regelbalk

 

Canto 1

Govinda jaya jaya

 

Hoofdstuk 4: De Verschijning van S'rî Nârada

(1) De oudere en geleerde S'aunaka, het hoofd van de langdurige ceremonie waar de wijzen voor verzameld waren, feliciteerde Sûta Gosvâmî, hem aldus dankend: (2) "O meest fortuinlijke onder hen die men respecteert als sprekers, vertel ons van de boodschap van het Bhâgavatam, zoals die werd uitgesproken door S'ukadeva Gosvâmî. (3) Wanneer, waar, om welke reden en waardoor geïnspireerd kon deze literatuur worden samengesteld door Vyâsadeva? (4) Zijn zoon, die evenwichtig en standvastig met zijn denken altijd gefixeerd was op de Ene, was een groot toegewijde en een ontwaakte ziel, maar onbekend zijnde leek hij onwetend. (5) Naakte badende schoonheden bedekten uit verlegenheid hun lichaam toen ze de wijze Vyâsa zijn zoon achterna zagen komen, terwijl ze verbazingwekkend genoeg desgevraagd van zijn zoon zeiden dat niet te doen daar hij ze zuiver beschouwde zonder seksueel onderscheid te maken. (6) Hoe werd hij [S'uka], die een achterlijke domme gek leek rondzwervend in de Kuru-jângala provincies, herkend door de inwoners toen hij Hastinâpura [nu: Delhi] bereikte? (7) Hoe kon, o beste ziel, tussen deze heilige en de nazaat van Pându, de wijze koning, de discussie plaats vinden waarin deze vedische waarheid aangaande Krishna aan de orde kwam? (8) Pelgrimerend verbleef hij, de verblijfplaats zegenend, niet langer bij de deur van huishouders dan de tijd nodig om een koe te melken. (9) Vertel ons alstublieft over Parîkchit, de zoon van Abhimanyu, van wie beweerd wordt dat hij een eerste klas toegewijde is wiens geboorte en kwaliteiten allen wonderbaarlijk zijn. (10) Om welke reden verwaarloosde de keizer die de naam van Pându verrijkte, de rijkdom van zijn koninkrijk, tot aan zijn dood in boete aan de Ganges neerzittend? (11) Waarom riep hij, aan wiens voeten alle vijanden in hun eigen belang hun weelde overgaven, in de kracht van zijn jeugd uit, zijn zo moeilijk te verzaken leven in koninklijke welstand op te geven? (12) Zij die van toewijding zijn voor de Ene Verheerlijkt in de Verzen, leven terwille van het welzijn, de welvaart en de voorspoed van alle levende wezens en niet voor zelfzuchtige doelen; om welke reden gaf hij, vrij van alle gehechtheid, dit sterfelijk lichaam op dat de toevlucht vormde voor anderen? (13) Verschaf ons uitleg over al de vragen die we hiermee aan u voorleggen want we achten u volledig op de hoogte van de betekenis van vrijwel alle woorden in de geschriften, uitgezonderd die van de vedische hymnen."

