S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, de Ziel van Allen en Ziener
van Alles, met begrip [voor wat Uddhava had
gerapporteerd] het wensend te behagen [zoals Hij had
beloofd 10.42:
12], begaf
Zich naar het huis van het dienstbare meisje
[Trivakrâ] dat zo geplaagd werd door de lust
[zie 10.42:
10].
S'rî
S'uka zei: 'De Allerhoogste Heer, de Ziel van Allen en
Ziener van Alles, met begrip het wensend te behagen
[zoals Hij had beloofd 10.42: 12], begaf Zich naar
het huis van het dienstbare meisje [Trivakrâ]
dat zo geplaagd werd door de lust [zie 10.42:
10].
(Vedabase)
Tekst
2
Het was
rijkelijk voorzien van dure spullen, stond vol met zinnelijke
artikelen en werd verfraaid door strengen parels en
baldakijnen, bedden en zetels als ook door wierook, olielampen,
bloemenslingers en sandelhout.
Het
was rijkelijk voorzien van dure spullen, stond vol met
zinnelijke artikelen en werd verfraaid door strengen parels
en baldakijnen, bedden en zetels als ook door wierook,
olielampen, bloemenslingers en sandelhout.
(Vedabase)
Tekst
3
Zij, toen ze
Hem bij haar thuis zag arriveren, kwam inderdaad onmiddellijk
overeind om zich met haar vrouwlijke metgezellen te haasten
Acyuta naar behoren te onvangen, die respectvol werd welkom
geheten met een prima zitplaats enzovoorts.
Zij,
toen ze Hem bij haar thuis zag arriveren, kwam inderdaad
onmiddellijk overeind om zich met haar vrouwlijke
metgezellen te haasten Acyuta naar behoren te onvangen, die
respectvol werd welkom geheten met een prima zitplaats en zo
voorts. (Vedabase)
Tekst
4
Uddhava
eveneens geëerd, heilig als hij was, beroerde de zetel
[hem geboden] en ging op de vloer zitten, en Krishna,
trouw aan zoals dat zo gaat in de menselijke samenleving,
vleide Zichzelf zonder aarzelen neer op een luxueus bed [in
de kamers erachter].
Uddhava
eveneens geëerd, heilig als hij was, beroerde de zetel
[hem geboden] en ging op de vloer zitten, en
Krishna, trouw aan zoals dat zo gaat in de menselijke
samenleving, vleide Zichzelf zonder aarzelen neer op een
luxueus bed [in de kamers erachter].
(Vedabase)
Tekst
5
Zij door te
baden, zich in te smeren, zich aan te kleden met sieraden,
bloemenslingers en parfum, betelnoot en het drinken van geurige
substanties en dergelijke, maakte haar lichaam er voor klaar en
benaderde toen verlegen met speelse glimlachen en verleidelijke
blikken Mâdhava.
Zij
door te baden, zich in te smeren, zich aan te kleden met
sieraden, bloemenslingers en parfum, betelnoot en het
drinken van geurige substanties en dergelijke, maakte haar
lichaam er voor klaar en benaderde toen verlegen met speelse
glimlachen en verleidelijke blikken Mâdhava.
(Vedabase)
Tekst
6
De lieftallige
vrouw bij Zich roepend, die bang voor het nieuwe contact
[als een maagd] verlegen was, greep Hij haar twee
handen opgesierd met armbanden vast en plaatste Hij de schone
op het bed om te genieten met haar wiens enige bewijs van
vroomheid bestond uit het hebben aangeboden van
zalf.
De
lieftallige vrouw bij zich roepend, die bang voor het nieuwe
kontakt [als een maagd] verlegen was, greep Hij haar
twee handen opgesierd met armbanden vast en plaatste Hij de
schone op het bed om te genieten met haar wiens enige bewijs
van vroomheid bestond uit het hebben aangeboden van zalf.
(Vedabase)
Tekst
7
Het ruiken van
de voeten van de Onbegrensde Heer en het Hem, haar Minnaar, de
Verpersoonlijking van Alle Extase, tussen haar borsten in haar
armen sluiten, vaagde de pijn weg die vanwege Cupido brandde in
haar borsten, binnenste en ogen, zodat ze het verdriet dat zo
lang had aangehouden kon laten varen.
