankelijkheid van zijn, van welke kant belaagd ook, voor niets en niemand bang zijn, vroeg of laat de reden van mijn dood zijn.'
Ongetwijfeld zal deze grenzenloze heerlijkheid en onsterfelijke vrees voor niets en niemand, van waaruit hij ook belaagd werd, vroeg of laat de reden van mijn dood zijn.' (Vedabase)
Aldus liet hij het hoofd hangen en verloor hij een groot deel van zijn glans. Shanda en Amarka, de twee zonen van de leraar der voorschriften, spraken toen in verholen bewoordingen tot hem.
Aldus met een hangend hoofd piekerend verloor hij een groot deel van zijn glans. Shanda en Amarka, de twee zonen van de leraar van het voorschrift, spraken toen in het geheim tot hem. (Vedabase)
'Door u alleen overwonnen beven al de leiders van de drie werelden vol van angst voor het heffen van uw wenkbrauwen; u hebt van hem niets te vrezen o meester, noch zien we in waarom u zich eigenlijk zorgen zou moeten maken over de kwaliteiten en fouten van dit of dat kind.
'Door u alleen overwonnen beven al de leiders van de drie werelden van angst voor het heffen van uw wenkbrauwen; u hebt van hem niets te vrezen o meester, noch zien we in waarom u zich eigenlijk zorgen zou moeten maken over de kwaliteiten en fouten van dit of dat kind. (Vedabase)
Houd hem, totdat onze goeroe S'ukrâcârya er weer is, vastgebonden met de touwen van Varuna zodat hij, bang, er niet vandoor gaat; geholpen door de meer ervarenen zal de intelligentie wel komen als zijn persoon wat ouder is.'
Houd hem, totdat onze goeroe S'ukrâcârya er weer is, vastgebonden met de touwen van Varuna zo dat hij, bang, er niet van door gaat; geholpen door de meer ervarenen zal de intelligentie wel komen met het ouder worden van de persoon.' (Vedabase)
Op deze manier van advies gediend nam hij in acht wat de zoons van de geestelijk leraar hem hadden gezegd en aldus werd Prahlâda praktisch onderricht over wat de burgerdeugden waren van koningen.
Op deze manier van advies gediend nam hij in acht wat de zoons van de geestelijk leraar hem hadden gezegd en aldus werd Prahlâda feitelijk onderricht over wat de plichten waren van koningen in hun huishoudelijk bestaan. (Vedabase)
De formele plicht, de economie en het reguleren van het verlangen werden keer op keer systematisch aan Prahlâda uiteengezet o Koning, die evenzo nederig was als onderworpen [vergelijk B.G. 14: 20 & 26].
De formele plicht, de economie en het reguleren van het verlangen werden keer op keer systematisch aan Prahlâda uiteengezet o Koning, die evenzo nederig was als onderworpen [vergelijk B.G. 14:20 & 26]. (Vedabase)
Wat de leraren hem voorhielden betreffende de drie wegen - de opvoeding die hij kreeg van mensen die putten uit een opgelegde dualiteit, beschouwde hij niet als een werkelijk goede instructie [vergelijk 6.3: 20-25].
Wat de leraren aan hem overdroegen over de drie wegen - die opvoeding door mensen die waren verslingerd aan een opgelegd idee van dualiteit, beschouwde hij niet als een werkelijk goede instructie [vergelijk 6.3:20-25]. (Vedabase)
Als de leraren druk waren met hun eigen burgerplichten namen de jongens van zijn leeftijd de kans waar om op hem een beroep te doen.
Als de leraren druk waren met hun eigen huishoudelijke plichten grepen de jongens van zijn leeftijd de kans om op hem een beroep te doen. (Vedabase)
Hij, de grote intelligentie, sprak dan tot hen, hen in aangename bewoordingen glimlachend en geleerd uitleggend hoe genadevol het is om bij God te blijven.
Hij, de grote intelligentie, sprak dan tot hen, in aangename bewoordingen hen glimlachend en geleerd uitleggend hoe genadevol het is om bij God te blijven. (Vedabase)
Zij, de jongens die hun speelgoed opgaven, raakten dan allen, oprecht vol van bewondering voor zijn woorden, geestelijk bevrijd van de aanwijzingen en de vorming door hen [de leraren] die er genoegen in schiepen in termen van tegenstellingen te spreken. Ze zaten om hem heen o Koning van de macht, met hun harten en ogen vrijgemaakt op hem gevestigd die vol van medeleven sprak als een echte vriend en een groot voorbeeld van een Asura vol van toewijding.
Zij, de jongens, zowaar allen vol van bewondering voor zijn woorden kregen, hun speelgoed opgevend, dan hun geesten vrijgemaakt van de aanwijzingen en de vorming door hen die er genoegen in schiepen van tegenstellingen te spreken. Ze zaten om hem heen o Koning der macht, met hun harten en ogen in vrijheid op hem gevestigd die vol van medeleven sprak als een echte vriend en een groot voorbeeld van een asura vol van toewijding. (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam
linkspagina.
Het schilderij is getiteld: 'Hiranyakasipu About to Decapitate
Prahlada',
Folio from a Bhagavata Purana (Ancient Stories of the Lord).
India, Jammu and Kashmir, Mankot, South Asia, circa 1725. Ter
beschikking gesteld door: LACMA.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.