(14) Sûta Gosvâmî zei: "Toen het tweede tijdperk overgegaan in het derde eindigde, werd de wijze [Vyâsa] geboren van Parâs'ara uit de baarmoeder van de dochter van Vasu als een volledig aspect van de Heer. (15) Op een ochtend bij het opkomen van de schijf van de zon zat hij, na de wassing met het water van zijn ochtendrituelen, neer aan de oever van de rivier de Sarasvatî om zich te concentreren. (16) Het verleden en de toekomst kennend zag hij, zoals zich dat door ongeziene krachten voordoet in de verschillende tijdperken, dat zich in de religie van zijn tijd geleidelijk aan afwijkingen openbaarden. (17-18) Toen hij in zijn overstijging zag hoezeer er met het afgestompte en ongeduldige van de ongelovigen tekortschietend in goedheid, sprake was van een afname van het natuurlijk vermogen in alle soorten van mensen en ook in de andere schepselen, en dat de gewone man er ongelukkig aan toe was en maar kort leefde, wijdde de wijze zijn bovenzinnelijke aandacht aan het welzijn van alle roepingen en stadia van het leven. (19) Met het inzicht dat er vier offervuren waren voor het zuiveren van de arbeidsinzet van de mensen, verdeelde hij de Veda overeenkomstig in vieren om de voortzetting van het offeren te garanderen. (20) Rig, Yajuh, Sâma en Atharva waren de namen van deze vier Veda's terwijl de Itihâsa's (de enkele geschiedenissen) en de Purâna's (de verzamelingen van verhalen) de vijfde Veda werden genoemd. (21) Daarna werd de Rig Veda uitgedragen door de rishi Paila, de Sâma Veda door de geleerde Jaimini, terwijl Vais'ampâyana de enige was goed genoeg thuis in de materie om ervoor in aanmerking te komen de Yajur Veda hoog te houden. (22) Het serieuze respect voor de Atharva Veda lag bij Angirâ die ookwel Sumantu Muni wordt genoemd, terwijl de Itihâsa's en de Purâna's, werden verdedigd door mijn vader Romaharshana. (23) Al deze geleerden op hun beurt verdeelden de hen toevertrouwde kennis over hun volgelingen die hetzelfde deden met hun volgelingen die dat weer deden met hun leerlingen en aldus ontstonden de verschillende takken van navolgers van de Veda's. (24) Teneinde ervoor te zorgen dat de Veda evenzo goed werd opgenomen door de minder intellectuele mensen, bekommerde Vyâsa de wijze van de heerlijkheid er zich om dit voor de minder onderlegden op schrift te stellen. (25) Op deze manier denkend terwille van de dwazere arbeidersklasse, de vrouwen [zie 6.9: 6 & 9], en de vrienden van de tweemaal geborenen die zelf niet voor het begrip werkten, was de wijze zo genadig voor de realisatie van hun voordeel de geschiedenis van de Mahâbhârata op schrift te stellen."

(26) "O dierbare tweemaal geborenen, op geen enkele manier was hij, die zich altijd inspande voor het welzijn van alle levende wezens, in staat te dien tijde er tevreden over te zijn. (27) Wetende wat religie is, in afzondering gezuiverd aan de oever van de Sarasvatî, zei hij derhalve vanuit de ontevredenheid in zijn hart tegen zichzelf: (28-29) 'Met strikte discipline heb ik oprecht op de juiste manier respect betoond in overeenstemming met de vedische hymnen, de meesters geacht en de offers gebracht. Zelfs voor vrouwen, arbeiders en anderen heb ik, door de Mahâbhârata samen te stellen, naar behoren vanuit de erfopvolging uiteengezet wat moet worden gezegd van het pad der religie. (30) Hoewel ik naar het schijnt afdoende aan de eisen van de vedantisten tegemoet ben gekomen in de realisatie van de macht van de Opperziel zoals die zich in het lichaam bevindt en zelfs van mijn eigen kunnen, heb ik het gevoel dat er iets aan ontbreekt. (31) Ik heb misschien niet genoeg aandacht besteed aan de toegewijde dienst die de perfecten en de Onfeilbare zo dierbaar is. (32) Terwijl Krishna-dvaipâyana Vyâsa op deze manier zo spijtig na zat te denken over zijn tekortkomingen bereikte Nârada, over wie ik voorheen sprak, zijn hutje. (33) Het fortuin daarvan inziend, stond hij snel op en betuigde hij hem alle eer zoals de goddelijken Brahmâjî, de schepper, de eer betuigen."

 

                       

 
Tweede editie, geladen 5 febr. 2006.   

 

 

Bronteksten:

De Verschijning van S'rî Nârada

 

 Tekst 1

De oudere en geleerde S'aunaka, het hoofd van de langdurige ceremonie waar de wijzen voor verzameld waren, feliciteerde Sûta Gosvâmî, hem aldus dankend:

Nadat hij Sûta Gosvâmî aldus had horen spreken, wenste S'aunaka Muni, die de oudere, geleerde leider van alle rishi's was tijdens die zeer lange offerplechtigheid, hem met de volgende woorden geluk. (Vedabase)

 

Tekst 2

"O meest fortuinlijke onder hen die men respecteert als sprekers, vertel ons van de boodschap van het Bhâgavatam, zoals gesproken door S'ukadeva Gosvâmî.

