
Canto
3
Hoofdstuk 12: De Schepping van de Kumâra's en Anderen
(1) Maitreya zei: 'Tot dusverre heb ik u de glorie van de Superziel onder de naam van kâla beschreven, o Vidura, probeer nu van me te begrijpen hoe de bron der Veda's [Brahmâ] de dingen schiep zoals ze zijn.
(2) Allereerst ontstond er [van vijf soorten van onwetendheid:] het idee dat men zou sterven [andha-tâmisra], vervolgens was er verongelijktheid [tâmisra] toen was er de hunkering der zotheid [mahâ-moha], daarop de begoocheling met fouten [zoals het zich met het lichaam identificeren en dergelijke, moha] en tenslotte was er het duister van de onwetendheid omtrent het eigen handelen [tamas]. (3) Toen hij [Brahmâ] een dermate problematische schepping voor zich zag, had hij geen hoge dunk van wat hij gedaan had en vond toen, na zich gezuiverd te hebben door te mediteren op de Allerhoogste Heer, de geest voor een andere. (4) De zelfgeborene schiep toen Sanaka, Sananda, Sanâtana en Sanat-kumâra, [de Kumâra's] die vrij van alle vruchtdragende handelingen overgegeven celibatairen zijn ['zij wiens zaad opwaarts gaat']. (5) Hij zei hen vanbinnenuit: 'O mijn zoons, plant je voort', maar ze wilden dat niet, omdat ze in hun toewijding voor de Allerhoogste Heer zich op de weg bevonden van de principes derbevrijding. (6) Niet gerespecteerd door zijn zoons die weigerden de opdracht uit te voeren, deed hij zijn best de woede te beheersen die toen in hem opwelde. (7) Ondanks de meditatieve beheersing van de oorspronkelijke vader kwam er vanuit zijn woede rechtstreeks van tussen zijn wenkbrauwen een kind ter wereld dat een kleur had die bestond uit een combinatie van rood [staande voor hartstocht] en blauw [staande voor onwetendheid]. (8) Het kind riep luidkeels naar de vader van al de goden: 'O machtige heerser van het lot, wijs me mijn namen toe en zeg me wat mijn plaatsen zijn o leraar van het universum.'
(9) Hij, de almachtige geboren uit de lotus, ging in op dat verzoek en suste het kind met de woorden: 'Schreeuw maar niet, ik zal doen wat je wilt. (10) O belangrijkste der halfgoden, omdat je als een jongen zo heftig een keel opzette, zullen de mensen je aanspreken met de naam Rudra. (11) Het hart, de zinnen, de levensadem, de ether, de lucht, vuur en water, aarde en de zon, de maan en ook de verzaking vormen samen de plaatsen die voor jou bestemd zijn. (12) Je namen zijn: Manyu, Manu, Mahinasa, Mahân, S'iva, Ritadhvaja, Ugraretâ, Bhava, Kâla, Vâmadeva en Dhritavrata. (13) Dhî, Dhriti, Rasalâ, Umâ, Niyut, Sarpi, Ilâ, Ambikâ, Irâvatî, Svadhâ en Dîkshâ zijn, o Rudra, je elf echtgenotes [de Rudrânî's]. (14) Aanvaard deze verschillende namen en plaatsen en de vrouwen die erbij horen en verwek nageslacht met hen op grote schaal, aangezien je de meester van de levende wezens bent.' (15) Aldus geïnstrueerd door zijn eigen geestelijk leraar, bracht de machtigste van de vermenging van blauw en rood de generaties voort die, dezelfde kracht, verschijning en furieuze natuur bezaten als hij. (16) Maar toen hij zag wat de zonen die door Rudra waren voortgebracht allemaal deden en hoe hun eindeloze aantallen samen het hele universum in beslag namen, werd de vader van de levende wezens bang. (17) 'O beste der halfgoden, [zei hij,] je hebt genoeg van dit soort levende wezens tot stand gebracht. Ze verschroeien met het laaiend vuur van hun ogen alle windrichtingen en mij erbij. (18) Ga boete doen, dat zal je goed doen en alle levende wezens geluk brengen. Alleen door boete te doen zal je het universum tot stand kunnen brengen zoals het was. (19) Alleen door te boeten kent een persoon het hoogste licht en kan hij volledig zijn in zijn respect voor de Opperheer voorbij de zinnen die in ieders hart verblijft.'
(20) Maitreya zei: 'Aldus geïnstrueerd door de zelfgeborene omliep hij [Rudra] de meester der Veda's terwijl hij 'Zo zij het' zei. Vervolgens begaf hij zich in het woud om boete te doen. (21) Vastbesloten tot schepping over te gaan verwekte hij [Brahmâ] die door de Aanbiddelijke was toegerust met het vermogen, toen tien zonen teneinde de wereld te bevolken: (22) Marîci, Atri, Angirâ, Pulastya, Pulaha, Kratu, Bhrigu, Vasishthha, Daksha met als de tiende Nârada. (23) Nârada kwam voort uit zijn schoot, Daksha kwam uit de duim voort, uit de levensadem zag Vasishthha het licht, terwijl Bhrigu voortkwam uit zijn aanraking en de wijze Kratu uit zijn hand. (24) Pulaha kwam voort uit de navel, Pulastya uit de oren, de grote wijze Angirâ uit de mond, uit de ogen kwam de wijze Atri voort en de wijze Marîci verscheen uit zijn geest. (25) Uit de rechter zijde van de borst, waar Nârâyana huist, manifesteerde zich de religie terwijl de ongelovigheid, waardoor de wereld de verschrikkingen van de dood vreest, uit zijn rug verscheen. (26) Uit het hart manifesteerde zich de lust, uit de wenkbrauwen de woede, van tussen zijn lippen de hebzucht, uit de mond kwam de aandrang tot spreken voort terwijl uit zijn penis de oceanen verschenen en uit de anus, het reservoir van alle ondeugd, de laagste activiteiten voortkwamen. (27) Uit zijn schaduw manifesteerde zich Kardama Muni, de echtgenoot van Devahûti. Aldus ontwikkelde zich zowel uit het lichaam als de geest van de meester zich het geheel van dit levende universum van de schepper.
(28) O Vidura, we hoorden dat de dochter Vâk die uit zijn lichaam werd geboren de geest van Brahmâ afleidde en verlangens bij hem opwekte hoewel zij zelf geen lust koesterde. (29) De zonen, de wijzen met Marîci aan het hoofd, die toen zagen dat zijn geest zich in de greep van het amorele bevond, spraken zich met het nodige respect als volgt uit: (30) 'Dat wat u nu met uw dochter aan het doen bent zonder uw seksuele verlangen te beheersen hebt u, noch iemand anders, ooit gedaan noch zal iemand in de toekomst dat ooit doen, o meester. (31) Zeker is een dergelijke houding niet gepast voor de meest machtige wiens goede gedrag en karakter, o meester van het universum, een voorbeeld vormt dat door de wereld die streeft naar voorspoed wordt nagevolgd. (32) Laten we de Allerhoogste Heer de eer betuigen die vanuit de ziel bij de kracht van Zijn eigen luister deze manifestatie tot stand bracht. Moge Zijn plichtsbetrachting ons allen beschermen.' (33) Met voor ogen zijn zonen die zich aldus tot hem richtten, verliet de vader aller vaders der mensheid die de schuld op zich nam van de mist die overal bekend staat als de duisternis, beschaamd zijn lichaam. (34) Toen de schepper der werelden zich op een goede dag afvroeg hoe hij de drie werelden opnieuw tot stand moest brengen zoals ze voorheen geweest waren, manifesteerde de Vedische literatuur zich uit zijn vier monden. (35) Aldus manifesteerden zich de vier functies van het [op offeren gerichte] handelen [het offer, de offeraar, het vuur en het offeren] en de aanvullingen op de Veda met hun logische gevolgtrekkingen, alsmede de vier principes der religie [waarheid, reinheid, versobering en mededogen] en de spirituele afdelingen [âs'rama's] en afdelingen der roepingen [varna's].'
(36) Vidura zei: 'Kan u, o weelde der verzaking, alstublieft zeggen met welke mond welke Veda werd voortgebracht door de god die de heerser over de scheppers van het universum is?'
(37) Maitreya zei: 'De vier Veda's genaamd Rig-, Yajur-, Sâma- en Atharva Veda kwamen, te beginnen bij de voorkant [oost, zuid, west, noord], ieder uit een van de vier monden tevoorschijn en in dezelfde volgorde volgden de schriftuurlijke beschouwingen [de S'astra voor de Hotâpriester], de rituelen [de Ijya voor de Adhvaryupriester], het recitatiemateriaal [de Stutistoma voor de Udgâtâpriester] en de bovenzinnelijke dienst der verzoening [de Prâyas'citta voor de Brahmâritvik]. (38) Op dezelfde manier werden te beginnen bij de voorste mond in de oostelijke richting de Vedische wetenschappen van de geneeskunde [de Âyurveda], het boogschieten [de Dhanurveda], de muziekwetenschap [de Ghandarvaveda] en de bouwkunst [de Sthâpatyaveda] voortgebracht [die samen de Upaveda's worden genoemd]. (39) Ook werden de Itihâsa's - de aparte geschiedenissen - en de verzamelingen van klassieke verhalen genaamd de Purâna's, die samen bekend staan als de z.g. vijfde Veda, voortgebracht door de monden van hem die in alle richtingen kan zien. (40) Uit zijn oostelijke mond alsmede uit ieder van de andere monden bracht hij een tweetal offers voort: shodas'î, uktha [uit het oosten], purîshi, agnishthoma [uit het zuiden], âptoryâma, atirâtra [uit het westen] en vâjapeya en gosava [uit het noorden]. (41) Educatie [vidyâ of ook wel zuiverheid s'auca door kennis genoemd], liefdadigheid [dâna], boete [tapas] en waarheid [satya] zijn de vier pijlers van de religie die tot stand kwamen overeenkomstig hetzelfde aantal levensorden [de studenten, gehuwden, teruggetrokken mensen en de verzakers] en roepingen [de arbeiders, de handelaren, de bestuurders en de intellectuelen]. (42) Toen kwamen er [ter regulatie van de brahmacârî, de celibataire student] de geloften van Sâvitra [drie dagen van celibaat na de heiligedraadceremonie], Prâjâpatya [celibaat voor één jaar], Brâhma [celibaat tijdens de studie van de Veda] en Brihat [levenslang celibaat] en de geloften [ter regulering van het huishoudelijk leven] van Vârtâ [beroepsuitoefening volgens de geschriften], Sañcaya [leiden van plechtigheden], S'âlîna [leven van alles wat zonder te vragen wordt verkregen] en S'îluñcha [leven van wat er overblijft in het veld en op de marktplaats]. (43) [Ook manifesteerden zich zo de aanwijzingen voor] de [vânaprashta's of] teruggetrokken zielen: de vaikhânasa's [die leven van wat in het wild groeit], de vâlakhilya's [zij die hun voorraad opgeven als ze nieuwe granen ontvangen], de audumbara's [die leven van het voedsel dat ze op hun weg vinden] en de phenapa's [zij die leven van vruchten die van de bomen vielen], alsmede [voor] de wereldverzakende orde [van de sannyâsî's die] bestaat uit de kuthîcaka's [kluizenaars met een vaste plek], de bahûdaka's [of de bahvoda's, zij die de voorkeur geven aan kennis boven handelingen], de hamsa's [zij die zich volledig op het pad der bovenzinnelijke kennis bevinden] en de nishkriya's of paramahamsa's [zij die de spirituele wijsheid bereikten en zich onthouden van handelingen]. (44) In dezelfde volgorde verschenen [de vier takken van kennis]: ânvîkshikî [de spirituele kennis der bevrijding], trayî [de kennis der rituelen], vârtâ [technische kennis] en dandanîti [politieke wetenschap]. Zo ook verschenen de vyâhriti's [van de eerste regel en de drie eerste woorden van de Gâyatrî mantra] tezamen met de Pranava [de mantra Aum] die uit zijn hart opwelde. (45) Uit de haren op zijn lichaam kwam ushnik [een bepaald metrum in de poëzie] voort, uit de huid van de machtige kwam de gâyatrî [de drievoet] voort, trishthup [een ander metrum] kwam voort uit zijn vlees, uit de aderen kwam anushthup voort en uit de beenderen van de vader der levende wezens werd jagatî gegenereerd [twee andere metrums]. (46) Uit zijn beenmerg manifesteerde zich pankti terwijl brihatî, voortkwam uit de levensadem [twee vers-soorten]. (47) Zijn individuele ziel manifesteerde zich als de spars'a letters [de harde medeklinkers] van het Sanskriet alfabet [van ka tot ma], terwijl zijn lichaam zich uitdrukte in de Sanskriet medeklinkers [a, â, i, î, u, û, ri, rî, l, e, ai, o, au]. Zijn zinnen worden de dubbelklanken genoemd [s'a, sha sa en ha], zijn kracht toonde zich als de tussenklanken [ya, ra, la en va] en vanuit de innerlijke vreugde van de heer der levende wezens manifesteerden zich de zeven muzieknoten [*]. (48) Het bovenzinnelijke geluid van Zijn Ziel, de Superziel, die zich voorbij het begrip van gemanifesteerd of niet gemanifesteerd zijn bevindt, is de bron van waaruit het Absolute [van de volledige gedaante van Brahmâ], dat bekleed is met vele verschillende energieën, zich volledig manifesteerde.
(49) Nu hij een ander lichaam had aanvaard richtte hij [wederom] zijn aandacht op de zaak der schepping. (50) O zoon van de Kuru's, in de wetenschap dat ondanks het grote, aardse vermogen van de wijzen de bevolking zich niet uitbreidde, wijdde hij zijn hart opnieuw aan deze materie. Hij dacht: (51) 'Helaas, hoe wonderlijk om steeds zo druk bezig te zijn maar er niet in te slagen om het nageslacht tot voortplanting te bewegen! Er moet een bepaalde goddelijke voorbeschikking zijn die me in dezen tegenwerkt.' (52) Terwijl hij aldus zijn situatie overzag en zich erop bezon, manifesteerde zich een tweedeling in zijn lichaam waarvan men zegt dat het de menselijke gedaante is geschapen naar zijn evenbeeld [kâya - 'dat wat hoort bij Ka of Brahmâ']. (53) Zijn gedaante aldus in tweeën verdeeld ging toen op een volmaakte wijze een seksuele relatie aan. (54) De verschijning die van het mannelijk geslacht was werd de volledig onafhankelijke vader der mensheid [de Manu] genaamd Svâyambhuva en de verschijning die de vrouw was raakte bekend als S'atarûpâ; zij was de koningin voor de grote ziel die hij was. (55) Sedertdien vermeerderden door de seksuele activiteit volgens de regulerende beginselen [zie vers 41] zich de geslachten. (56) O beste van allen, in de loop van de tijd verwekte hij in S'atarûpâ vijf kinderen: Priyavrata, Uttânapâda en de drie dochters, o zoon van Bharata, geheten Âkûti, Devahûti en Prasûti. (57) Zij die Âkûti werd genoemd huwde hij uit aan de wijze Ruci, de middelste [Devahûti] schonk hij aan de wijze Kardama en Prasûti werd aan Daksha gegeven. Door hen raakte de gehele wereld bevolkt.'
Derde herziene editie, geladen 18 juni 2010.
Vorige Aadhar-editie en Vedabase links:
Maitreya zei: 'Tot dusverre heb ik u de glorie van de Superziel onder de naam van kâla beschreven, o Vidura, probeer nu van me te begrijpen hoe de bron der Veda's [Brahmâ] de dingen schiep zoals ze zijn.Maitreya zei: 'Tot dusverre heb ik u de glorie van de Superziel onder de naam van kâla beschreven, o Vidura, probeer nu enkel van me te begrijpen hoe de verzameling der Veda's zijn bestaan vond. (Vedabase)
Allereerst ontstond er [van vijf soorten van onwetendheid:] het idee dat men zou sterven [andha-tâmisra], vervolgens was er verongelijktheid [tâmisra] toen was er de hunkering der zotheid [mahâ-moha], daarop de begoocheling met fouten [zoals het zich met het lichaam identificeren en dergelijke, moha] en tenslotte was er het duister van de onwetendheid omtrent het eigen handelen [tamas].
Ten eerste ontstond er de zin voor de dood, toen woede op frustratie, vervolgens alle valse zin van eigenaarschap met de zinsobjecten en toen was er het illusoire begrip der duisternis zowel als de onwetendheid in de bezigheden. (Vedabase)
Toen hij [Brahmâ] een dermate problematische schepping voor zich zag, had hij geen hoge dunk van wat hij gedaan had en vond toen, na zich gezuiverd te hebben door te mediteren op de Allerhoogste Heer, de geest voor een andere.
Een dergelijke problematische schepping ziende ondervond hij [Brahmâ] daar weinig genoegen aan; hij vond toen, gezuiverd door het mediteren op de Allerhoogste Heer, de geest voor een andere scheppingsronde. (Vedabase)De zelfgeborene schiep toen Sanaka, Sananda, Sanâtana en Sanat-kumâra, [de Kumâra's] die vrij van alle vruchtdragende handelingen overgegeven celibatairen zijn ['zij wiens zaad opwaarts gaat'].
Daartoe vonden de grote uit het zelf geboren wijzen Sanaka, Sananda, Sanâtana en Sanat-kumâra die vrij zijn van alle vruchtdragende aktiviteiten en die van het celibaat zijn ['wiens zaad opwaarts gaat'] hun bestaan. (Vedabase)
Hij zei hen vanbinnenuit: 'O mijn zoons, plant je voort', maar ze wilden dat niet, omdat ze in hun toewijding voor de Allerhoogste Heer zich op de weg bevonden van de principes der bevrijding.
Aan hen, zijn zonen droeg hij van binnenuit op: 'O mijn zoons, plant je voort', maar ze zagen daar niet naar uit, met de trouw die ze gezworen hadden aan de principes der bevrijding in de toewijding voor de Persoonlijkheid van God. (Vedabase)
Niet gerespecteerd door zijn zoons die weigerden de opdracht uit te voeren, deed hij zijn best de woede te beheersen die toen in hem opwelde.
Hij, op die manier niet gerespekteerd door de zoons die weigerden de opdracht na te leven, ontwikkelde een woede welke hij niet kon tonen en die hij naar zijn beste vermogen tot een einde trachtte te brengen. (Vedabase)
Ondanks de meditatieve beheersing van de oorspronkelijke vader kwam er vanuit zijn woede rechtstreeks van tussen zijn wenkbrauwen een kind ter wereld dat een kleur had die bestond uit een combinatie van rood [staande voor hartstocht] en blauw [staande voor onwetendheid].
Ondanks het door meditatie te beheersen, kwam terstond van tussen de wenkbrauwen van de oorspronkelijke vader zijn woede, een kind ter wereld met een gemengde kleur van rood [staande voor hartstocht] en blauw [staande voor onwetendheid]. (Vedabase)
Het kind riep luidkeels naar de vader van al de goden: 'O machtige heerser van het lot, wijs me mijn namen toe en zeg me wat mijn plaatsen zijn o leraar van het universum.'
Dat kind riep luidkeels uit tot de vader van al de goden: 'O machtige, heerser van het lot, wijs me mijn namen en plaatsen van toewijding toe, o leraar van het universum. (Vedabase)Hij, de almachtige geboren uit de lotus, ging in op dat verzoek en suste het kind met de woorden: 'Schreeuw maar niet, ik zal doen wat je wilt.
Verzocht als de almachtige geboren uit de lotus, accepteerde hij het verzoek en bracht hij het zachtjes tot rust met de woorden: 'Schreeuw niet, ik zal doen wat je verlangt. (Vedabase)"
O belangrijkste der halfgoden, omdat je als een jongen zo heftig een keel opzette, zullen de mensen je aanspreken met de naam Rudra.
O jongen, belangrijkste der halfgoden, omdat je het zo angstig hardop uitschreeuwde, zullen de mensen je aanspreken met de naam Rudra. (Vedabase)
Het hart, de zinnen, de levensadem, de ether, de lucht, vuur en water, aarde en de zon, de maan en ook de verzaking vormen samen de plaatsen die voor jou bestemd zijn.
Het hart, de zinnen, de levensadem, de ether, de lucht, vuur en water, aarde en de zon, de maan en ook de versobering zijn voorzeker allen de plaatsen die reeds voor jou geselecteerd zijn. (Vedabase)
Je namen zijn: Manyu, Manu, Mahinasa, Mahân, S'iva, Ritadhvaja, Ugraretâ, Bhava, Kâla, Vâmadeva en Dhritavrata.
Al je namen zijn: Manyu, Manu, Mahinasa, Mahan, S'iva, Ritadhvaja, Ugraretâ, Bhava, Kâla, Vâmadeva en Dhritavrata. (Vedabase)
Dhî, Dhriti, Rasalâ, Umâ, Niyut, Sarpi, Ilâ, Ambikâ, Irâvatî, Svadhâ en Dîkshâ zijn, o Rudra, je elf echtgenotes [de Rudrânî's].
Dhî, Dhriti, Rasalâ, Umâ, Niyut, Sarpi, Ilâ, Ambikâ, Irâvatî, Svadhâ en Dîkshâ zijn, o Rudra, je elf echtgenotes. (Vedabase)
Aanvaard deze verschillende namen en plaatsen en de vrouwen die erbij horen en verwek nageslacht met hen op grote schaal, aangezien je de meester van de levende wezens bent.'
Aanvaard deze verschillende namen en plaatsen en de vrouwen die erbij horen; verwek nageslacht met hen op grote schaal, aangezien je de meester van de levende wezens bent.' (Vedabase)
Aldus geïnstrueerd door zijn eigen geestelijk leraar, bracht de machtigste van de vermenging van blauw en rood de generaties voort die dezelfde kracht, verschijning en furieuze natuur bezaten als hij.
Aldus opgedragen door zijn eigen geestelijk leraar, bracht de machtigste van de vermenging van blauw en rood de generaties voort die gelijk hemzelf van dezelfde kracht, uiterlijkheid en furieuze natuur waren. (Vedabase)
Maar toen hij zag wat de zonen die door Rudra waren voortgebracht allemaal deden en hoe hun eindeloze aantallen samen het hele universum in beslag namen, werd de vader van de levende wezens bang.
Toen hij van de aktiviteiten van de zonen die door Rudra waren voortgebracht zag dat het onbeperkte aantal van hen allen tezamen het gehele universum verslonden, werd de vader van de levende wezens bang: (Vedabase)
'O beste der halfgoden, [zei hij,] je hebt genoeg van dit soort levende wezens tot stand gebracht. Ze verschroeien met het laaiend vuur van hun ogen alle windrichtingen en mij erbij.
'O beste der halfgoden' zei hij, 'het is niet nodig, al wat er door jou soort gebeurt. De vlammen van hun vurige ogen branden van alle kanten en ook ik ben er door aangedaan. (Vedabase)
Ga boete doen, dat zal je goed doen en alle levende wezens geluk brengen. Alleen door boete te doen zal je het universum tot stand kunnen brengen zoals het was.
Geef je over aan boetedoening, dat is gunstig voor je. Door boete alleen zullen de levende wezens geluk vinden en zal je zoals dat voorheen was een wereld scheppen die je zint. (Vedabase)
Alleen door te boeten kent een persoon het hoogste licht en kan hij volledig zijn in zijn respect voor de Opperheer voorbij de zinnen die in ieders hart verblijft.'
Alleen door boete kan een persoon volledig het Allerhoogste Licht kennen van respekt voor de Opperheer voorbij de zinnen die in het hart van een ieder verblijft. (Vedabase)
Maitreya zei: 'Aldus geïnstrueerd door de zelfgeborene omliep hij [Rudra] de meester der Veda's terwijl hij 'Zo zij het' zei. Vervolgens begaf hij zich in het woud om boete te doen.
Maitreya zei: 'Aldus, op het verzoek van de uit zichzelf geborene omliep hij [Rudra] de meester der Veda's, op die wijze hem met mantra's bevestigend, en ging hij terwille van de boete het woud in. (Vedabase)
Vastbesloten tot schepping over te gaan verwekte hij [Brahmâ] die door de Aanbiddelijke was toegerust met het vermogen, toen tien zonen teneinde de wereld te bevolken:
Van deze overwegingen over de schepping, kwamen tien zonen ter wereld die wat betreft de Heer toegerust waren met het vermogen om de uitbreiding van de wereldbevolking tot stand te brengen. (Vedabase)
Marîci, Atri, Angirâ, Pulastya, Pulaha, Kratu, Bhrigu, Vasishthha, Daksha met als de tiende Nârada.
Aldus werden Marîci, Atri, Angirâ, Pulastya, Pulaha, Kratu, Bhrigu, Vasishthha, Daksha en de tiende zoon, Nârada, geboren. (Vedabase)
Nârada kwam voort uit zijn schoot, Daksha kwam uit de duim voort, uit de levensadem zag Vasishthha het licht, terwijl Bhrigu voortkwam uit zijn aanraking en de wijze Kratu uit zijn hand.
Uitweidend over de bovenzinnelijkheid vond Nârada zijn bestaan, Daksha kwam uit de duim voort, uit de levensadem zag Vasishthha het licht, terwijl Bhrigu voortkwam uit zijn aanraking en de wijze Kratu uit zijn hand. (Vedabase)
Pulaha kwam voort uit de navel, Pulastya uit de oren, de grote wijze Angirâ uit de mond, uit de ogen kwam de wijze Atri voort en de wijze Marîci verscheen uit zijn geest.
Pulaha kwam voort uit de navel, Pulastya uit de oren, de grote wijze Angirâ uit de mond, uit de ogen kwam de wijze Atri voort en de wijze Marîci verscheen uit het denken. (Vedabase)
Tekst 25
Uit de rechter zijde van de borst, waar Nârâyana huist, manifesteerde zich de religie terwijl de ongelovigheid, waardoor de wereld de verschrikkingen van de dood vreest, uit zijn rug verscheen.
Van de rechter zijde van de borst, waar Nârâyana huist, manifesteerde zich de religie terwijl de ongelovigheid, waardoor de wereld de verschrikkingen van de dood vreest, uit zijn rug verscheen. (Vedabase)
Uit het hart manifesteerde zich de lust, uit de wenkbrauwen de woede, van tussen zijn lippen de hebzucht, uit de mond kwam de aandrang tot spreken voort terwijl uit zijn penis de oceanen verschenen en uit de anus, het reservoir van alle ondeugd, de laagste activiteiten voortkwamen.
Uit het hart manifesteerde zich de lust, uit de wenkbrauwen de woede, van tussen zijn lippen de hebzucht, uit de mond kwam de aandrang tot spreken voort terwijl van zijn penis de vloed kwam en van de anus, het reservoir van alle ondeugd, de laagste aktiviteiten. (Vedabase)
Uit zijn schaduw manifesteerde zich Kardama Muni, de echtgenoot van Devahûti. Aldus ontwikkelde zich zowel uit het lichaam als de geest van de meester zich het geheel van dit levende universum van de schepper.
Uit zijn schaduw manifesteerde zich Kardama Muni, de echtgenoot van Devahuti. Aldus ontwikkelde zich deze meester van het lichaam en de geest van het universum die de kosmische manifestatie danst. (Vedabase)
O Vidura, we hoorden dat de dochter Vâk die uit zijn lichaam werd geboren de geest van Brahmâ afleidde en verlangens bij hem opwekte hoewel zij zelf geen lust koesterde.
O Vidura, we hebben vernomen dat de dochter Vâk die werd geboren uit zijn lichaam de geest van Brahmâ afleidde en hem verlangen bezorgde en alhoewel hij geen sexuele toeneiging had, ontwikkelde hij aldus een sexuele voorkeur. (Vedabase)
De zonen, de wijzen met Marîci aan het hoofd, die toen zagen dat zijn geest zich in de greep van het amorele bevond, spraken zich met het nodige respect als volgt uit:
De zonen, de wijzen met Marîci aan het hoofd, die op die manier zagen dat de geest op hem gericht zijn zin voor verplichtingen had verloren, dienden zich met het benodigde respekt als volgt aan: (Vedabase)
'Dat wat u nu met uw dochter aan het doen bent zonder uw seksuele verlangen te beheersen hebt u, noch iemand anders, ooit gedaan noch zal iemand in de toekomst dat ooit doen, o meester.
'Nooit tevoren werd zoiets door u gedaan, noch zou door wie dan ook worden gedaan wat u zich, zonder de sexuele aandrang te beheersen, veroorlooft naar uw dochter toe, o meester. (Vedabase)
Zeker is een dergelijke houding niet gepast voor de meest machtige wiens goede gedrag en karakter, o meester van het universum, een voorbeeld vormt dat door de wereld die streeft naar voorspoed wordt nagevolgd.
Zeker is een dergelijke houding niet gepast voor de meest machtige wiens goede gedrag en karakter, o meester van het universum, de wereld zeker navolgt in haar keuze van voorspoed. (Vedabase)
Laten we de Allerhoogste Heer de eer betuigen die vanuit de ziel bij de kracht van Zijn eigen luister deze manifestatie tot stand bracht. Moge Zijn plichtsbetrachting ons allen beschermen.'
Laten we onze eerbetuigingen aanbieden aan de Allerhoogste Heer die in zich zelf verwijlend door zijn eigen uitstraling de goedheid heeft het gepaste plichtsbesef voor onze bescherming ten toon te spreiden.' (Vedabase)
Met voor ogen zijn zonen die zich aldus tot hem richtten, verliet de vader aller vaders der mensheid die de schuld op zich nam van de mist die overal bekend staat als de duisternis, beschaamd zijn lichaam.
Op die manier al de zonen die zich tot hem richtten voor zich ziende, verliet de vader van alle vaders der mensheid, beschaamd het lichaam de schuld aanvaardend voor de mist die alom [nog steeds] bekend staat als de duisternis. (Vedabase)
Toen de schepper der werelden zich op een goede dag afvroeg hoe hij de drie werelden opnieuw tot stand moest brengen zoals ze voorheen geweest waren, manifesteerde de Vedische literatuur zich uit zijn vier monden.
Toen er eenmaal de bezinning was over hoe hij zichzelf al deze werelden zou moeten creëren zoals ze in het verleden waren samengesteld, manifesteerde zich uit de vier monden van Brahmâ de vedische literatuur. (Vedabase)
Aldus manifesteerden zich de vier functies van het [op offeren gerichte] handelen [het offer, de offeraar, het vuur en het offeren] en de aanvullingen op de Veda met hun logische gevolgtrekkingen, alsmede de vier principes der religie [waarheid, reinheid, versobering en mededogen] en de spirituele afdelingen [âs'rama's] en afdelingen der roepingen [varna's].'
Zo ontstonden de vier functies van het handelen [het offer, de offeraar, het vuur en het offeren zelf] en de aanvullingen op de Veda met hun logische gevolgtrekkingen tezamen met de vier principes der religie [waarheid, reinheid, versobering en mededogen] en daarbij aansluitend openbaarden zich eveneens de sociale orden en afdelingen der roepingen.' (Vedabase)
Vidura zei: 'Kan u, o weelde der verzaking, alstublieft zeggen met welke mond welke Veda werd voortgebracht door de god die de heerser over de scheppers van het universum is?'
Vidura zei: 'Verklaart u mij alstublieft, o weelde der verzaking, hoe en met behulp van welke goddelijkheid de Veda's, welke voortkwamen uit de mond, tot stand werden gebracht door Hem die de heerser van het geschapen universum is.' (Vedabase)
Maitreya zei: 'De vier Veda's genaamd Rig-, Yajur-, Sâma- en Atharva Veda kwamen, te beginnen bij de voorkant [oost, zuid, west, noord], ieder uit een van de vier monden tevoorschijn en in dezelfde volgorde volgden de schriftuurlijke beschouwingen [de S'astra voor de Hotâpriester], de rituelen [de Ijya voor de Adhvaryupriester], het recitatiemateriaal [de Stutistoma voor de Udgâtâpriester] en de bovenzinnelijke dienst der verzoening [de Prâyas'citta voor de Brahmâritvik].
Maitreya zei: 'De vier Veda's genaamd Rig, Yajur, Sâma en Atharva, kwamen van voren af uit de mond voort, de een na de ander de schriftuurlijke discussies tot stand brengend, de rituelen, het recitatie materiaal en de gebeden der bovenzinnelijke aktiviteit. (Vedabase)
Op dezelfde manier werden te beginnen bij de voorste mond in de oostelijke richting de Vedische wetenschappen van de geneeskunde [de Âyurveda], het boogschieten [de Dhanurveda], de muziekwetenschap [de Ghandarvaveda] en de bouwkunst [de Sthâpatyaveda] voortgebracht [die samen de Upaveda's worden genoemd].
Eveneens van voren af werd de medische wetenschap, de krijgskunst, de muziekwetenschap en de bouwkunst, allen respektievelijk uit de Veda's door de monden voortgebracht. (Vedabase)
Ook werden de Itihâsa's - de aparte geschiedenissen - en de verzamelingen van klassieke verhalen genaamd de Purâna's, die samen bekend staan als de z.g. vijfde Veda, voortgebracht door de monden van hem die in alle richtingen kan zien.
De geschiedenissen, de purâna's of de vijfde Veda kwamen voorzeker allen uit de monden voort van hem die alles van de tijd rondom kan bezien. (Vedabase)
Uit zijn oostelijke mond alsmede uit ieder van de andere monden bracht hij een tweetal offers voort: shodas'î, uktha [uit het oosten], purîshi, agnishthoma [uit het zuiden], âptoryâma, atirâtra [uit het westen] en vâjapeya en gosava [uit het noorden].
De verschillende soorten van vuuroffers genaamd sodasî, uktha, purîsh, agnishthoma, âptoryamâ, atirâtra, vâjapeya en gosava manifesteerden zich vanuit de oostelijke mond[en]. (Vedabase)
Educatie [vidyâ of ook wel zuiverheid s'auca door kennis genoemd], liefdadigheid [dâna], boete [tapas] en waarheid [satya] zijn de vier pijlers van de religie die tot stand kwamen overeenkomstig hetzelfde aantal levensorden [de studenten, gehuwden, teruggetrokken mensen en de verzakers] en roepingen [de arbeiders, de handelaren, de bestuurders en de intellectuelen].
Educatie, liefdadigheid, boete en waarheid zijn de vier pijlers der religie hetgeen ook waar is voor de levens-orden [de studenten, gehuwden, teruggetrokken mensen en de verzakers] en de roepingen [de arbeiders, de handelaren, de bestuurders en de intellectuelen]. (Vedabase)
Toen kwamen er [ter regulatie van de brahmacârî, de celibataire student] de geloften van Sâvitra [drie dagen van celibaat na de heiligedraadceremonie], Prâjâpatya [celibaat voor één jaar], Brâhma [celibaat tijdens de studie van de Veda] en Brihat [levenslang celibaat] en de geloften [ter regulering van het huishoudelijk leven] van Vârtâ [beroepsuitoefening volgens de geschriften], Sañcaya [leiden van plechtigheden], S'âlîna [leven van alles wat zonder te vragen wordt verkregen] en S'îluñcha [leven van wat er overblijft in het veld en op de marktplaats].
Toen was er de inwijding [de ceremonie van de heilige draad] voor de twee maal geborenen, de regel der loyaliteit voor één jaar, de kultuur der sexuele onthouding en het onderhoud overeenkomstig de regels en plichten van het voorzien in de levensbehoeften door te nemen van wat er over is zonder verder te vragen zelfs al leidt men een huishoudelijk bestaan. (Vedabase)
[Ook manifesteerden zich zo de aanwijzingen voor] de [vânaprashta's of] teruggetrokken zielen: de vaikhânasa's [die leven van wat in het wild groeit], de vâlakhilya's [zij die hun voorraad opgeven als ze nieuwe granen ontvangen], de audumbara's [die leven van het voedsel dat ze op hun weg vinden] en de phenapa's [zij die leven van vruchten die van de bomen vielen], alsmede [voor] de wereldverzakende orde [van de sannyâsî's die] bestaat uit de kuthîcaka's [kluizenaars met een vaste plek], de bahûdaka's [of de bahvoda's, zij die de voorkeur geven aan kennis boven handelingen], de hamsa's [zij die zich volledig op het pad der bovenzinnelijke kennis bevinden] en de nishkriya's of paramahamsa's [zij die de spirituele wijsheid bereikten en zich onthouden van handelingen].
Zij die zich terugtrokken en bescheiden hun potje koken, zij die het opgaven zich te bevoorraden, zij die aanvaarden wat ze op hun weg vinden, en zij die zich afzijdig houdend leven van wat hun ten deel valt, zijn diegenen die teruggetrokken leven, terwijl de wereldverzakende orde bestaat uit diegenen die van het begin af aan onthecht geleefd hebben binnen een familie, zij die alle materiële belangstelling hebben opgegeven en zich altijd met het bovenzinnelijke bezig houden, zij die volkomen zijn in hun verzonkenheid in bovenzinnelijke kennis en zij die het handelen in zijn geheel hebben opgegeven. (Vedabase)In dezelfde volgorde verschenen [de vier takken van kennis]: ânvîkshikî [de spirituele kennis der bevrijding], trâyî [de kennis der rituelen], vârtâ [technische kennis] en dandanîti [politieke wetenschap]. Zo ook verschenen de vyâhriti's [van de eerste regel en de drie eerste woorden van de Gâyatrî mantra] tezamen met de Pranava [de mantra Aum] die uit zijn hart opwelde.
Uit zijn hart vonden aldus de logica, de drie levensdoelen [religie, economie, bevrijding en de regulatie der zinsbevrediging], gezag en orde en de morele gedragscodes hun bestaan tezamen met de lofzangen op de aarde, de geest en de hemel als zeker ook de pranava [de aum-mantra]. (Vedabase)
Uit de haren op zijn lichaam kwam ushnik [een bepaald metrum in de poëzie] voort, uit de huid van de machtige kwam de gâyatrî [de drievoet] voort, trishthup [een ander metrum] kwam voort uit zijn vlees, uit de aderen kwam anushthup voort en uit de beenderen van de vader der levende wezens werd jagatî gegenereerd [twee andere metrums].
Uit de haren op zijn lichaam werd ushnik [een bepaald metrum in de poëzie] voortgebracht, uit de huid van de machtige kwam de gâyatrî [de grote zuiveringsmantra] voort, trishthup [een ander metrum] kwam voort uit zijn vlees, uit de aderen kwam anushthu voort en uit de beenderen van de vader der levende wezens werd jagatî gegenereerd [twee andere metrums]. (Vedabase)
Uit zijn beenmerg manifesteerde zich pankti terwijl brihatî, voortkwam uit de levensadem [twee vers-soorten].
Uit zijn beenmerg manifesteerde zich pankti terwijl brihatî, voortkwam uit de levensadem [twee vers-soorten]. (Vedabase)
Zijn individuele ziel manifesteerde zich als de spars'a letters [de harde medeklinkers] van het Sanskriet alfabet [van ka tot ma], terwijl zijn lichaam zich uitdrukte in de Sanskriet medeklinkers [a, â, i, î, u, û, ri, rî, l, e, ai, o, au]. Zijn zinnen worden de dubbelklanken genoemd [s'a, sha sa en ha], zijn kracht toonde zich als de tussenklanken [ya, ra, la en va] en vanuit de innerlijke vreugde van de heer der levende wezens manifesteerden zich de zeven muzieknoten [*].
De individuele ziel van de vader der levende wezens manifesteerde zich als de medeklinkers [ka to ma], zijn lichaam gaf uitdrukking aan de klinkers [a, a, i, i, u, u, r, r, l, e, ai, o, au], de dubbelklanken [sa-types en ha] worden zijn zinnen genoemd, zijn kracht manifesteerde zich als de tussenklanken [ya , ra, la en va] en de aktiviteiten van zijn zinnen als de zeven noten van de muziek. [*] (Vedabase)
Het bovenzinnelijke geluid van Zijn Ziel, de Superziel, die zich voorbij het begrip van gemanifesteerd of niet gemanifesteerd zijn bevindt, is de bron van waaruit het Absolute [van de volledige gedaante van Brahmâ], dat bekleed is met vele verschillende energieën, zich volledig manifesteerde.
Het bovenzinnelijke geluid van Zijn Ziel, die zich voorbij het begrip van gemanifesteerd of niet gemanifesteerd zijn bevindt, is de bron van waaruit het Absolute [of Brahmâ], dat is bekleed met vele verschillende energieën, zich volledig manifesteerde. (Vedabase)
Nu hij een ander lichaam had aanvaard richtte hij [wederom] zijn aandacht op de zaak der schepping.
Nadat hij een ander lichaam had aanvaard schonk hij daarop aandacht aan de zaak der voortplanting. (Vedabase)
O zoon van de Kuru's, in de wetenschap dat ondanks het grote, aardse vermogen van de wijzen de bevolking zich niet uitbreidde, wijdde hij zijn hart opnieuw aan deze materie. Hij dacht:
O zoon van de Kuru's, wetende dat ondanks het aardse vermogen van de grote wijzen de bevolking zich niet uitbreidde, begon hij opnieuw in zijn hart dit te overwegen: (Vedabase)
'Helaas, hoe wonderlijk om steeds zo druk bezig te zijn maar er niet in te slagen om het nageslacht tot voortplanting te bewegen! Er moet een bepaalde goddelijke voorbeschikking zijn die me in dezen tegenwerkt.'
'Helaas, hoe verrassend is het dat alhoewel men altijd zeer druk bezig voor mij, het verwekken van leven onzeker is; deze tegenslag moet zijn voorbestemd.' (Vedabase)
Terwijl hij aldus zijn situatie overzag en zich erop bezon, manifesteerde zich een tweedeling in zijn lichaam waarvan men zegt dat het de menselijke gedaante is geschapen naar zijn evenbeeld [kâya - 'dat wat hoort bij Ka of Brahmâ'].
Terwijl hij zich aldus op zijn goddelijkheid bezon en alles overzag, manifesteerden zich op dat ogenblik naar zijn evenbeeld zich twee anderen van wie men zegt dat ze zijn lichaam zijn. (Vedabase)
Zijn gedaante aldus in tweeën verdeeld ging toen op een volmaakte wijze een seksuele relatie aan.
Zijn vorm die met hen aldus was opgedeeld ging toen op volmaakte wijze over tot een sexuele relatie. (Vedabase)
De verschijning die van het mannelijk geslacht was werd de volledig onafhankelijke vader der mensheid [de Manu] genaamd Svâyambhuva en de verschijning die de vrouw was raakte bekend als S'atarûpâ; zij was de koningin voor de grote ziel die hij was.
Degene van de twee die van het mannelijk geslacht was werd de volledig onafhankelijke vader der mensheid [de Manu] genaamd Svâyambhuva en degene die de vrouw was stond bekend als S'atarûpâ; zij was de koningin voor de grote ziel die hij was. (Vedabase)
Sedertdien vermeerderden door de seksuele activiteit volgens de regulerende beginselen [zie vers 41] zich de geslachten.
Vanaf die tijd, voltrok door de sexuele aktiviteit volgens de regels der religie, zich voorzeker de toename der geslachten. (Vedabase)
O beste van allen, in de loop van de tijd verwekte hij in S'atarûpâ vijf kinderen: Priyavrata, Uttânapâda en de drie dochters, o zoon van Bharata, geheten Âkûti, Devahûti en Prasûti.
Na verloop van tijd schonk S'atarûpâ hem vijf kinderen: Priyavrata en Uttânapâda en drie dochters, o zoon van Bharata, Âkûti, Devahûti en Prasûti, o beste van allen. (Vedabase)
Zij die Âkûti werd genoemd huwde hij uit aan de wijze Ruci, de middelste [Devahûti] schonk hij aan de wijze Kardama en Prasûti werd aan Daksha gegeven. Door hen raakte de gehele wereld bevolkt.'
Zij die Âkûti werd genoemd vergaf hij aan de wijze Ruci, de wijze Kardama schonk hij de middelste [Devahûti] en Daksha werd Prasûti gegeven. Hiervan raakte de gehele wereld bevolkt. (Vedabase)
*: De zeven Vedische muzieknoten zijn: sa, ri, gâ, ma, pa, dha en ni [resp. c, d, e, f, g, a, bes] ookwel genaamd shadja, rishabha, gândhâra, madhyama, pañcama, dhaivata en nishâda.

De tekst en de audio worden aangeboden onder de
Creative Commons
Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
De afbeelding van
de Kumâra's is ter beschikking gesteld door
de Editor in Chief,
Sri Vasudeva Sarana Upadhyaya, van de Sri Sarvesvara Press,
Sri Nimbarkacarya Pitha, Salemabad, Rajasthan, India.
Bron.
Productie: de Filognostische
Associatie
van De
Orde van de Tijd
Feed-back | Links | Downloads | Muziek | Afbeeldingen | Wat is er Nieuw? | Zoeken | Donaties