Het
ruiken van de voeten van de Onbegrensde Heer en het Hem,
haar Minnaar, de Verpersoonlijking van Alle Extase, tussen
haar borsten in haar armen sluiten, vaagde de pijn weg die
vanwege Cupido brandde in haar borsten, binnenste en ogen,
zodat ze het verdriet dat zo lang had aangehouden kon laten
varen. (Vedabase)
Tekst
8
Zij met het aan
Hem, de Meester der Verlichting, geboden hebben van smeersels
voor het lichaam, had de Beheerser voor zich gewonnen die zo
moeilijk te winnen is, en smeekte, o hoe onfortuinlijk
[vergelijk 4.9:
31], om
het volgende:
Zij
met het aan Hem, de Meester der Verlichting, geboden hebben
van smeersels voor het lichaam, had de Beheerser voor zich
gewonnen die zo moeilijk te winnen is, en smeekte, o hoe
onfortuinlijk [vergelijk 4.9: 31], om het volgende:
(Vedabase)
Tekst
9
'AlstJeblieft
blijf hier een paar dagen samen met mij o Geliefde, geniet
ervan, ik kan het niet verdragen het zonder Je gezelschap te
moeten stellen, o Lotusbloemen-ogen.'
'AlstJeblieft
blijf hier een paar dagen samen met mij o Geliefde, geniet
ervan, ik kan het niet verdragen het zonder Je gezelschap te
moeten stellen, o
Lotusbloemen-ogen.'
(Vedabase)
Tekst
10
Hij van Respect
voor Anderen, met respect voor haar, gaf gehoor aan die wens
van haar materieel verlangen [door te beloven daar later op
terug te komen] waarna de Heer van Iedereen, samen met
Uddhava, terugging naar Zijn zo hoogst weelderige
woning
Hij
van Respect Voor Anderen, met respect voor haar, beloofde,
met het inwilligen van die wens van haar materieel
verlangen, daar later op terug te komen waarna de Heer van
Iedereen, samen met Uddhava, terugging naar Zijn zo hoogst
weelderige woning. (Vedabase)
Tekst
11
Hij die in de
volle aanbidding van Vishnu, de Beheerser van alle Beheersers,
die zo moeilijk in gedachten te houden is, als zegening kiest
voor iets dat makkelijk is voor de geest, is met het daarmee
behalen van een onbeduidend resultaat een persoon die maar
traag van begrip is [zie ook 7.15:
36].
Hij
die in de volle aanbidding van Vishnu, de Beheerser van alle
Beheersers, die zo moeilijk in gedachten te houden is, als
zegening kiest voor iets dat makkelijk is voor de geest, is
met het daarmee behalen van een onbeduidend resultaat een
persoon die maar traag van begrip is [zie ook 7.15:
36].
(Vedabase)
Tekst
12
Krishna, de
Meester, die wilde dat er wat zaken werden geregeld ging toen
met Uddhava en Râma naar het huis van Akrûra, met
ook de bedoeling Akrûra een plezier te
doen.
Krishna,
de Meester, die wilde dat er wat zaken werden geregeld ging
toen met Uddhava en Râma naar het huis van
Akrûra, met ook de bedoeling Akrûra een plezier
te doen.
(Vedabase)
Tekst
13-14
Toen hij Hen,
de grootsten der luisterrijke persoonlijkheden, zag aankomen,
stond hij verheugd op met zijn verwanten om Hen ter
verwelkoming te omhelzen. Neergebogen voor Krishna en
Râma werd hij door Hen begroet en was hij van eerbetoon
zoals dat was voorgeschreven nadat ze Hun zitplaatsen hadden
ingenomen.
Toen
hij Hen, de grootsten der luisterrijke persoonlijkheden, zag
aankomen, stond hij verheugd op met zijn verwanten om Hen
ter verwelkoming te omhelzen. Neergebogen voor Krishna en
Râma werd hij door Hen begroet en was hij van
eerbetoon zoals dat was voorgeschreven nadat ze Hun
zitplaatsen hadden ingenomen. (Vedabase)
Tekst
15-16
Het water dat
hij had gebruikt om Hun voeten te wassen sprenkelde hij over
heel zijn hoofd, o Koning, waarna hij Hen geschenken aanbood,
de fijnste kleding, sandelhout, bloemenslingers en de fraaiste
sierselen. Met zijn hoofd naar beneden gebogen in zijn
eerbetoon plaatste hij Zijn voeten op zijn schoot voor een
massage, en richtte hij zich neerwaarts kijkend in alle
bescheidenheid als volgt tot Krishna en
Râma:
Het
water dat hij had gebruikt om Hun voeten te wassen
sprenkelde hij over heel zijn hoofd, o Koning, waarna hij
Hen geschenken aanbood, de fijnste kleding, sandelhout,
bloemenslingers en de fraaiste sierselen. Met zijn hoofd
naar beneden gebogen in zijn eerbetoon plaatste hij Zijn
voeten op zijn schoot voor een massage, en richtte hij zich
neerwaarts kijkend in alle bescheidenheid als volgt tot
Krishna en Râma: (Vedabase)
Tekst
17
'Tot ons grote
geluk hebben Jullie tweeën de zondige Kamsa en ook zijn
broers en volgelingen gedood en is deze dynastie door U bevrijd
van eindeloze moeilijkheden en hebben Jullie voorspoed
gebracht.
'Tot
ons grote geluk hebben jullie tweeën de zondige Kamsa
samen met zijn broers en navolgers gedood en is deze
dynastie door U bevrijd van eindeloze moeilijkheden en
voorspoed gebracht. (Vedabase)
Tekst
18
Jullie twee
zijn de essentiële personen die de oorzaak en de inhoud
van het Universum vormen en los van wie niet één
enkele oorzaak of gevolg kan worden gevonden.
Jullie
twee zijn de essentiële personen die van het Universum
de oorzaak en de inhoud vormen los van wie niet
één enkele oorzaak of gevolg kan worden
gevonden.
(Vedabase)
.
Tekst
19
Dit universum
door U geschapen, ging U vervolgens binnen middels Uw eigen
energieën zodat U kan worden waargenomen in vele gedaanten
kenbaar door het luisteren naar de geschriften en door directe
ervaring.
Dit
universum door U geschapen, ging U vervolgens binnen middels
Uw eigen energieën zodat U kan worden waargenomen in
vele gedaanten kenbaar door het luisteren naar de
geschriften en in de direkte ervaring.
(Vedabase)
Tekst
20
De manier
waarop inderdaad de aarde- en andere elementen zich
verschillend manifesteren in levensvormen die rondbewegen en
zich niet rondbewegen, doet U, het Ene Op Zichzelf Berustende
Zelf, de Superziel, op dezelfde manier Zich in verscheidene
levensvormen voor als een veelvoud onder hen.
De
manier waarop inderdaad de aarde- en andere elementen zich
verschillend manifesteren in levensvormen die rondbewegen en
zich niet rondbewegen, doet U, het Ene Op Zichzelf
Berustende Zelf, de Superziel, op dezelfde manier Zich in
verscheidene levensvormen voor als een veelvoud onder hen.
(Vedabase)
Tekst
21
U schept en
vernietigt weer; U behoedt het universum maar bent door Uw
kwaliteiten, de persoonlijke energieën, de geaardheden der
hartstocht, onwetendheid en goedheid, of door hun
materiële activiteiten, niet aan deze wereld gebonden;
want als U de kennis Zelve bent, wat zou voor U dan een oorzaak
van gebondenheid zijn?
U
schept en vernietigt weer; U behoedt het universum maar bent
door Uw kwaliteiten, de persoonlijke energieën, de
geaardheden der hartstocht, onwetendheid en goedheid, of
door hun materiële aktiviteiten, niet aan deze wereld
gebonden; want als U de kennis Zelve bent, wat zou voor U
dan een oorzaak van gebondenheid
zijn?
(Vedabase)
Tekst
22
Omdat U niet
bepaald bent door de overdekkingen van het lichaam enzovoorts
bestaat er geen letterlijke geboorte of dualiteit voor Uzelf en
daarom bestaat er voor U geen gebondenheid, noch in feite enige
bevrijding [vergelijk 10.14:
26]; en
als die zich tonen is dat naar Uw liefdevolle wilsbeschikking
zo [zie b.v. 10.11:
7] of
anders door onze noties van wanbegrip voor U [zoals in
10.23:
10-11].
Omdat
U niet bepaald bent door de overdekkingen van het lichaam en
zo voorts bestaat er geen letterlijke geboorte of dualiteit
voor Uzelf en daarom bestaat er voor U geen gebondenheid,
noch in feite enige bevrijding [vergelijk 10.14:
26]; en als die zich tonen is dat naar Uw
wilsbeschikking in liefde zo [zie b.v. 10-11: 7] of
anders door onze noties van wanbegrip voor U [zoals in
10.23: 10-11]. (Vedabase)
Tekst
23
Voor het heil
van dit universum hebt U het oude pad van de Veda uitgedragen
en neemt U gedaanten in de geaardheid goedheid aan op het
moment dat het pad wordt geblokkeerd door de slechten die
vasthouden aan de goddeloosheid.
Voor
het heil van dit universum hebt U het oude pad van de Veda
uitgedragen en neemt U gedaanten in de geaardheid goedheid
aan op het moment dat het pad wordt geblokkeerd door de
slechten die vasthouden aan de
goddeloosheid.
(Vedabase)
Tekst
24
U als diezelfde
persoon o Meester, bent nu nedergedaald in het huis van
Vasudeva met Uw eigen volkomen deelaspect
[Balarâma] om van deze aarde de last weg te nemen
van de honderden legers door middel van het doden van hun
koningen [zie ook 1.11:
34], die
expansies zijn van de tegenstanders der godvrezenden [zie
b.v. 7.1:
40-46], en
om de roem te verspreiden van de
[Yadu-]dynastie.
U
als die zelfde persoon o Meester, bent nu nedergedaald in
het huis van Vasudeva met Uw eigen volkomen deelaspekt
[Balarâma] om van deze aarde de last weg te
nemen van de honderden legers door hun koningen te doden
[zie ook 1.11: 34], die expansies zijn van de
tegenstanders der godvrezenden [zie b.v. 7.1:
40-46], en om de roem te verspreiden van de
[Yadu-]dynastie. (Vedabase)
Tekst
25
Vandaag, o
Heer, is onze woning waarlijk bijzonder gezegend met U,
Adhokshaja,
nu U daar bent binnengetreden; U, de Geestelijk Leraar van het
Universum, de God van al de voorvaderen en levende wezens, de
mensen en de goden; U als de belichaming van Hem van wiens
voeten het water [van de Ganges, zie 5.17]
spoelde dat de drie werelden zuivert.
Vandaag,
o Heer, is onze woning waarlijk uitzonderlijk fortuinlijk
met U, Adhokshaja, daar binnengetreden; U, de Geestelijk
Leraar van het Universum, de God van al de voorvaderen en
levende wezens, de mensen en de goden; U als de belichaming
van Hem van wiens voeten het water [van de Ganges, zie
5.17] spoelde dat de drie werelden zuivert.
(Vedabase)
Tekst
26
Welke andere
geleerde dan U is er voor ons; tot wie anders moeten wij ons
voor onze toevlucht wenden dan tot U, de weldoener die in Uw
woorden van liefde voor Uw toegewijden altijd waarachtig bent;
want U, dankbaar jegens de toegewijden die positief met U van
aanbidding zijn, geeft U alles wat wordt verlangd, zelfs Uzelf
- U voor wie er nimmer sprake is van toename of vermindering
[zie ook B.G.
2: 40].
Welke
andere geleerde dan U is er voor ons; tot wie anders moeten
wij ons voor onze toevlucht wenden dan U, de weldoener die
in Uw woorden van liefde voor Uw toegewijden altijd
waarachtig bent; want U, dankbaar jegens de toegewijden die
positief met U van aanbidding zijn, geeft U alles wat wordt
verlangd, zelfs Uzelf - U voor wie er nimmer sprake is van
toename of vermindering [zie ook B.G. 2: 40].
(Vedabase)
Tekst
27
Tot ons geluk
hebben we hier bij ons U voor ogen die zelfs voor de meesters
van de yoga en de beheersers van de goddelijken een doel bent
dat moeilijk te bereiken is; alstUblieft doorbreek snel de
banden van ons misverstaan teweeggebracht door Uw
materiële energie: onze kinderen, echtgenote, weelde,
eerbare vrienden, ons thuis, ons lichaam enzovoorts.'
Tot
ons geluk hebben we hier bij ons U voor ogen die zelfs voor
de meesters van de yoga en de beheersers van de goddelijken
een doel bent dat moeilijk te bereiken is; alstUblieft
doorbreek snel de banden van ons misverstaan teweeg gebracht
door Uw materiële energie: onze kinderen, echtgenote,
weelde, eerbare vrienden, ons thuis, ons lichaam
enzovoorts.'
(Vedabase)
Tekst
28
Aldus uitvoerig
aanbeden door zijn toegewijde glimlachte Krishna, de Opperheer,
tot Akrûra en sprak Hij tot hem in woorden waarvan hij
diep onder de indruk raakte.
Aldus
uitvoerig aanbeden door zijn toegewijde glimlachte Krishna,
de Opperheer, tot Akrûra en sprak Hij in woorden
waarvan hij nogal zwaar onder de indruk raakte.
(Vedabase)
Tekst
29
De Allerhoogste
Heer zei: 'U, onze oom van vaders zijde en lovenswaardige
vriend, bent onze geestelijk leraar en altijd zijn Wij het als
degenen van U afhankelijk die moeten worden beschermd,
onderhouden en begenadigd.
De
Allerhoogste Heer zei: 'U, onze oom van vaders zijde en
lovenswaardige vriend, bent onze geestelijk leraar en altijd
zijn Wij het als degenen van U afhankelijk die moeten worden
beschermd, onderhouden en begenadigd.
(Vedabase)
Tekst
30
Mensen gelijk
uw goede zelf zijn onder de aanbiddelijken de meest excellente
en het waard te worden gediend door de mensen die het meest
heilige, het hoogste goed verlangen, daar, terwijl de halfgoden
altijd uit zijn op hun eigen belangen, de geheiligde
toegewijden dat niet zijn.
Mensen
gelijk uw goede zelf zijn onder de aanbiddelijken de meest
excellente, het waard te worden gediend door de mensen die
het meest heilige, het hoogste goed verlangen, daar, terwijl
de halfgoden altijd uit zijn op hun eigen belangen, de
geheiligde toegewijden dat niet zijn.
(Vedabase)
Tekst
31
Niet om iets af
te doen aan de heilige plaatsen bestaande uit water en ook niet
aan de beeltenissen gemaakt van klei en steen - ze zuiveren op
de lange duur, maar de heiligen doen dat als men ze slechts
één enkele keer tegemoet treedt.
Niet
om iets af te doen aan de heilige plaatsen bestaande uit
water en ook niet aan de beeltenissen gemaakt van klei en
steen - ze zuiveren op de lange duur, maar de heiligen doen
dat als ze slechts één enkele keer worden
gezien. (Vedabase)
Tekst
32
Van alle
weldoeners bent u ongetwijfeld de allerbeste; Ik zou graag
willen dat u voor Ons naar de stad die is vernoemd naar de
olifant gaat [Hastinâpura] om erachter te komen
wat in het belang van hun welzijn voor de Pândava's zou
moeten worden gedaan.
Van
alle weldoeners bent u ongetwijfeld de allerbeste; Ik zou
graag willen dat u voor Ons naar de stad vernoemd naar de
olifant gaat [Hastinâpura] om uit te vinden
wat in het belang van hun welzijn voor de Pândava's
zou moeten worden gedaan. (Vedabase)
Tekst
33
Toen hun vader
stierf werden ze als jonge jongens, tezamen met hun moeder er
ellendig aan toe zijnd, door de koning
[Dhritarâshthra] naar zijn hoofdstad
overgebracht, alwaar ze zich aldus ophouden, naar Ik
vernam.
Toen
hun vader stierf werden ze als jonge jongens, tezamen met
hun moeder er ellendig aan toe, door de koning
[Dhritarâshthra] naar zijn eigen hoofdstad
overgebracht, alwaar ze zich aldus ophouden, naar Ik vernam.
(Vedabase)
Tekst
34
De zoons van
zijn broer [Pându] was de koning, de zoon van
Ambikâ [zie 9.22:
25],
miserabel van geest, werkelijk niet gelijkelijk gezind, blind
als hij was onder de controle staand van zijn doortrapte zoons
[een honderdtal aangevoerd door Duryodhana,
9.22:
26].
De
zoons van zijn broer [Pându] was de koning, de
zoon van Ambikâ [zie 9.22: 25], miserabel van
geest, werkelijk niet gelijk gezind, blind als hij was onder
de controle staand van zijn doortrapte zoons [een
honderdtal aangevoerd door Duryodhana, 9.22: 26].
(Vedabase)
Tekst
35
Ga en zoek uit
of hij in zijn optreden op het ogenblik goed of kwaadaardig
bezig is zodat We met die kennis kunnen voorzien in dat wat
onze beste vrienden ten voordeel strekt.'
Ga
en zoek uit of hij in zijn optreden op het ogenblik goed of
kwaadaardig bezig is zodat we met die kennis kunnen voorzien
in dat wat onze beste vrienden ten voordeel
strekt.'
(Vedabase)
Tekst
36
Na Akrûra
volledig te hebben geïnstrueerd met deze woorden, begaf de
Allerhoogste Heer, de Hoogste Persoonlijkheid der Beheersing,
Zich met Uddhava en Sankarshana toen naar Zijn eigen verblijf.'
Akrûra
volledig instruerend met deze woorden, ging de Allerhoogste
Heer, de Hoogste Persoonlijkheid der Beheersing, met Uddhava
en Sankarshana toen naar Zijn eigen
woning.
(Vedabase)