S'aunaka sprak: O Sûta Gosvâmî, o Sûta, van allen die kunnen spreken en reciteren bent u de gelukkigste en aanzienlijkste. Verhaal ons alstublieft de vrome boodschap van het S'rîmad-Bhâgavatam, zoals ze gesproken werd door de grote en machtige wijze S'ukadeva Gosvâmî. (Vedabase)

 

Tekst 3

Wanneer, waar, om welke reden en waardoor geïnspireerd kon deze literatuur worden samengesteld door Vyâsadeva?

Wanneer en waar begon men hier het eerst mee en waarom? En vanwaar ontving Krishna-dvaipâyana Vyâsa, de grote wijze, de inspiratie om deze Schrift te boekstaven? (Vedabase)

 

Tekst 4

Zijn zoon, die evenwichtig en standvastig met zijn denken altijd gefixeerd was op de Ene, was een groot toegewijde en een ontwaakte ziel, maar onbekend zijnde leek hij onwetend.

Zijn [Vyâsadeva's] zoon was een groot toegewijde, een evenwichtig monist, wiens geest altijd opging in het ene. Hij was aan het wereldse doen en laten ontstegen, maar omdat hij zich niet uitte, wekte hij de indruk onwetend te zijn. (Vedabase)

 

Tekst 5

Naakte badende schoonheden bedekten uitverlegenheid hun lichaam toen ze de wijze Vyâsa zijn zoon achterna zagen komen, terwijl ze verbazingwekkend genoeg desgevraagd van zijn zoon zeiden dat niet te doen daar hij ze zuiver beschouwde zonder seksueel onderscheid te maken.

Op een dag zagen enkele mooie meisjes, die zich naakt aan het baden waren, S'ukadeva Gosvâmî, die eveneens naakt was, langskomen, maar bedekten zich niet. Toen echter S'rî Vyâsadeva, die zijn zoon achterna liep, langskwam, bedekten ze zich wel, hoewel S'rî Vyâsadeva niet naakt was. De wijze wilde weten hoe dit zat en de jongedames antwoordden dat zijn zoon gelouterd was en geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk zag. Maar de wijze maakte dit onderscheid wel. (Vedabase)

 

Tekst 6

Hoe werd hij [S'uka], die een achterlijke domme gek leek rondzwervend in de Kuru-jângala provincies, herkend door de inwoners toen hij Hastinâpura [nu: Delhi] bereikte?

Hoe herkenden de inwoners van Hastinâpura [thans Delhi] hem [S'rîla S'ukadeva, de zoon van Vyâsa], toen hij na zijn zwerftocht door de provincies Kuru en Jângala, ogenschijnlijk gek, stom en achterlijk, de stad binnenkwam? (Vedabase)

 

Tekst 7

Hoe kon, o beste ziel, tussen deze heilige en de nazaat van Pându, de wijze koning, de discussie plaats vinden waarin deze vedische waarheid aangaande Krishna aan de orde kwam?

Hoe kwam koning Parîkshit met deze verheven wijze in aanraking, zodat hem de grote, bovenzinnelijke essentie van de Veda's [het Bhâgavatam] zingend kon worden voorgehouden? (Vedabase)

 

Tekst 8

Pelgrimerend verbleef hij, de verblijfplaats zegenend, niet langer bij de deur van huishouders dan de tijd nodig om een koe te melken.

Hij [S'ukadeva Gosvâmî] bleef nooit langer bij een huisman aan de deur dan het melken van een koe duurt. En hij deed dit slechts om de woning te heiligen. (Vedabase)

  

Tekst 9

Vertel ons alstublieft over Parîkchit, de zoon van Abhimanyu, van wie beweerd wordt dat hij een eerste klas toegewijde is wiens geboorte en kwaliteiten allen wonderbaarlijk zijn.

Naar verluidt is Mahârâja Parîkshit een toegewijde van de eerste orde van de Heer en zijn zijn geboorte en doen en laten in alle opzichten fantastisch. Vertel ons alstublieft over hem. (Vedabase)

 

Tekst 10

Om welke reden verwaarloosde de keizer die de naam van Pându verrijkte, de rijkdom van zijn koninkrijk, tot aan zijn dood in boete aan de Ganges neerzittend?

Hij was een groot keizer en bezat alle volheden van het koninkrijk dat hij verkregen had. Hij was zo verheven, dat hij het aanzien van de Pându-dynastie nog meer verhoogde. Dus waarom gaf hij dan alles prijs om aan de oever van de Ganges te gaan zitten vasten tot de dood erop volgde? (Vedabase)

 

Tekst 11

Waarom riep hij, aan wiens voeten alle vijanden in hun eigen belang hun weelde overgaven, in de kracht van zijn jeugd uit, zijn zo moeilijk te verzaken leven in koninklijke welstand op te geven?

Hij was zo'n groot vorst, dat al zijn vijanden voor hun eigen bestwil zich aan zijn voeten neerbogen en hem al hun rijkdom schonken. Hij was in de kracht en bloei van zijn leven en kon in koninklijke luister niet worden overtroffen. Waarom wilde hij alles dan prijsgeven, met inbegrip van zijn leven? (Vedabase)

 

Tekst 12

Zij die van toewijding zijn voor de Ene Verheerlijkt in de Verzen, leven terwille van het welzijn, de welvaart en de voorspoed van alle levende wezens en niet voor zelfzuchtige doelen; om welke reden gaf hij, vrij van alle gehechtheid, dit sterfelijk lichaam op dat de toevlucht vormde voor anderen?

Degenen die de zaak van de Persoonlijkheid Gods zijn toegedaan leven uitsluitend voor welzijn, ontwikkeling en geluk van anderen. Ze kennen geen zelfzuchtigheid. Dus hoe kon de keizer dan, ook al was hij van alle aardse bezittingen onthecht, zijn sterfelijk lichaam prijsgeven, waarmee hij immers anderen tot toevlucht was? (Vedabase)

  

Tekst 13

Verschaf ons uitleg over al de vragen die we hiermee aan u voorleggen want we achten u volledig op de hoogte van de betekenis van vrijwel alle woorden in de geschriften, uitgezonderd die van de vedische hymnen."

We weten dat u door en door op de hoogte bent van de betekenis van alle onderwerpen, op enkele onderdelen van de Veda's na, en daarom kunt u ons duidelijk antwoorden op alle vragen die we u hebben voorgelegd. (Vedabase)

  

Tekst 14

Sûta Gosvâmî zei: "Toen het tweede tijdperk overgegaan in het derde eindigde, werd de wijze [Vyâsa] geboren van Parâs'ara uit de baarmoeder van de dochter van Vasu als een volledig aspect van de Heer.

Sûta Gosvâmî zei: Toen het tweede tijdvak met het derde van plaats verwisselde, werd aan Parâsara uit de schoot van Satyavatî, de dochter van Vasu, de grote wijze [Vyâsadeva] geboren. (Vedabase)

 

Tekst 15

Op een ochtend bij het opkomen van de schijf van de zon zat hij, na de wassing met het water van zijn ochtendrituelen, neer aan de oever van de rivier de Sarasvatî om zich te concentreren.

Op een dag nam hij [Vyâsadeva] bij zonsopkomst zijn rituele ochtendbad in de rivier de Saravatî en zette zich vervolgens aan de oever neer om zich te koncentreren. (Vedabase)

 

Tekst 16

Het verleden en de toekomst kennend zag hij, zoals zich dat door ongeziene krachten voordoet in de verschillende tijdperken, dat zich in de religie van zijn tijd geleidelijk aan afwijkingen openbaarden.

De grote wijze Vyâsadeva zag afwijkingen in de activiteiten van het tijdvak. Zoiets kan op aarde in verschillende perioden plaatsvinden in verband met ongeziene krachten welke zich in de loop der tijd voordoen. (Vedabase)

 

Tekst 17-18

Toen hij in zijn overstijging zag hoezeer er met het afgestompte en ongeduldige van de ongelovigen tekortschietend in goedheid, sprake was van een afname van het natuurlijk vermogen in alle soorten van mensen en ook in de andere schepselen, en dat de gewone man er ongelukkig aan toe was en maar kort leefde, wijdde de wijze zijn bovenzinnelijke aandacht aan het welzijn van alle roepingen en stadia van het leven.

Door zijn bovenzinnelijke blik kon de grote wijze, die zich in volledige staat van kennis bevond, voorzien dat onder invloed van de tijd al het stoffelijke verslechteren zou. Tevens kon hij waarnemen dat de ongelovige mensheid in het algemeen slechts kort te leven zou hebben en wegens gebrek aan goedheid kortaangebonden zou zijn. Daarom ging hij bij zichzelf te rade hoe het welzijn der mensen in alle geledingen en orden des levens het best gediend zou zijn. (Vedabase)

  

Tekst 19

Met het inzicht dat er vier offervuren waren voor het zuiveren van de arbeidsinzet van de mensen, verdeelde hij de Veda overeenkomstig in vieren om de voortzetting van het offeren te garanderen.

Hij zag dat de offers vermeld in de Veda's middelen zijn waarmee de mensen hun activiteiten overeenkomstig hun positie kunnen louteren. Teneinde deze methode te vereenvoudigen deelde hij de ene Veda in vieren om hem zo onder de mensen te brengen. (Vedabase)

 

Tekst 20

Rig, Yajuh, Sâma en Atharva waren de namen van deze vier Veda's terwijl de Itihâsa's. (de enkele geschiedenissen) en de Purâna's. (de verzamelingen van verhalen) de vijfde Veda werden genoemd.

De oorspronkelijke bron van kennis [de Veda] werd in vier delen gescheiden. En de historische feiten en ware geschiedenissen vermeld in de Purâna's worden de vijfde Veda genoemd. (Vedabase)

 

Tekst 21

Daarna werd de Rig Veda uitgedragen door de rishi Paila, de Sâma Veda door de geleerde Jaimini, terwijl Vais'ampâyana de enige was goed genoeg thuis in de materie om ervoor in aanmerking te komen de Yajur Veda hoog te houden.

Nadat de Veda's in vieren waren verdeeld, werd Paila Rishi de Rig Veda-leraar, Jaimini de Sâma Veda-leraar, en Vaisampâyana de leraar van de Yajur, die overigens slechts zijn roem verheerlijkt. (Vedabase)

 

Tekst 22

Het serieuze respect voor de Atharva Veda lag bij Angirâ die ookwel Sumantu Muni wordt genoemd, terwijl de Itihâsa's en de Purâna's, werden verdedigd door mijn vader Romaharshana.

Aan Sumantu Muni Angirâ, die zeer toegewijd was, werd de Atharva Veda toevertrouwd. En mijn vader, Romaharshana, kreeg de Purâna's en de historiën onder zijn hoede. (Vedabase)

 

Tekst 23

Al deze geleerden op hun beurt verdeelden de hen toevertrouwde kennis over hun volgelingen die hetzelfde deden met hun volgelingen die dat weer deden met hun leerlingen en aldus ontstonden de verschillende takken van navolgers van de Veda's.

Al deze grote geleerden schonken op hun beurt de hun toevertrouwde Veda's aan hun vele leerlingen, klein-leerlingen en achter-klein-leerlingen, en zo ontstonden de verschillende linies van volgelingen van de Veda's. (Vedabase)

 

Tekst 24

Teneinde ervoor te zorgen dat de Veda evenzo goed werd opgenomen door de minder intellectuele mensen, bekommerde Vyâsa de wijze van de heerlijkheid er zich om dit voor de minder onderlegden op schrift te stellen.

Zo gaf de grote wijze Vyâsadeva, die de onwetende massa uiterst welgezind is, de Veda's zodanig uit, dat minder schrandere lieden hun inhoud zouden kunnen bevatten. (Vedabase)

 

Tekst 25

  Op deze manier denkend terwille van de dwazere arbeidersklasse, de vrouwen [zie 6.9: 6 & 9], en de vrienden van de tweemaal geborenen die zelf niet voor het begrip werkten, was de wijze zo genadig voor de realisatie van hun voordeel de geschiedenis van de Mahâbhârata op schrift te stellen."

Uit mededogen dacht de grote wijze dat dit de mensen in staat zou stellen het uiteindelijke levensdoel te bereiken. Zo stelde hij het grote historische relaas genaamd Mahâbhârata op schrift voor vrouwen, arbeiders en vrienden van de tweemaal geborenen. (Vedabase)

 

Tekst 26

"O dierbare tweemaal geborenen, op geen enkele manier was hij, die zich altijd inspande voor het welzijn van alle levende wezens, in staat te dien tijde er tevreden over te zijn.

O tweemaal geborenen, hoewel hij zich inspande terwille van het algehele welzijn van alle mensen, voelde hij zich nog niet tevreden. (Vedabase)

  

Tekst 27

Wetende wat religie is, in afzondering gezuiverd aan de oever van de Sarasvatî, zei hij derhalve vanuit de ontevredenheid in zijn hart tegen zichzelf:

Zo begon de wijze, die zich in de grond onvoldaan voelde, zijn gedachten te laten gaan, aangezien hij wist wat het wezen der religie is, en sprak bij zichzelf. (Vedabase)

 

Tekst 28-29

'Met strikte discipline heb ik oprecht op de juiste manier respect betoond in overeenstemming met de vedische hymnen, de meesters geacht en de offers gebracht. Zelfs voor vrouwen, arbeiders en anderen heb ik, door de Mahâbhârata samen te stellen, naar behoren vanuit de erfopvolging uiteengezet wat moet worden gezegd van het pad der religie.

Ik heb, terwijl ik me strikt aan mijn gelofte van zelfbeteugeling hield, zonder vertoon de Veda's, de geestelijk leraar en het offeraltaar geëerd. Tevens heb ik me aan de voorschriften gehouden en met mijn relaas in de vorm van het Mahâbhârata, waardoor zelfs vrouwen, s'ûdra's, en anderen [vrienden der tweemaal geborenen] de weg der religie kunnen onderscheiden, de betekenis van de geestelijke erfopvolging laten zien. (Vedabase)

 

Tekst 30

Hoewel ik naar het schijnt afdoende aan de eisen van de vedantisten tegemoet ben gekomen in de realisatie van de macht van de Opperziel zoals die zich in het lichaam bevindt en zelfs van mijn eigen kunnen, heb ik het gevoel dat er iets aan ontbreekt.

Ik voel me onvolkomen, hoewel ik geheel voorzien ben van alles wat in de Veda's vereist wordt. (Vedabase)

 

Tekst 31

Ik heb misschien niet genoeg aandacht besteed aan de toegewijde dienst die de perfecten en de Onfeilbare zo dierbaar is.

Misschien komt dit omdat ik niet duidelijk op de toegewijde dienst gewezen heb, die zowel volmaakte wezens als de onfeilbare Heer dierbaar is. (Vedabase)

 

Tekst 32

Terwijl Krishna-dvaipâyana Vyâsa op deze manier zo spijtig na zat te denken over zijn tekortkomingen bereikte Nârada, over wie ik voorheen sprak, zijn hutje.

Zoals eerder vermeld, bereikte Nârada, juist toen Vyâsadeva zijn tekortkomingen berouwde, diens huisje aan de oever van de Sarasvatî. (Vedabase)

 

Tekst 33

Het fortuin daarvan inziend, stond hij snel op en betuigde hij hem alle eer zoals de goddelijken Brahmâjî, de schepper, de eer betuigen."

Bij dit heilrijk verschijnen van S'rî Nârada stond S'rî Vyâsadeva eerbiedig op en schonk hem alle achting die men ook Brahmâjî, de schepper, toedraagt. (Vedabase)

 

 

 

 

 

 

 

Voor deze oorspronkelijke vertaling is een alles-in-een band exemplaar
met uitgebreid commentaar gebruikt.
ISBN: o-91277-27-7
Zie de
S'rîmad Bhâgavatam linkspagina
voor een download van dit boek en andere boeken van Prabhupâda.
Productie: de
Filognostische Associatie van De Orde van de Tijd



 

 

 

 

Feed-back | Links | Downloads | MuziekAfbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties