Canto
8
Hoofdstuk 22: Bali Mahârâja Geeft Zich Geheel Over
(1) S'rî S'uka zei: 'Aldus met de Allerhoogste Heer in de problemen beland, o Koning, was Bali, de asura koning ondanks zijn benarde positie een onverstoorde ziel die positief een antwoord gaf met de volgende woorden.(2) S'rî Bali zei: 'Indien, o Heer Geprezen, U vanuit Uw goede zelf denkt dat de woorden van mijn belofte onwaarachtig bleken, o Grootste der Goden, laat U me dan, om waar te zijn in deze aangelegenheid en om niet in bedrog te zijn vervallen, mijn hoofd bieden waarop U de derde stap van Uw lotusvoeten kunt plaatsen. (3) Ik ben er niet zo bang voor in de hel te verblijven of in de boeien geslagen te zijn, voor moeilijk te verdragen leed en zeker ook niet voor een tekort aan middelen zoveel als ik vrees ben gaan koesteren voor de straf der ontluistering die ik nu van Uwe heerlijkheid te verduren krijg [vergelijk B.G. 2: 34 en 6.17: 28]. (4) Ik beschouw het als het beste wat een mens kan overkomen te worden bestraft door de aanbiddelijke Heer, het is werkelijk iets dat iemands moeder, vader, broeder of vrienden niet te bieden hebben [zie 10.14: 8]. (5) U bent waarlijk, van de Asura's die wij zijn, indirect de allerhoogste goeroe daar U, het valse prestige vernietigend van de velen van ons die verblind zijn door materiële gemakken, de visie schonk. (6-7) Velen van hen die buiten de wijsheid om hun intelligentie vestigden op U middels een niet aflatende vijandelijkheid, bereikten de volmaaktheid welke, zo men weet, gelijk staat aan die van de yogi's. Daarom schaam ik, hoewel ik door Uwe Heerlijkheid zo vol van wonderen werd bestraft, me er niet voor of heb ik er veel onder te lijden aldus gebonden te zijn met de touwen van Varuna. (8) Mijn grootvader [Prahlâda] zoals op prijs gesteld door Uw toegewijden wordt overal geroemd als een heilige voor het feit dat hij U als de Allerhoogste Toevlucht had toen hij al de kwalijke dingen te verduren kreeg waar zijn vader mee aan kwam zetten in het eenvoudigweg tegen U ingaan [zie 7.5]. (9) Wat moet men met dit lichaam dat het ten leste op zal geven, wat moet men met al die profiteurs die doorgaand voor verwanten er vandoor gaan met de erfenis, wat heeft men aan een echtgenote die je alleen maar verder de materie in trekt en wat heeft het voor een persoon die zeker is van zijn dood voor een nut zijn leven te verspillen met huiselijke gehechtheden [zie ook 5.5: 8 en B.G. 18: 66]? (10) Zoals gezegd was hij, mijn grootvader de grote toegewijde zo wijs in zijn dienstbaarheid, beducht als hij was voor de mensen [om hem heen], werkelijk foutloos bezig in zijn vastbeslotenheid om met al de vrees die hij had zich over te geven aan de onwankelbare toevlucht van de lotusvoeten van U o Heer, o Beste der Besten die een einde heeft gemaakt aan al het demonische van ons. (11) Derhalve zoek ik bij U mijn toevlucht, ik die eveneens vijandig zijnde met de ziel door het lot met geweld werd ingerekend en verstoken raakte van al de weelde. Het tijdelijke van het materiële comfort dat iemand voor de duur van zijn leven confronteert met zijn eindigheid en de dood [zie 7.5: 30] is iets wat de enggeestige persoon niet bevatten kan.'
(12) S'rî S'uka zei: 'Toen hij aldus zijn positie besprak, manifesteerde Prahlâda, de lieveling van de Heer [zie 7.9], zichzelf aldaar o beste van de Kuru's, precies zoals de maan dat doet als die opkomt aan de hemel. (13) Daar zag hij, de speer van Indra, zijn grootvader, de beste van al de goedgunstigen, aanwezig in zijn volle glorie: met ogen zo wijd als lotusblaadjes, prachtig gebouwd, gekleed in saffraan, met de pracht van een donkere huid en lange armen. (14) Gebonden in de touwen van Varuna kon hij hem niet als voorheen het verschuldigde respect betonen en dus bood hij Hem met ogen vol tranen, in verlegenheid met zijn gezicht naar beneden gekeerd, zijn eerbetuigingen. (15) Toen hij, de grote toegewijde, de Grote Meester ontwaarde, de Heer, daar zittend met volgelingen als Sunanda in aanbidding, benaderde hij Hem met gebogen hoofd en bewees hij Hem, tot vreugdetranen bewogen, zo met zijn hoofd de eer. (16) S'rî Prahlâda zei: 'Uwe heerlijkheid die deze zo heel hoge positie van Indra vergunde heeft die vandaag weer terug genomen, hetgeen ik als iets zeer moois beschouw. U hebt hem, met het hem ontzeggen van zijn weelde, een grote dienst bewezen aangezien het dat was wat zijn zelfverwerkelijking in de weg stond. (17) Het is waarlijk zelfs de meest geleerde en zelfbeheerste die zijn verstand met de weelde verliest in zijn zoeken naar het doel van het leven; ik ben U mijn respect verschuldigd, U de Beheerser van het Universum, Heer Narâyâna, Hij die waarlijk allen overschouwt.'
(18) S'rî S'uka zei: 'Zodat Prahlâda, die daar met gevouwen handen stond, het kon horen, o Koning, sprak de Meest Machtige van het Goud van Binnen [Brahmâ] tot Hem die Madhu versloeg [de Heer]. (19) Bali's kuise vrouw [echter] die haar echtgenoot in de boeien geslagen zag, bood door de angst zwaar van streek met gevouwen handen voor Upendra [Heer Vâmana] haar eerbetuigingen en richtte zich tot Hem, o Koning, met haar gezicht naar beneden. (20) S'rî Vindhyâvali zei: 'Voor het heil van Uw spel en vermaak hebt U dit drievoudige universum geschapen, U bent de eigenaar maar de kwaadwilligen en anderen, o Beheerser, hebben onwetend zichzelf opleggend zich het eigenaarschap toegerekend; wat kunnen zij, de schaamtelozen, U nu bieden, U de Allerhoogste Schepper, Meester en Vernietiger [vergelijk B.G. 16: 13-15 en 18: 61]?'
(21) Heer Brahmâ zei: 'O Goedheid Aller levende Wezens, o Beheerser van een Ieder, o God der Goden, o Allesdoorvarende, stel nu alstUblieft deze persoon op vrije voeten die het zonder alles moet stellen - iemand als hij verdient het niet te worden gestraft. (22) Hij gaf U al het land terug, al de werelden - met grote vastbeslotenheid is zonder te wijfelen wat hij ook maar bereikte met zijn vroomheid allemaal aan U geofferd: alles wat hij bezit, zelfs zijn lichaam. (23) Aan Uw voeten met een oprechte geest offerde hij water, grassen en bloemknoppen. Hoe kan een dergelijke aanbidder ondanks zijn zo verheven offerandes, ondanks zijn aanbidding, U de drie werelden biedend, de pijn die werd bezorgd nu verdienen; niet dubbelhartig als hij is verdient hij de hoogste bestemming [B.G. 9: 26]!'
(24) De Allerhoogste Heer zei: 'O Brahmâ, Ik betoon hem Mijn genade en ontneem hem de rijkdom die van vals prestige is, want zo een afgestompt iemand heeft minachting voor de hele wereld! (25) Het levende wezen dat niet onafhankelijk is vanwege het karma en in verschillende levensvormen is gevangen in de materiële wereld, verlangt naar de hoge bestemming van het mens-zijn [zie ook B.G. 13: 22]. (26) Hij die met zijn geboorte, handelingen, leeftijd, lichamelijkheid, opvoeding, succes, welvaart en andere vormen van weelde niet verhard is [niet arrogant werd], moet in die hoedanigheid worden beschouwd als zijnde begunstigd door Mij. (27) Zaken als een hoge geboorte vormen de oorzaak van arrogantie en verbijstering; tezamen vormen ze voor het allerhoogste profijt van het leven hinderpalen, hinderpalen waar Mijn toegewijde niet het spoor door bijster raakt [zie ook 4.8-12]. (28) Deze Bali, de meest toegewijde en beroemde onder de Dânava's en de Daitya's, heeft reeds de onoverkomelijke materiële energie overwonnen; ondanks dat hij zijn weelde verloor is hij niet verdwaasd. (29-30) Zonder alle rijkdom, neergevallen uit zijn verheven positie, door het slijk gehaald en ingerekend door zijn vijanden, in de steek gelaten door zijn familie en verwanten, alle mogelijke soorten van moeilijkheden doorstaan hebbend, terecht gewezen en vervloekt door zijn goeroe, heeft hij, vasthoudend aan zijn gelofte, het niet opgegeven met het waarachtige, het dharma waar Ik het zo misleidend terwille van de gift over had; zijn woord getrouw wist deze hier van geen wijken. (31) Door Mij heeft hij een plaats bereikt die zelfs voor de halfgoden moeilijk te verkrijgen is; in de tijd van Sâvarni Manu [zie 8.13: 10-11] zal hij de Indra worden die Mijn volledige steun en bescherming geniet. (32) Tot die tijd kan hij in alle vrijheid leven in Sutala [zie 5.24: 18] de plaats ontworpen door Vis'vakarmâ alwaar het voor de bewoners door Mijn bijzondere waakzaamheid onmogelijk is gemaakt dat men psychisch of fysiek gebukt gaat onder saaiheid, uitputting of verslagenheid. (33) O Speer van Indra, o Mahârâja ga nu liever heen o heerser, moge er daar in Sutala, zo begeerlijk voor zelfs degenen van de hemel, omringd door de uwen, al het goedgunstige zijn voor u. (34) Geen van de plaatselijke grootheden daar zullen ertoe in staat zijn u de loef af te steken, om nog maar te zwijgen van de gewone man, daar Ik met mijn cakra er voor zal zorgen dat al de Daitya's die in overtreding zijn met uw regel het af zullen leggen. (35) Ik zal u beschermen, uw metgezellen en uw eigendom, en zal u in ieder opzicht altijd ter zijde staan, o grote held, u zal in staat zijn Mij daar te aanschouwen! (36) Door acht te slaan op Mijn uitnemendheid zal in die plaats de domheid van de asura mentaliteit van de Daitya's en de Dânava's terstond weggevaagd worden.'
Tweede editie, geladen 8 november 2007
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
S'rî S'uka zei: 'Aldus met de Allerhoogste Heer in de problemen beland, o Koning, was Bali, de asura koning ondanks zijn benarde positie een onverstoorde ziel die positief een antwoord gaf met de volgende woorden.S'rî S'uka zei: 'Aldus met de Allerhoogste Heer in de problemen beland, o Koning, was Bali, de asura-koning ondanks zijn benarde positie een onverstoorde ziel die positief een antwoord gaf met de volgende woorden. (Vedabase)
S'rî Bali zei: 'Indien, o Heer Geprezen, U vanuit Uw goede zelf denkt dat de woorden van mijn belofte onwaarachtig bleken, o Grootste der Goden, laat U me dan, om waar te zijn in deze aangelegenheid en om niet in bedrog te zijn vervallen, mijn hoofd bieden waarop U de derde stap van Uw lotusvoeten kunt plaatsen.
S'rî Bali zei: 'Indien, o Heer Geprezen, U vanuit Uw goede zelf denkt dat de woorden van mijn belofte onwaarachtig bleken, o Grootste der Goden, laat U me dan, om waar te zijn in deze aangelegenheid en om niet in bedrog te zijn vervallen, mijn hoofd bieden waarop U de derde stap van Uw lotusvoeten kunt plaatsen. (Vedabase)
Ik ben er niet zo bang voor in de hel te verblijven of in de boeien geslagen te zijn, voor moeilijk te verdragen leed en zeker ook niet voor een tekort aan middelen zoveel als ik vrees ben gaan koesteren voor de straf der ontluistering die ik nu van Uwe heerlijkheid te verduren krijg [vergelijk B.G. 2: 34 en 6.17: 28].
Ik ben er niet zo bang voor in de hel te verblijven of in de boeien geslagen te zijn, voor moeilijk te verdragen leed en zeker ook niet voor een tekort aan middelen zoveel als ik vrees ben gaan koesteren voor de straf der ontluistering die ik nu van Uwe heerlijkheid te verduren krijg [vergelijk B.G. 2:34 en 6.17: 28]. (Vedabase)
Ik beschouw het als het beste wat een mens kan overkomen te worden bestraft door de aanbiddelijke Heer, het is werkelijk iets dat iemands moeder, vader, broeder of vrienden niet te bieden hebben [zie 10.14: 8].
Ik beschouw het als het beste wat een mens kan overkomen te worden bestraft door de aanbiddelijke Heer, het is werkelijk iets dat iemands moeder, vader, broeder of vrienden niet te bieden hebben [zie 10.14.8]. (Vedabase)
U bent waarlijk, van de Asura's die wij zijn, indirect de allerhoogste goeroe daar U, het valse prestige vernietigend van de velen van ons die verblind zijn door materiële gemakken, de visie schonk.
U bent waarlijk, van de asura's die wij zijn, indirect de allerhoogste goeroe daar U, het valse prestige vernietigend van de velen van ons die verblind zijn door materiële gemakken, de visie schonk. (Vedabase)
Velen van hen die buiten de wijsheid om hun intelligentie vestigden op U middels een niet aflatende vijandelijkheid, bereikten de volmaaktheid welke, zo men weet, gelijk staat aan die van de yogi's. Daarom schaam ik, hoewel ik door Uwe Heerlijkheid zo vol van wonderen werd bestraft, me er niet voor of heb ik er veel onder te lijden aldus gebonden te zijn met de touwen van Varuna.
Velen van hen die buiten de wijsheid om hun intelligentie vestigden op U middels een niet aflatende vijandelijkheid, bereikten de volmaaktheid welke, zo men weet, gelijk staat aan die van de yogi's. Daarom schaam ik, hoewel ik door Uwe Heerlijkheid zo vol van wonderen werd bestraft, me er niet voor of heb ik er veel onder te lijden aldus gebonden te zijn met de touwen van Varuna. (Vedabase)
Mijn grootvader [Prahlâda] zoals op prijs gesteld door Uw toegewijden wordt overal geroemd als een heilige voor het feit dat hij U als de Allerhoogste Toevlucht had toen hij al de kwalijke dingen te verduren kreeg waar zijn vader mee aan kwam zetten in het eenvoudigweg tegen U ingaan [zie 7.5].
Mijn grootvader [Prahlâda] zoals op prijs gesteld door Uw toegewijden wordt overal geroemd als een heilige voor het feit dat hij U als de Allerhoogste Toevlucht had toen hij al de kwalijke dingen te verduren kreeg waar zijn vader mee aan kwam zetten in het eenvoudig weg tegen U ingaan [zie 7.5]. (Vedabase)
Wat moet men met dit lichaam dat het ten leste op zal geven, wat moet men met al die profiteurs die doorgaand voor verwanten er vandoor gaan met de erfenis, wat heeft men aan een echtgenote die je alleen maar verder de materie in trekt en wat heeft het voor een persoon die zeker is van zijn dood voor een nut zijn leven te verspillen met huiselijke gehechtheden [zie ook 5.5: 8 en B.G. 18: 66]?
Wat moet men met dit lichaam dat het ten leste op zal geven, wat moet men met al die profiteurs die doorgaand voor verwanten er vandoor gaan met de erfenis, wat heeft men aan een echtgenote die je alleen maar verder de materie in trekt en wat heeft het voor een persoon die zeker is van zijn dood voor een nut zijn leven te verspillen met de huiselijkheid [zie ook 5.5: 8 en B.G. 18.66]? (Vedabase)
Zoals gezegd was hij, mijn grootvader de grote toegewijde zo wijs in zijn dienstbaarheid, beducht als hij was voor de mensen [om hem heen], werkelijk foutloos bezig in zijn vastbeslotenheid om met al de vrees die hij had zich over te geven aan de onwankelbare toevlucht van de lotusvoeten van U o Heer, o Beste der Besten die een einde heeft gemaakt aan al het demonische van ons.
Zoals gezegd was hij, mijn grootvader de grote toegewijde die wijs was van zijn dienstbaar zijn, benauwd voor de mensen [om hem heen] inderdaad zonder falen, van alle vrees vastbesloten zich overgegeven hebbende aan de onwankelbare toevlucht van de lotusvoeten van U o Heer, o beste der Besten die het demonische in ons uit het leven hielp. (Vedabase)
Derhalve zoek ik bij U mijn toevlucht, ik die eveneens vijandig zijnde met de ziel door het lot met geweld werd ingerekend en verstoken raakte van al de weelde. Het tijdelijke van het materiële comfort dat iemand voor de duur van zijn leven confronteert met zijn eindigheid en de dood [zie 7.5: 30] is iets wat de enggeestige persoon niet bevatten kan.'
Derhalve zoek ik, eveneens van vijandschap met de ziel door het lot met geweld opgebracht en verstoken van al de weelde, mijn toevlucht bij U; het is het tijdelijke van het materiële comfort dat iemand voor de duur van het leven plaatst voor de eindigheid en de dood [zie 7.5: 30] wat de bekrompen persoon niet kan begrijpen.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Toen hij aldus zijn positie besprak, manifesteerde Prahlâda, de lieveling van de Heer [zie 7.9], zichzelf aldaar o beste van de Kuru's, precies zoals de maan dat doet als die opkomt aan de hemel.
S'rî S'uka zei: 'Toen hij aldus zijn positie besprak, manifesteerde zich Prahlâda, de lieveling van de Heer [zie 7.9], zichzelf aldaar o beste van de Kuru's, zoals de maan dat doet opkomend in de hemel. (Vedabase)
Daar zag hij, de speer van Indra, zijn grootvader, de beste van al de goedgunstigen, aanwezig in zijn volle glorie: met ogen zo wijd als lotusblaadjes, prachtig gebouwd, gekleed in saffraan, met de pracht van een donkere huid en lange armen.
Daar zag hij, de speer van Indra, zijn grootvader, de beste van al de goedgunstigen, aanwezig in zijn volle glorie: met ogen zo wijd als lotusblaadjes, prachtig gebouwd, gekleed in saffraan, met de pracht van een donkere huid en lange armen. (Vedabase)
Gebonden in de touwen van Varuna kon hij hem niet als voorheen het verschuldigde respect betonen en dus bood hij Hem met ogen vol tranen, in verlegenheid met zijn gezicht naar beneden gekeerd, zijn eerbetuigingen.
Gebonden in de touwen van Varuna kon hij hem niet als voorheen het gepaste respect betonen en dus bood hij Hem met ogen vol tranen, in verlegenheid zijn gezicht naar beneden gekeerd, zijn eerbetuigingen. (Vedabase)
Toen hij, de grote toegewijde, de Grote Meester ontwaarde, de Heer, daar zittend met volgelingen als Sunanda in aanbidding, benaderde hij Hem met gebogen hoofd en bewees hij Hem, tot vreugdetranen bewogen, zo met zijn hoofd de eer.
Toen hij, de grote toegewijde, de Grote Meester ontwaarde, de Heer, daar zittend met volgelingen als Sunanda in aanbidding, naderde hij Hem met gebogen hoofd en bewees hij Hem, tot vreugdetranen bewogen, zo met zijn hoofd de eer. (Vedabase)
S'rî Prahlâda zei: 'Uwe heerlijkheid die deze zo heel hoge positie van Indra vergunde heeft die vandaag weer terug genomen, hetgeen ik als iets zeer moois beschouw. U hebt hem, met het hem ontzeggen van zijn weelde, een grote dienst bewezen aangezien het dat was wat zijn zelfverwerkelijking in de weg stond.
S'rî Prahlâda zei: 'Uwe heerlijkheid die deze zo heel hoge positie van Indra vergunde heeft die vandaag weer terug genomen, hetgeen ik als iets zeer moois beschouw. U hebt hem, verstoken van zijn weelde, een grote dienst bewezen aangezien het dat was wat zijn zelfverwerkelijking in de weg stond. (Vedabase)
Het is waarlijk zelfs de meest geleerde en zelfbeheerste die zijn verstand met de weelde verliest in zijn zoeken naar het doel van het leven; ik ben U mijn respect verschuldigd, U de Beheerser van het Universum, Heer Narâyâna, Hij die waarlijk allen overschouwt.'
Het is waarlijk zelfs de meest geleerde en zelfbeheerste die zijn verstand ermee verliest in zijn zoeken naar het doel van het leven; ik ben U mijn respekt verschuldigd, U de Beheerser van het Universum, Heer Narâyâna, Hij die waarlijk allen overschouwt.' (Vedabase)
S'rî S'uka zei: 'Zodat Prahlâda, die daar met gevouwen handen stond, het kon horen, o Koning, sprak de Meest Machtige van het Goud van Binnen [Brahmâ] tot Hem die Madhu versloeg [de Heer].
S'rî S'uka zei: 'Zó dat Prahlâda die daar met gevouwen handen stond het kon horen, o Koning, sprak de Meest Machtige van het Goud van Binnen [Brahmâ] tot Hem die Madhu versloeg [de Heer]. (Vedabase)
Bali's kuise vrouw [echter] die haar echtgenoot in de boeien geslagen zag, bood door de angst zwaar van streek met gevouwen handen voor Upendra [Heer Vâmana] haar eerbetuigingen en richtte zich tot Hem, o Koning, met haar gezicht naar beneden.
Zijn kuise vrouw [echter] die haar echtgenoot aangehouden zag, bood door de angst zwaar van streek met gevouwen handen voor Upendra [Heer Vâmana] haar eerbetuigingen en richtte zich tot Hem, o Koning, met haar gezicht naar beneden: (Vedabase)
S'rî Vindhyâvali zei: 'Voor het heil van Uw spel en vermaak hebt U dit drievoudige universum geschapen, U bent de eigenaar maar de kwaadwilligen en anderen, o Beheerser, hebben onwetend zichzelf opleggend zich het eigenaarschap toegerekend; wat kunnen zij, de schaamtelozen, U nu bieden, U de Allerhoogste Schepper, Meester en Vernietiger [vergelijk B.G. 16: 13-15 en 18: 61]?'
S'rî Vindhyâvali zei: 'Voor het heil van Uw spel en vermaak hebt U dit drievoudige universum geschapen, U bent de eigenaar maar de kwaadwilligen en anderen, o Beheerser, hebben onwetend zichzelf opleggend zich het eigenaarschap toegerekend; wat kunnen zij, de schaamtelozen, U nu bieden, U de Allerhoogste Schepper, Meester en Vernietiger [vergelijk B.G. 16: 13-15 en 18: 61]? (Vedabase)
Heer Brahmâ zei: 'O Goedheid Aller levende Wezens, o Beheerser van een Ieder, o God der Goden, o Allesdoorvarende, stel nu alstUblieft deze persoon op vrije voeten die het zonder alles moet stellen - iemand als hij verdient het niet te worden gestraft.
Heer Brahmâ zei: 'O Goedheid Aller levende Wezens, o Beheerser van Ieder, o God der Goden, o Allesdoorvarende, stel nu alstublieft deze persoon op vrije voeten die het zonder alles moet stellen - iemand als hij verdient het niet te worden gestraft. (Vedabase)
Hij gaf U al het land terug, al de werelden - met grote vastbeslotenheid is zonder te wijfelen wat hij ook maar bereikte met zijn vroomheid allemaal aan U geofferd: alles wat hij bezit, zelfs zijn lichaam.
Hij gaf U al het land terug, al de werelden - met grote vastbeslotenheid is zonder te wijfelen wat hij ook maar bereikte met zijn vroomheid allemaal aan U geofferd: alles wat hij bezit, zelfs zijn lichaam. (Vedabase)
Aan Uw voeten met een oprechte geest offerde hij water, grassen en bloemknoppen. Hoe kan een dergelijke aanbidder ondanks zijn zo verheven offerandes, ondanks zijn aanbidding, U de drie werelden biedend, de pijn die werd bezorgd nu verdienen; niet dubbelhartig als hij is verdient hij de hoogste bestemming [B.G. 9: 26]!'
Aan Uw voeten met een oprechte geest offerde hij water, grassen en bloemknoppen. Hoe kan een dergelijke aanbidder ondanks zijn offerandes zo verheven, ondanks zijn aanbidding, U de drie werelden biedend, de pijn die werd bezorgd nu verdienen; niet dubbelhartig verdient hij de hoogste bestemming [B.G. 9.26]! (Vedabase)
De Allerhoogste Heer zei: 'O Brahmâ, Ik betoon hem Mijn genade en ontneem hem de rijkdom die van vals prestige is, want zo een afgestompt iemand heeft minachting voor de hele wereld!
De Allerhoogste Heer zei: 'O Brahmâ, Ik betoon hem Mijn genade en ontneem hem de rijkdom die van vals prestige is; zo een afgestompt iemand heeft minachting voor de hele wereld! (Vedabase)
Het levende wezen dat niet onafhankelijk is vanwege het karma en in verschillende levensvormen is gevangen in de materiële wereld, verlangt naar de hoge bestemming van het mens-zijn [zie ook B.G. 13: 22].
Zoals het, niet onafhankelijk vanwege het karma, in verschillende levensvormen gevangen is in de materiële wereld, verlangt het levende wezen naar de hoge bedoeling van het mens zijn [zie ook B.G. 13: 22]. (Vedabase)
Hij die met zijn geboorte, handelingen, leeftijd, lichamelijkheid, opvoeding, succes, welvaart en andere vormen van weelde niet verhard is [niet arrogant werd], moet in die hoedanigheid worden beschouwd als zijnde begunstigd door Mij.
Hij die met zijn geboorte, handelingen, leeftijd, lichamelijkheid, opvoeding, succes, welvaart en andere vormen van weelde niet verhard is [arrogant werd], moet als zodanig worden beschouwd als zijnde begunstigd door Mij. (Vedabase)
Zaken als een hoge geboorte vormen de oorzaak van arrogantie en verbijstering; tezamen vormen ze voor het allerhoogste profijt van het leven hinderpalen, hinderpalen waar Mijn toegewijde niet het spoor door bijster raakt [zie ook 4.8-12].
Zaken als een hoge geboorte vormen de oorzaak van arrogantie en verbijstering, bij elkaar zijn ze voor het allerhoogste profijt van het leven hinderpalen waar mijn toegewijde niet het spoor door bijster raakt [zie ook 4.8-12]. (Vedabase)
Deze Bali, de meest toegewijde en beroemde onder de Dânava's en de Daitya's, heeft reeds de onoverkomelijke materiële energie overwonnen; ondanks dat hij zijn weelde verloor is hij niet verdwaasd.
Deze Bali, de meest toegewijde en beroemde onder de dânava's en de daitya's, heeft reeds de onoverkomelijke materiële energie overtroffen; hoewel verstoken is hij niet verdwaasd. (Vedabase)
Zonder alle rijkdom, neergevallen uit zijn verheven positie, door het slijk gehaald en ingerekend door zijn vijanden, in de steek gelaten door zijn familie en verwanten, alle mogelijke soorten van moeilijkheden doorstaan hebbend, terecht gewezen en vervloekt door zijn goeroe, heeft hij, vasthoudend aan zijn gelofte, het niet opgegeven met het waarachtige, het dharma waar Ik het zo misleidend terwille van de gift over had; zijn woord getrouw wist deze hier van geen wijken.
Zonder alle rijkdom, neergevallen uit zijn verheven positie, door het slijk gehaald en opgebracht door zijn vijanden, in de steek gelaten door zijn familie en verwanten, alle mogelijke soorten van moeilijkheden doorstaan hebbend, terecht gewezen en vervloekt door zijn goeroe, heeft hij, vast houdend aan zijn gelofte, het niet opgegeven met het waarachtige, het dharma waar Ik zo misleidend terwille van de gift het over had; zijn woord getrouw wist deze hier van geen wijken. (Vedabase)
Door Mij heeft hij een plaats bereikt die zelfs voor de halfgoden moeilijk te verkrijgen is; in de tijd van Sâvarni Manu [zie 8.13: 10-11] zal hij de Indra worden die Mijn volledige steun en bescherming geniet.
Door Mij heeft hij een plaats bereikt die zelfs voor de halfgoden moeilijk te verkrijgen is; in de tijd van Sâvarni Manu [zie 8.13: 10 & 11] zal hij de Indra worden door Mij volledig beschermd. (Vedabase)
Tot die tijd kan hij in alle vrijheid leven in Sutala [zie 5.24: 18] de plaats ontworpen door Vis'vakarmâ alwaar het voor de bewoners door Mijn bijzondere waakzaamheid onmogelijk is gemaakt dat men psychisch of fysiek gebukt gaat onder saaiheid, uitputting of verslagenheid.
Tot die tijd is hij vrij te gaan om te leven in Sutala [zie 5.24: 18] de plaats opgezet door Vis'vakarmâ alwaar het voor de bewoners door Mijn bijzondere waakzaamheid onmogelijk is gemaakt dat men psychisch of fysiek gebukt gaat onder saaiheid, uitputting of verslagenheid. (Vedabase)
O Speer van Indra, o Mahârâja ga nu liever heen o heerser, moge er daar in Sutala, zo begeerlijk voor zelfs degenen van de hemel, omringd door de uwen, al het goedgunstige zijn voor u.
O Speer van Indra, o Mahârâja ga nu liever heen o heerser, moge er daar in Sutala, zo begeerlijk voor zelfs degenen van de hemel, omringd door de uwen, al het goedgunstige zijn voor u. (Vedabase)
Geen van de plaatselijke grootheden daar zullen ertoe in staat zijn u de loef af te steken, om nog maar te zwijgen van de gewone man, daar Ik met mijn cakra er voor zal zorgen dat al de Daitya's die in overtreding zijn met uw regel het af zullen leggen.
Geen van de plaatselijke grootheden daar zullen ertoe in staat zijn u de loef af te steken, om nog maar te zwijgen van de gewone man, daar Ik met mijn cakra er voor zal zorgen dat al de daitya's die in overtreding zijn met uw regel het af zullen leggen. (Vedabase)
Ik zal u beschermen, uw metgezellen en uw eigendom, en zal u in ieder opzicht altijd ter zijde staan, o grote held, u zal in staat zijn Mij daar te aanschouwen!
Ik zal u beschermen, uw metgezellen en uw eigendom, in ieder opzicht altijd in de buurt blijvend, o grote held, u zal in staat zijn Mij daar te aanschouwen! (Vedabase)
Door acht te slaan op Mijn uitnemendheid zal in die plaats de domheid van de asura mentaliteit van de Daitya's en de Dânava's terstond weggevaagd worden.'
Door acht te slaan op Mijn uitnemendheid zal in die plaats de domheid van de asura mentaliteit van de daitaya's en de dânava's terstond weggevaagd worden.' (Vedabase)
![]()
Voor
deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspaginaî.
De eerste afbeelding van Heer Vâmana met zijn voet op Bali is
getiteld:
"Dwarf Incarnation of Vishnu (Trivikrama)"
Nepal, Himalayas, 19e eeuw. Ter beschikking gesteld door
LACMA.
De tweede afbeelding is een vintage afbeelding van Viswakarma.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd.